Artikel
2016-04-15
Geestelijk, maar ook graag een beetje nuchter door H.J. Selderhuis

Met enige schroom geef ik een reactie op het interview met drs. Vergunst over stagnatie in het beroepingswerk, want ik ben namelijk de derde van wie gezegd kan worden dat hij gemakkelijk praten heeft. Vergunst, Quant en ik zitten wat deze kwestie betreft helemaal veilig omdat wij niet eens beroepen kunnen worden. Het zou misschien beter zijn een paar dominees aan het woord te laten die vast zitten. Maar wie wil als zodanig in De Wekker komen? Juist om deze nood worstel ik ermee, samen met Vergunst en Quant.

Probleem
De dreigende – en volgens mij feitelijke – stagnatie in het beroepingswerk doet mij in meerdere opzichten denken aan het fileprobleem op onze snelwegen. Soms is er een duidelijke oorzaak, zoals een ongeluk, maar vaak is er een andere logische en tegelijk onlogische reden. Een kijkersfile bijvoorbeeld, die ontstaat aan de andere kant van de file: mensen remmen af om te kijken waarom auto’s aan de andere kant stilstaan. Of files die ontstaan, omdat ergens vooraan mensen te langzaam rijden of onnodig op de linkerbaan rijden en wij in ons land niet rechts mogen inhalen.
Bij het fileprobleem wordt net als bij vele problemen snel aan oplossingen gedacht, terwijl het toch beter is om eerst eens over de oorzaken na te denken. Volgens mij is dat bij het beroepingswerk ook zo. Bemiddelingscommissies, nog betere profielschetsen, ruilingssystemen en datingsites voor smachtende dominees en verlangende kerkenraden kunnen best overwogen worden, maar moeten we niet ook over de oorzaken van de stagnatie nadenken?

Geestelijk
Vergunst wijst erop dat we geestelijk met deze dingen omgaan en dat ben ik geheel met hem eens. Geestelijk is dat we oorzaken van stagnatie in het beroepingswerk eerlijk onder ogen zien. Geestelijk is dat ik mij als predikant openstel voor een beroep en ik niet, als ik benaderd word, meteen zeg dat ik niet beroepbaar ben terwijl ik dat volgens de kerkordelijke regels wel ben. Geestelijk is dat ik als kerkenraad eerst ga bidden en dan ga polsen. Geestelijk is dat ik besef dat ik, als ik een beroep afhoud, er wellicht voor zorg dat mijn collega geen beroep krijgt. Geestelijk is dat een kerkenraad beseft dat zijn gemeente geen alleskunner en geen presentator nodig heeft, maar iemand die gewoon en trouw het Woord verkondigt. Geestelijk is ook dat we met de dingen nuchter omgaan en dat betekent dat we ook moeten constateren dat het besef van kerk-zijn in een kerkverband afneemt en dat een groeiend aantal ambtsdragers niet weet welke predikanten er beschikbaar zijn. We kennen elkaar steeds minder. We zijn zo druk in de contacten met de andere kerken in onze plaats dat we aan de zusterkerken buiten onze plaats haast niet meer toekomen. De bijna oneindige mogelijkheden aan kanselruil betekenen ook dat een gemeente steeds minder predikanten uit het eigen kerkverband op de preekstoel ziet. Dat hoeft niet erg te zijn, maar betekent wel dat je er heel wat te horen en te zien krijgt die je niet kunt beroepen.  Een duidelijk oorzaak van ons probleem dus: onbekend maakt onberoepbaar.

Terug
Als we over de oorzaken spreken, lijkt het mij dat we ook moeten beseffen dat we niet goed meer lijken te weten waar predikanten eigenlijk voor zijn. In mijn kast staat een boek met de titel  ´Der Pfarrer ist anders´. De boodschap van het boek is dat het werk van de predikant van een volstrekt andere orde is dan elk ander beroep. De predikant is geroepen om het Woord van God te preken, dat is het Woord dat van boven komt, het Woord dat levend maakt en scheiding brengt. Hij brengt dat Woord allereerst vanaf de preekstoel, vervolgens in het catechisatielokaal en ook in het pastoraat. Tussen waar dominees voor zijn en wat van dominees verwacht wordt, zit een groeiende afstand en daarom lijk het mij noodzakelijk terug te gaan naar de concentratie op waar de predikant voor opgeleid en geroepen is. Misschien komen wij dan ook los van dat wereldse denken dat in de kerk geslopen is en dat het werk voor veel predikanten zo moeilijk maakt. Ik bedoel dat ook de predikant moet schitteren, carrière moet maken, er vlot uit moet zien, zich amicaal moet opstellen. Je moet erbij horen, je moet goed overkomen, je moet leuk zijn, je moet up-to-date zijn, en dat alles terwijl de dominee alleen het Woord moet - of beter: mag - brengen.

Daarbij moet ik ook zeggen dat predikanten het er ook naar kunnen maken dat het beroepingswerk vastloopt. Beseffen voorgangers dat VDM betekent: Verbi Divini Minister, maar dat er gemeenten zijn die denken dat het staat voor Vreselijk Dominant Mannetje? Er zijn gemeenten die vanwege eigen ervaring of vanuit de ervaring van andere gemeenten voorlopig maar niet meer aan een beroep beginnen of alleen een topdominee willen, dat wil zeggen die collega´s die wel regelmatig een beroep krijgen.

Oplossingen
Ik ben zeker voor oplossingen. Ook voor concrete en ingrijpende oplossingen, zoals bij het fileprobleem een derde of vierde rijbaan nodig kan zijn ook al kost dat geld en natuur. Maar dan wel eerst terug naar het begin, naar het beginsel en naar het werkelijke probleem. Eerst analyse, dan oplossingen.

Prof.dr. Herman Selderhuis is hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht aan de TUA

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker