Artikel
2016-04-01
Woordwerk: Jouw paradijs Door J.G. Schenau

De democratie staat onder druk en moet beschermd worden. Dat wordt tenminste van verschillende kanten geroepen. Dat laatste zou er trouwens ook op kunnen wijzen, dat het nog wel meevalt. Maar hoe ervaren christenen dat? Wat kan hun eigen bijdrage zijn? Moeten zij wel op dezelfde manier gehecht zijn aan de democratie als anderen?

Democratie
De democratie is volgens velen het hoogste goed voor een land en volk. De mogelijkheid voor alle burgers om via verkiezingen in gelijke mate invloed uit te oefenen op de regering. De meerderheid beslist, maar beschermt de minderheid. Zo was het de bedoeling want zo blijft een samenleving leefbaar voor iedereen. De rechtstaat garandeert de vrijheid om te menen en te zeggen wat je wilt, te geloven wat je wilt en te doen en laten wat je wilt.

De laatste decennia is er een algemeen gevoelen van dreiging. Vooral veroorzaakt door de terreur van moslimextremisten. Dat leidt tot de tendens met name religieuze vrijheden in te perken. Aangezien daarop in onze geseculariseerde samenleving een beroep wordt gedaan  door minderheden, worden die vooral getroffen. De secularisatie zelf vormt een katalysator, waardoor ook zaken op de agenda komen, waarvan in de verste verte geen dreiging uitgaat (hoofddoek, rituele slacht, weigerambtenaar, zondagswet).

Het is zeer twijfelachtig of op deze wijze de democratie wordt gediend. Eerder misschien juist bedreigd. De democratie dreigt te ontaarden in een dictatuur van de meerderheid. In deze dictatuur vinden de schreeuwende populist en de welsprekende humanist elkaar. Zij belijden verrassend genoeg hetzelfde geloof: het geloof in de indivuele, autonome mens.

Theocratie
De democratie heeft een overstijgende norm nodig, een morele orde. Wat de meerderheid wil, is immers niet per se goed. Je hoeft geen Bijbelgetrouwe christen te zijn om dat te zien. De Twenste dichter Willem Wilmink schreef ooit over een Joodse artiest, die in de Tweede Wereldoorlog werd gedeporteerd en omkwam in een concentratiekamp, product van het democratisch gekozen nazi-regiem:

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.


Wij zullen voor deze norm en orde te rade willen gaan bij de Bijbel. Daarin zullen we tevergeefs zoeken naar een fundering van de democratie. Niet omdat de Bijbel tegen democratie is, maar omdat de Bijbel eenvoudigweg geen enkele staatsvorm voorschrijft. In het Oude Testament regeert een koning, maar pas nadat de HERE aan de wens van het volk tegemoetkomt. Vervolgens herinneren de profeten eraan, dat de koning van Israël nog lang niet de koning van Gods dromen is. Dat zal pas Zijn Messias zijn. Minderheden zullen bij hem opademen (Psalm 72), Zíjn rijk zal het herstel van het paradijs brengen (Jesaja 11:10).

In de tijd van het Nieuwe Testament regeert de keizer van Rome. De christenen worden geacht deze overheid te erkennen als regering ‘bij de gratie Gods’ (Romeinen 13:1), belasting te betalen (Mattheüs 20:25) en voor haar te bidden (2 Timotheüs 2:2). Élk overheidsgezag wordt gezien als van God gegeven en dient erkend te worden, tenzij de gehoorzaamheid aan de HERE zelf dat onmogelijk maakt (Handelingen 5:29).

Er lijkt in de Bijbel sprake te zijn van een zekere onverschilligheid, als het erom gaat welke staatsvorm voor te staan. Dat moet de reden zijn, waarom Calvijn ook maar moeilijk kiezen kan tussen monarchie, aristocratie (regering door aanzienlijken) en democratie (Institutie IV.20.8). Uiteindelijk bepleit hij een mengvorm van de laatste twee. Er zijn in onze situatie goede dingen van de democratie te zeggen en onze rechtstaat is de moeite van de verdediging waard, maar we zullen er met de Bijbel in de hand toch niet zo bij staan te juichen als anderen.

Als het op juichen aankomt, doen wij het bij de theocratie. Niet als staatsvorm, zoals daarvan in zekere zin bij Israël sprake was, maar als overstijgend principe, als norm en orde van de democratie: God is Koning, Hij regeert (Psalm 24:1; 99:1; zie ook Nederlandse Geloofsbelijdenis art.36)!

Christocratie
Gods Koninkrijk is in Christus dichtbij gekomen. Het daalt van boven op aarde neer. Het komt niet uit de wereld op, het gaat er ook niet ín op. Tegen Pilatus zei de Here Jezus: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld” (Johannes 19:11). Het is niet gebaseerd op de macht van het getal, het zet zich niet door met de kracht van wapens. De orde wordt bepaald door liefde, offer, genade en ontferming. Bij Hem ademenen verdrukten en achtergestelden op.

Denk aan Zijn omgaan met vrouwen, kinderen, armen, vreemden, godsdienstig gestoorden en maatschappelijk ontspoorden. Voeg daarbij hoe Zijn apostel Paulus heren en slaven op een nieuwe manier aan elkaar verbond. Revolutionair, zonder dat het zo genoemd wordt. En de Here zelf beloofde een zondaar - zelf terecht gestraft - die in Hem de Koning erkende, de toegang tot het hemelse paradijs.

Zijn koningschap zet zich sindsdien op aarde door in het bestaan van Zijn gelovigen, die van Zijn Geest vervuld zijn. Dat is dan de Geest van liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Galaten 5:22). Elders heet Hij de Geest van wijsheid (Efeziërs 1:17). Kortom, al die dingen die in onze samenleving zo schaars worden, terwijl ze voor leefbaarheid onmisbaar zijn.

Juist omdat christenen zich niet laten leiden door hun eigen geest maar door die van Christus kunnen zij bij uitstek de democratie dienen. Het is niet zo dat christenen het monopolie hebben op gerechtigheid en naastenliefde, maar het mag de samenleving wel iets zeggen, dat christenen een groot aandeel hebben in vrijgevigheid en vrijwilligerswerk. En hoewel christelijk niet per se hetzelfde is als kerkelijk, - alleen al omwille van die bijdrage zou de samenleving er goed aan doen de ontkerkelijking eerder te betreuren dan toe te juichen.

Toch valt te vrezen, dat kerk en geloof meer en meer verdrongen zullen worden naar de rand van de samenleving, of liever nog: geheel achter de voordeur. De voortekenen bedriegen niet. Christelijke werkers in de gezondheidszorg zullen vaker tegen de grenzen van hun geweten aanlopen, christelijke scholen tegen de grenzen van hun budget. Hoewel onze positie nog lang niet te vergelijken is met die van onze broeders en zusters in de staatjes van Open Doors, doen wij er toch goed aan ons in te stellen op marginalisering of misschien zelfs martelaarschap. Zoals de Here Jezus Zijn volgelingen in het vooruitzicht heeft gesteld. Mét een belofte (Johannes 16:33). De tijden van verdrukking van de kerk zijn voor het Koninkrijk bepaald niet de slechtste gebleken.

Hoe dan ook, zolang het dag is, moeten we maar trouw blijven doen, wat we kunnen doen. In de christelijke politiek, in de wetenschap, maar ook ieder op onze eigen plaats in de samenleving. Als zout en licht. Bescheiden, onopvallend, verborgen. Tegelijk overtuigd, moedig en ferm. Niet om ons of onze positie maar om de eer van de Koning en het heil van ons volk.

De kerk

Tot slot nog iets over de kerk. Zij hoeft niet in haar schulp te kruipen. Aan haar is het Woord van Christus toevertrouwd. Soms móet dat tot een profetisch getuigenis voor de overheid leiden (Psalm 119:46). Maar van zondag tot zondag wil het Woord zondaren oproepen in de Gekruisigde Christus hun Koning te erkennen, om hen vervolgens toe te rusten om op elke dag van de week deze Koning te dienen.

De gemeente zelf moet daartoe maar niet al te zeer een democratie willen worden. Zo zorgelijk als het soms met de democratie in de samenleving lijkt gesteld, zo goed lijkt het met haar in de kerk te gaan: alle leden moeten over alles kunnen meepraten en meebeslissen. Wat betekent het voor ons dat Christus Zijn gemeente door de ambten regeert (Nederlandse Geloofsbelijdenis art.30)? Natuurlijk moeten ambtsdragers in het spoor van de Opperherder hun gezag dienend uitoefenen, maar als de meerderheid beslissen moet, dreigt in de kerk hetzelfde als in de samenleving: dictatuur of anarchie. Dan kan de kerkdeur inderdaad maar beter op slot. Als christocratie ergens op kan lichten, dan zal het dáár moeten zijn: waar Zijn Woord het voor het zeggen heeft, vaste grond belooft, veiligheid en de vrede van het nieuwe paradijs.

J.G. Schenau is predikant van de kerk te Goes


 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker