Artikel
2015-08-15
Interview ‘Kom maar eens langs, waarom wil je geen lid meer zijn?' Door Ar Sikking

Jaarlijks verdwijnen ruim vijfhonderd mensen, meest jongeren, uit onze kerken, zonder zich bij een andere kerk aan te sluiten. Een triest gegeven. Elke ziel die de gemeente verlaat, is er een te veel. Hoe komt dat? En is er wat tegen te doen? Met ds. Wim de Bruin zoeken we naar antwoorden. Als die er al zijn …

Eigenlijk hebben we God niet meer nodig. Voor alle problemen is wel een oplossing te vinden of te kopen. Wat we als onafhankelijke individuen nodig hebben, is zo veel mogelijk geluk en plezier in het leven. En daar draagt de kerk niet aan bij. Dus kunnen we maar beter afhaken.

Ds. Wim de Bruin denkt dat dit moderne levensbesef steeds meer de kerken binnenkomt. "Het is lange tijd gelukt om een leefwijze - afgezonderd van de wereld - in stand te houden. Dat wordt minder. Mensen gaan denken als de wereld. We veranderen met de wereld mee. Het dagelijks nodig hebben van God voor het gewone leven, verdwijnt naar de zijlijn.
Het gewone leven lukt zonder God ook wel. Als daardoor de noodzaak om God echt te kennen wegvalt, gaat er iets mis. Dat is, denk ik, een dieperliggende oorzaak van de kerkverlating.
Je moet op een andere manier vanuit het Evangelie een lijn trekken naar de mens van vandaag. Dat is best ingewikkeld. Het hart van het Evangelie is onveranderd. We zijn kerk omdat in het centrum het kruis en de opstanding van Jezus Christus staat. Dat is het bestaansrecht van de kerk.”

Vragen
Op sociaal gebied vonden de laatste decennia aardverschuivingen plaats. Gingen jongeren vroeger op gezag van ouders en omgeving trouw naar de kerk, dat is nu voorbij. Het waren soms wel oneigenlijke motieven. Jongeren maken nu zelf een keus.
Ds. De Bruin: "Op zich is dat wel positief, al is het pijnlijk om te zien dat mensen afhaken. En als ze niet meer in de kerk komen, horen ze ook het Evangelie niet meer.
Mensen stellen vaak ingewikkelde vragen over het bestaan van God, vragen waar het om gaat en die doorgaans in de kerk niet gesteld worden. Ze gaan op zoek naar een manier van geloven die bij hen past. Maar de optie om zelf je geloof samen te stellen, wat wil ik geloven, is gevaarlijk. Dan maak je een god zoals jij hem hebben wilt. Je ziet dat mensen hun eigen geloofsovertuiging bij elkaar rapen, met of zonder kerkgang. Maar het gaat in de Bijbel om de vragen die God aan ons stelt en niet om de vragen die wij aan God stellen.

Als je weet wat je als kerk fout doet, kun je daar wat aan doen. En het is niet zo eenvoudig om de vinger te leggen op wat er precies misgaat. Wel een punt van aandacht is het communiceren van het Evangelie. De mens verandert. En als je de communicatie niet verandert - de diepere doordenking van wat het Evangelie echt is, dus het Evangelie in de taal van deze tijd - ga je de boot missen. Dan bedoel ik met taal nadrukkelijk niet dat je alleen maar hedendaags Nederlands spreekt, zonder tale Kanaäns, want dat lukt veel predikanten best goed. Maar ik bedoel dat je het diepere levensgevoel van mensen raakt en hen zo met het Evangelie kunt confronteren. Dat is veel ingewikkelder.”

Als jongeren op een gegeven moment niet meer op catechisatie komen is dat een signaal.
"Als je kinderen voor hun achttiende niet meer naar catechisatie krijgt, dan heb je daar als ouders een te makkelijke opvatting over. Hoe gaan ouders om met de opvoeding? En hoe serieus nemen zij hun eigen geloof en beloften? Je biedt als kerk catechisatie aan en als sommigen niet komen, wat kun je dan nog? Opvoeding moet vooral thuis gebeuren.”

Remedie
Kerkenraden worstelen daarmee. "Ik geloof niet dat er zomaar een remedie is. Eigenlijk zit ieder mens ergens op het spectrum tussen gelovig en ongelovig en dat loopt ook in de kerk door elkaar heen. Bij gelovige kerkmensen kun je je soms afvragen wat de kwaliteit van hun geloof is. En hoe ligt dat bij iemand aan de rand die worstelt met grote vragen, met gedachten van atheïsme zelfs? Iemand die de vragen scherp ziet waarom hij wel of niet voor het geloof kiest. Misschien minder op een traditionele manier, maar die wel de juiste vragen stelt. Dat kom je in de gemeente allemaal tegen. Het is heel diffuus.

Mij heeft het geholpen om te zien dat God zich bezighoudt met mensen. Niet alleen met kerkmensen, maar ook met mensen die zoekend zijn en niet meer in de kerk komen. Het kan zijn dat zij een stukje van hun leven afleggen buiten de kerk en op een gegeven moment terugkomen. Ik heb dat meegemaakt met een jongen die geneeskunde ging studeren, waar grote vragen aan zijn geloof werden gesteld. Ik heb samen met hem een boek van Tim Keller gelezen – In alle redelijkheid – waarbij we die vragen hebben bekeken, zonder te zeggen hoe het moet. Want dat pikt een student van twintig niet meer. Dat heeft positief uitgewerkt. Hij had op een gegeven moment voldoende van God geleerd om de stap te wagen. Dat is geen prestatie, maar het heeft wel geholpen door vooral niet te zeggen dat hij verkeerde vragen stelt of zo niet mag denken. Er moet binnen de belijdende kerk ruimte zijn voor vragen. Dan neem je mensen serieus.”

In het Nederlands Dagblad van 16 april jl. pleitte ds. De Bruin voor exitgesprekken met mensen die de kerk verlaten. De vraag is of dat lukt en of het een remedie is.
"Ik probeer dat en soms lukt dat. Ik heb er een stuk of vier gehad. Iemand zei geen lid meer te willen zijn. Waarop ik zei: ‘Kom maar eens langs, dan wil ik graag horen waarom.’
Dat draagt bij aan je eigen begrip van wat mensen beweegt. Vooral om te ontdekken waar de pijn zit. Dat kan ook zijn door gebrek aan aandacht, niet naar elkaar omzien. Dan is het nodig om eens te werken aan gemeenteopbouw.

Soms willen ze niet eens zo’n gesprek en dan houdt het op. Maar je moet tot het uiterste je herderlijke zorg tonen, zo mogelijk met inschakeling van mensen uit de gemeente. Laten zien dat je om ze geeft.”

Godsbeeld
Kerkverlaters hebben vaak een beeld van God waar ze zich tegen afzetten. In de kerken wordt het meest gezondigd tegen het tweede gebod: u zult geen beeld maken.
"Ik sprak eens iemand die God zag als een god die jou geluk moet geven en dan komt alles op zijn pootjes terecht. En dat pakte anders uit. Hij zei daarom niet meer in God te geloven. Hij heeft op basis van een verkeerd godsbeeld afscheid genomen van God en kerk en dat is heel treurig. Je probeert daartegenover te laten zien dat de Bijbel anders spreekt. Maar als dat niet meer landt, kun je constateren dat hij afscheid heeft genomen van een god die niet bestaat en dan hoop je dat diegene God een keer tegenkomt.
Ouders hebben verdriet over het afhaken van hun kinderen. Zij kunnen God loslaten, maar God laat hen niet los. Zijn verbond houdt niet op. Gods genade is groter dan mensen vaak beseffen. Ik heb veel hoop voor mensen buiten de kerk.”


Ds. Wim de Bruin (32) is sinds 2010 predikant van de CGK te Purmerend

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker