Artikel
2016-01-08
 Redactie in beeld: De Wekker van appeltaartconvent tot aan de keukentafel Door Tanneke Diepenbroek-Walhout

Wat ooit, nog voor de Christelijke Gereformeerde Kerken bestonden, begon als het Stichtse Wekkertje, is uitgegroeid tot een kerkblad dat verbindt. Ondanks de breedte van de kerken is er sprake van herkenning, ook ‘al blijft het een voortdurend punt van aandacht en blijkt het een uitdaging om de volle breedte te bedienen…’

"Ik denk dat de redactie het brede midden van de kerken bestrijkt, niet de uiterste flanken. Hoewel het nogal gebruikelijk is om in deze termen over de kerk te spreken, moet het ons denken over de kerk niet gijzelen. De kerk is geen politieke partij of club, maar lichaam van Christus. Hij is het Hoofd. Wie waarachtig in Hem gelooft, maakt deel uit van de kerk. Daarin ligt de eenheid van de kerk. Dat zou voldoende voor ons moeten zijn,” aldus hoofdredacteur ds. Peter Visser. "Naar mijn mening is de breedte van de kerken vertegenwoordigd in de redactie,” zegt Leen Mak, "maar de vraag blijft of dat ook zo wordt ervaren in de kerken. Ik vermoed zo – en daarvoor heb ik ook wel aanwijzingen – dat er aan beide kanten leden zijn die vinden, dat het blad te veel in de andere hoek zit dan waar zij zelf zitten…”
"We zijn als redactieleden er op uit om de kerken waarin we geplaatst zijn te dienen en denken daarin niet in ‘stukjes’ van de kerken. In het redactiewerk betekent het wel dat we voorzichtig met elkaar en met de kerken proberen om te gaan,” geeft Miranda Renkema aan. "Juist als de verschillen wat groter zijn is het soms moeilijker elkaar te verstaan. Met dankbaarheid constateren we, dat de band als broeders en zuster er is boven alles uit”

Herkenning aan de keukentafel

Ds. Niels den Hertog ervaart, dat hij door het schrijven in de Wekker soms in contact komt met mensen en gemeenten waar hij nog niet eerder gepreekt heeft. Je hoort dan vaak in de consistorie dat de Wekker een zekere band geschapen heeft. Er is dan herkenning van elkaar. Dat laten herkennen van elkaar, is een van de doelen van de Wekker geworden. Hoe staan andere christelijk-gereformeerden in het leven? Hoe beleven zij hun geloof? Henriëtte Bal vertelt, dat op basis van lezersonderzoek bleek, dat het blad een té theologisch karakter had. Redactielid Hans Voorthuijzen hierover: "Het lezerspubliek bestond niet uit theologisch geschoolde mensen, predikanten en kerkenraadsleden, maar voor een groot deel uit hen die in het dagelijks leven nauwelijks aan lezen toekomen. We hebben toen besloten, dat het blad ook aan de keukentafel gelezen moest kunnen worden. De leesbaarheid moest vergroot.”

Dat maakt het redactiewerk niet altijd eenvoudiger. Ds. Peter Visser: "We plaatsen in elk nummer wel een interview, want een persoonlijk getint verhaal vergroot de leesbaarheid. Daarmee maken we het onszelf niet gemakkelijk: wie ga je interviewen en waarover? Wat doe je wanneer geïnterviewden een mening blijken te hebben, die helemaal niet strookt met het inzicht van de redactie of het beleid van de generale synode? Het is niet goed om vanuit krampachtigheid dat dan allemaal in de kiem te smoren. Wel is het wijs om tijdig zoveel bij te sturen dat de bijdrage opbouwend is voor de lezers.

Het zou veel gemakkelijker zijn wanneer De Wekker uitsluitend werd gevuld met bijdragen van een groep vertrouwde scribenten met stevige kost, over Bijbel, belijdenis, kerkorde, ethiek, enzovoorts. Als theoloog zou ik dat helemaal niet verkeerd vinden. Alleen blijkt dan weer dat De Wekker niet aan de keukentafel wordt gelezen of zelfs in het plastic blijft zitten… In de redactie komt de balans altijd wel weer ter sprake: moet het inhoudelijker of moet het leesbaarder. Het is moeilijk om beide aspecten recht te doen.”

Voor ds. Niels den Hertog mag de vorm niet dermate belangrijk worden, dat aan de inhoud concessies moeten worden gedaan. "Dan maar wat minder plaatjes, die hoeven voor mij niet zo. Ik denk niet dat mijn opa (prof. van ’t Spijker) zich over dit soort zaken druk maakte. De cultuur is veranderd, maar de vraag is in hoeverre je jezelf daaraan aanpast. Door veranderingen in de vormgeving is het aantal woorden per bijdrage omlaaggegaan. De ondergrens hieraan is wat mij betreft nu wel bereikt.”

In de redactie komen

Vanuit Vlaanderen vertelt ds. Anne van Olst over de opzet van De Wekker. Elk redactielid is eigenaar van enkele rubrieken. Hij heeft onder meer Stellig in zijn portefeuille. "Bij een themanummer hebben twee redactieleden de regie. Dat is heel intensief. Zelf ben ik samen met Henriëtte als een van de laatsten bij de redactie gekomen. Je wordt door het deputaatschap voorgedragen aan de synode, nadat eerst gepolst is of je iets voor redactiewerk voelt.” Penningmeester Dick van den Bosch: "Ik ben in de redactie gekomen naar aanleiding van een mailtje waarin stond dat ze een penningmeester zochten. Ik reageerde: als ze me nodig hebben weten ze me vast wel te vinden. Binnen 72 uur waren er de eerste contacten en volgde ik de vorige penningmeester al vrij vlot op! Bij de inhoud van de artikelen ben ik niet direct betrokken, maar ik geef waar nodig wel mijn input en inhoudelijke reactie. Als penningmeester ben ik verantwoordelijk voor, jawel, de financiën en dat doe ik met veel plezier. Verder houd ik mij vooral bezig met de directe randvoorwaarden die nodig zijn om De Wekker tot stand te laten komen.” "Ik ben door de GS van 2004 benoemd als eindredacteur,” vertelt ds. Harry Sok. "Destijds werd ik door prof. Maris, toenmalig hoofdredacteur, benaderd. Mijn taak bestaat voornamelijk uit het ontvangen van de kopij, het corrigeren en redigeren ervan. Tijdrovend werk, maar wel werk dat je thuis kunt doen en het tijdstip waarop je het doet kun je voor een groot deel zelf bepalen. Ik vind het nog altijd bijzonder dat ik een bijdrage mag leveren aan De Wekker.”

Het appeltaartconvent
Dit enthousiasme kenmerkt de Wekker-redactie, waarvan sinds de komst van Miranda Renkema ook vrouwen deel uitmaken. "Toen ik in 2004 in de redactie kwam, heerste er nog een behoorlijk sterke ‘domineescultuur’. Ik was als theologe destijds het enige vrouwelijke redactielid.” Later volgden ook niet –theologisch geschoolde redactrices, als eerste Esther Spiering – de Hek”. Het volgens lezers té theologische karakter van de Wekker veranderde en het blad werd geschikt gemaakt voor een breder lezerspubliek. Na het vertrek van Esther belandde Henriëtte Bal via een sollicitatieprocedure in de redactie. Aan haar eerste ‘Wekker-ervaring’ heeft zij geen warme herinneringen… "Het interview dat ik mocht redigeren was heel ingewikkeld. Ik begreep het niet goed, er bleek ook nogal wat toegevoegd te zijn aan het oorspronkelijke verhaal, waardoor er rare fouten in kwamen. Toen heb ik me voorgenomen, dat dit me geen tweede keer zou gebeuren. Voortaan vraag ik liever tien keer om een toelichting. Als ik het dan nog niet begrijp, begin ik er niet meer aan; de tekst hoort dan niet in de interviewrubriek.”

Gevraagd naar een anekdote geeft Miranda aan goede herinneringen te hebben aan de themabesprekingen die meestal bij haar thuis plaats vinden. "Door de hoofdredacteur ook wel omgedoopt tot ‘appeltaartconventen’, naar mijn gewoonte om voor die vergaderingen appeltaart te bakken…  Aandachtspunt bij het verlaten van Hilversum is daarbij wel de flitspaal die om de hoek van onze straat staat, dat is nog weleens misgegaan.”
 
Een anekdote van de hoofdredacteur is er eentje rondom auteursrechten: "Bij de kopij moet meestal een passende foto gevonden worden. Scribenten leveren dan weleens iets aan van internet. Het gebeurde een keer dat we niet goed gekeken hadden of er copyright op een foto zat. We kregen maanden later een straffe brief van de rechthebbende, die voor honderden euro’s compensatie eiste en met een jurist dreigde. Onze penningmeesters lieten zich niet intimideren. Ze hebben het voorval keurig opgelost met een redelijke schikking. En zonder rechtszaak…”
De meesten lieten al van zich horen, maar hoe groot is de redactie eigenlijk?
Hoofdredacteur ds. Peter Visser: "Er zijn negen redactieleden. Het merendeel heeft één of meerdere rubrieken in haar of zijn portefeuille en is zelf verantwoordelijk voor die rubriek. In het inhoudelijke overleg (‘appeltaartconvent’) worden thema’s vastgesteld, waarbij de rubriekhouders zoveel mogelijk proberen aan te sluiten, zodat er enige samenhang in het nummer komt. Daarbij moeten we vermijden dat we in elkaars vaarwater zitten door goed te communiceren. Deze opzet betekent wel dat er veel meer tijd gaat zitten in overleg en afstemming dan vroeger, toen bijvoorbeeld prof. van ’t Spijker hoofdredacteur was.  
Sinds ongeveer een jaar kennen we de beleidsmatige en inhoudelijke redactievergaderingen. Dat bevalt mij erg goed: we hebben een brede taak als redactie. Behalve het maken van een blad, hebben we veel te maken met randvoorwaarden: drukker, papier, vormgeving, beeldmateriaal, abonneewerving, financieel beheer, advertentiewerving, digitalisering, zoeken van scribenten en nieuwe redactieleden – dat komt er ook allemaal bij kijken.
Ik vond het altijd wat onbevredigend als je in één vergadering beide taken moest behartigen; aparte vergaderingen bevallen mij erg goed. Dat betekent dat de inhoudelijke vergaderingen veel losser van structuur zijn. We houden ze in een huiskamer en brainstormen dan een paar uur met elkaar. Dat gaat er altijd erg levendig aan toe. De beleidsmatige vergaderingen kunnen ook gezellig zijn, maar moeten procedureel wel veel strakker verlopen.”

Vleugels in de kerk
Via de rubrieken Meditatie en Kerk Actueel is redactielid Leen Mak al zes jaar bij elk nummer betrokken. Tot vorig jaar maakte hij de jaarplanningen en korte tijd was hij redactiesecretaris. Gevraagd naar de relatie met ‘Bewaar het Pand’ en ‘Kerkblad voor het Noorden’, ook Christelijk Gereformeerde kerkbladen immers, geeft hij aan dat het ‘jonkies’ zijn vergeleken met De Wekker. Soms haalt hij er informatie uit voor ‘Kerk Actueel’. Eindredacteur ds. Harry Sok vult aan: "Er is niet veel contact met deze bladen. In Bewaar het Pand wordt De Wekker soms aangehaald en af en toe bekritiseerd en in het Kerkblad voor het Noorden wordt af en toe een artikel uit De Wekker overgenomen. Met het Kerkblad voor het Noorden gebeurt dat overigens omgekeerd ook weleens.”
"Onze kerken hebben zich altijd gekenmerkt door het bestaan van vleugels. Het is steeds bijzonder aan de CGK geweest dat dat kon. In 125 jaar is er geen scheuring gekomen, al werd aan de vooravond van elke synode gevraagd wat de spannende punten waren die scheiding zouden kunnen veroorzaken. Ondanks alle verscheidenheid hielden we elkaar vast.”

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker