Artikel
2016-04-15
Interview: Niet gauw te oud voor een beroep Door Ar Sikking

Het beroepingswerk dreigt een beetje vast te lopen. ‘Oudere’ predikanten komen niet meer aan bod. In de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) wisselden daarom een paar jaar geleden vijf predikanten onder elkaar van standplaats. In de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) bestaat een mobiliteitsbureau. Zou iets dergelijks ook wat voor de Christelijke Gereformeerde Kerken zijn?

Kerkenraden worden steeds kritischer bij het beroepen van een predikant. Het beroepingswerk krijgt bijna iets zakelijks: voorwaarden, eisen, leeftijd, profielschets … Men zoekt een schaap met vijf poten.
Piet Vergunst, algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond in de PKN, houdt zich veel bezig met het beroepingswerk. "Er komt beleidsmatig en pastoraal heel wat op predikanten af. Ze hebben vaak het gevoel dat zij maatschappelijk werker zijn, of manager.
In de PKN heeft men zich intensief bezonnen op de positie van predikanten en competenties, loopbaanontwikkeling, carrièreperspectief en mogelijkheden tot specialiseren. Ik heb namens de Gereformeerde Bond (GB) aan die gesprekken deelgenomen en steevast het geestelijke aspect van het predikantschap, het leven vanuit je roeping, naar voren gebracht.

Nuchter over de praktische en zakelijke aspecten nadenken, hoort ook bij de geestelijke overweging van een beroep. Dan kan een profielschets zinvol zijn. Wat heeft de gemeente nodig na de vorige predikant? Ik word door hervormde kerkenraden vrij frequent om advies gevraagd: de vorige predikant was een trouwe pastor, men verlangt nu naar iemand die meer onderwijs geeft, waardoor de leerdiensten meer profiel krijgen. Omgekeerd kan ook. Of men zoekt iemand met beleidsmatige talenten.

De tijd is veeleisender geworden. Daarom is elk jaar een evaluatiegesprek of functioneringsgesprek - de kerk noemt dat jaargesprekken - niet verkeerd. Alleen vraagt dat van de ambtsdragers een Bijbels zicht op het ambt en een veilige sfeer in de kerkenraad. Een dominee is niet in dienst van kerkenraad of gemeente, hij is in dienst van zijn Zender en van de kerk. Hij is door de kerk beroepbaar gesteld en heeft als standplaats A of B, maar hij is geen werknemer van de kerkenraad."

Te oud?

Vijftigpluspredikanten zijn steeds minder in trek. Men wil het liefst een jonge predikant die vooral de jeugd aanspreekt.
Vergunst: "Het is onzinnig dat er een soort leeftijdsdiscriminatie is waardoor vijftigpluspredikanten minder in beeld zouden zijn. Veel kerkenraden zoeken een dominee tussen de 35 en 45 jaar. Dan heeft hij ervaring, meestal in twee gemeenten, en dan zou hij geschikt zijn voor de jeugd. Ik ken predikanten die vijftigplus zijn met kinderen van 16, 18 of 22 jaar, die midden in het leven staan en veel meer gericht preken op de leefwereld van jongeren dan toen ze 33 of 34 waren. Een dominee is niet snel te oud voor een beroep.
Jongeren zitten niet te wachten op een populaire, jonge dominee, maar hebben behoefte aan aandacht, oprechte bewogenheid en dat ze gehoord en serieus genomen worden. Er zijn heel wat predikanten van 56 jaar die een jaar of tien, twaalf in een gemeente staan en geen beroep meer krijgen, omdát ze 56 jaar zijn. En ze kunnen niet solliciteren."

Ruiling

In de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) vond al twee keer een ruiling plaats tussen predikanten van rond de zestig jaar. Twee wisselden van standplaats en drie anderen maakten een driehoeksruil. Dat is zorgvuldig voorbereid, eerst met de predikanten zelf, in goede harmonie, met instemming van kerkenraden en gemeenteleden.
Vergunst: "Ik sta daar zeker niet afwijzend tegenover. Toen ik er voor het eerst over las, dacht ik: Wat krijgen we nu? Maar als je dieper nadenkt, ontdek je dat het een goed instrument kan zijn, als alles op een geestelijke wijze wordt ingevuld en de Heere dat wil zegenen.
Daar kunnen ook wij eens over nadenken, om te voorkomen dat een predikant na een jaar of acht op 57- of 58-jarige leeftijd niet meer zou kunnen verkassen en heel lang in één gemeente staat. Dat hóeft natuurlijk niet lastig te zijn. Het kan ook gebeuren dat een predikant ergens twaalf jaar staat, terwijl de dankbaarheid nog steeds breed overheerst. Maar het kan ook best goed zijn om nog één keer een nieuwe start te maken als God die weg opent."

De PKN heeft een mobiliteitsbureau opgezet, momenteel onder leiding van ds. G. van Meijeren. Het is kerkordelijk verplicht om voor het uitbrengen van het eerste beroep bij dat bureau advies te vragen.
"Als een kerkenraad beroepen wil, moet hij een profielschets opsturen. Dan krijgt de kerkenraad binnen een paar weken vrijblijvend advies van de landelijke kerk met een stuk of tien namen.
Een predikant die wel eens zou willen verhuizen, kan dat met bepaalde wensen melden bij het mobiliteitsbureau. Hij komt dan op het lijstje van een beroepende gemeente te staan."

Hulpmiddelen

Vergunst benadrukt dat het slechts hulpmiddelen zijn. "Want je komt er alleen uit als je het beroepingswerk voor honderd procent als een geestelijke taak blijft zien. Anders loop je vast. Tegelijk mag je nadenken over de instrumenten die er zijn om de vreugde in het ambt te behouden en te zorgen dat de dominee met zijn gaven vruchtbaar kan werken in een bepaalde gemeente. Dan is het mobiliteitsbureau een hulpmiddel en kunnen we eens gaan nadenken over ruiling van predikanten als dat op een geestelijke manier kan. We zitten tenslotte niet in de politiek waar al gauw de term ‘houdbaarheidsdatum’ gebruikt wordt."

- - -
Reactie ds. D. Quant

Herkenbaar

Ds. D. Quant vindt de problematiek die hier aan de orde wordt gesteld voor de CGK heel herkenbaar. En het houdt hem ook bezig. Er wordt momenteel nagedacht over mogelijkheden hier iets aan te doen.
"Wie geen vreemdeling is in de kerken, weet dat het beroepingswerk ook onder ons de nodige moeite oplevert. Je hebt bijvoorbeeld de website dominees.nl. Daaruit blijkt dat namen van bepaalde predikanten veelvuldig voorkomen en dat andere namen permanent ontbreken. Dat geeft in een aantal pastorieën teleurstelling en verdriet. En soms ook echt nood. Maar hoe moet je dat doorbreken?
Sinds kort bestaat er een groepje christelijk-gereformeerde predikanten - voorlopig op persoonlijke titel - die deze nood via een brief aan alle predikanten onder woorden hebben gebracht. Binnenskamers vraagt dit groepje zich af of het kan komen tot bijvoorbeeld een predikantenruil; of een landelijke commissie om het beroepingswerk te bevorderen; of een andere vorm van begeleiding van kerkenraden en/of predikanten.
Het spoor lijkt smal, maar begint met één voornaam ding: een geestelijke benadering van het beroepingswerk door de kerkenraden, passend bij de gevouwen handen waarmee dit werk wordt gedaan. Belangrijk is ook dat er binnen de kerken besef van verantwoordelijkheid is. Niet alleen voor de eigen gemeente, maar ook voor elkaar binnen het kerkverband.
Het groepje predikanten dat ik hier noem, hoopt binnenkort van zich te laten horen."



Drs. Piet Vergunst (55) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Leiden, werkte bij het Reformatorisch Dagblad als eindredacteur en hoofd supplementsredactie, is vanaf 2000 algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk en hoofdredacteur van De Waarheidsvriend.


Ds. D. Quant (65) is emerituspredikant te Houten.



 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker