Artikel
2015-03-31
Nader bekeken: Ons land in verandering door C.C. den Hertog

De verkiezingen van vorige week hebben opnieuw duidelijk gemaakt dat ons land aan het veranderen is. De grote partijen konden vroeger rekenen op een trouwe achterban en in campagnetijd ging het erom een zo groot mogelijk aantal zwevende kiezers aan jouw partij te binden. Tegenwoordig zweven de meeste kiezers van verkiezing naar verkiezing en kunnen ze dit jaar gerust compleet anders stemmen dan bij de vorige verkiezingen. De oude gedachte dat je levenslang één werkgever, één partner, één krant en één politieke partij had ligt ver achter ons. Men kijkt van moment tot moment welke keuzes men maakt. Weinigen verbinden zich meer aan grotere verhalen. Cynisme leeft breed vandaag en het keert zich tegen alles wat vorige generaties belangrijk achtten. Het maakt het niet eenvoudiger om het land te regeren.

Deze tendens zie je in de hele samenleving: vakbonden, omroepverenigingen, sportclubs hebben het moeilijk om mensen aan zich te binden. En u vermoedde het al: ook aan de kerk gaan deze dingen niet voorbij. In de stemlokalen staan wijzelf tenslotte en in onze samenleving wordt mede door ons gevormd. En als je erop gaat letten zie je het ook: er is grensverkeer met allerlei andere kerken en tegenwoordig kun je vaak horen bij een verhuizing dat men nog niet weet waar men in de nieuwe woonplaats gaat kerken. ‘We zoeken daar een gemeente die bij ons past’, zo wordt dan gezegd. Hoe je het ook wendt of keert: als het gaat over de kerk van de Here Jezus is dat een vreemde opmerking. Ik kan onmogelijk een tekst in het Nieuwe Testament bedenken die die route wijst. De kerk is bij uitstek de plaats die de Heilige Geest gebruikt om ons te vernieuwen. En vernieuwen betekent: onszelf leren verloochenen en Christus volgen. Ik heb het idee dat als Petrus was gaan zoeken naar een gemeente die bij hem paste, we in het Nieuwe Testament geen woord over hem gelezen hadden …
Voor alle duidelijkheid: in beginsel is het goed om kerkmuren niet teveel gewicht toe te kennen. Veel te gemakkelijk vergeten we dat de kerkelijke verdeeldheid in de wereld een kwestie van zonde voor de Here God is. En dan ligt de zonde niet bij de ander die er niet net zo over wil denken als ik – dat zou een veel te goedkope vluchtroute zijn, waarbij we onszelf buiten het verhaal zoeken te houden. Kerkelijke verdeeldheid is schuld en waar het ons niet lukt kloven te overbruggen, past het ons ingetogen en sober dan maar iets van een eigen kerkelijk leven op te bouwen, maar graag zonder triomfantelijkheid. En mét een aanhoudend zoeken van anderen.  

Historisch besef
Vandaag zien we in de kerk – net als bij de politiek – een andere omgang met de verschillen. Mensen verbinden zich niet meer zozeer aan een kerkverband, maar vinden in deze plaats deze gemeente prettig, terwijl dat in een andere plaats rustig een gemeente van een totaal ander kerkverband kan zijn. De verschillen worden kennelijk niet meer gehoord. Dat stelt voor de vraag of we nog weten waarom die verschillende kerken er eigenlijk zijn en waarom ons voorgeslacht ervoor koos om een eigen kerkelijke weg te gaan. Bij het eren van onze vader en moeder hoort ook dat we de overtuigingen van ons voorgeslacht serieus overwegen en onze houding ertoe bepalen. Ik besef dat dat lastig is in onze tijd – we hebben niet zoveel historisch besef meer. En toch zullen we daar op de één of andere manier aan moeten werken. Niet om de beslissingen van vroeger op sterk water te zetten en ze trouw op te poetsen als onze kroonjuwelen. Maar wel om te weten welke punten onze vaders en moeders hoog gezeten hebben en ons af te vragen of de antwoorden die wij vandaag geven recht doen aan hun diepste intenties.

Verbondsleer
Dan stel ik dus eigenlijk de vraag wat christelijk-gereformeerd is. En nu zoek ik even dieper dan de bevindelijke prediking, die op grond van een zorgvuldige Schriftuitleg het evangelie heel persoonlijk verkondigt en toepast. Het gaat me nu om het theologisch fundament onder die prediking. Ter geruststelling: ik ga nu niet een lastig theologisch betoog schrijven. Ik wil alleen maar één belangrijk punt naar voren halen uit onze geschiedenis.

Ik noem de drie-verbondenleer. U weet wel: werkverbond, verbond der verlossing en verbond der genade. Ik heb de ruimte niet om hier breedvoerig uit te werken waar dat ook alweer om ging – pakt u uw catechisatieboekje er nog even bij! Heel kort: in onze traditie werd onderscheiden tussen het verbond der verlossing en het verbond der genade. Het verbond der verlossing verplaatst onze gedachten naar de eeuwigheid, waar de Drieënige God zijn besluit neemt om zijn uitverkorenen te verlossen. Het verbond der genade plaatst ons midden in de tijd, waar de Here God mensen opzoekt en aanspreekt met zijn beloften. Dat verbond heeft de Here opgericht met Abraham en zijn zaad. Tot ieder die op het erf van dat verbond leeft komen de beloften van de Here God met de oproep om Hem te geloven en tot Hem te bekeren.
In de kerken die dicht naast ons stonden, liet men het verbond der verlossing en het verbond der genade samenvallen. En dat betekent dat het verbond uiteindelijk alleen voor de uitverkorenen geldt. Kuyper deed dat en ging ervan uit dat iedere gedoopte er zo’n beetje wel bij hoorde. In de Gereformeerde Gemeente liet men die verbonden ook samenvallen, maar was men minder snel met te zeggen wie er allemaal bij hoorden.

Grote zaken
Het bovenstaande lijkt theologische haarkloverij. En het is het niet. Het gaat om grote dingen. Twee punten wil ik naar voren halen. Om te beginnen: het is veel en veel logischer om twee verbonden te leren. Hoe wil je tegelijk recht doen aan Gods verkiezend handelen enerzijds en een welmenend aanbod van genade aan allen die tot het verbond horen anderzijds? Het is veel logischer om in het denken aan de verkiezing de voorrang te geven. De eeuwigheid is het eigenlijke. Een drie-verbondenleer is logisch gezien een gedrocht. Het is een krakkemikkige theologische hulplijn die durft te zeggen: jammer dan voor onze logica. Wij krijgen inderdaad met ons verstand deze dingen niet bij elkaar. Dat is niet allereerst een kwestie van onze schepselmatigheid. Maar vooral van de verduistering van ons verstand. De zonde heeft ons aangetast tot in ons denken. En ons verstand kan en mag niet de rechter zijn over Gods Woord. Ook niet als dat Woord dingen zegt die wij niet samen kunnen denken.

Het tweede punt is dit: een drie-verbondenleer geeft de ruimte om onze geschiedenis werkelijk serieus te nemen. God zoekt ons in de tijd – en wij hoeven zijn spreken tot ons in de tijd niet vanuit de eeuwigheid te relativeren. Er gebéurt iets als er gepreekt wordt. Er worden zaken gedaan als een mens gedoopt wordt en zo het teken ontvangt dat zij tot het verbond behoort. Onder de verkondiging van het Evangelie vallen beslissingen. Wie de belofte hoort en zich eraan toevertrouwt, heeft het leven. Bij een twee-verbondenleer verdampt ons leven – ook het kerkelijk leven – tot een uiteindelijk onbelangrijk voorstadium van onze eeuwige bestemming.

Bedoel ik nu te zeggen dat we de felle discussie over de verbonden nieuw leven moeten inblazen? Nee, dat bedoel ik niet. Waar het me om gaat, is dat we die twee punten zien vast te houden. Het grondige besef dat wij voor onze kennis van de Here ons eigen verstand met een stevige dosis achterdocht tegemoet moeten treden. En het even grondige besef dat in de kerk grote dingen aan de orde zijn, dat daar het Woord van de Here klinkt in de tijd en dat wij God daar werkelijk ‘hebben’ in zijn beloften. Waar het Woord van God klinkt worden zaken gedaan.

Als we die twee zaken meenemen in ons zoeken van anderen, lijkt me dat een belangrijke en vooral Bijbelse inbreng in het zoeken naar eenheid: hoe zien wij onszelf? En hoe kijken we naar de verkondiging? Bij alle veranderingen op de kerkelijke kaart die de toekomst vermoedelijk te zien zal geven, lijken dit me de zaken waar we ons niet voor hoeven te schamen. Omdat het punten zijn die ons dicht bij de kern van de Schrift bewaren.

Ds. C.C. den Hertog is predikant te Surhuisterveen


 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker