Artikel
2015-04-28
Woordwerk: 'Mijn God, hoe snel vergeet men zijn bevrijding!' Vrijheid: een Bijbels kernbegrip

door G.C. den Hertog

Wanneer dit nummer verschijnt is het bijna 4 en 5 mei. Het is dan zeventig jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog eindigde. Toch is er geen discussie over de vraag, of we deze dag wel moeten blijven vieren. Het gaat alleen over de inhoud ervan: staat de Tweede Wereldoorlog centraal of nemen we het ruimer? Maar hoe lang ook geleden, het thema bevrijding heeft niets van zijn glans verloren. Dat roept de vraag op: Wat is dat toch met vrijheid? Maar ook: heeft iedereen het over dezelfde vrijheid?

In dit artikel ga ik als volgt te werk. Ik begin met in een paar pennenstreken te schetsen wat de Bijbel vrijheid noemt. Vervolgens leg ik daar naast wat er vandaag onder wordt verstaan en maak ik een vergelijking.

Uittocht
Een centrale gebeurtenis in het Oude Testament is de bevrijding van het slavenvolkje Israël uit Egypte. Maar het is niet het een en al. Er volgt iets op en er gaat iets aan vooraf. Wat erop volgt zat er van meet af aan in: bevrijding is bevrijding tot dienst aan de HERE. Mozes zal Israël bij de berg brengen en daar zullen zij de HERE dienen (Ex. 3: 12). Het gaat er in de bevrijding dus niet om alleen maar jezelf te kunnen zijn, maar om tot je ware bestemming te komen.

Er gaat ook het nodige – een heel Bijbelboek – aan de bevrijding uit Egypte vooraf. Aan het begin van de Bijbel wordt de mens door de HERE in de hof gezet, waar de boom van het leven in het midden staat. Leven is verbonden zijn met Hem, die leven is. De HERE gebiedt de mens het leven in Hem te zoeken, door te horen naar zijn Woord dat leven is en leven geeft. Al wordt het woord vrijheid niet gebruikt, alleen dít leven mag vrijheid heten.

Of juist niet? Dat is de wig die de slang tussen de mens en zijn Schepper drijft. Hij wrikt hem los van het Woord, door wat de HERE gezegd heeft te verdraaien. Twijfel zaait hij. ‘Denk je echt dat alleen God kennen leven mag heten? Welnee, ware vrijheid is zelf kunnen uitmaken wat goed is en wat kwaad.’ Dat laatste houdt ook in: voor schepper spelen. Het was ook het lokkertje: ‘je zult als God zijn’. Maar de slang vertelde er niet bij dat zelf uitmaken wat goed en kwaad is ook betekent dat je een maatstaf moet hebben om te weten wat goed en kwaad is en dat je er vervolgens óók garant voor moet kunnen staan dat dat goede zich verwerkelijkt.

De schade lijkt in Genesis 3 voor het oog nog beperkt. Maar als we een bladzijde omslaan zien we dat het een geweldige vergissing is dat te denken. Het kwaad spoelt vernietigend de wereld binnen. De vrijheid die de slang geeft blijkt erin te kunnen bestaan dat je je broer het licht in de ogen niet gunt en dat je als God je rekenschap vraagt Hem brutaalweg antwoordt: ‘Moet ik soms waken over mijn broer?’

Je kunt natuurlijk proberen dit als vrijheid aan de man te brengen. Maar de aansluiting op de boom van het leven, op God zelf als de bron van het leven, heeft plaatsgemaakt voor een bestaan dat een leugen is. De vrijheid waarin de mens zich nu rijk rekent staat in het teken van dood en verderf. Het betekent intussen wel dat er van vrijheid slechts in heel beperkte zin sprake is. Je bent immers niet vrij tot het goede. En je hebt de zekerheid van de dood – en het oordeel van God  – vóór je.

Christus
In Romeinen 5 en 6 tekent de apostel op een uiterst geconcentreerde manier wat de komst van Christus aan bevrijding inhoudt. De zonde heerste als koning, schrijft hij. En als hij aan ‘als koning heersen’ denkt, heeft hij niet iets als het moderne ceremoniële koningschap in gedachten. Nee, dan gaat het om een koning die onbegrensde macht uitoefent, over leven en dood.

En niet alleen de zonde heerste, van de dood zegt Paulus hetzelfde. Is de dood dan een iemand? Nee, dat niet, maar de dood regeert wel als een iemand. Onverbiddelijk. Meedogenloos. De rebellie tegen God laat niemand onberoerd. En de dood waarvoor je in de zonde kiest doet dat evenmin.

Wat blijft er dan van onze vrijheid over? Nu, zeg het maar. Of liever, lees hoe Paulus tegenover deze bittere en uitzichtloze slavernij de weg van Christus tekent, als een onvoorstelbare boodschap van genade en redding. Hij heeft zich tot zonde laten maken en de dood als scheiding van God op zich genomen, om verloren zondaars het leven te hergeven. Paulus schrijft dan iets heel opmerkelijks, namelijk dat zij die de overvloed van de genade en de gave van de gerechtigheid ontvangen, zullen leven en als koningen heersen, door de ene Jezus Christus! Dus niet langer: overheerst worden, maar zelf heersen. Is dat niet de ultieme vrijheid?!

Let wel: van deze vrijheid is pas sprake als je levend gemaakt bent. Bij het graf van Lazarus zegt Christus: ‘Ik ben de opstanding en het leven.’ In de Bijbel kan over leven pas gesproken worden wanneer we de dood achter ons gelaten hebben. Dat heeft Paulus ook op het oog. Vandaar de volgorde: eerst ‘leven’, en dan ‘als koningen heersen’. De Evangelist Johannes tekent uit de mond van Christus op: ‘Als dan de Zoon u vrijmaakt, zult u in de ware zin van het woord vrij zijn.’

Deze vrijheid en dit als koningen heersen is – dat mag duidelijk zijn – niet leeg en onbepaald, maar inhoudelijk gevuld door liefde, tot God en de naaste. De ware vrijheid is de vrijheid om God en de naaste van binnen uit lief te hebben.

Vrijheid vandaag
Als we met deze korte verkenning van Bijbelse gegevens in het achterhoofd naar de wereld van vandaag gaan komen we in een heel andere sfeer. Vrijheid is vandaag vooral: zelf je leven vorm kunnen geven. Een bekende liberale leus is dat mijn vrijheid ophoudt waar die van de ander begint. Daaruit valt het nodige op te maken.

In de eerste plaats is ermee gezegd dat in onze vrijheid de ander niet écht een plek heeft. Het draait om mijn levensontwerp, waaraan ik het liefst maximaal gestalte geef. Natuurlijk, ik leef niet op mijn eentje. De ander mag er ook zijn, ik heb hem of haar ook nodig, maar volgens deze stelregel als het er op aankomt slechts voor zo ver of zolang hij of zij mijn leven verrijkt.

In de tweede plaats vormt de ander de begrenzing, om niet te zeggen: de bedreiging van mijn vrijheid. Want net zo min als ik het prettig vindt dat mijn vrijheid zich moet laten inperken vindt die ander dat ook. Hier ligt een bron van conflicten, zoals we uit ervaring weten.

In de derde plaats houdt het in dat de vrijheid geen inhoud heeft. Vrijheid is – dat is het dogma van vandaag – dat je het helemaal zelf mag uitzoeken. Het leven is ‘jouw feestje’. In de Bijbel – en de Heidelberger Catechismus – daarentegen wordt vrijheid als liefde gekarakteriseerd. Iemand die in het zakenleven, muziek of sport de ‘top’ haalt, maar van zijn leven verder een puinhoop maakt, mag dan vandaag ‘vrij’ heten, de Bijbel heeft er een ander woord voor: uitzichtloos slaaf van de zonde.

Crisis
Dat deze idee van vrijheid in onze westerse wereld dominant is geworden heeft intussen wel zijn gevolgen. Er is sprake van een ‘allergie’ voor welke vorm van bemoeienis met mijn persoonlijk leven dan ook. De BBC zendt deze weken een driedelige documentaire uit onder de titel ‘Seks en de kerk’. Presentator is Prof. Diarmaid MacCulloch, auteur van een groot overzichtswerk over de reformatie. In de eerste aflevering stond meteen de vraag centraal hoe het toch mogelijk was geweest dat de kerk zo lang had geregeerd over de levens van mensen. Seksualiteit is toch bij uitstek die sfeer, waarin een mens zichzelf mag zijn?! Onbegrijpelijk dat de westerse wereld zich bijna tweeduizend jaar aan strakke regels heeft laten binden.

Na het kijken was mijn reactie: in welke wereld leven de mensen die deze documentaire hebben gemaakt? Ik geef onmiddellijk toe dat de kerk vaak een negatieve visie op seksualiteit heeft uitgedragen, met grote schade. Maar als we naar vandaag kijken, met gruwelijk seksueel geweld in India, kinderporno in onze westerse wereld, uitbuiting van Oost-Europese vrouwen die onder valse voorwendselen als prostituee hierheen zijn gehaald, over wat voor vrijheid hebben we het dan?! De seksuele revolutie heeft als ‘verworvenheid’ dat seks is losgemaakt uit een bestendige relatie van liefde. McSex is de treffende titel van een boek van voormalig PvdA Tweede Kamerlid Myrthe Hilkens. Is dat niet – lege vrijheid, vrijheid zonder liefde?

Boven deze alinea heb ik het kopje ‘crisis’ gezet. Want er speelt veel meer. We hebben net de discussie gehad rond de salarisverhoging die de top van ABN Amro zichzelf had toegekend. Het meest opvallend vond ik de verbazing bij de mensen van de bank. Het was duidelijk: ze meenden oprecht dat ze zich nog hadden ingehouden. Hoe kan men vandaag zo het contact met het grondvlak kwijtraken en ook de vraag vergeten wat dit met de bankmedewerkers doet die al een paar jaar hebben moeten inleveren? Wat heb je per saldo precies aan de honderdduizend extra? Het is ook niet het geld, het gaat om wat je waard bent, om je ‘transfersom’. Ben je dan echt vrij, of cirkelt je leven om de streling van je ego? Ik las recentelijk een artikel waarin stond dat je een eeuw geleden alleen een goede bankier was, als je voor je mensen opkwam. Waar is dat besef gebleven?

Een laatste voorbeeld: Wat gebeurde er eind februari jl. in Rome, toen Feyenoord er een Europaleague wedstrijd speelde? Wat voor geest voer er in de ‘supporters’, die die middag in de stad huishielden en een fontein zwaar beschadigden? Ze moeten wel een baan hebben om zo’n reisje te kunnen bekostigen, ze zullen in het bedrijf waar ze werken ook redelijk functioneren, anders vlieg je er wel uit. Vanwaar dan die agressie en vernielzucht? Waarom geeft hun dat een kick? Het zijn losse observaties, maar er is wel degelijk verband en het lijkt me genoeg om te spreken van een crisis.

En wij?
Ik heb het een en ander gelezen van wat er in 1945 na de bevrijding in ons land zo al is gezegd en geschreven. Dankbaarheid was er voor de bevrijding die God gaf en die een einde maakte aan de onderdrukking van Nazi-Duitsland. ‘Jullie zijn ertoe geroepen om vrij te zijn’, schrijft Paulus in Galaten 5, ‘misbruik die vrijheid dan niet als een invalspoort voor de zonde, maar dien elkaar door de liefde.’

Er zit veel angst in onze huidige samenleving. We zien ons bedreigd door een militante vorm van islam. De vrijheid om te kunnen zeggen wat we willen, zonder ons af te vragen of we anderen kwetsen. Een vrijheid zonder midden, een vrijheid ook die niet de ander zoekt en niet op verbinding uit is. Een vrijheid die zijn kern niet heeft in het dienen door de liefde.
Als Paulus spreekt over tot vrijheid geroepen zijn doet hij geen appel op krachten in de mens zelf. Aan het begin van Galaten 5 heeft hij gezegd dat Christus ons heeft bevrijd opdat wij écht vrij zouden zijn, dat is: uit Gods genade in Christus elkaar dienen door de liefde.

‘Mijn God, hoe snel vergeet men zijn bevrijding!’, heb ik boven dit artikel gezet. Het is een zin uit de berijming van Psalm 78. Het vers gaat verder: ‘Blijdschap valt licht ten offer aan ontwijding, Gij Heer, die heilig zijt en heilig voorging, vergeten zijn uw heil en uw verhoring.’ De enige remedie, de enige bevrijding met inhoud en toekomst is als de boeien van satan worden losgemaakt (Lucas 13: 16)! Dat zegt Jezus op de sabbat, in de synagoge. En het is een belofte van wat Hij vandaag in ons ons samenkomen als gemeente ook wil doen!

Prof.dr. G.C. den Hertog is hoogleraar systematische vakken aan de TUA







 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker