Artikel
2015-09-11
Deputaten K&I: Kerk en Israël, een spannende relatie door Jan Groenleer

In 2012 verscheen het visiedocument van Deputaten Kerk en Israël met als titel 'Voorgoed verbonden'. In dat document wordt onder woorden gebracht waar het deputaatschap voor staat en waar het voor gaat. Omdat de generale synode van 2010 de tekst uitvoerig heeft besproken en groen licht gegeven heeft voor de publicatie ervan, kun je ook zeggen dat de Christelijke Gereformeerde Kerken zich hierin uitspreken hoe zij de relatie zien met Israël.
    
Niet vanzelfsprekend ‘Voorgoed verbonden’
Dat een kerk uitspreekt dat ze voorgoed verbonden is met Israël, spreekt niet vanzelf. Eeuwenlang heeft de kerk gemeend geen boodschap te hebben aan Israël. Aanvankelijk was er nog wel sprake van een zekere relatie tussen Joodse mensen die van ‘die weg’ (van Jezus, Hand. 9: 2) waren en hen die niet van die weg waren. Maar al snel ontstond er verwijdering. Het intern Joodse gesprek aangaande de messianiteit van Jezus werd al vrij gauw gestaakt. De wegen gingen definitief uiteen. Het evangelie van Jezus, de Messias, werd onder de niet-joden verkondigd en vond daar ook geloof. Dat was ook de bedoeling, zie Mattheüs 28: 19, maar dan niet los van Israël. Het tragische is nu, dat de evangelieverkondiging onder de niet-Joden mede op gang is gekomen door het verzet van de Joden tegen het evangelie, zie Romeinen 11: 11,12. Dat is tegelijk ook een ‘geheimenis’, vers 25. Zoals Israël er vanouds was met het oog op de volken, zo zijn de christenen uit de volken er met het oog op Israël. Je zou kunnen spreken van een golfbeweging van het heil: het gaat van Israël naar de volken en omgekeerd. Daarin komt Gods ondoorgrondelijke wijsheid aan het licht.

Ontmoeting    
De uitspraak dat de kerk voorgoed verbonden is met Israël blijft een loze kreet als niet tegelijk de ontmoeting met Israël wordt gezocht. Al heel lang hebben we als CGK dit begrepen. Daarom is er een traditie van meer dan een halve eeuw waarin we het gesprek met Israël zochten door o.a. een predikant naar Israël uit te zenden die namens de CGK het contact moest leggen en onderhouden. Sinds 2002 doen we dat d.m.v. het Centrum voor Israëlstudies (CIS), een samenwerkingsverband van de deputaten Kerk en Israël van de CGK, de Gereformeerde Zendingsbond en het Instituut voor Gemeenteopbouw en Theologie binnen de Christelijke Hogeschool Ede. Ds. Aart Brons is momenteel als Israëlconsulent van het CIS werkzaam in Israël.

De doelstelling van het CIS is het bevorderen van a. de bezinning op, en b. de praktijk van de Joods-christelijke ontmoeting. Daarbij wordt een relatie met het Joodse volk in al zijn schakeringen nagestreefd. Dat was ook altijd de bedoeling van de CGK.

Wie zich op het pad der ontmoeting begeeft, moet zich echter bewust zijn van de bijzondere problemen die dat pad met zich meebrengt. Er zijn twee sporen die elkaar voortdurend raken of kruisen. Het ene spoor is de visie dat de niet-Joden van huis uit geen deel hebben aan de God van Israël. Wij, christenen uit de volken, zijn tussen (niet: in de plaats van!) de edele takken geënt. Nog steeds zal gewerkt moeten worden aan het besef dat de nieuwtestamentische gemeente, voor zover die uit voormalige heidenen bestaat, ‘erbij gekomen’ is en door Christus mag delen in Gods beloften, die eerst aan Israël zijn gegeven. Dit besef moet telkens weer brengen tot ootmoed, verwondering en beleving van de verbondenheid.

Aan de andere kant zal de kerk uit de volkenwereld toch ook ‘een voortdurend hartzeer’ (Rom. 9: 2) kennen. Juist het hart van het belijden van de kerk – Jezus is de Messias, de Zoon van God, de Redder van de wereld – vormt een diepe kloof met Israël. Op dit kardinale punt wordt het pijnlijke meningsverschil op zijn scherpst gevoeld.
Op dit kruispunt dient het zoeken van de ontmoeting met Israël gekenmerkt te worden door een grondhouding van: luisteren, dienen en getuigen. Dat zijn kernwoorden voor het CIS. Dat zijn ook de kernwoorden voor deputaten Kerk en Israël. Voortdurend moet het besef aanwezig zijn dat Israël Gods eerstgeroepene is. Met daarnaast de volstrekt heldere uitspraak van het evangelie dat Christus ‘dé weg, dé waarheid, en hét leven’ is (Joh. 14: 6), niet alleen voor de volken, maar ook voor Israël.

Spanningen
Wie met de grondhouding van luisteren, dienen en getuigen deze ontmoeting met Israël zoekt, ontkomt niet aan spanningen van allerlei aard. Ik noem er enkele.

Wanneer de gedachte dat de kerk in de plaats van Israël is gekomen, wordt afgewezen, kan dat spanningen opleveren binnen het eigen kerkverband als deze gedachte toch nog hier en daar aanwezig zou zijn.

Het levert spanningen op binnen de grote oecumene, waarbij de context van de kerken ook een rol speelt. Het ‘verschijnsel’ Israël zal bijvoorbeeld over het algemeen door Palestijnse christenen anders worden benaderd dan door christenen met een klassiek-gereformeerde achtergrond.

En ook binnen de zogenaamde gereformeerde gezindte kan het tot spanningen leiden, aangezien de vervangingsleer ook daar nog niet in alle hoeken en gaten verdwenen is.  

Een andere spanning ontstaat in de confrontatie met de zogenaamde ‘twee-wegen-leer’. Daarbij gaat men uit van de gedachte dat kerk en synagoge (Israël) ieder een eigen weg dient te gaan en een eigen opdracht heeft te vervullen. De synagoge heeft de Thora, de kerk (het evangelie van) Jezus Christus. Dat moet wederzijds aanvaard en gerespecteerd worden. De vrede tussen joden en christenen kan dan getekend worden. Er vindt om zo te zeggen een soort boedelscheiding plaats waarbij Jezus als de Messias buiten het jodendom wordt gehouden.
Het mag duidelijk zijn dat deputaten niet op die lijn zitten. Want in feite leeft men dan langs elkaar heen. De kerk neemt in ieder geval zichzelf en haar boodschap niet serieus. Daarmee is ook Israël niet gediend.

Naast deze voornamelijk theologische spanningen, zijn er ook de politieke die vaak ook weer met theologie te maken hebben. Waar liggen bijvoorbeeld de landsgrenzen van Israël? Hoort de zogenaamde westelijke Jordaanoever erbij, of moeten we dat momenteel door Israël bezet gebied noemen? Hoe zit het met de rechten van de Palestijnen? Wie meent dat de zgn. groot-Israël-gedachte theologisch op zijn minst problematisch is en wie meent dat ook de Palestijnen recht op een eigen land hebben, zal in verschillende christelijke en Joodse kringen op weerstand stuiten.
Kortom, wie zich in de praktijk actief bezighoudt met de relatie van kerk en Israël raakt verzeild in een complexe problematiek die allerlei vragen oproept waarbij antwoorden niet gemakkelijk te geven zijn.

Luisteren, dienen, getuigen
In de ontmoeting met Israël is ‘luisteren’ de allereerste grondhouding. Luisterend zal het tot ons moeten doordringen dat voor veel Joden het kruis dezelfde verschrikkelijke lading heeft als het hakenkruis. Dat is een zure appel waar we doorheen moeten bijten, zonder daarbij de ander in de rede te vallen. Dit pijnlijke proces zullen we ons moeten laten welgevallen.

Daarnaast hebben we te luisteren naar de wijze waarop binnen het Jodendom de Schriften zijn en worden verstaan. Zou hun eeuwenlange omgang met de Schriften ons nog iets te zeggen kunnen hebben? Ook het gesprek inzake het verstaan van de Heilige Schrift en de komst van het Koninkrijk zal beginnen met luisteren naar de ander, de oudste broeder. Ongetwijfeld valt daarvan nog veel te leren voor christenen uit de volkenwereld.

Een tweede woord dat als grondhouding in de ontmoeting een rol speelt is ‘dienen’. Ook daarbij is zorgvuldigheid vereist. Dienstverlening via allerlei projecten mag geen verborgen agenda bevatten waarbij Israël gepaaid wordt voor het evangelie van Jezus Christus. Het gaat om een eerlijke uiting van daadwerkelijke bewogenheid om in noden van allerlei aard te voorzien. Daarbij dient de kerk niet te handelen met aanzien des persoons en zal de bewogenheid in Israël uitgaan naar zowel de joodse als de Arabische bevolking. Daarin mag dan iets van Christus’ bewogenheid oplichten voor alle mensen.

Als vanzelf komen we dan bij het derde element van de grondhouding in de ontmoeting: ‘getuigen’. Daarin komt de kerk zelf aan het woord. Getuigen is wat anders dan manipuleren of dwingen. Het is wel een moment in het gesprek waarin we nadrukkelijk aandacht vragen voor het evangelie van Jezus Christus zoals wij dat vanuit de Schriften hebben leren verstaan. Daarbij zullen uiteraard onze daden niet in strijd mogen zijn met de woorden die we spreken. Als gesprekspartners elkaar serieus nemen zullen ze elkaars diepste motieven en bedoelingen willen leren kennen. Dat is een spannend en boeiend proces dat de mogelijkheid van een verrassing in zich bergt. Dat mogen we geduldig (ver)wachtend aan Israëls God overlaten, die alleen wonderen doet.

Ds. Jan Groenleer is emerituspredikant en woont in Leiden

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker