Artikel
2015-12-04
Nader bekeken: Mislukt experiment? door C.C. den Hertog

Vrijdag 13 november jl. zal vermoedelijk een datum worden die ons collectieve geheugen ingaat. Zoals je niemand hoeft uit te leggen waar je aan denkt als je het hebt over 11 september, zo vermoed ik dat het met 13 november ook zal gaan. Over jaren zullen velen onder ons nog weten wat ze deden toen ze de eerste berichten over aanslagen vanuit Parijs hoorden. We zullen ons vermoedelijk dan niet meer herinneren dat dat ook de dag was waarop het boek Het seculiere experiment van Hans Boutellier verscheen. Nu is dat natuurlijk niets anders dan een samenloop van omstandigheden - maar wel een heel interessante, want dit boek maakt de balans op van onze moderne, seculiere samenleving. Waar staat het Westen, waar staat Nederland vandaag?

Boutellier - hoogleraar veiligheid en burgerschap aan de VU - maakt in zijn studie de balans op van 50 jaar seculiere samenleving. Hij ziet een scherpe caesuur in de jaren zestig van de vorige eeuw. Verschillende keren spreekt Boutellier over die wending in termen van een bewuste keus, al houdt hij wel een slag om de arm: 'De jaren zestig vormden (...) wel degelijk een breuk in de culturele geschiedenis in het Westen. Alsof er op een geheime synode werd besloten tot een massaal veldexperiment: 'We gaan het voortaan zonder God proberen - kijken wat er gebeurt!' (blz. 24). Boutellier wil met zijn boek de vraag onderzoeken hoe we het er vanaf gebracht hebben sindsdien. De vader van de schrijver waarschuwde eind jaren zestig dat het verdwijnen van het geloof in God zou resulteren in een 'zooitje' - en nu wil Boutellier weten of dat ook inderdaad gebeurd is.

Als ik hem goed begrijp, valt het hem niet tegen. Een zooitje is het niet geworden. Weliswaar stegen de misdaadcijfers aanvankelijk, maar die stijging is inmiddels al geruime tijd omgebogen in een stevige daling. Bovendien laat deze stijging zich goed door andere factoren verklaren dan door de verminderde greep van de kerk op de samenleving: de grote babyboomgeneratie was in die jaren jong en jongeren zoeken nu één keer grenzen op, zo redeneert hij. Ook op het gebied van seksualiteit voltrokken zich enorme veranderingen, en ook die waardeert de schrijver naar mijn waarneming vooral positief. Natuurlijk wijst hij op uitwassen en weet hij van het seksueel geweld dat eerder problematischer is dan voorheen, maar nergens wordt zijn boek een pleidooi voor terugkeer naar vroeger tijden. Een grondig gesprek met elkaar over onze diepste overtuigingen lijkt hem wel nodig.

Angst
Boutellier lijkt dus niet ontevreden over de ontwikkeling van de samenleving sinds de jaren zestig, maar zijn observaties zetten hier en daar wel aan tot verder denken. Een paar dingen die mij troffen in zijn beschrijving haal ik naar voren.

Om te beginnen stelt hij vast dat de criminaliteit weliswaar niet is toegenomen, maar de angst ervoor wel. Hoewel de criminaliteitscijfers gedaald zijn, is de angst om slachtoffer te worden van een misdrijf toegenomen. Om dat te begrijpen, wijst Boutellier op de Deense theoloog Gregersen, die gewezen heeft op het feit dat het christelijk geloof mensen meer gaf dan securitas (veiligheid in de zin van security). De Bijbel spreekt over zekerheid die certitudo (we zien dat woord terug in de een woord als certainly) genoemd wordt. Securitas is een zekerheid die opkomt van onze inschatting, onze onderneming om het kwaad in te dammen. Certitudo is een zekerheid met een ander karakter – het is de zekerheid die ontvangen wordt in het luisteren naar de woorden van onze goede Here, die belooft dat Hij met ons is en dat Hij zorgt. De christelijke zekerheid ziet dezelfde omstandigheden als ieder ander mens – maar weet daarbij van een God die deze wereld niet aan zichzelf overlaat. De toegenomen angst in de samenleving hangt volgens Boutellier samen met het verdwijnen van het geloof in de Here God en zijn beloften. Het lijkt me iets dat we als kerk met belangstelling noteren – om dan meteen de vraag te stellen: zijn wij inderdaad minder angstig dan de mensen om ons heen? Valt de gemeente van Christus op vanwege de zekerheid en de rust waarmee zij in de wereld staat?

Morele leegte
Boutellier laat in zijn boek zien hoe ver de secularisering is doorgegaan. De huidige westerse cultuur gelooft niet alleen niet langer in God. Onze wereld gelooft nergens meer in. ‘We hebben alleen onszelf nog als criterium voor wat goed is, en kunnen hooguit hopen dat een ander naar ons wil luisteren. Consensus vinden we vooral in datgene wat we afwijzen.’(blz. 68v.). Opvallend genoeg viel prof. Gabriel van den Brink bij zijn afscheid van de Universiteit van Tilburg jl. vrijdag deze gedachte bij. De politiek is moreel leeg geworden, partijen hebben geen idealen meer en zijn daardoor in grote mate onderling inwisselbaar geworden. De taal van de economie bepaalt ons denken en dus ook de manier waarop in Nederland beleid gemaakt wordt. Dat zijn we dan wel met elkaar eens: de economie gaat voor alles en die moet groeien – dan gaat het goed met het land. Heat lijkt me een signaal om over door te denken. Naar mijn indruk vond Van den Brink het een groter probleem dan Boutellier – ik zou het dan met Van den Brink houden. Het is zorgwekkend als we als samenleving vooral nog overeen stemmen in de vraag wat we niet willen. Hoe moet zo’n land geregeerd worden? Hoe ga je dan de toekomst in? En welk verhaal geven we door aan een volgende generatie?

Probleem
Een belangrijk probleem lijkt me te zitten bij het feit dat we de belangrijke vraag wie wij zijn buiten de orde houden. En dan bedoel ik niet de vraag naar onze nationale identiteit – die vraag stellen we de laatste jaren juist steeds nadrukkelijker. Vandaar de belangstelling voor films als die over Michiel de Ruyter. Maar de diepere vraag naar wie we nu echt zijn, wat onze verantwoordelijkheid is voor de problemen waarmee we geconfronteerd worden – die vraag gaan we uit de weg. Met het verdwijnen van kerken hebben we ook geen veilige plaats meer om die vraag te stellen, want zodra we onze eigen rol verwoorden in termen van verantwoordelijkheid, kunnen we een schadeclaim tegemoet zien. Toch ligt hier een wezenlijk punt. Zolang we niet willen praten over onszelf en we krampachtig volhouden dat er met ons weinig aan de hand is, moeten we de spiegel ontwijken en over onze schuld en gebreken heen lachen. Oppervlakkigheid is makkelijker dan eerlijk zelfonderzoek. En als niemand de diepere vragen stelt, is de noodzaak om het te doen tamelijk beperkt. Toch kun je het rustig een gebrek aan vorming noemen: wij zien onze duisternis niet meer onder ogen. Maar die is er natuurlijk nog steeds wel!

Dat gebrek aan vorming keert zich tegen ons. Jongeren blijken niet genoeg te hebben aan de oppervlakkigheid en de snuisterijen waarmee hun leven omringd is en zoeken naar een sterke identiteit. Van verschillende van de aanslagplegers (van de laatste aanslag in Parijs, maar ook van eerdere aanslagen) is bekend dat ze zijn geradicaliseerd na een leven in de ‘lege vreugd’ van onze samenleving – drugs en drank. Hun godsdienst is vervolgens vaak een door henzelf geassembleerde versie van de islam, die niet rechtstreeks samenvalt met de ene of de andere stroming binnen de islam. Hun antwoord op de vraag naar hun identiteit geeft ons moeite en maakt ons bang. Zij zien de duisternis wel, maar lokaliseren hem vooral bij een ander – die daarom vernietigd moet worden. Naast de verschillende manieren waarop dit terrorisme reeds wordt aangepakt, lijkt het me onontkoombaar dat we in ons werelddeel de diepere vragen weer leren stellen en beantwoorden. Wie zijn wij? Zijn wij inderdaad de morele wereldleiders waar we onszelf graag voor uitgeven, of moeten we misschien nog een beetje dieper durven kijken – en niet de vergissing maken om de duisternis vooral bij een ander te vinden. Als het Westen echt een toekomst wil vinden, moet de vraag gesteld worden of dat seculiere experiment nu echt zo geslaagd te noemen is. Als die vraag gaat klinken, moet de kerk er zijn om de weg te wijzen naar de God die ons werkelijke zekerheid geeft, bij wie we onze duisternis onder ogen kunnen zien – en die ons toekomst belooft.

Ds. C.C. den Hertog is predikant te Surhuisterveen


Naar aanleiding van: Hans Boutellier, Het seculiere experiment. Hoe we van God los gingen samenleven, Amsterdam 2015.


 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker