Artikel
2015-07-10
Interview: 'De Geest spreekt ook gebarentaal'

Een ontmoeting met de gaande en de komende dovenpastor

door Gerdien Starreveld-van Langevelde

‘Blindheid scheidt ons van de dingen, doofheid scheidt ons van de mensen’, schreef de 18e-eeuwse filosoof Immanuel Kant. Om die reden hebben de Christelijke Gereformeerde kerken sinds de jaren zestig een speciale dovenpastor aangesteld. In augustus wordt de huidige dovenpastor, ds. A. Dingemanse uit Zwolle, opgevolgd door ds. M. Visser uit Nunspeet. Een goede gelegenheid voor een ontmoeting.

"Doven horen erbij.” Deze woorden zijn ds. Dingemanse uit het hart gegrepen. Dove leden zijn voluit leden van de gemeente van Jezus Christus. Ze moeten kunnen meedoen in de kerk. Negentien jaar heeft hij met en onder hen gewerkt. Het uitte zich in volle agenda’s met bezoekwerk, catechese, Bijbelkring, preken en vergaderen, waarbij de ochtenden vaak geblokt stonden voor voorbereiding, contact via e-mail, sms en Skype.

Nederland telt zo’n 1000 tot 1200 christelijke doven. Hoe kan één Zwolse dominee zoveel mensen in zo’n groot gebied bedienen?

Ds. Dingemanse: "Er zijn drie regio's gecreëerd, dankzij de samenwerking binnen het interkerkelijk dovenpastoraat met de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) en de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De drie kerken hebben elk één of twee pastors aangewezen met een bepaald mandaat binnen deze kerken. Zo hebben de NGK een kerkelijk werker die zich vooral richt op kinderen en jongeren. De noordelijke provincies zijn toegewezen aan een predikant uit onze CGK. Van onze kerken was ds. Madern de eerste dovenpastor, gevolgd door ds. J.J. de Jonge, in 1996 door mij en straks in augustus door collega Visser.”

Zes keer doof

Als de oren niet kunnen horen, moeten andere middelen worden ingezet. Wat zijn uw ervaringen als dovenpastor?

"Voor buitenstaanders is doofheid een containerbegrip. Insiders onderscheiden wel zes verschillende categorieën. De mate waarin en de leeftijd waarop doofheid is ontstaan en het enkel- of meervoudig beperkt zijn, leiden tot uiteenlopende consequenties in beleving en aanpassingsmogelijkheden. Doofgeboren mensen communiceren meestal in gebarentaal. Ook mimiek, houding en oogcontact doen daarbij mee. Later doofgeworden mensen gebruiken gebaren en zogenoemd 'spraakafzien'. Dit laatste heet in de volksmond: liplezen. Spraakafzien is heel moeilijk. Doven kunnen maximaal 50% van het Nederlands op die manier aflezen. Naar de rest moeten ze raden. Gesprekken met doven vragen dan ook extra tijd. Vaak kun je niet meer dan een kwart bespreken van wat je in dezelfde tijd met horenden zou doornemen. Altijd moet je proberen te visualiseren en de middelen gebruiken die tot je beschikking staan. Dat geldt ook voor de kerkdiensten.”

Wat brengt een predikant ertoe om na 18 jaar gemeentewerk over te stappen naar het dovenpastoraat?

"Mijn eerste contact met doven was circa tien jaar geleden”, vertelt ds. Visser. "Een tante van mij trouwde met een dove man en ze vroegen mij om hun trouwdienst te leiden. Het eerste wat mij opviel was de lastige communicatie. Een jaar later werd ik predikant in Nunspeet, een gemeente die bekend staat als doof-vriendelijk. Regelmatig dronk ik na de dienst koffie met doven. Aanvankelijk was dat een ongemakkelijke ervaring. Binnen een groep doven ben je als horende gehandicapt. Toch deed het wat met me en hebben mijn vrouw en ik ons in 2012 aangemeld voor een gebarencursus. Dat was leuk. Het ging goed. En ik kreeg daardoor een veel betere communicatie met mijn oom en met de gemeenteleden. Terugkijkend zie ik dit verloop als ‘regie van Boven’. De gesprekken met het deputaatschap pastoraat in de gezondheidszorg hebben bij mijn vrouw en mij de overtuiging doen groeien om dit werk op te pakken. Ook mijn vrouw kan prima met doven communiceren. We hebben samen ook de tweede en derde gebarencursus gevolgd.”

Anders buitengesloten

De werkzaamheden zijn grotendeels hetzelfde. Vooral de manier waarop maakt het werk anders. Daardoor klinkt het als een nieuwe start. Welke verwachtingen heeft u?

"Je zou kunnen zeggen dat in mijn denken de Pinkstergedachte op een bijzondere manier is uitgebreid, oftewel ‘de Geest spreekt ook gebarentaal’. Inmiddels kan ik een hele dienst met gebarentaal ondersteunen. Het geeft mij de mogelijkheid om het evangelie dicht bij mensen te brengen die hiervan anders buitengesloten zouden blijven. Een uitdaging dus, die gezonde spanning oproept. Ik realiseer me dat ik een nieuwe wereld binnenstap. De manier waarop ik de kerntaken moet vervullen, zal heel anders zijn. Dat brengt tegelijkertijd iets verfrissends met zich mee. De interkerkelijke samenwerking binnen het dovenpastoraat spreekt me aan. De stap richting dovenpastoraat is als een verrassing op mijn weg gekomen en deze wil ik met vertrouwen gaan.”

19 jaar ervaring als dovenpastor is een lange tijd. Wat boeide u in deze functie waardoor u het met zoveel plezier en toewijding heeft gedaan?

Ds. Dingemanse: "Het werk kenmerkt zich door enorme uitdagingen. Het begint ermee dat je de gebarentaal moet leren spreken. Als je dat kunt, ben je de brug tussen doven en horenden. Het is boeiend om mensen met een beperking, die in de kerk niet zomaar mee kunnen doen en anders zouden vervreemden van het evangelie, speciale aandacht te geven. Dat is mijn drive geweest. Het gaat erom dat zij in hun taal, met behulp van visuele middelen, het Woord van God kunnen horen. Dat vraagt veel aanpassingen, vooral in het taalgebruik. De laatste jaren wordt het communiceren tussen horenden en doven gemakkelijker door de opkomst van social media. Daarmee kunnen ook niet-kerkelijke doven soms eenvoudiger bereikt worden. Eén van de aandachtspunten voor de toekomst!"

Zorgen dat doven gehoord worden

"Een andere kant van het werk is ervoor zorgen dat doven gehoord en gezien worden in een kerkelijke gemeente, en dat ze over en weer hun verantwoordelijkheid dragen. De gemeente door voor ringleidingen te zorgen, contacten te leggen en te verwijzen naar een dovenpastor, de doven door zich actief en betrokken op te stellen. Ook van hen mag verantwoordelijkheid gevraagd worden. Ze zijn door vele vormen van hulpverlening weleens in de watten gelegd.”

In het pastoraat onder doven en familieleden is de 'waaromvraag' vast niet onbekend. Zijn er pastorale handreikingen die hierbij kunnen helpen?

Ds. Dingemanse: "Het is belangrijk om voor elkaar een herder te zijn en samen te zoeken naar de weg van de Heer. Op 99 van de 100 ‘waaromvragen’ is geen concreet antwoord te geven. Wel is er de belofte: ‘Ik ben met u alle dagen.’ Dat neemt echter de moeite niet weg.” Ds. Visser vult aan: "Er moet daarom ruimte zijn voor rouwverwerking, want doofheid gaat niet zonder verlieservaring. Pastoraat betekent dat je naar het omslagpunt toewerkt: vanuit wat je bent kwijtgeraakt, zoeken naar wat je wel kunt. ‘Het kwade is tegen Gods wil, maar het gaat niet buiten Gods wil om.’ Dat zijn woorden van Augustinus, die nog niet aan kracht hebben ingeboet. We weten dat God niet alles van ons wegneemt, maar wel dat Hij te midden van alles bij ons is en ons de weg wijst.”

De scheidende en de aantredende dovenpastor nemen met een zegenwens hartelijk afscheid van elkaar.

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker