Artikel
2015-07-17
Woordwerk: Aan de gemeente die bij u thuis samenkomt … (Fil. 2) Door Hilbrand van Eeken

Huiskerken zijn in: klein, flexibel, eenvoudig en krachtig. Heel anders dan traditionele kerken met hun stijve kerkgebouwen. Staan huiskerken ook niet veel dichter bij het ideaal zoals de apostelen het voor ogen hebben gehad? Huisgemeenten kom je tegen in Kolosse, die van Filemon (Fil. 2), of in Laodicea, die van Nymfa (Kol. 4: 15), om maar twee te noemen. Wat kunnen we leren van deze huisgemeenten? Zouden wij misschien beter onze kerkgebouwen uit kunnen gaan en meer onze huizen open stellen?

Deze vragen gaan over de organisatie van de kerk. Vragen waar we ook in onze tijd weer bij bepaald worden. Hoe kunnen we het beste ons kerk-zijn vormgeven? En met ‘het beste’ bedoelen we dan: tot eer van God, tot opbouw van het geloof en tot verspreiding van het evangelie. Van het belang van de eerste twee is de kerk in Nederland al lang overtuigd. Dat ook het laatste, de verspreiding van het evangelie, steeds belangrijker wordt voor de eigen omgeving, realiseren we ons steeds meer. Daarmee komt de vraag naar de kerkinrichting ook weer in een nieuw perspectief te staan. Kan het Nieuwe Testament daar meer licht op werpen?

Huizen in het Nieuwe Testament
We zouden het haast vergeten, maar de huizen in het Nieuwe Testament zagen er wel wat anders uit dan de huizen waarin wij wonen. In die tijd woonde Johannes ben Modaal in een heel wat kleiner huis dan Jan Modaal anno 2015 in Nederland. Wij gebruiken onze huizen om in te wonen, de mensen rondom de Middellandse Zee gebruiken de huizen vooral om in te eten en te slapen. Voor de rest speelde het leven zich op straat af. De huizen waar we in het Nieuwe Testament over lezen en waar de gemeente in samenkwam, waren dan ook de huizen van welgestelden. Deze huizen hadden vaak een binnenplaats, of een grotere ruimte waar meerdere mensen samen konden komen. Wanneer de mogelijkheden er waren, werd het als een eer beschouwd het huis ter beschikking te stellen. Zo lezen we bijvoorbeeld in Handelingen 16 over Lydia die er sterk op aandrong dat Paulus zijn intrek bij haar nam (Hand. 16: 15). In eerste instantie bleven de christenen ook naar de tempel gaan om daar God te loven (Hand. 2: 46). De christenen ontmoeten elkaar in de zuilengang van Salomo (Hand. 3: 1). Tot we in Handelingen 21 lezen dat de tempelpoorten gesloten worden (Hand. 21: 30). Zal dit het moment geweest zijn dat christenen uit de tempel geweerd werden?

De samenkomst van christenen in de huizen was geen bewuste keuze tegen samenkomsten in groter verband. Het beeld dat we krijgen is veel meer dat de christenen gelegenheden zochten om samen te komen. De grotere huizen van welgestelde gemeenteleden boden deze mogelijkheden. Zo maakte men dankbaar gebruik van de mogelijkheden en stelde men wat voor handen was in dienst van evangelie. Dit geldt overigens niet alleen voor de plek van samenkomst, maar ook voor het functioneren van de gemeente en haar organisatie. Kenmerkend voor de kerkgeschiedenis is dat de omgeving van invloed is geweest in de keuzen die hierin gemaakt moeten worden.  Dat geldt ook vandaag: of de kerk zet zich er bewust of onbewust tegen de omgeving af, of de kerk sluit zich bewust of onbewust er bij aan.

Het idee dat één vorm van kerk-zijn rechtstreeks uit het Nieuwe Testament af te leiden is, is een simplificatie. Dat geldt voor het concept van huiskerken, zoals die vandaag weer opkomen. Maar dat geldt even goed voor onze eigen kerkinrichting. De manier waarop wij de dingen organiseren is ook een keuze die gemaakt is in historische situatie van tijd van de reformatie. Of onze tijd wellicht andere keuzen vraagt die ook nauw aansluiten bij wat we in het Nieuwe Testament vinden, vraagt een open gesprek. Een gesprek waarbij de huidige tijd waarin wij leven niet buiten beschouwing gelaten kan worden. Integendeel, dankbaar mag er gebruikgemaakt worden van de mogelijkheden en kansen die zich voordoen, zoals we dat ook zien bij de verspreiding van het evangelie in de eerste eeuw.

Huizen van binnenuit vernieuwd
Heel mooi vinden we dat terug in de geschiedenis van Cornelius (Handelingen 10). Cornelius – een welgesteld man – had al zijn familieleden en zelfs zijn naaste vrienden uitgenodigd bij hem thuis. Petrus had wel een visioen nodig om bij Cornelius de drempel over te gaan, maar dan doet hij het wel. In huis is een groot aantal mensen aan wie hij Christus mag verkondigen. Allen in dat huis worden gedoopt (Hand. 10: 48).

Het feit dat de eerste gemeente veelal in huizen samenkwamen, gaf Paulus de mogelijkheid de omgang met elkaar in de kerk te beschrijven in termen van huis en familie. Op verschillende plaatsen komen we dit tegen. Iedereen zal het logisch hebben gevonden dat van een opziener in de kerk gevraagd wordt dat hij zijn eigen huis goed leidt (1 Tim. 3: 4). Als hij zijn eigen huis niet kan leiden, hoe zou hij dan de gemeente (in wiens huis wellicht de gemeente bijeenkwam!) kunnen leiden? Het scherpe onderscheid dat vroeger gemaakt werd tussen zogenaamde ‘huistafels’ ("dit geldt voor thuis”) en de aanwijzingen voor de kerk ("dit geldt in de kerk”) is zo beschouwd een vreemd onderscheid. Mannen en vrouwen werden in huis én in de kerk aangesproken en ingeschakeld door het evangelie.

Een mooi voorbeeld hiervan vinden we in het briefje dat Paulus schreef aan Titus. Titus ontvangt de opdracht een aantal zaken in de kerk op Kreta te regelen. Paulus sluit zich aan bij de bestaande sociale verhoudingen. Hij spreekt oudere mannen aan, oudere vrouwen, jonge mannen en jonge vrouwen, slaven en slavinnen. Je ziet een heel huishouden voor je in de kerk zitten. Paulus geeft vanuit het evangelie concrete aanwijzingen om de verhoudingen goed te maken en te houden. Want God is niet een God van wanorde maar van vrede (1 Kor. 14: 33). Zo wil het evangelie van binnenuit de families en de onderlinge verhoudingen vernieuwen. Tot eer van God (Titus 2: 5) en omwille van de goede naam van de kerk (Titus 2: 8). Paulus geeft Titus geen blauwdruk voor de inrichting van de kerk voor alle tijden en alle plaatsen. Gelukkig accepteren wij geen slavernij meer en ook de rolverdeling tussen man en vrouw kunnen anders komen te liggen. Bij de inrichting van de kerk mogen we daar rekening mee houden, als het  de eer van God en verspreiding van het evangelie ten goede komt.

Verbouwing
Uit het Nieuwe Testament blijkt hoe de kerk in vele steden begonnen is als huisgemeente. In huizen kwamen mensen bij elkaar. Als het huis te klein werd, zal men een ander huis gezocht hebben. Of zouden ze soms ook gewoon wat huizen zijn gaan verbouwen? Men maakte ongetwijfeld gebruik van het materiaal dat voorhanden was. Zo zien we dat ook met de mensen. Er werden mensen aangesteld voor bepaalde taken. Hier zou nog veel meer over te zeggen zijn, waar nu in dit artikel geen ruimte meer voor is. Je merkt dat in het Nieuwe Testament nog veel dingen in beweging zijn. Er zijn bouwstenen te vinden die ons kunnen helpen ook vandaag verder te bouwen. Wanneer we echter een kerkinrichting in beton gaan storten, kon het nog wel eens gaan knellen. Verstandiger is het steeds opnieuw te zoeken naar een organisatie van de kerk waardoor het evangelie ongehinderd en dicht bij de mensen kan komen. Het persoonlijk contact binnen de structuur van huis en gezin maakte dit mogelijk. Als onze kerken in een volstrekt geïndividualiseerde samenleving dat weer terug kunnen vinden, zou dat de verspreiding van het evangelie wel eens heel erg ten goede kunnen komen. Hiervoor is het nodig dat wij onze eigen huizen en de huizen waar de gemeente in samenkomt openstellen en mensen voorleven wat het betekent deel uit te mogen maken van Gods gezin.

Ds. H. van Eeken is predikant te Delft


 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker