Artikel
2014-11-24
door H.J. Selderhuis

Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?, Lucas 18: 8

Bang
Deze tekst spookt mij steeds vaker door het hoofd. Ik weet ´spoken´ past niet zo bij Bijbelteksten maar ik meen het wel als ik zeg  dat deze tekst mij toch regelmatig bang maakt. Bang omdat ik zoveel kerken zie die geen kerk meer zijn. Ik bedoel kerkgebouwen die winkel, appartementencomplex of culturele evenementenhal geworden zijn. Bang ben ik ook omdat ik zoveel lege kerken zie. Kerken waar ik zelf lid van ben, waar ik zelf voorga, maar ook kerken die anders reformatorisch, anders protestant of die rooms-katholiek zijn.  

De tekst maakt mij bang als ik getallen zie van mensen die bij de kerk weggaan, die als lid bedanken, die naar die akelige rubriek ´geen kerk´ gaan. Bang ben ik als ik vanaf de preekstoel de lege plaatsen zie, ´s morgens, maar vooral ´s middags.

Zeker, ik weet ook wel dat er kerken zijn waar het vol zit, en dat er ook nieuwe kerken gebouwd worden. En dat mensen tot geloof komen en zich bij de kerk aansluiten. Daar ben ik dankbaar voor. Maar ik blijf wel bang. Het is immers nogal een vraag van Jezus. Ik weet natuurlijk best dat je de tekst zo uit kunt leggen dat je er niet bang van wordt, maar ik laat Bijbelteksten liever staan zoals ze er staan. En als dit punt voor Jezus een vraag is, zou ik er dan niet bang van mogen worden?

Zelf
Bang ben ik dan ook voor mij zelf. Als Christus terugkomt, zal Hij dan bij mij het geloof nog wel vinden. Zeker, ik weet ook wel van de volharding der heiligen en van de zekerheid van de uitverkiezing. Maar toch. Hoor ik wel bij de mensen die het ware geloof hebben? Ik geef in Apeldoorn college over theologen die gelovig begonnen zijn en later dingen gingen schrijven en preken die ver van de belijdenis af stonden. Ik ken mensen die belijdenis deden uit volle overtuiging en die nu in geen kerk of klooster meer komen. In hun hart kan ik niet kijken maar wel in dat van mij zelf en dan vraag ik mij af of ik sterk genoeg ben, of ik het vol kan houden, of ik kan blijven bij mijn belijdenis en die van de kerk. En of dat ook voor mijn kinderen en kleinkinderen geldt. Ze gaan allemaal, behoorlijk trouw en zeer actief en daar ben ik dankbaar voor. Maar waarom zou het in ons gezin wel goed gaan en bij anderen niet? Misschien ga ik bij deze tekst teveel van mezelf uit, van mijn angst, mijn zwakheid en mijn zonden. Maar Jezus stelt wel de vraag en die vraag komt ook naar mij toe. En welk antwoord geef ik Hem? Welk antwoord geeft u Hem? Want u maakt mij niet wijs dat ik de enige ben die met deze angst en deze zorg zit.

Nu
Maar wat nu dan? Ik kan wel een paar mooie teksten noemen die het ´spoken´ kunnen bestrijden, maar mag ik deze tekst met zo´n wezenlijke vraag wel beantwoorden met een andere tekst? Zouden wij persoonlijk, zouden wij als kerken, zouden wij als christenen in dit land ook als antwoord kunnen geven: ´Nou en of, Here Jezus! Als U komt zult u dat geloof bij mij, bij ons en in onze kerken nog wel vinden.´  

Moet je lef hebben voor zo´n antwoord? Of vertrouwen? Of een plan? Een plan van aanpak, een plan van terug naar de Bijbel, een plan van zoeken van elkaar, een plan van verootmoediging, een plan van eens eerlijk aan je broeder of zuster vragen: zeg eens, die vraag van Jezus uit Lucas 18: 8, maakt die jou ook wel eens bang? Misschien helpt het om er eerlijk over te zijn en de verlegenheid, de schuld en de verootmoediging als christenen en als christelijke kerken te delen. Om vandaar uit met een antwoord aan de gang te gaan. Om vanuit dat geloof , dat geloof in een machtige Heiland samen te zorgen dat Jezus vraag een verklaring wordt: Als Ik terugkom, zal Ik op aarde het geloof nog vinden.

Prof. dr. H.J. Selderhuis is hoogleraar aan de TUA en woont in Hasselt.



 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker