Artikel
2015-09-11
Nader bekeken: Verbondenheid vanwege het Verbond Door P.L.D. Visser

‘Voorgoed verbonden’. Deputaten Kerk en Israël brachten in 2012 een brochure uit onder die titel. Zo is dus de koers van de kerken uitgezet, met verbondenheid als kernbegrip. Toch is juist de laatste jaren de verbondenheid met Israël van vraagtekens voorzien. In de breedte van het gereformeerde kerkelijke leven, maar ook binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken.

Met welk Israël weten we ons dan verbonden? Dat zou een eerste vraag kunnen zijn. Als ik dit schrijf, begint burgemeester Van der Laan van Amsterdam volgens de berichten aan zijn reis naar Israël. Daarbij zal hij Tel Aviv en Ramallah bezoeken.

Kritiek klonk alom toen de voorgenomen reis bekend werd. Het plan om een stedenband aan te gaan werd opgeschort en vervangen door een ander reisdoel: een onderzoek naar samenwerking. Opnieuw klonk protest. Kon de burgemeester het maken om alleen maar economische belangen te dienen met zijn reis? Moet Amsterdam wel zaken willen doen met Israël?

De burgervader verwierp die kritiek met kracht: 'We praten over mensenrechten, zien culturele dingen, alles wat te maken heeft met spanning tussen bevolkingsgroepen. En er zit ook economie bij.'1

Bang
Critici waarschuwen tegen de gevolgen van de reis. De burgemeester zou wel eens de spanning tussen Israëli’s en Palestijnen kunnen importeren in de hoofdstad met zijn vele bevolkingsgroepen, waaronder Joden en moslims. Toch is Van der Laan vastbesloten: 'Het Midden-Oosten geeft ook veel problemen in de rest van de wereld. Het daalt op onze straten neer, niet alleen in Amsterdam. Dan is het helemaal niet gek als je zegt, op stadsniveau gaan we met elkaar praten vanuit nieuwsgierigheid. Of we iets voor elkaar kunnen betekenen.'

Met deze berichtgeving zit ik zelf in een veelvoud aan vragen en gedachten. Het zal toch niet waar zijn, denk ik dan, dat Joden zeventig jaar na de oorlog weer bang moeten zijn in Amsterdam? En dat vanwege een reis van de burgemeester? Is er dan niets geleerd van de Naziterreur? Het is niet zo moeilijk om ons verbonden te weten met het vervolgde Israël van de pogroms en razzia’s.

Boter
Maar, kun je aan de andere kant zeggen: heeft Israël geen boter op het hoofd? Natuurlijk, het was bijzonder toen Israël als staat erkend werd in 1948. Het was nog meer bijzonder dat het als overwinnaar uit de strijd kwam, toen vijf Arabische landen de jonge staat Israël aanvielen.

Maar treedt het machtige Israëlitische leger altijd zuiver op naar de Palestijnse burgers toe? We kunnen er niet omheen: Amnesty International rapporteert schendingen van de mensenrechten. Zeker, die schendingen zijn ook door Palestijnse terroristen begaan door het vergieten van Joods bloed. Maar na onderzoek van het gewapend optreden in de Gaza-strook van 2014 blijkt: ‘Amnesty vindt de meedogenloze en grootschalige bombardementen op woonwijken in Rafah, als reactie op de gevangenneming van luitenant Hadar Goldin, een schokkende minachting voor de levens van burgers. Dit komt neer op oorlogsmisdaden. Tot nu toe heeft Israël haar eigen optreden op geen enkele manier onderzocht.’2

De SGP zegt het – los van bovengenoemd conflict in 2014 – rustiger en anders dan Amnesty International, maar ook dan hoor je zorg voor de getroffenen doorklinken: ‘De Palestijnse bevolking heeft helaas veel te lijden, niet in de laatste plaats van haar eigen leiders. Humanitaire hulp moet royaal verstrekt worden.’3 Moeten we ons ook verbonden weten met het Israël van de militaire overmacht?

Ingewikkelder
Het kan nog ingewikkelder worden met onze verbondenheid. Want wat is dat eigenlijk, Israël? Is het de staat van kabinet en Knesset? Of is het het volk? En wat is dat volk dan: iedereen met een Israëlitisch paspoort of iedereen die uit een Joodse moeder werd geboren? Zijn het ook de wereldwijd anoniem levende Joden, die hun afkomst verzwijgen, of zijn het alleen diegenen die behoren bij een synagogale gemeenschap waar dan ook ter wereld? Moeten we ons verbonden weten met de Joodse kolonisten die de confrontatie met de overheid aangaan? Of met de seculiere Israëli’s die feesten in Tel Aviv en andere mondaine plaatsen? Gaat het om het Israël van de vele soorten en smaken orthodoxie, of om het deel dat de Heere Jezus als de Messias belijdt? Of moeten we onze verbondenheid uitsluitend zoeken met het gelovige Israël uit het verleden, zoals we dat uit het Oude Testament kennen?

Vijandig
Met name wordt onze verbondenheid met Israël moeilijk als we letten op de vijandige houding van orthodoxe Joden ten opzichte van hun Messiasbelijdende volksgenoten, onze zusters en broeders in Christus Jezus dus. Evan Thomas, voorganger van een Messiasbelijdende gemeente, vertelt in 2013 tijdens een bezoek aan Nederland: ‘Er is sprake van een reeks vormen van religieuze discriminatie. Immigreren is moeilijk voor Messiasbelijdende Joden. Vanuit de samenleving ervaren zij agressie. Met enige regelmaat vinden er vernielingen en bekladdingen van gebouwen van gemeenten van Messiasbelijdende Joden plaats.’4

Dit strookt met wat ouderling Yoyakim Figuras begin dit jaar in Hasselt vertelde over de ‘benarde situatie van Messiasbelijdende Joden in Arad en hoe de protesten van de orthodoxe Joden, die heftig en intimiderend zijn, uiteindelijk ‘gratis PR’ opleveren voor de gemeente. Dit vergde wel een andere wijze van denken door de gemeente maar mede door het gebed lukte het om de positieve kanten van deze op zich negatieve acties te gaan zien. De gemeenteleden bidden veel voor hen die hen beschimpen en lastig vallen.’5

Verbond
De veelkleurigheid van alles wat met Israël aangeduid kan worden is verbijsterend. Hoe kunnen we ooit onze verbondenheid belijden en beleven wanneer er zoveel tegenstelling en verschil is in dat wat ik nu voor het gemak maar even Israël noem?

Zelf zoek ik houvast in het woord van Paulus in Romeinen 11: 28: ‘Zij zijn weliswaar wat het Evangelie betreft vijanden vanwege u, maar wat de verkiezing betreft geliefden vanwege de vaderen.’

Juist de Joden die zich vijanden tonen, noemt Paulus hier ‘geliefden’. En dat wat de verkiezing betreft, vanwege de vaderen. Hier duidt Paulus op Abraham, Izak en Jacob. Had God hen niet uitgekozen en met hen zijn verbond opgericht? Dat vergeet God nooit. Zijn liefde blijft zoekend uitgaan naar de nakomelingen van Abraham. Dat neemt niet weg, dat zij wat het Evangelie betreft nu vijanden zijn. En dat is hartverscheurend, want dat ongeloof betekent dat zij als takken uit de olijfboom uitgerukt werden (Rom. 11: 17, 20). Toch is een wending mogelijk: ook afgerukte takken kunnen opnieuw geënt worden op hun eigen olijfboom (v.24).

De verbondsbelofte blijft dus van kracht. God heeft niet afgerekend met Abrahams nageslacht. Dat betekent niet een soort verbondsautomatisme, alsof Israël een weg tot God heeft buiten Jezus de Messias om. Evenmin als gedoopte kerkleden een weg tot God hebben buiten Christus om. Daarover is Paulus duidelijk (10: 1-3). Maar het genadeverbond is wijder dan alleen de ware gelovigen. Het omvat (een niet onbekende gedachte in de CGK) niet slechts de uitverkorenen, maar de wijdere kring van de gelovigen en hun nageslacht.

Wanneer dat nageslacht van Abraham zich ongelovig toont en de Messias verwerpt, betekent dat niet dat Gods verbond krachteloos is geworden. Evenmin als God zijn verbond met ons en onze kinderen opzegt wanneer wíj in ongeloof volharden. Aan God ligt het niet. Zijn verbondsliefde blijft ook op (nog) gesloten deuren kloppen.
Die trouw van God geeft hoop voor Israël. Met dát Israël, het nageslacht van Abraham, dat onder Gods belofte van trouw valt, mogen we ons ook als kerken ‘voorgoed verbonden’ weten. Niet omdat het allemaal zulke fijne, lieve mensen zouden zijn. Maar omdat Gód ze niet loslaat met Zijn verbondstrouw. Dat geeft verwachting en gebed voor Israël.



1 Bron: www.at5.nl
2 Bron: https://www.amnesty.nl
3 Bron: www.sgp.nl
4 Reformatorisch Dagblad, 24-04-2013
5 Voorlichtingsblad van de stichting Steun Messiasbelijdende Joden, jrg.16 nr. 1

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker