Artikel
2015-04-16
Verbondenheid in Groningen door Marie Verheij-van Beijnum

Groningen, een stad met bijna 198.000 inwoners en een CGK-gemeente met 2400 zielen. Om als grote gemeente in de stad het oog op elkaar niet te verliezen, is de gemeente ingedeeld in wijkkringen. Kerkelijk werker Ans Boven vertelt over de sterke en de zwakke kanten.

De CGK in Groningen heeft drie kerkgebouwen in de stad, telt 2400 leden en fungeert als streekgemeente. De website toont een actieve stadsgemeente. "Ze komen uit Bedum, Hoogezand, Ten Boer, Uithuizermeeden en zelfs Assen”, zegt Ans Boven (60), sinds elf jaar als kerkelijk werker verbonden aan deze gemeente. "Sommigen rijden wel twee CGK-vestigingen voorbij.”
Ze vertelt over haar werk in de tussenwoning waar ze leeft met man en zeven kinderen (bijna iedereen is uitgevlogen), aan een pleintje met een grote zandkuil. Met een milde glimlach typeert ze de gemeente waarvan ze 14 jaar lid is. "Er heerst een cultuur van geordende chaos in een gemoedelijk klimaat. Soms is dat lastig, maar het heeft ook iets sympathieks.” Groningen is een studentenstad en dat trekt een wissel op de CGK. "Wij hebben afgestudeerde studenten die een paar jaar actief meedraaien en dan vertrekken naar elders voor de baan die ze hier niet kunnen krijgen.”

Diaconale taak
Vijftien jaar geleden werd er al nagedacht over een manier om de leden die bij elkaar in de buurt wonen meer op elkaar te betrekken. Er waren groeigroepen voor Bijbelstudie. In 2001 werden een paar wijkkringen als pilot gestart. Rond 2010 werd de wijkkringindeling definitief. "Overal zijn nu wijkkringen: in de dorpen en kernen, in Groningen zelf. Sommige zijn groter, andere wat kleiner.” Ans Boven laat de gemeentegids zien: een kloek boek in een rood kaft. "Iedereen is ingedeeld. De wijkkringcoördinator is aanspreekpunt voor de wijkkring en ressorteert onder een ouderling die het totaaloverzicht heeft.”

Wat zijn de sterke punten van wijkkringen?

"De mensen wonen soms ver weg en uit elkaar. De gemeente is gastvrij, maar omdat die zo groot is, helpen de wijkkringen echt mee om je thuis te voelen. Je woont ergens, dus hoor je erbij. Je wordt meteen opgevangen. Het is de bedoeling dat ieder zich op zijn wijkkring richt om daarin de verbondenheid te ervaren.”
Primair hebben de wijkkringen een diaconale taak. "Ze zijn gericht op het omzien naar elkaar. In de wijkkringen komen de problemen beter naar boven. Men krijgt zicht op elkaar. Je hebt goed in de gaten wie er wel, nauwelijks of niet meedoen. Je probeert met elkaar mee te leven als er ziekte is en er een keer oppas nodig is. Dan gaat er een mailtje rond met de vraag wie er naar het ziekenhuis kan rijden of een keer kan koken.”

De zwakke punten?
"In sommige wijkkringen komt het geloofsgesprek onvoldoende uit de verf. Men ziet elkaar een keer of vijf per jaar: voor de barbecue, het kerstfeest en de nieuwjaarsreceptie. Als reactie daarop zijn er groeikringen geïntroduceerd. Groeikringen tellen maximaal 12 mensen die elke twee weken bij elkaar komen om samen te groeien in geloof, in getuigen en in onderlinge betrokkenheid. Er zijn natuurlijk altijd mensen die aan de rand zitten omdat ze daar bewust voor kiezen. Je kunt mensen niet dwingen.”

Commitment
Groeikringen, wijkkringen en groeigroepen: dat schept enige verwarring. "Mensen halen de termen door elkaar, want wanneer ben je een groeikring en wanneer een groeigroep? De een houdt vast aan de wijkkring en de ander wil juist de groeikring. Er zijn mensen die eerst wijkcoördinator waren en daarna leider van een groeikring. Vervolgens kunnen ze het coördineren van de wijkkring er niet meer bij doen. Een vervelend neveneffect is dat de wijkkring dan soms meer losgelaten wordt”, zegt Ans Boven. "Ook zijn er groeigroepen die niet wijkgebonden zijn en die als groeikringen doorstarten. Zo hebben we de teugels wat laten vieren en is de eis aan de groeikringen om elke twee weken bij elkaar te komen verruimd.”
Een grote gemeente als Groningen is niet makkelijk aan te sturen. "Het borrelt en bruist, je mag hier van alles beginnen en uitproberen - prachtig allemaal, maar de valkuil is wel dat voor veel activiteiten en initiatieven het bredere commitment ontbreekt, waardoor het moeilijk wordt ze vol te houden.”

Welke tendensen neem je als kerkelijk werker waar?

"Er zijn nog steeds mensen die graag naar onze gemeente overkomen, dus we zijn wel een aantrekkelijke gemeente. Toch wordt het voor kerken moeilijker om mensen - jongeren, studenten en volwassenen - bij het gemeentewerk te betrekken en vast te houden. Veel mensen zijn overbelast. De maatschappij is bijzonder gestrest. Daardoor zijn er tekorten aan ouderlingen, diakenen en jongerenwerkers. De kerkgang wordt minder en we zijn individualistischer geworden. Maar daarnaast merk je nieuw enthousiasme en is er binnen groeikringen groei in liefde voor elkaar en de wens om Gods liefde door te geven aan mensen die Hem niet kennen.”

Wordt er wel eens over gedacht te differentiëren tussen de Maranathakerk, de Jeruzalemkerk en De Hoeksteen?
"Dat gebeurt niet bewust, maar wel automatisch. Elk kerkgebouw heeft zijn eigen sfeer. Er wordt over gedacht dat wat meer uit te bouwen. Maar toen er een keer gestemd moest worden over een plan om meer toe te werken naar doelgroepgerichte diensten, kwam de gemeente in opstand en gaf zij aan alleen iets te willen met z’n allen. Dat vond ik fijn om te merken. Men kiest dan toch voor samen kerk zijn.”

Missionaire gemeenschappen
De CGK Groningen deed mee aan ”Nederland leert” om te leren hoe de kerk zich missionair kan profileren. "Dat was de stap in de richting van meer kerk zijn in de wijk, waarbij het discipelschap leidend is. Als je discipelen wil maken, moet je eerst zelf discipel zijn.” Vol vuur vertelt ze over Sheffield waar ze in 2013 kennismaakte met de missionaire gemeente. "De verbinding tussen de mensen is daar de missie, een mooie manier om mensen te verbinden. We zijn bezig om gemeentebreed na te denken over het missionair zijn in je eigen buurt. Dat gaat stapsgewijs. Het is een proces en een andere manier van denken. We hebben altijd gezegd: We zetten de deuren open en kom bij ons. Nu worden we ons er steeds meer van bewust dat we naar hen toe moeten.”

Waar staat de CGK Groningen in 2020 als het aan u ligt?
Weer die lach en dan vertelt ze over haar droom. "Mijn ideaal is dat we overal, in en buiten de stad, kleinschalige geloofsgemeenschappen hebben waar ook mensen die nog niet of nauwelijks geloven bij mogen horen. En dat de CGK het centrum is, waar mensen zich kunnen opladen voor vorming en toerusting. Ik zou dan het liefst werken met een jaarthema. Als je vandaaruit preekt en de groepen bedient, versterkt het elkaar. Geef dan alle missionaire groepen wekelijks een gesprekspapier, want dan ben je samen met hetzelfde bezig: als gemeente en op je eigen plek. Zo word je als kerk zichtbaar.”

Is uw geloof in de afgelopen jaren veranderd?

Na een korte stilte: "Ik ben veel meer gaan leven vanuit de genade. Ik weet dat God van mij houdt. Als ik een keer de verkeerde afslag neem, zorgt Hij ervoor dat ik weer op de weg kom. Daarnaast heb ik leren zien dat je als kerk veel van andere gelovigen kunt leren. Dat is wat God wil: dat we elkaar erkennen als gelovigen.”



 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker