Artikel
2015-12-04
Komt Jezus binnenkort? door D. Visser

Het kan niet missen, Jezus komt spoedig. Kijk alleen maar naar alle conflicten in de wereld, met alle rampzalige gevolgen: terroristische aanslagen en een eindeloze vluchtelingenstroom. Is bovendien het volk Israël niet het middelpunt en mikpunt van het ingrijpende wereldgebeuren? Wat een vijandschap tegen de staat Israël, niet het minst in het voortdurende en steeds weer hoog oplaaiende conflict met de Palestijnen. En vergeet het antisemitisme niet.
Kortom, het kan toch niet anders of deze wereldbedeling loopt op haar laatste benen?


Zeven meningen
De verwachting dat Jezus nu echt snel zal komen, roept onder christenen heel verschillende reacties op, zoals:
- Ik weet zeker dat het waar is sinds ik Wake Up! heb gelezen. De schrijver van dat boek toont dat overtuigend aan. Maar helaas hoor je dit geluid in de CGK niet.   
- Ik ben er bang voor, door de verschrikkingen die nog aan de wederkomst vooraf zullen gaan.
- Ik ben bang, omdat ik geen zekerheid heb over mijn eigen zaligheid.
- Ik zou het erg vinden voor mijn geliefden die niet in de Here Jezus geloven. Ik hoop dat ze op tijd tot inkeer komen.
- Ik hoop dat het niet klopt, want ik heb nog zoveel mooie levensplannen. Die vallen dan in duigen.
- Het is al zo vaak gezegd op grond van sprekende gebeurtenissen. Maar Jezus zegt dat geen mens het weet. Alleen zijn Vader kent dat tijdstip (Matt. 24: 36).
- Ik verheug me erop, want dan komt er een einde aan alle ongerechtigheid en oorlog.

Ik kom spoedig
‘Ik kom spoedig’, belooft Jezus drie keer op de laatste bladzijde van de Bijbel (Openb. 22: 7, 12 en 20). Maar klopt dat wel? Dat is nu, na tweeduizend jaar, een logische vraag. In mijn antwoord neem ik Openbaring 22: 20b als uitgangspunt.
Daar wordt Jezus’ belofte gevolgd door een geloofsreactie: "Ja, Ik kom spoedig. Amen. Kom Here Jezus.”         

Het is te begrijpen dat mensen meer dan twintig eeuwen na Jezus’ belofte tot de conclusie komen dat zijn mooie beloften onbetrouwbaar zijn en de Bijbel voorgoed dichtdoen. Degenen die dat niet doen, kunnen denken dat Jezus zich moet hebben vergist, toen Hij beloofde dat Hij snel zou komen. Dat is zo, volgens veel theologen, omdat Jezus uiteindelijk ook maar een mens is.

Ds. A.F. Troost wil dat zo niet zeggen, vanwege Jezus’ uitspraak dat alleen de Vader weet wanneer de Mensenzoon zal komen. Maar volgens Troost dacht Jezus intussen wel dat het koninkrijk van God binnen een generatie komen zou. Dus maakte Hij toch een vergissing. En in navolging van Hem de evangelisten en de apostelen, tot in het laatste Bijbelboek. Dat vindt Troost geen probleem, omdat het moment van de wederkomst van ondergeschikt belang is. Bovendien duidt hij de onverwacht lange duur positief: die is te danken aan de liefde en het geduld van God, die zoveel mogelijk mensen redden wil (2 Petr. 3:9).

Wie met deze uitleg niet uit de voeten kan, zoals ik, zit wel met de vraag hoe Jezus  zo lang geleden kon zeggen dat Hij snel zou komen. Velen menen dat wie gelovig de Bijbel leest en goed op Gods tekenen let, het antwoord kan weten: Jezus komt binnen een generatie na het nieuwe begin voor het volk Israël in 1948.  
Als je op deze lijn zit, moet je beseffen dat je niet de eerste bent die op grond van het wereldgebeuren meent te kunnen zeggen wanneer het (ongeveer) de tijd voor de wederkomst is. Maar geen enkele van die voorspellingen is uitgekomen. Bovendien staat nergens in het Nieuwe Testament dat Jezus kort na 1948 of een andere historische gebeurtenis zal verschijnen.

Het ‘ja’ van Jezus
Jezus begint zijn belofte met ‘ja’. Dit woordje lijkt overbodig. Maar in werkelijkheid is het Jezus’ ja-woord voor zijn gemeente. Met de bedoeling dat zij daar ‘amen’ op zegt. ‘Ja’ en ‘amen’ betekenen in wezen hetzelfde. Het is zeker dat Ik spoedig kom, zegt Jezus. Zijn gemeente antwoordt: ik geloof dat het echt waar is.  

Jezus heeft het over de toekomst, maar gebruikt de tegenwoordige tijd. Hij zegt dus niet: ‘Ik zal komen’. maar: ‘Ik kom’. Hij bedoelt dat Hij bezig is te komen!

Het woord ‘spoedig’ lijkt naar de (nabije) toekomst te wijzen. Maar die betekenis heeft het Griekse woord niet. Het brengt tot uitdrukking dat Hij ‘met haast’ aan het komen is. Maar waarom duurt het dan toch zolang? Die vraag ligt op onze lippen en brandt mogelijk in ons hart. Vergeet niet dat de reddingsoperatie die Jezus uitvoert in opdracht van zijn Vader geen spoedingreep is, maar een complexe operatie die veel tijd en de nodige zorgvuldigheid vergt. Het ‘spoedig’ van Jezus is daarom geen tijdsaanduiding, maar een kwaliteitsaanduiding: Werkelijk, Ik ben bezig met haast te komen.

Dat is het, wat Jezus met andere woorden belooft. Gewoner gezegd: ‘Echt waar, Ik kom er al aan, en maak haast.’ Hij is dus druk bezig zijn werk zo vlug mogelijk af te maken. Daardoor staat alles in het teken van zijn komst. Zeker het leven van Christus’ gemeente.  

Het amen van zijn gemeente
‘Amen’ is het antwoord van Christus’ gemeente. Daarmee spreekt zij als haar vaste overtuiging uit dat Hij haast maakt. Dat is Hij namelijk verschuldigd aan zijn Vader en Hij doet Hij het voor haar. Haar rotsvaste vertrouwen in Hem doet haar bidden: ‘Kom, Here Jezus’. Door de geloofsverbondenheid met Hem verlangt zij naar de dag dat zij voor altijd en ongestoord verenigd zal zijn met Hem in Gods nieuwe wereld. Ook dat gebed staat in de tegenwoordige tijd. ‘Here, ga door met uw komen, totdat U er bent.’

Dat is in het boek Openbaring het gebed van Christus’ gemeente, terwijl zij lijdt omwille van haar geloof in Hem. In haar benarde omstandigheden wendt zij zich tot Hem met zijn eigen belofte. Dat geeft troost en moed in alle moeite, want door Hem gaat het aan op de grote toekomst.     

Er komt nog een belangrijk aspect bij, zo blijkt uit de twee andere keren, dat Christus deze belofte geeft. Bij zijn komst zal Hij iedereen belonen naar zijn daden. Zalig zijn zij die leven in overeenstemming met zijn woord. Zij mogen het nieuwe Jeruzalem binnengaan. Maar iedereen die de leugen liefheeft en ernaar handelt, komt die stad niet in (Openb. 22: 7 en 11-15).

Jezus laat op zijn belofte dus een appel volgen: laat je levensstijl bepalen door mijn ‘ja’. Door ’amen’ te zeggen en te doen. In die levenswandel groeit het verlangen van de gemeente - de bruid van Christus - naar de dag dat Hij komt. In de wetenschap dat haar Bruidegom betrouwbaar is en haar niet onnodig zal laten wachten. Mogelijk komt Hij morgen, maar het kan ook nog een poos duren. Dat kan zij met een gerust hart aan Hem overlaten. Door zijn genade en met zijn belofte kan zij verder.

Vol verwachting
Jezus belooft dat Hij met spoed komt. Daarmee zegt Hij niet dat Hij - nu - binnen afzienbare tijd komt. Er is immers geen mens die dat moment weet? Dat is een kritische kanttekening bij de bewering dat het vijf voor twaalf is. Die plaats ik niet om de gedachte te geven: Hij zal voorlopig wel niet komen.

Misschien is het wel één voor twaalf! Dat zeg ik niet om de angst van bange mensen te voeden. Integendeel, Jezus geeft zijn belofte juist om van alle vrees voor rampen en rampzaligheid te verlossen. Zijn gemeente is geborgen en zal gegarandeerd de feestzaal mogen binnengaan. De verschrikkingen van de aardse tijd zijn klein vergeleken bij de toekomstige heerlijkheid. Die eeuwige feesttijd gaat trouwens ook alle vreugden van dit leven ver te boven.

Maar als je niet echt bij zijn gemeente hoort? Het evangelie klinkt nog steeds. Laat wie het horen zeggen: kom. Kom, en drink gratis van het water van het leven (Openb. 22: 17).

En als je vreest dat mensen die je lief zijn buitengesloten zullen worden? Zolang Christus nog niet is teruggekomen, is er hoop. En is er gelegenheid voor hen te bidden. En hen te laten zien en horen hoe zalig het is Jezus als Heiland en Here te kennen. Maar wie Hem tot het einde toe verwerpt, wordt verworpen op grond van de eigen verkeerde keus. Dat gaat Hem aan zijn hart, meer nog dan bij de beste moeder. Maar Hij kan niet anders. Omdat God goudeerlijk met mensen omgaat, kunnen we de afloop aan Hem overlaten.

Over de finale van deze wereld is de Here duidelijk: Hij maakt alle dingen nieuw. Daarom is er voor ieder die in Christus gelooft alle reden met vreugde uit te zien naar zijn komst. Dan komt er een einde aan alle zonde en ellende en zal de Here bij ons wonen. Daarom is het leven op de nieuwe aarde goed. Dit vooruitzicht maakt ook dit leven goed. Het geeft gebed: ‘Amen. Kom Here Jezus.’ Hij antwoordt: Ik kom zo spoedig mogelijk!

- - -
Voor dit artikel heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de bijbeloverdenking ‘Heilsverwachting op de grens van de voleinding’ van dr. J.P. Versteeg in: Hoger onderwijs.

Ds. D. Visser is emerituspredikant van de Petrusgemeente in Broeksterwoude en woont in Amersfoort

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker