Artikel
2015-07-10
Nader Bekeken: Stommetje spelen?

door J.A. Voorthuijzen

Hoe maak je jezelf verstaanbaar in een drukke winkelstraat? Wat doe je als je opeens met dove medemensen geconfronteerd wordt, de gebarentaal niet beheerst en geen pen en papier bij de hand hebt. Wat is wijs om te doen als het gesprek in de kerk verstomt. Als de kerkenraadsvergadering een matte vertoning dreigt te worden en de classis in een halfjaarlijks verplicht nummer ontaardt: een vernuftig soort stommetje spelen? Waar moet het heen als synodale besprekingen dreigen te verzanden?

Rond het thema van de kleine gereformeerde oecumene werd op de laatste synode door deputaten eenheid geconstateerd, dat het gesprek hierover op synodaal niveau stagneert. Maar de conclusie die ook getrokken werd en meer pijn doet, is dat de dialoog op classicaal niveau niet meer gevoerd lijkt te worden. Gelukkig hebben deputaten het niet bij deze conclusies gelaten, maar via een schrijven aan alle kerken de oproep gedaan hiermee serieus aan het werk te gaan. Een toelichting daarop is verderop in dit nummer te lezen. Naar aanleiding daarvan een aantal persoonlijke conclusies.


Het raakt ons allemaal

De gemiddelde wekkerlezer denkt wellicht dat dit dilemma een exclusieve zaak van de ambtsdrager is en om die reden prima via uitgaven als Ambtelijk Contact voor het voetlicht gebracht kan worden. Dat het dus geen aandacht in De Wekker behoeft te krijgen. Mijn stellige overtuiging is dat dit te kort door de bocht is. Het feit dat het gesprek op de classis stil dreigt te vallen is het probleem van ons allemaal. Als binnen de plaatselijke kerken de waarde van het kerkverband niet (meer) gezien en beleefd wordt, worden de ambtsdragers die haar vertegenwoordigen feitelijk niet meer met mandaat afgevaardigd. Wie dan toch gaat, houdt de schijn op. Het gebed in de kerkdienst om een gezegende en inspirerende vergadering van classis of synode verwordt dan tot een farce. Het is pijnlijk om te schrijven, maar als de plaatselijke betrokkenheid op het grotere geheel van ons kerkverband echt zo laag is als ik schets, moeten we geen grote verwachtingen van onze meerdere vergaderingen hebben. Gezegend de afgevaardigden, die wél weten dat zij met een geestelijke lastbrief afgevaardigd zijn en een oprecht biddende gemeente achter zich hebben staan.


Verstomd gesprek

Gezegend de ambtsdrager, die na een lange vergadering weer met nieuwe moed afreist en een positief verslag van de gehouden vergadering weet af te leggen. "Het heeft de heilige Geest en ons goed gedacht om ….”. Ik vermoed dat de meeste openingszinnen van de terugkoppeling anders beginnen. Ik vermoed ook dat de constatering van genoemde deputaten eenheid, dat het gesprek over de bredere kerkelijke eenheid (naar binnen en naar buiten) onvoldoende gevoerd wordt, een terechte constatering is. Het feit dat hier opvolging aan gegeven wordt, zoals door het schrijven van deputaten, is ronduit sympathiek. Maar de vraag is hoeveel ons dat verder gaat brengen? De geformuleerde opdracht die naar de classes is gegaan, is namelijk alleen inhoudelijk van aard. Maar de reden dat het gesprek is verstomd en de classis van een matheid is doortrokken, zou wel eens heel andere grondoorzaken kunnen hebben, dan alleen een inhoudelijk verschil aan inzicht of samenwerking met andere kerken mogelijk is en zo ja hoe deze dan gestalte moet krijgen. Daarom ben ik er niet gerust op dat een nieuwe ronde inhoudelijke gesprekken alleen ons verder gaat brengen. Naast het geconstateerde probleem van de geringe betrokkenheid op het grotere geheel van ons kerkverband zie ik nog een tweede onderliggend vraagstuk.


Elkaar vertrouwen

Als ik in zakelijk verband met de vertrouwenskwestie geconfronteerd wordt gaan bij mij eerst alle stekels overeind. Vertrouwen en wantrouwen zijn ongrijpbare monsters. Maar toch vrees ik dat we eerlijk naar elkaar moeten zijn, en daar waar het gesprek echt is verstomd, moeten we het toch maar eens over de vertrouwensvraag hebben. Hebben wij er oprecht vertrouwen in dat kerkenraad en gemeente van woonplaats X er alles aan doen om dicht bij de Bijbel te leven en te zoeken naar de beste manier om de Here God in de cultuur van 2015 te dienen, zoals Hij gediend wil worden? Hebben wij er vertrouwen in dat een vergadering onder leiding van br. Y een goede en opbouwende vergadering kan worden. Durven we het aan br. Z naar de meerdere vergadering af te vaardigen of denken we dat hij dan zijn persoonlijke voorkeuren de boventoon zal laten voeren? Hebben we de wil om door elkaars gewoonten en gebruiken heen te kijken en door het taalkleed van elkaar heen te luisteren? Of hebben wij op voorhand onze conclusies getrokken en onze mening gevormd en willen we die voor geen goud meer bijstellen?


De ander uitnemender achten

Een gesprek over het onderlinge vertrouwen is niet eenvoudig, maar als wij dat doen in de gezindheid van onze Here en Heiland moet dat toch mogelijk zijn. Dan kost dat maar een paar avonden of dagen. De zegen er op zal groot zijn. En met de juiste geestelijke houding hoeft het ook niet zwaar te vallen:

"Als er dan enige bemoediging is in Christus, als er enige troost is van de liefde, als er enige gemeenschap is van de Geest, als er enige innige gevoelens en ontfermingen zijn, maak dan mijn blijdschap volkomen, doordat u eensgezind bent, dezelfde liefde hebt, één van ziel bent en één van gevoelen. Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf. Laat eenieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat eenieder ook oog hebben voor wat van anderen is” (Fil. 2: 1-4).

Het kan toch niet zo zijn dat deze oproep van onze Here en Heiland alleen maar betrekking heeft op de individuele gelovige in de plaatselijke gemeente en dat het niets, maar dan ook helemaal niets te zeggen heeft hoe kerken onderling met elkaar om hebben te gaan in het Koninkrijk der Hemelen?

En zou die gezindheid ons niet kunnen verlossen van onze vooroordelen en vastgeroeste meningen? Zou dit ons niet kunnen helpen om onze ingesleten patronen van "stommetje spelen” te doorbreken en met nieuwe elan het gesprek over kerkelijke eenheid en verscheidenheid weer aan te gaan. Om vol vertrouwen en met groot respect de ander tegemoet te treden en alles op alles te zetten om elkaar weer opnieuw te leren verstaan?


Er is hoop!

Was ik tot nu toe al te negatief? Schreef ik al te somber en had ik geen oog voor het vele goede dat we als kerken iedere dag weer van de Here krijgen? Misschien wel, maar ik merk dat het mij diep van binnen raakt als ik zie hoeveel moeite het ons kost om in elkaars ziel te kijken. Het vraagt blijkbaar veel om met twee oren naar elkaar te luisteren. Maar tegelijkertijd ben ik er vast van overtuigd dat waar de wil ertoe aanwezig is, zaken zullen veranderen. Ik weet van kerkelijke vergaderingen die eerder moeizaam verliepen, maar waar met inzet van alle betrokkenen gewerkt is aan hernieuwd vertrouwen, waardoor het onderlinge gesprek nieuw elan heeft gekregen. Wie de tijd neemt om zich in de echte uitdagingen van de kerk te verdiepen, zal trouwens merken dat de problemen links en rechts op het schip veelal hetzelfde zijn. Overal komt de roest er door en moet er met veel inzet en gebed, gebikt, geschuurd, geplamuurd en geverfd worden. De uiteindelijke kleur zou er wel eens minder toe kunnen doen dan wij denken.

Maar ik ben vooral niet somber gestemd omdat de geschiedenis van de kerk laat zien dat de Heilige Geest werkt en dat Zijn werk niet te stuiten is. Op het Pinksterfeest wist Hij de al sinds mensenheugenis bestaande taalbarrières te doorbreken. Met de inzet van bekwame broeders en zusters die de gebarentaal beheersen weet Hij ook dove broeders en zusters te bereiken. En dat terwijl wij belijden dat het geloof uit het gehoor is!

Zo zal het voor diezelfde Geest ook mogelijk zijn het kerkschip van 2015 de koers te wijzen naar de veilige haven. Want de Geest spreekt alle talen én doet ons elkaar verstaan!

 

J.A. Voorthuijzen maakt deel uit van de redactie en is ouderling van de kerk van Kampen


 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker