Artikel
2014-10-29
door J.G. Schenau

"U komt stilheid toe, een lofzang, o God in Sion” (Psalm 65: 2a)

Wat wordt het nu, David: stilheid of lofzang? Je zou zeggen dat dat elkaar uitsluit. David wil zingen. Zingen van zegen. Maar als hij de zegeningen eens goed gaat tellen, dan schieten woorden tekort. Dan is er eerst stille verwondering. Maar zingen zal hij! En dat het een echt loflied is, blijkt uit dat ene woordje dat steeds weer bij hem bovenkomt: U! Ú, Here, U bent het. U hoorde en zag. U deed het. Het is hier werkelijk ‘U’ voor en na.


De aanleiding is de oogst. Feest in Israël! De straten bezaaid met korenaren. In de lucht hing de geur van vers fruit. Muziek en zang en dans overal. In kleurige corso’s trok men naar Gods huis. Om daar de Gever van alle goede dingen te danken. Maar dan valt wel op, dat de blijdschap om de oogst pas in het derde couplet aan de orde komt. Eenmaal aangekomen in het heiligdom, verdiept en verruimt zich het besef van zegen.

Gods hartenklop in het heiligdom
David zingt ook van ‘ik’ en ‘mij’ maar over zichzelf steekt hij bepaald niet de loftrompet. David moet in die gewijde ruimte ineens denken aan zijn overtredingen. En dat is geen wanklank in een loflied. Was deze oogst extra bijzonder omdat er een periode van droogte aan was voorafgegaan? Droogte gold in Israël als een oordeel van God. David beleeft de oogst sowieso als genade, in het licht van zijn eigen zonden.

In het heiligdom spreekt alles van genade. In het onderwijs, de liederen en gebeden. Vooral bij het altaar waar de offers worden gebracht. In het heiligdom blijkt de Here niet maar een God van welvaart en voorspoed maar van vergeving, verzoening en van heil. Wie stil wordt in Gods huis, hoort daar Zijn hartenklop en zal onverdiende goedheid opmerken. Daarom is ook die plek zelf voorwerp van Davids dankbaarheid.

Onze dankdag voor gewas en arbeid nadert. Maar eerst gedenken wij de reformatie van de kerk. De inzet daarbij was dat in de kerk weer de God van heil gevonden zou worden, de God van ‘jesha’, de God van Jezus. Door goddelozen, die uit genade alleen gerechtvaardigd werden. Door het geloof. Vlakbij dankdag gedenken we geen kerkhistorisch feit op zichzelf maar zijn we ook dankbaar voor een kerk, waar in Christus Gods hartenklop te horen is, achter al Zijn zegeningen.

Gods handwerk in de wereld
David bezingt in het tweede couplet van deze psalm de kracht waarmee de Here bergen vastzet, zeeën doet bedaren en het rumoer van de volken bedwingt. Dat zijn beelden voor Zijn almacht in de geschiedenis. Soms wordt er iets van zichtbaar. Als onaantastbaar geachte dictaturen verdwijnen en onmogelijk geachte vrede toch gevonden wordt. Tegelijk denk je: is dit couplet niet te mooi om waar te zijn? En ISIS dan? De schurken van deze wereld lijken zo makkelijk hun gang te kunnen gaan. Wat kun je trouwens al uitzien naar iets meer van Gods hand in je eigen kleine wereldje …

Ook om dat soort vragen te stellen is Gods huis een goed adres. Niet omdat daar alle knopen worden ontward. Maar wel omdat je daar de gouden draad ontdekt van het Koninkrijk van God. In een tijd waarin de volkerenwereld gistte en woedde, werd Davids grote Zoon geboren. Zijn woorden zijn verlossende woorden, Zijn daden tekenen van heil, Zijn sterven is de prijs voor eeuwig leven, Zijn opstanding de grond voor een onwankelbare hoop. Eens zullen alle tranen van de ogen zijn afgewist. Er zál gejuich zijn van waar de morgen gloort tot waar de avond daalt.

Gods voetstap op de velden
En zo gaat David in het heiligdom ook de oogst met nieuwe ogen bezien. Niet maar als zegen op het werk van ónze handen maar alsof de Here zélf over de velden is gegaan. Niet wij bedruipen onszelf maar Gods voetstap bedruipt de voren. "Zo wordt het brood voor ons geboren. Waar Gij zijt voorgegaan.” Zó naar de opbrengst te kijken, leert je dankbaar te zijn bij voorspoed en geduldig in tegenspoed. En ook mededeelzaam voor anderen die tekort komen.

Nee, niet elke dag is er één om jubelend door te gaan. Al moet je dat ook weer niet elke dag zeggen, want dan komt het er nooit van. En soms moet je toch maar gewoon beginnen met zingen. En als gemeente elkaar meenemen in de lof! Omdat de Here is die Hij is. Want het zal toch niet zo zijn dat wij een oogst binnenhalen en dat er voor de Here geen vrucht van lof en dank te plukken valt?


Ds. J.G. Schenau is predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Goes
        




 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker