Artikel
2015-11-20
Nader bekeken: Leerlingen door Miranda Renkema

Laat ik het maar gelijk eerlijk zeggen: mijn ervaringen met catechese (met het géven van catechese, wel te verstaan) behoren niet tot de momenten waar ik met het grootste plezier, laat staan enige vorm van trots, op terugkijk. Ik denk dat ik wel kan zeggen dat het niet tot mijn kernkwaliteiten behoort, iets overbrengen aan een groep lawaaiige 13/14-jarigen, zonder zo’n krap uur in een complete chaos te laten ontaarden.  

Nou, misschien maak ik het te erg nu. Ik moet in ieder geval denken aan de catechisatielessen die ik als stage in het kader van de studie aan de TUA moest geven. Eigenlijk onder begeleiding van een predikant, maar de gemeente waar ik de lessen gaf was vacant, en de kerkenraad liet mij wat alleen aanmodderen. Nu had ik één, redelijk braaf, groepje van 12/13 jaar, dat ging best aardig. En een bezemgroep van al iets oudere jongeren die op de vaste catecheseavond niet konden, daar ging het eigenlijk ook wel ok. Maar ik had ook een groep 14/15-jarigen, voor het grootste deel echte ‘doeners’, en bezig met heel andere zaken dan de keurige catechesemethode die ik geacht werd met hen te volgen ... chaos ... iedere week weer, en iedere week meer.

Catechismus
Totdat ik er niet meer tegen kon. Op een avond heb ik alle catechisatieboekjes aan de kant gegooid, de hele club naar huis gestuurd, en gezegd dat ik ging nadenken hoe we het volgende week gingen doen. Die week daarna ben ik teruggekomen, met één boekje, de Heidelbergse Catechismus, in de vertaling van ds. R.H. Bremmer (iets eenvoudiger taalgebruik, zinnen in kleinere deeltjes geknipt, en vet gedrukt hoe de lijn van het antwoord loopt). Ik heb dat boekje opengelegd bij zondag 1 ... ‘wat is uw enige troost, in leven en sterven’? ... en ik ben maar gewoon gaan vertellen wat daar stond.   

En tot mijn verbijstering was het stil. En kwamen daarna allerlei vragen los, en diepe geloofsovertuigingen, die ik nooit eerder had gehoord. De rest van het jaar heb ik die catechisatiemethode gelaten voor wat hij was en zijn we op deze manier de catechismus door gegaan. Op dat moment was het voor mij eigenlijk niet veel meer dan een soort wanhoopspoging om met die groep op één of andere manier contact te krijgen. Maar achteraf heb ik wel eens gedacht, dat onbewust daar wat dingen gebeurden die voor catechese misschien niet zo slecht zijn.

Relevantie en relatie
Ik denk dat ik op één of andere manier iets overgebracht heb van het feit dat ik hen niet probeerde te bombarderen met allerlei nutteloze feiten die ze moesten zien te kennen, maar dat het zaken waren die er toe dóen, waar ik het over had ... dat het zaken waren die mij raakten, en die ook relevantie hadden voor hún bestaan. En dat ze er iets mee moesten. Het deed op een bepaalde manier denk ik een beroep op het hart.

Daarnaast zorgde dat vertellend uitleggen van die zondagen ook voor een wat andere relatie dan een simpele leraar-leerling-verhouding. Niet dat ik ze niets probeerde te leren, maar in die no-nonsense manier van met de enkele tekst van de catechismus voor je neus proberen uit te leggen, konden die jongeren aan alle kanten merken dat ik mij kwetsbaar opstelde door te vertellen wat ik geloofde, en dat de vragen die zij daarbij stelden ook voor mij niet onbekend waren. Ten diepste, dat ik ook maar gewoon leerling was, net als zij.   

Discipelschap
En dat is nou typerend voor het ‘leren’ in de christelijke gemeente, dat we daar, of we nu les geven of les ontvangen, ouderling zijn of jeugdverenigingslid, denker of doener, uiteindelijk allemaal ‘leerlingen’ zijn ... leerlingen van Christus ... discipelen. Kort geleden werd ik er weer erg door getroffen dat Christus juist met dát woord zijn volgelingen typeert. En hoe mooi het is als dat van je gezegd kan worden, dat datgene wat opvalt niet is hoeveel je weet, hoeveel je kunt, hoeveel ervaring je hebt, maar dat je discipel bent van de Here Jezus Christus.

Een christen is leerling, en blijft dat ook altijd. We mogen leren door de verkondiging van het Evangelie, door te studeren in Gods Woord, door gebed, maar ook door anderen die ons voor willen gaan in het dienen van Christus. Ouders, grootouders misschien, maar ook andere broeders en zusters die bereid zijn met ons mee op te lopen, en aan wie we ons wat op kunnen trekken. De gemeente is bedoeld als plek om te leren, om elkaar te leren, om jongeren te leren, maar als gezonden gemeente ook om mensen die Christus nog niet kennen te leren: "Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen.” (Math. 28: 18, 19).    
En discipel zijn, dat omvat veel. Dat betekent dat het ook tijdens de catechese hoort te gaan over wat het inhoudt om Jezus te volgen. Hoe onze houding moet zijn, als gezonden leerlingen in deze gebroken wereld. Te midden van alles wat daar speelt. Op het moment dat ik dit schrijf, zijn een paar uur geleden die afschuwelijke aanslagen in Parijs gepleegd. Inmiddels begint er voorzichtig, o.a. in de christelijke kranten, wat duiding en houdingbepaling te komen. Maar gisteravond, in de eerste ontzetting over wat er gebeurde, zag ik op de sociale media uitspraken van christenen waar ik van schrok. Ik zag tweets waarin gevraagd werd of we nu eindelijk eens wakker gingen worden, met daarna de hashtags #vluchtelingen, #Parijs. En de uitspraak dat dit gevolgen ging hebben voor de vluchtelingencrisis, met de toevoeging ‘en terecht!’. En tweets waaruit enorme angst sprak.   
Dat was kennelijk wat primair bovenkwam. En angst is ook begrijpelijk. Maar dan is het wel goed te bedenken, dat, zoals iemand schreef, we na Parijs iets voelen dat voor anderen al heel lang realiteit was. En dat precies dat de reden is waarom mensen naar Europa vluchten. En dát soort vragen, die horen op de catechese thuis: is het terecht om zo bang te worden? Zei Christus daar ook iets over? Over hoe het zou gaan met zijn volgelingen in deze wereld? Over onze houding ten opzichte van wie ons vervolgen? Over bezorgd zijn? Over Zijn Koningschap en een met ons zijn, alle dagen, tot aan de voleinding van deze wereld?   

Kennis
Over relevant gesproken. En relationeel, want reken maar dat de persoon van de catecheet een rol speelt in wat hij overbrengt. Maar tegelijk laat het ook zien hoe belangrijk dat andere element is dat ik even noemde: kennis. Er is op het gebied van catechese lang een trend geweest van minder nadruk op kennis, en meer aandacht voor gevoel en ervaring. Zo ontstonden nieuwe vormen van catechese, zoals mentorcatechese, of het ineenschuiven van catechese en clubwerk. En het is zeker belangrijk om te praten over de vraag: ‘wat vind jij er van?’ Maar er zijn ook momenten nodig waarop geleerd wordt: ‘wat vindt de Bijbel ervan?’ Momenten waarop lijnen in de Bijbel zichtbaar gemaakt worden, en belangrijke Bijbelse noties uitgelegd worden.

Wat dat betreft gaat de balans in onze tijd misschien ook wel langzaam weer wat naar de andere kant. Net als in het middelbaar onderwijs het gewone degelijke ‘reken- en taalonderwijs’ weer belangrijker is geworden, tot en met de verplichte rekentest op de Pabo en bij andere studies aan toe, zo zou het goed kunnen dat ook in de kerken na een tijd van nadruk op persoonlijke verwerking en ervaring, weer meer oog komt voor hoe belangrijk kennis is.

Leren in de Bijbel is altijd een zaak van hoofd, hart en handen. En ‘kennen’ heeft ten diepste te maken met líefhebben, en dat is uiteindelijk het doel van al onze feilbare pogingen tot catechese: dat jongeren de Here leren liefhebben, en discipel van Hem worden. Dat vraagt gebed, dat wij allemaal, of we nu een taak hebben in catechese of niet, leerlingen willen zijn, die weer andere leerlingen willen maken.  

Drs. M. Renkema-Hoffman is theologe en lid van de redactie van De Wekker


 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker