Artikel
2015-08-28
Interview: 'Het gaat om de bedoeling van de regels: het dienen van de vrede' De kerkorde als rode draad in het leven van ds. Quant

Door Marie Verheij-Van Beijnum

De gemiddelde gelovige heeft geen positief beeld van de kerkorde. Die staat synoniem met alles wat streng is en achterhaald. Ds. D. Quant vindt dat jammer en wijst erop dat de kerkorde geen keurslijf is, maar een TomTom voor gezonde geestelijke navigatie. Een interview met een bezield kerkrechtspecialist.

De kerkorde is een rode draad in het leven van ds. D(ingeman) Quant. Als zeventienjarige kocht hij bij boekhandel Willem de Vries in zijn geboorteplaats Zierikzee voor 6,50 gulden zijn eerste kerkorde, die van 1967. "Ik grasduin graag in moeilijke dossiers. Ik ben een ordelijk denker. Het zit een beetje in mij: orde en regels. Dat heeft te maken met koers houden. Misschien is het kerkrecht mij daarom gaan aantrekken en is het een uit de hand gelopen hobby van me geworden,” vertelt hij.

Wiskunde
Ik spreek ds. Quant in zijn appartement in Houten waar hij en zijn echtgenote Mia hun intrek hebben genomen, bij het naderen van het emeritaat op D.V. 1 januari 2016. Ongetwijfeld heeft zijn gevoel voor orde te maken met zijn wiskundige achtergrond. Ook enkele hobby’s wijzen daarop. Hij legt puzzels van 18.000 stukjes in elkaar, lost sudoku’s van zeven en acht sterren op en buigt zich over Japanse raadsels.
Ds. Quant (1950) studeerde wiskunde in Utrecht en was docent in dat vak in het voortgezet onderwijs toen hij van 1972 tot 1979 theologie in Utrecht/Apeldoorn deed vanwege het verlangen predikant te worden. Vervolgens diende hij de gemeenten van Haarlem, Hoogeveen, ’s-Gravenhage-Rijswijk, Eindhoven en Huizen.
De predikant is een ervaren bestuurder. Hij was voorzitter van de laatste synode in 2013 en is sinds 2001 voorzitter van het deputaatschap kerkorde en kerkrecht. "Straks is deze periode officieel afgelopen. In uitzonderingssituaties kan de synode vragen of ik nog even doorga. Maar zegt de synode: ‘Dingeman Quant, het is mooi geweest’, dan heb ik daar volle vrede mee.”

Beeldvorming
In het algemeen heeft de kerkorde geen beste reputatie bij de doorsnee kerkmens. "Het wreekt zich dat het woord kerkorde meestal in de mond wordt genomen door een kerkenraad of dominee wanneer een gemeentelid iets wil wat verboden lijkt te zijn, of dat waar is of niet,” verklaart ds. Quant. "Dat beeld is niet juist. De kerkorde is er niet om de mond van mensen te snoeren, maar om het Evangelie op een goede manier bij de mensen te laten komen. Het gaat erom wat de bedoeling is van de geschreven regels van de kerkorde: het dienen van de vrede.”

Vergelijk de kerkorde met de TomTom. "Je wordt geadviseerd de veiligste route te nemen om op je bestemming te komen. Zo kan de kerkorde de handreiking zijn voor een ambtsdrager die is vastgelopen, en wel op een procedureel verstandige en geestelijk zuivere manier. De kerkorde wil niet anders dan voorkomen dat in het kerkelijk leven de dingen spaak lopen, dus als het Evangelie van de Here God niet meer kan doorwerken in de gemeente. De kerkorde maakt ruimte voor het grote woord van onze grote God. Daarvoor zijn piketpaaltjes nodig en die zet de kerkorde uit. Veel meer is het niet.”

Procedure
Volgens ds. Quant is de goede procedure het halve werk. "De inhoud komt alleen tot z'n recht als je de procedure nauwgezet volgt. Doe je dat niet, dan krijg je allerlei gesteggel en in een mum van tijd zit je in een moeras. Als je zorgt dat je de dingen procedureel stroomlijnt, conform de kerkorde, kun je aangeven: halt, even een stap achteruit, zodat je daarna weer een stap vooruit kunt maken en je met de inhoud aan de slag kunt gaan.”

Dat betekent niet dat de dingen altijd op hun pootjes terechtkomen, erkent hij, "maar je hebt dan ten minste bereikt dat je geen gezeur krijgt over dingen waarvan je achteraf zegt: hadden we dat maar beter aangepakt.”

Vormt de kerkorde niet vaak een obstakel voor bijvoorbeeld de stichting van missionaire gemeenschappen?
"Integendeel. Als je de zendingsgemeente neemt, zegt de kerkorde: heerlijk dat er gelovigen zijn die een nieuwe gemeente willen stichten. We zullen je aan een gemeente koppelen die al bestaat en we zullen die vragen om deze groep gelovigen te ondersteunen. Vervolgens wil de classis een oogje in het zeil houden, door middel van de consulent ofwel een andere dominee uit de regio. Hem kun je raadplegen. Verder heb je de classis om advies aan te vragen. Zo’n missionair project is schitterend bij alle secularisatie. Dit zijn projecten die je koestert. Natuurlijk kan het schuren, want de mensen komen van diverse kanten, niet alleen zónder maar ook mét geloof en de nodige aanvaringen in hun vorige gemeente.”

Sneller aanpassen?
"De kerkorde hoeft niet onder je hoofdkussen te liggen", vindt ds. Quant, "maar besef dat het goed is dat je een beroep kunt doen op de regelgeving die daarvoor gemaakt is, geestelijke navigatie wel te verstaan."

Loopt de kerkorde niet vaak achter de feiten aan? Het kan zo lang duren om regels te wijzigen via de kerkelijke kanalen.
Ds. Quant geeft het voorbeeld van het kerkelijk lied. "Heel lang was artikel 69 van onze kerkorde een oorzaak van spanningen, omdat de synode van 1980 had verklaard dat het niet on-Bijbels was meer te zingen dan de psalmen. Bij de volgende synode werd gezegd dat het dan wel niet on-Bijbels was, maar dat men het niet ging doen. Dat was ingewikkeld: het is niet on-Bijbels, maar we doen het niet. In 2004 is besloten het lied aan de kerkenraden over te laten. Met andere woorden: de kerkorde wordt voortdurend aangepast. En per definitie is een kerkorde volgend.”

Vraagt onze tijd niet meer om een overkoepelende kerkorde die op het grondvlak snel kan worden aangepast?
"De kerkorde van Calvijn (1558) is al in die geest opgesteld. In 1571 werd dat concept op de synode van Emden nader uitgewerkt, en dat gaat tot op de dag van vandaag door. Dit concept rust op twee brandpunten: de plaatselijke kerkenraad en de bredere omgeving (classis, particuliere synode en generale synode). We noemen ons kerkrechtelijke stelsel daarom presbyteriaal-synodaal, waarmee we die twee brandpunten aangeven: de presbyter (de ouderling en daarmee de plaatselijke kerkenraad) en de synode (de bredere omgeving). Daarbij cirkel je voortdurend om die twee brandpunten heen, waarbij het eerste brandpunt het belangrijkst is: de plaatselijke kerkenraad en daarmee de gemeente. De andere vergaderingen zijn er om die dingen die je als plaatselijke kerkenraad niet aankunt, in onderlinge hulp te regelen. Dat is in essentie hoe de kerkorde werkt en dat betekent dat onze kerkorde, die toch al zo’n 400 jaar meegaat, heel bruikbaar is in een tijd met zoveel aandacht voor het plaatselijke. En daarom past de structuur van onze kerkorde wonderwel in onze snel veranderende samenleving.”

Vrijheid
Zo was er in de CG-kerken vanouds al 'vrijheid in verbondenheid' voor de plaatselijke gemeente. Ds. Quant: "Laat de plaatselijke kerken doen wat ze kunnen, beknibbel ze niet te veel en geef ze het volle pond voor dingen die ze in hun eentje kunnen regelen. Jammer natuurlijk als iemand in Nijkerk in Amersfoort lid is en andersom, maar je kunt de gewetens niet dwingen. Wat schiet je ermee op om elkaar dwars te zitten? Je kunt wel willen dat je gezamenlijk een eigen psalmberijming en liedboek maakt, maar je redt het er niet mee.”

Nu er meer aan de kerkenraden wordt overgelaten, ontwaart ds. Quant een pendelbeweging. "Als alles centraal geregeld lijkt te worden, zeggen de kerkenraden: laat ons het zelf doen. Als ze het dan zelf mogen doen, vinden ze dat hinderlijk, want dan moeten ze zelf nadenken.”

Zit er bij kerkenraden dan niet een probleem?
"Over de hele linie is toerusting van ambtsdragers nodig. We hebben in de classis Amsterdam de mogelijkheid om je met classicale hulp plaatselijk toe te laten rusten voor je taak, op pastoraal, bestuurlijk en kerkelijk gebied. In mijn gemeente Huizen is daar al een paar keer gebruik van gemaakt. Het zou te wensen zijn dat dit overal gebeurde.”

Mag een kerkenraad bijvoorbeeld zelf een beroepsbrief formuleren of moet hij het voorbeeld uit de kerkorde overnemen?
"De beroepsbrief staat in deel 2 van de bijlagen. Deel 2 bestaat uit richtlijnen, concepten en modellen. Dat houdt in dat een kerkenraad vrij is de beroepsbrief bij te stellen in moderner Nederlands als hij dat wil. Ik heb beroepsbrieven ondertekend die een veel modernere uitstraling hadden dan die van het concept in de kerkorde en ik heb daar van harte mijn handtekening onder gezet. Het enige waarop je moet letten is dat zo’n beroepsbrief benoemt wat wij als kerken belangrijk vinden, namelijk wat de dominee doet en hoe hij het doet. Het staat de kerkenraden echter vrij om de brief op die gedragen, plechtige toon te formuleren of in frissere bewoordingen.”

Is het een idee dat u na uw emeritering workshops kerkorde gaat geven?
Schiet in de lach: "Ik kom er rond voor uit dat ik dat leuk zou vinden. En niet alleen leuk, maar ook nodig.”

Samenwerking
Wanneer wringt het wel eens met uw CGK?
"Het christelijk-gereformeerde zit bij mij in de genen. Ik kom uit een geheide christelijke gereformeerde gemeente in Zierikzee (een van de drie gemeenten die in 1892 niet meegingen met de ‘vereniging’). Ik heb altijd van de CGK gehouden, mogelijk te veel. Ik vind het geweldig om in mijn moedergemeente diensten te leiden. Toch heb ik geleerd dat christelijk gereformeerd niet het einde van alle tegenspraak is. Het wringt onder meer op het gebied van samenwerking met andere kerken. Ik ben met de kerkelijke eenheid compleet vastgelopen. Wij kunnen daar als kerken niet goed een weg in vinden. Het doet me pijn dat wij er als kerken gezámenlijk niet volledig in slagen andere kerken te bereiken die op hetzelfde fundament staan.”

Hoe komt dat?

"Wij zijn als CGK gezegend in een vriendelijke omgang met elkaar, maar dat heeft als schaduwkant dat wij conflicten mijden en brandende kwesties waarover knopen doorgehakt moeten worden, lang voor ons uitschuiven. Hoewel de mogelijkheden om samen te werken ruimer zijn geworden, blijft het in de CGK tobben als het op daden aankomt. Dan blijkt de bandbreedte in onze kerken opeens nogal smal te zijn.”

Hoe hebt u dat persoonlijk ervaren?
"Toen ik net dominee was, trok ik het mezelf erg aan als er spanningen waren. Ik deed er alles aan om leden bij de gemeente te houden. Totdat mijn kerkenraad zei: doe dat niet, want kijk eens, nu hebben we vrede, maar wel ten koste van … We zijn geen engelen en we leven in de kerk ook in de verbroken werkelijkheid waarin zonde en verschil van mening heersen. Inderdaad moet je je soms ergens doorheen vechten als dat kan leiden tot een situatie waarin je weer kunt bloeien.”

Toekomst
Hoe zien de Christelijke Gereformeerde Kerken er in 2025 uit?
"God heeft beloofd dat Zijn kerk altijd op aarde blijft bestaan. Dat betekent niet dat de CGK altijd zal blijven bestaan - wat mij betreft hoeft dat ook niet. Wat is christelijk gereformeerd? Voor mij is christelijk gereformeerd het leven uit de Bijbel met als uitlegprincipe de Drie Formulieren van Enigheid. Ik ken geen regels waardoor je een ‘plus’ zou krijgen. Ik verlang ernaar dat er over de muurtjes heen wordt gekeken. Het zal me vreugde geven als dat in 2025 leidt tot een katholiek gereformeerde kerk.”

U staat voor uw emeritaat. Bent u veranderd in uw leven?

"Ik ben meer op de Here God gaan vertrouwen. Iets wat ik niet recht kan krijgen, leg ik bij Hem neer. Ik hoef het allemaal niet te weten. Vroeger was ik daar krampachtiger in.

Ik ben spiegelender geworden”, zegt ds. Quant - het leven bracht hem behalve de voorspoed van een fijn gezin van twee dochters, een zoon en drie kleinkinderen tegenslag. Zijn vrouw en hij weten wat het betekent als ziekte in je leven komt. "Er is ontroerend veel voor me gebeden. Ik heb nooit beseft dat ik in de kerk zo bekend ben. Ik ontving kaarten van mensen van wie ik nooit had gehoord, dat vind ik kostbaar. Mede daarom is de kerk mij lief. Ik kon er mijn gaven ontplooien en tegelijkertijd schonken de kerken mij de kans mijn gaven te ontdekken. Ze hebben me dat gegund en daar ben ik dankbaar voor.”


 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker