Artikel
2014-12-08
Tot versterking van het geloof door. A. Th. van Olst

De Heere gaf twee sacramenten ‘tot versterking van het geloof’. Maar hoe versterkt Hij het geloof door het gebruik van de sacramenten? En is het niet zo dat we, als het om de versterking van het geloof gaat, veel eerder denken aan het avondmaal dan aan de doop?

Op doopzittingen en in doopgesprekken wordt de betekenis van de doop aan de orde gesteld. Er is alle ruimte voor vragen over de doop, over het doopformulier, over de doopvragen die beantwoord moeten worden. Ik stel in dit soort gesprekken vaak de vraag: Hoe wil je later de betekenis van de doop uitleggen aan je kind? In het gesprek dat dan volgt, komt vroeg of laat ook deze vraag aan de orde: Wat betekent de doop voor jullie zelf? Hoe beleven jullie de doopdiensten voor jezelf?  
Uit de reacties blijkt dat veel doopouders niet gemakkelijk antwoord kunnen geven op deze vragen. In de doopdienst staan ze vooral stil bij de betekenis van de doop voor de dopeling, en ook voor de ouders en verdere familie natuurlijk. Maar dat de doop ook een sacrament is tot versterking van het geloof voor de gehele gemeente, daar wordt niet vaak aan gedacht.

Rijkdom

Als je als ouders de betekenis van de doop wilt uitleggen aan je kind, moet je zelf weten wat de rijkdom van de doop inhoudt. De rijkdom van de doop is gelegen in de belofte van de Heere God, die Hij persoonlijk bevestigt (of: verzegelt) aan degene die gedoopt wordt. Of er nu een kind gedoopt wordt of een volwassene: de betekenis van de doop ligt in Gods daden en woorden. Speciaal bij de kinderdoop is het zichtbaar dat de Heere de eerste is. De baby kan niet naar de doopvont komen, antwoord geven of de Heere zoeken. De Heere God zoekt en belooft. Hij is de eerste. Dat is voor het geloofsleven en ook voor de versterking van het geloof zo belangrijk! Het geloof vindt houvast in Gods belofte, en hoeft niet eindeloos mee te deinen op de golfslag van de (geloofs)ervaring. De gelovige mag van zichzelf wegkijken en zien op de rijkdom van Gods genade.
Het is een groot voorrecht om gedoopt te zijn. In alle aanvechting en zwakte mogen we ons vastklampen aan de beloften van God, die aan ons in de doop persoonlijk, op naam toegezegd zijn. Van Luther weten we dat hij in grote aanvechting met grote letters ergens op schreef: ik ben gedoopt! Dat was voor hem een geweldige troost.

Gelovig zien
Elke keer als de doop bediend wordt, worden we weer stilgezet bij onze eigen doop. De doop wordt niet in familieverband bediend, buiten de samenkomst van de gemeente om, maar in een eredienst. Dat is niet voor niets: de doop is een sacrament voor de gemeente.
De gemeente is niet alleen getuige van het ja-woord van de ouders en toeschouwer bij de doopbediening. Het komt eropaan gelovig betrokken op de doopbediening. Het is anders dan bij het heilig avondmaal. Dan worden gelovigen naar voren genodigd (als het avondmaal voor in de kerk bediend wordt), en blijft het niet bij zien, maar is er ook het voelen en proeven. Maar bij elke doopbediening gaat het om het zien, en dat zien heeft voor de gelovigen bijzondere betekenis. Als de predikant het ‘amen’ uitspreekt, mag het meeklinken in hun hart: ‘amen, zo bent U ook voor mij. Dat heeft u immers ook aan mij bevestigd! Ook ik mag vertrouwen op het woord van Uw belofte. Ja en amen.’ En wat een bevrijding en troost is dat voor ons aangevochten hart! Zo wordt het hart getroost door de zichtbare prediking van Gods genade voor zondaren.
Van de doop gaat ook een geweldig appel uit naar de gemeente. Leeft u vanuit deze vaste en zekere belofte van de Heere? Deze doopbediening spoort aan het oude leven te doden, en op te staan in een nieuw leven. Zo vraagt elke doopdienst om gelovige betrokkenheid op de doopbediening en het dooponderwijs.

Sursum corda
In die zin zou een ‘sursum corda’ (de harten opwaarts verheffen) zoals dat bij het heilig avondmaal klinkt, eigenlijk ook niet misstaan in een doopdienst. Laten we niet bij het teken van het water blijven staan. Laten we ook niet bij dat lieve kleine kindje blijven staan, bij die ouders, bij die grootouders die het ook zo bijzonder zullen vinden. Laten we zelfs niet blijven staan bij de gedachte dat de Heere doorgaat met Zijn werk. Maar laten we onze harten opwaarts in de hemel verheffen, waar Jezus Christus is. En het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonden, ook mijn zonden. Zo worden de gelovigen door de doop erbij bepaald en ervan verzekerd dat het enige offer van Christus, aan het kruis volbracht, hun ten goede komt (vraag 69 van de Heidelbergse Catechismus).

Avondmaal
We zagen net dat vaak eerder aan het avondmaal gedacht wordt dan aan de doop als het om de versterking van het geloof gaat. Maar uit gesprekken (met bijvoorbeeld belijdeniscatechisanten) blijkt dat het vaak helemaal niet zo duidelijk is hoe de Heere het geloof wil versterken in het vieren van het avondmaal.
De zegen van het avondmaal komt van de Heere, maar wordt slechts in geloof ontvangen. De nadruk die de kerk van de reformatie legde op de zelfbeproeving hangt daar nauw mee samen. Zonder geloof deelnemen aan het avondmaal geeft geen zegen, laat staan versterking van het geloof; je eet en drinkt jezelf een oordeel. Dan wordt niet geloof, maar schijnheiligheid versterkt. De zegen van het avondmaal veronderstelt een geloof dat het leven buiten zichzelf in Jezus Christus zoekt.
Ook bij het avondmaal zetten de tekenen ons stil bij het volbrachte werk van Christus, tot verzoening van de zonden. In het ontvangen van brood en wijn, voelen (tasten), proeven en eten (wat een zintuigen zijn erbij betrokken!), krijgen de gelovigen de belofte van het Evangelie persoonlijk bevestigd, en eigenen ze zich het volbrachte werk van Christus toe.
Wat komt de Heere dan dichtbij! Als het te groot, te hoog is om te geloven, laat Hij het zien, voelen en proeven. Zo zeker geldt Zijn volbrachte werk voor mij. Het is alsof Hij het ons bij het uitreiken toefluistert: ‘Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.’

Ervaring en geloof
De zegen van het avondmaal is de versterking van het geloof, niet van de ervaring. Niet dat er niet heel wat te ervaren valt in het avondmaal. We mogen de ervaring niet zomaar relativeren. Het is immers zo’n groot wonder dat de Heere zondige mensen in Zijn nabijheid uitnodigt, als Zijn gezin aan Zijn tafel. Het is niet vreemd als je jezelf diepe vragen stelt als dit je hart koud laat.
Toch mogen we de ervaring niet centraal stellen. De ene keer kan de beleving anders zijn dan de andere keer. Soms kun je in een avondmaalsdienst de nabijheid van de Heere al ervaren voordat je naar de tafel gaat. Het kan ook zo zijn dat als je in de week na de viering terugdenkt aan het brood en de wijn, je daar op dat moment bijzonder door getroost wordt en aangespoord tot een vernieuwde levenswandel.
Het kan ook voorkomen dat we graag onze harten ‘opwaarts in de hemel verheffen, waar Jezus Christus is’, maar dat we onze gedachten zo slecht kunnen sturen. Ook kunnen er opeens vragen en gedachten van aanvechting zijn tijdens de viering. Kortom: de ervaring kan wisselen.
De zegen van het avondmaal is echter niet afhankelijk van onze ervaring. Niet de ervaring, maar het geloof wordt versterkt. Die versterking is ook een belofte van God, waarin we Hem moeten vertrouwen. Het is niet zo dat wij in staat zijn de zegen van het avondmaal te overzien. We kunnen niet na het avondmaal precies aangeven hoe de Heere het geloof versterkt heeft. Het komt eropaan dat we het brood en de wijn tot Zijn gedachtenis ontvangen. Wij hebben geen verantwoordelijkheid voor de geloofservaring van dat moment. Wie zich richt op de ervaring, kan zich niet tegelijk ook richten op Christus. Het is zelf zo dat als we uitzien naar een bijzondere ervaring aan de tafel, we de zegen die de Heere in de weg van het gelovig zien op Jezus wil geven, in de weg staan.
 
Niet twijfelen
Heel belangrijk is wat het klassieke avondmaalsformulier zegt over de versterking van het geloof in het avondmaal: ‘Laten wij er niet aan twijfelen dat onze zielen door de werking van de Heilige Geest zó waarachtig met Zijn lichaam en bloed gevoed en verkwikt worden als wij het brood en de drank tot Zijn gedachtenis ontvangen’.
De gelovige moet er niet aan twijfelen dat de Heere het geloof versterkt. Hij heeft beloofd dat te doen door de werking van Zijn Heilige Geest. Net zo min als we aan de tafel moeten twijfelen of het offer van Christus voor ons geldt, moeten we twijfelen aan deze verborgen werking van de Heilige Geest.
Laten we daarom in de viering van het avondmaal onze harten opwaarts in de hemel verheffen, en bij brood en beker het verzoenend lijden en sterven van Christus gedenken. In de weg van het gelovig gedenken van Christus belooft de Heere de zegen: de versterking van het geloof. En met het geloof: vaste hoop, en vurige liefde.

Ds. A. Th. van Olst is predikant van Utrecht-West en redactielid van De Wekker



 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker