Artikel
2015-06-09
Woordwerk: Vergeten vreemdelingschap ‘Ik ben o Heer een vreemd’ling hier beneên.’ Het is de beginregel van Psalm 119 vers 10 in de berijming van 1773. Geliefde woorden in onze kerken en traditie. Toch is het de vraag hoe vreemd deze vreemd’ling ons geworden is. Kunnen we ons nog werkelijk identificeren met de dichter van deze psalm? Of hoeft dat ook niet?

Wie de Bijbel er op naslaat, ontdekt al snel dat er heel wat vreemdelingen in voorkomen. Vreemdelingen zijn mensen die leven buiten de grenzen van hun eigen vaderland. Ze bevinden zich in den vreemde. Dit zet hen in een bijzondere positie. Vreemdelingen zijn kwetsbaar. Ze krijgen al snel het gevoel er niet echt bij te horen. Hun verblijf blijft iets voorlopigs houden. Degenen tussen wie ze zich ophouden verwachten dat ze mogelijk wel weer een keer vertrekken. Ze zijn immers niet ‘van hier’, maar ‘van daar’. Hun gewoontes, hun do’s en don’ts worden bepaald door hun afkomst. Ze dragen in zichzelf een ander bestaan met zich mee, dat vast wel raakvlakken heeft met de cultuur en omgeving waarin ze terecht zijn gekomen. Maar er is ook sprake van afstand. Een vreemdeling is vaak toch wel een beetje vreemd.

Asielzoekers
We komen ze in de Bijbel op twee manieren tegen. Allereerst in letterlijke zin. In Genesis 12 is Abraham een vreemdeling in Egypte, wanneer hij voor de hongersnood op de vlucht is. In hoofdstuk 20 is hij te gast bij de Filistijnen in Gerar. Lot ontvangt gastvrij twee engelen, terwijl de inwoners van Sodom hen belagen (Gen. 19). Elimelech ontvlucht de hongersnood in het broodhuis Bethlehem en zoekt zijn toevlucht in Moab (Ruth 1: 1). En Job ontvangt de vreemdeling in zijn huis (Job 31: 32).
In de wetten van het volk Israël worden vreemdelingen in één adem met weduwen, wezen en armen. De Here God biedt hen extra bescherming. In het Nieuwe Testament identificeert Jezus zich met vreemdelingen en asielzoekers in Matth. 25: 35. ‘Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald.’ Bij het laatste oordeel zullen degenen die zalig worden dan vragen: maar wanneer hebben wij dat dan gedaan (vers 38)? Dan zal de Koning antwoorden (vers 40): ‘voor zover u dit voor één van de geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan’.
Wie leest hoe de Bijbel spreekt over vreemdelingen, wordt zich bewust van de kwetsbare positie waarin asielzoekers verkeren die een toevlucht zoeken binnen onze landsgrenzen. Een bewustwording die niet zonder gevolgen kan blijven voor onze omgang met hen.

Vreemdelingschap als identiteit
Er blijkt echter meer aan de hand te zijn rondom vreemdelingschap. Niet alleen wordt ons in de Bijbel de weg gewezen in de omgang met vluchtelingen, of de hoop gegeven dat je als vluchteling ergens op rekenen mag. Ten diepste wordt elke gelovige een vreemdeling genoemd.
Vreemdelingschap is onderdeel van de identiteit van het volk Israël. Ook wanneer Abram zich niet in Egypte of Gerar bevindt, is hij nog altijd een vreemdeling. In Hebr. 11: 9 wordt over hem getuigd dat hij ook in het land van de belofte een inwoner is geweest ‘als in een vreemd land’. Jakob benoemt zijn hele leven zelfs als ‘jaren van mijn vreemdelingschap’ (Gen. 47: 9).
In het Nieuwe Testament staat heel 1 Petrus in het teken van vreemdelingschap. Gelovigen worden aangesproken als ‘vreemdelingen en bijwoners’. Kerntekst is wel 1 Petrus 2: 11, waar staat: ‘Geliefden, ik roep u op als bijwoners en vreemdelingen u te onthouden van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen de ziel.’ Petrus brengt daarmee onder woorden, dat elke christen ten diepste geen ingezetene is van de wereld waarin hij woont. Hij heeft geen burgerrechten en is daarmee achtergesteld ten opzichte van zijn omgeving.

Christus, de vreemdeling bij uitstek
In feite gaat het bij ‘vreemdelingschap’ dan ook om het navolgen van Christus. Hij is als de door God gegeven Zoon de vreemdeling bij uitstek. In Christus komen hemel en aarde bij elkaar. Hij is het Woord dat uit de hemel is neergedaald en vlees is geworden, God en mens ineen. Wanneer Hij de Zijnen roept en die Hem liefhebben en leren navolgen, betekent dat dat Zijn Geest intrek in hen neemt. Niet langer zijn ze het eigendom en onderdeel van de zonde en de in zonde gevallen wereld. Ze zijn het eigendom van Christus. Daarmee zijn ze ingezetenen geworden van een ander land, dat niet van deze wereld is: het Koninkrijk van God. Paulus kan daarom ook schrijven in Filip. 3: 20:  ‘Ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Here Jezus Christus’.

Afstand én deelname

Vreemdelingschap bepaalt wie je als christen bent en hoe je je verhoudt ten opzichte van de wereld waarin je woont. Het drukt uit dat je identiteit niet samenvalt met die van de jou omringende wereld. Je levenswandel wordt bepaald door een hemels burgerschap. Dit bepaalt je handelen en de keuzes die je maakt.
Het is daarbij spannend dat de Bijbel een christen nergens oproept zich in isolement af te zonderen. Alhoewel hij een vreemdeling is en er daarmee sprake is van een zekere afstand tot zijn omgeving, is het de bedoeling dat hij zijn taak in de maatschappij waarneemt. Een christen is geen afzijdige burger, die geroepen wordt zich terug te trekken in zijn eigen subcultuur. Petrus spreekt over ‘uw wandel onder de heidenen’ (1 Petr. 2: 12). Juist door te midden van hen te leven kunnen de heidenen de goede werken waarnemen. Opdat daardoor God verheerlijkt zal worden. De deelname van christenen aan de hen omringende wereld en maatschappij heeft dus een sterke diaconale en missionaire spits.

Vreemdelingschap ons vreemd?
In hoeverre is ons dit vreemdelingschap vreemd geworden? We vinden het vaak maar moeilijk onze houding in de wereld te bepalen. Het lijkt telkens weer het één of het ander te zijn: of een al te kritiekloos meegaan in het schema van de wereld rondom ons. Óf een zich terugtrekken en verschansen in eigen kring.
Beiden doen echter geen recht aan wat de Schrift zegt. Elke gelovige is per definitie vreemdeling in een nog onverloste en onvolmaakte wereld, die in de greep is van zonde en dood. En vreemdelingschap brengt met zich mee zowel een kritische, innerlijke afstand als een bewust leven in die wereld. Wat het moeilijk maakt, is dat het niet op voorhand duidelijk is wanneer en waar de afstand of juist de nabijheid gestalte moet en kan krijgen.

Kompas
Wat dus nodig is, is een kompas. Het is de missie van Jezus geweest om ons daarin voor te gaan. Concentratie op de God en mens Jezus Christus leert ons met hart en ziel vreemdeling te zijn.
Daarbij zal elke christen merken dat er zoveel is dat niet past in het denken en doen van de wereld om hem heen. Om enkele voorbeelden te noemen: Christus’ opstanding verandert ons denken over en omgaan met sterven en rouw definitief. Zijn omgang met zondaren leidt onherroepelijk tot een andere omgang met falende bestuurders, bankiers en politici, dan in onze maatschappij gebruikelijk is. Voor onze omgeving kunnen dat ‘vreemde’ opvattingen zijn, die er mogelijk toe leiden dat we inderdaad als vreemdelingen gezien worden.

Aangezien vreemdelingen doorgaans een minderheid vormen, maakt het hen kwetsbaar voor spot en hoon. Toch is dat onze roeping: in concentratie op Christus anders te zijn.
Diezelfde concentratie op Christus leert elke gelovige echter ook met hart en ziel als vreemdeling deel te nemen aan het leven om hem heen. Wie niet meer deelneemt, is ook geen vreemdeling meer. Hij heeft zijn eigen universum geschapen. Dat is echter niet zoals het Koninkrijk van God is gekomen in Christus. Dat Koninkrijk is weliswaar niet van deze wereld, maar tegelijk ook niet wereldvreemd. Het daalt juist in tot de kern van ons menselijk bestaan: de zondeval en de dood die daarop als straf gekomen is. Daarvan bevrijdt ons Christus. Wie in die bevrijding deelt en leeft, wekt bevreemding, maar is als zodanig ook getuige van het heil dat gekomen is en in volheid komen zal. Pas daar, bij Christus’ wederkomst, is de vreemdelingschap vergeten. ‘En wij, wij zijn in het vaderland’ (Gezang 291: 2).

Drs. Florimco van der Rhee is predikant van de Ontmoetingskerk Rotterdam – Oost / Capelle a.d. IJssel

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker