Artikel
2015-08-15
Nader bekeken: Vergeving voor een moordenaar door C.C. den Hertog

Naar mijn waarneming horen we de afgelopen maanden vanuit de VS meer over raciale onrust dan eerder. Verschillende keren gaven gewelddadige arrestaties waarbij in de zwarte gemeenschap dodelijke slachtoffers vielen aanleiding tot relletjes en felle protesten tegen de politie. Ineens vroeg een kloof waarvan we dachten dat die redelijk gedicht was in alle hevigheid de aandacht. Van een afstand krijg ik de indruk dat er iets broeit in de Amerikaanse samenleving.

De moordpartij in de Emanuel African Methodist Episcopal Church waarbij de blanke Dylann Roof 9 zwarte mensen doodschoot had vervolgens zomaar als een fles spiritus op een smeulende barbecue kunnen werken. Dat was in ieder geval zijn bedoeling, zo is gebleken. Met zijn daad wilde deze jongeman een rassenoorlog in de VS ontketenen. Op de foto’s die van hem verschenen zagen we hem omgeven door allerlei symbolen en vlaggen die duidelijk maakten: deze jongen zag de zwarte gemeenschap als een groot gevaar en vond daarom dat zijn gruweldaad gerechtvaardigd was.

Wat hij hoopte, gebeurde niet. Zijn daad had heel andere gevolgen: de confederatievlag die voor het zwarte deel van de inwoners van South-Carolina geassocieerd werd met onderdrukking, werd verwijderd van het huis van afgevaardigden en bij een bijeenkomst ter nagedachtenis van de slachtoffers stond president Obama Amazing Grace te zingen – zeer indrukwekkend. Maar het meest indrukwekkend vond ik de beelden van de voorgeleiding van de dader de dag na zijn gruwelijke daad. In het Amerikaanse rechtssysteem mogen slachtoffers en nabestaanden van slachtoffers daarbij aanwezig zijn en – wanneer ze dat willen – ook iets zeggen tegen de verdachte. De dochter van de omgekomen Ethel Lance richtte zich tot de moordenaar van haar moeder en zei: ‘Ik wil je dit laten weten: ik vergeef je. Je hebt me iets heel dierbaars ontnomen. Ik kan nooit meer met haar praten en ik kan haar nooit meer vasthouden. Je hebt me pijn gedaan. Je hebt veel mensen pijn gedaan. Moge God zich over je ontfermen. Ik vergeef je.’

Dat zijn indrukwekkende woorden. Wat het voor mij nog indrukwekkender maakte, was de context waarin ik de beelden zag. Het was in het nieuwsoverzicht in het praatprogramma van mevrouw Jinek. Niet lang ervoor had zij in haar programma de Bond tegen het vloeken geïnterviewd en daarbij had ik de sterke indruk gekregen dat zij niet veel affiniteit heeft met kerk en geloof – ze probeerde het gesprek met de mensen van de bond in de luchtige sfeer te houden en hun werk weg te lachen. Maar bij deze beelden was ze stil en haar reactie was heel kort: Ik denk niet dat ik het zou kunnen. En één van de gasten aan haar tafel was ook zichtbaar onder de indruk en vertelde dat hij wist dat een groot onderzoek had uitgewezen dat mensen die geloven gelukkiger zijn dan mensen die niet geloven.

Hoe?
In dat programma gebeurde ineens wat de Catechismus zegt in antwoord 86. Als de vraag gesteld is waarom wij goede werken moeten doen, wordt als laatste reden genoemd: opdat onze naaste door onze godvruchtige levenswandel ook voor Christus gewonnen wordt. De toespraak van deze vrouw bracht kijkers uit hun baan en dwong hen tot nadenken: hoe kàn iemand zulke woorden spreken? Waar haalt zij de kracht vandaan om na het enorme verdriet dat haar is aangedaan de veroorzaker van haar pijn zo toe te spreken? Hier manifesteerde christelijk geloof zich op een manier waar je je niet met een grapje van af kon maken.
Er gebeurde nog iets. En ik had me niet eerder gerealiseerd dat dit aspect er is bij vergeving. De dader werd met deze woorden van het initiatief beroofd, want hij kreeg niet wat hij wilde. Deze dochter stortte niet de fiolen van haar toorn over de moordenaar van haar moeder. Zij sprak andere taal. Taal uit een andere wereld. Terwijl hij luisterde naar de woorden, vertrok Dylann Roof geen spier. Maar het had een heel bijzonder effect om hem te zien en tegelijk de woorden van vergeving te horen: ineens stond daar niet meer een stoere, daadkrachtige jonge kerel – met ieder woord leek hij te krimpen. Het kwaad werd overwonnen door het goede.

Wordt hervormd
Ik moest al verder denkende over deze uitzending sterk denken aan het 12e hoofdstuk van de brief aan de Romeinen. Paulus roept daar op het kwade te overwinnen door het goede. Hij gaat zelfs verder: ‘Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Here.’ Het zijn woorden in een reeks van vermaningen van Paulus die begint met de oproep: word hervormd door de vernieuwing van uw denken (Rom. 12: 2). Dat is die merkwaardige werkwoordsvorm die we in het Nieuwe Testament geregeld tegenkomen. Het is een logische onmogelijkheid: hoe kun je iemand opdragen om hervormd te wòrden? Je kunt iemand zeggen: gedraag je. Je kunt zeggen: verander je manier van doen. Maar je kunt niet zeggen: wordt hervormd. Ik kan toch ook niet zeggen: wordt gebeld? Dat hangt er maar van af of iemand mijn nummer kiest en mij belt. En dat is precies ook het punt als Paulus zegt: wordt hervormd. Tot in de taal wordt hier duidelijk dat we in deze wereld maar niet als mensen onder elkaar zijn, maar dat er een levende God is, die bezig is, die werkt en die ons wil vernieuwen. Werkelijke vernieuwing van ons leven – zo maakt de werkwoordsvorm die Paulus kiest duidelijk – is dan ook niet iets dat we zelf kunnen doen, maar dat Hij moet doen door zijn Geest. Terzijde: dat staat óók in antwoord 86 van de Catechismus. Paulus zegt het zo om – als een herder – ons naar de Here God toe te drijven. Zoals wanneer ik de opdracht krijg: wordt gebeld, ik iemand zal moeten vragen mij te bellen, zo brengen Paulus’ woorden ertoe om ons nieuwe leven buiten onszelf te zoeken bij Christus.

Toekomst
In diezelfde woorden uit de brief aan de Romeinen die ik boven noemde, vinden we nog een belangrijk punt in dit verband. Als Paulus oproept om het kwade door het goede te overwinnen, zegt hij erbij dat we de wraak aan de Here God mogen overlaten. ‘Ik zal het vergelden, spreekt de Here’. Dat betekent dat Paulus’ woorden niet zomaar een oproep zijn om onaangedaan het kwaad dat een ander mij aandoet te ondergaan. Zij bepalen bij het gegeven dat het oordeel over deze wereld in andere, in Gods eigen handen ligt en dat dat nog komt. Dat oordeel gaat over mij én over al de mensen om mij heen. Mezelf niet wreken betekent wachten op de Here God en de dingen aan Hem toevertrouwen. Het behoedt voor ongebreidelde wraakzucht. Het is ook een manier om bewaard te blijven voor het onrecht dat ik kan doen wanneer ik meen mijn recht te halen.

Dat is niet een makkelijke weg, die we gemakkelijk even gaan. De door tranen verstikte stem van de dochter van Ethel Lance maakte dat heel duidelijk. En je hoeft maar kort om je heen te kijken om te weten dat het gaan van deze weg voor velen – óók binnen de kerk – bijna ondoenlijk is. Op momenten dat we daar tegenaan lopen, doen we er goed aan te beseffen dat in het begin van dat hoofdstuk  die oproep staat die ons tot gebed brengt. Waarom zouden we het doen? Een belangrijke punt mag zijn dat mensen om ons heen erdoor uit hun baan gebracht worden. Zodat ze aan het denken worden gezet en door onze wandel tot Christus gebracht worden.

Ds. C.C. den Hertog is predikant te Surhuisterveen

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker