Artikel
2015-04-28
Meditatie: Lied vóór de bevrijding door A.J. van der Toorn

Mijn hart is bereid, o God (…) ik zal de dageraad doen ontwaken. Psalm 57: 8-9

Vorig jaar las ik Elie Wiesels boek Nacht, dageraad, dag. Hij overleefde Duitse vernietigingskampen en doet in dit boek daarvan kort maar aangrijpend verslag. In het kamp aangekomen zag hij hoe baby’s in het vuur werden gegooid. Jaren later schrijft hij: ‘Nooit zal ik die nacht vergeten, de eerste kampnacht, die van mijn leven één lange, zeven maal vergrendelde nacht heeft gemaakt …’ Nooit zal ik vergeten. Wij vieren dodenherdenking en bevrijdingsdag om niet te vergeten en om vast te blijven houden aan het ‘Nooit weer’ dat we zeiden toen de oorlog voorbij was.


Zingen in de nacht …
Nooit weer … Maar de nacht van oorlog en verschrikking is in onze wereld nog niet voorbij. Mensenlevens worden verscheurd en vernietigd. Het donker van angst, vluchten en sterven vangt kinderen, gezinnen, mannen en vrouwen. En zomaar raakt dat donker je persoonlijk. Nacht, angst.

Psalm 57 is een lied voor in de nacht. Gevoelsmatig willen we ‘ik zal de dageraad doen ontwaken’ het liefst ’s morgens zingen, maar God gaf dit lied om er de nacht mee door te komen. Als een herberg, een plek waar je veilig een nachtje over kunt blijven. Zoals het lied past bij wat David meemaakte toen hij een spelonk invluchtte om zijn leven te redden.

Daarmee stond Davids leven op spanning. Vooral Gods belofte aan hem. Want David moest vluchten voor Saul, terwijl hij door God zélf was aangewezen als Sauls opvolger. Maar 1 Samuël 27: 1 denkt David: ‘Ik zal op een dag nog eens door Sauls hand weggevaagd worden’.

Gods belofte is vast en zeker. Maar die zekerheid is een aangevochten zekerheid. Je kreeg Gods belofte dat Hij zijn werk in jouw leven niet zal loslaten. En je leerde in vertrouwen op Hem je weg te gaan. Maar toen het nacht voor je werd, wist je niet meer wat je met Gods belofte moet. Waar geloof en vertrouwen was, is nu angst en onzekerheid. Voor die momenten geeft God deze psalm: om zingend jezelf in veiligheid te (laten) brengen.

Morgen zal het Pasen zijn
‘… ik neem mijn toevlucht onder de schaduw van Uw vleugels’ zingt David. Ook in Maleachi 4: 2 wordt het beeld van Gods vleugels gebruikt. Ook daar hebben die vleugels te maken met het einde van de nacht: ‘Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn …’. Het licht van deze zon zal het boze verjagen en de door de dood bedreigde redden. Om het stralen van deze reddende zon over de hele aarde wordt in beide refreins (vers 6 en 12) van Psalm 57 gebeden.

Schuilen onder Gods vleugels belooft dus het einde van de nacht! Om rustig te worden in de nacht mag je voor en over de Heere zingen. Want dát brengt de morgen dichterbij. Zingend en spelend ‘zal ik de dageraad doen ontwaken’.

De morgen is namelijk het moment van Gods ingrijpen. Israël heeft daar het nodige van ervaren. Zo liet de HEERE voor de zo belangrijke overwinning op Jericho Israël in de vroege morgen vertrekken (Jozua 6). Het komen van de HEERE om Israël te vernieuwen wordt vergeleken met de zonsopgang (Hosea 6). En Psalm 46 zingt over Gods stad: ‘God zal haar helpen bij het aanbreken van de morgen’.

De morgen, al in het Oude Testament, heeft dikwijls de veelbelovende spanning van Gods ingrijpen! En je ontkomt er dan niet aan om in de morgen ‘Pasen’ te horen. De beloofde morgen van Gods ingrijpen, zijn overwinning op de nacht, de dood.

Dan kan de nacht zo donker niet zijn of er is reden om toch te zingen … Goddank!

Zingen tot het morgen is
In vers 4 zegt David dat de Allerhoogste vanuit de hemel zal zenden om te verlossen. De naam van Jezus de Messias zit in dat woord ‘verlossen’. Hij is gekomen en maakte een eind aan de nacht van zonde, lijden en dood. Het werd Pasen. Jezus heeft de dood verslagen … maar nog niet vernietigd. De nacht is nog niet helemaal voorbij. En soms voelt het als ‘helemaal niet voorbij’. In de wereld, bij onszelf.

God wil Israël en ons zingend leren wachten op die ene morgen waarop geen avond meer volgt. Zoals Jesaja spreekt over Gods toekomst (60: 19v): ‘De zon zal voor u niet meer zijn tot een licht overdag
en als een schijnsel zal u de maan niet verlichten, maar de HEERE zal voor u zijn tot een eeuwig licht
en uw God tot uw sieraad. Uw zon zal niet meer ondergaan en uw maan zal zijn licht niet intrekken,
want de HEERE zal voor u tot een eeuwig licht zijn en aan de dagen van uw rouw zal een einde komen’.

Ds. Rob van der Toorn is predikant te Haarlem


 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker