Artikel
2015-02-18
Nader bekeken: 'Alles wat ons in het evangelie wordt beloofd' door Miranda Renkema

Een tijdje geleden las ik de Jeugdwerktrends 2015, gepubliceerd door het NGJ (Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk). Ieder jaar komt het NGJ met een top 10 van trends onder jongeren, die verbonden worden met het jeugdwerk in de kerk. Die trends beschrijven welke ontwikkelingen er in het komende jaar verwacht worden; ze zijn geen toekomstvoorspelling, maar proberen sensitief te zijn voor wat er gebeurt onder jongeren en aan te geven wat de volgende stap zou kunnen zijn.

In de jeugdwerktrends voor 2015 viel me één trend erg op: namelijk de trend die beschreven werd met de term ‘slowical’. Slowical staat voor de behoefte van jongeren om bewust te vertragen. Te midden van een overvloed aan informatie, een constant in verbinding staan, en een wereld die voortdurend langs flitst via social media en nieuws, hebben jongeren steeds meer behoefte aan tijd om te vertragen, aan echt contact, en aan betekenisgeving. Mooi vond ik om te zien hoe die trend verbonden werd met de grote kans die hier ligt voor kerken, als dé plek waar jongeren tot stilstand kunnen komen, waar ze echt contact kunnen vinden, en antwoorden rond betekenisgeving.

Gevoel
Die signalering dat er onder jongeren de behoefte groeit aan betekenis, aan het duiden van ontwikkelingen in de wereld en in hun eigen leven, en aan het zoeken van wat ‘waar’ is, is wel opvallend. Lange tijd is er een trend geweest die juist wat tegenovergesteld was, namelijk het zoeken naar wat ‘goed voelt’. Waarheid en betekenis stonden niet zo hoog aangeschreven; zolang ieder voor zichzelf een goed gevoel had bij de weg die hij of zij ging, was dat waar het om ging. En ook op de beleving van het geloof had dat zijn weerslag. Geloof en ‘het hebben van een goed gevoel’ kwamen soms heel dicht bij elkaar te liggen, en naar mensen die niet kerkelijk zijn toe werd geloof ook vaak in die termen omschreven.

Maar jongeren zijn niet meer zo uit op ‘goed gevoel’ ... bovendien, een goed gevoel kun je op heel veel plekken krijgen, daarvoor hoef je echt niet in de kerk te zijn. Jongeren blijken  weer meer op zoek te gaan naar betekenis, naar wat echt waar is, en waard om op te bouwen. En dáárvoor mag je nou juist helemaal bij de kerk zijn! Opvallend is dat in de Apostolische Geloofsbelijdenis, die samenvat wat het christelijk geloof inhoudt, dat geloof helemaal niet wordt beschreven in termen van gevoel, maar dat de geloofsínhoud zo centraal staat. Dat waar het geloof zich op rícht, daar gaat het om, de vastheid van de dingen die beleden worden.

Geloofsinhoud
Dat is ook hoe de Heidelbergse Catechismus over de Apostolische Geloofsbelijdenis spreekt. In aanloop naar de uitleg van het Apostolicum, wordt in zondag 7 de vraag gesteld (vraag en antwoord 21): ‘wat is een waar geloof?’ Het antwoord is dan die bekende tweedeling van een ‘stellig weten’ (waardoor ik alles voor waarachtig houd wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft) en een ‘vast vertrouwen’ (dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus). En dan volgt daarop in vraag 22: ‘wat moet een christen dan geloven?’ Antwoord: ‘alles wat ons in het evangelie wordt beloofd. Daarvan geven de artikelen van ons algemeen en ontwijfelbaar christelijk geloof een samenvatting.’

En dan volgen die 12 artikelen van de geloofsbelijdenis, met de uitleg van die artikelen in de daarop volgende zondagen. Maar het gaat mij nu even om die vraag uit zondag 7: ‘wat moet een christen geloven?’, en dan dat antwoord: ‘alles wat ons in het evangelie wordt beloofd’. Dát is waarvan de 12 artikelen een samenvatting proberen te geven, en dat is waar het geloof dat beleden wordt om draait. Het christelijk geloof richt zich ergens op, namelijk: op de beloften van God!

Heilsdaden van God
Je ziet dan ook in de artikelen van de geloofsbelijdenis dat de inhoud rechtstreeks gekoppeld is aan de heilsdaden van de Drie-enige God; God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Het is een praktische doordenking van de betekenis van die heilsdaden voor ons. Dat blijkt ook als de catechismus vervolgens gaat uitleggen wat we eigenlijk belijden met al die artikelen, en één voor één de betekenis ervan langsgaat. Prachtige dingen worden er dan gezegd. En dan eindigt het hele gedeelte over de geloofsbelijdenis in zondag 23 met de vraag: ‘wat baat het u nu dat u dit alles gelooft?’, en dan luidt het antwoord: ‘dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben en een erfgenaam van het eeuwige leven’.

Wat een enorm grote dingen! Maar die grote dingen liggen niet vast in mijn geloof, maar de vastheid zit ‘m in waar mijn geloof zich op richt: de beloften van God! Díe zijn vast. En waar. En om op te bouwen. Dat geloof van mij kent, zeker ook in gevoelsopzicht, heel wat pieken en dalen, maar daarvan hoeft het gelukkig niet af te hangen. Zondag 21 zegt over dat geloof, dat de Heilige Geest het in mijn hart bewerkt door het evangelie. Want in het evangelie zijn die beloften te vinden. En het is genoeg om ons dan maar eenvoudig vast te houden aan wat er in Johannes 20: 31 staat: "deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam.”

Geloof grijpt zich vast in de beloften
In het evangelie heeft God Zijn liefde kenbaar gemaakt. In 1 Joh. 4: 9 staat: "Hierin is de liefde van God jegens ons geopenbaard, dat God zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem”. En in het hele evangelie zijn de uitgestoken handen van de Here Christus te zien, die zeggen: "komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven” (Math. 11: 28). Ze nodigen ons liefdevol uit, maar dringen ons ook, om tot Hem te komen en ons met God te laten verzoenen. En dat gaat tegelijk op met de waarheid dat het geloof een gave van God is, en dat de Heilige Geest het bewerkt in mijn hart.

Dat is een geheimenis dat niet is op te lossen. Aan de ene kant geldt de verantwoordelijkheid om te geloven, en terugkijkend kan je tegelijk alleen maar zeggen: door genade ben ik behouden, het is een gave van God. Maar als de Heilige Geest dat geloof wil bewerken door het evangelie, dan geldt voor mij alleen de vraag: wat is mijn antwoord op de beloften die daarin gegeven zijn? In het evangelie zie ik hoe God Zijn liefde heeft kenbaar gemaakt en de uitgestoken handen van de Here Christus. De vraag ‘is het ook voor mij?’, is een vraag die beantwoord wordt in het evangelie. Het geloof grijpt buiten mijn eigen gevoelens, ook gevoelens van schuld en verbrokenheid, maar grijpt zich vast in de beloften in de Here Jezus Christus.

Vastheid om op te bouwen
Dat geloof, dat zich vastgrijpt in de beloften in de Here Jezus Christus, is wat we met de kerk van alle tijden en van alle plaatsen belijden in de Apostolische Geloofsbelijdenis. En de vastheid van die beloften, als stevig fundament om op te bouwen, is wat we ook jongeren mogen helpen te ontdekken.

Als het echt waar is, die groeiende behoefte onder jongeren aan betekenis, aan wat echt is, en wat grond onder de voeten geeft; dan hoop ik dat we als kerk kunnen overbrengen dat ze daarvoor nou helemaal bij de kerk terecht mogen. En dat we er als kerk dan voor hen zullen zijn om dat te laten zien en uit te leggen. En dat we dan ook oog hebben voor hun behoefte aan echt contact, en aan een plek om tot stilstand te kunnen komen te midden van alles wat er op hen afkomt. Dan blijven we ook wat dat betreft op de toonhoogte van wat we in het Apostolicum belijden.

Mevr. M. Renkema-Hoffman is theologe en lid van de redactie


 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker