Artikel
2016-04-29
Update kerkorde Door H.J. Selderhuis

Regelmatig krijg ik via mijn computer of mijn mobiel het bericht dat één van mijn programma´s een update nodig heeft. Een nieuwe versie van hetzelfde maar dan beter, sneller en met meer mogelijkheden. Vaak geeft de update wat het belooft, soms echter levert het meer nieuwe problemen dan oplossing van oudere problemen op. Is onze kerkorde ook aan zo´n update toe? En als dat zo is, hoe voorkom je dan dat die ingewikkelder wordt in plaats van beter?

Doel
Zoals elke organisatie heeft ook een kerk regels nodig om goed te kunnen functioneren. Dat geldt voor een plaatselijke gemeente, maar geldt ook als je als meerdere plaatselijke gemeenten gezamenlijk dingen wilt regelen. Dat immers is de basis van een kerkverband: individuele kerken besluiten op bepaalde punten samen te werken omdat je sommige dingen gewoon beter samen kunt doen dan alleen. Basis van zo´n samenwerking is dan het gemeenschappelijk uitgangspunt, namelijk dat je samen kerk wilt zijn op grond van de Bijbel en in gebondenheid aan de gereformeerde belijdenis. De regels voor die samenwerking hebben we als zelfstandige gemeenten met elkaar afgesproken en we hebben ook afgesproken dat we ons daaraan zullen houden. Het gaat om afspraken die met gezamenlijk goedvinden ook weer veranderd kunnen worden. Kerkrecht en kerkorde zitten dus heel simpel in elkaar. Hoofddoel is echter dat de weg van het Woord vrij blijft en dat voor zondaren de gemeenschap met Christus tot stand kan komen, versterkt en uitgebreid kan worden. Dat maakt de kerk tot een heel bijzondere organisatie en de kerkorde tot een heel bijzondere bundel afspraken. Bij elke verandering, toevoeging of afschaffing moet dan ook de vraag zijn: dient dit besluit de eer van God, het behoud van mensen en het welzijn van de kerk?  De kerk is namelijk niet van ons en al helemaal niet van mij. De kerk is van Christus. Hij heeft het voor het zeggen en dat moet in elke kerkordelijke regel zichtbaar worden.

Lichter
Als af en toe de vraag gesteld wordt of de kerkorde niet op dieet moet en we een lichtere versie moeten hebben, wordt daarbij niet altijd gezegd op welke punten dat dan moet gebeuren. Op zich is de kerkorde zoals die in de CGK functioneert niet extreem dik en dat past bij het beginsel dat we sinds de Reformatie kozen, dat een kerkorde slank moet zijn om de kerk goed en effectief te kunnen dienen. Het zware imago zal wellicht te maken hebben met het feit dat je soms als gemeente of als kerklid tegen regels aanloopt die je niet zo goed uitkomen of die omslachtig zijn of zo overkomen. Hoe daar mee om te gaan, wil ik hierna aan de orde stellen.  Eerst echter wil ik op een andere mogelijke oorzaak wijzen en dat is de vorm. Het taalgebruik van onze kerkorde zal bij de meeste kerkleden overkomen als ambtelijk, ouderwets en ingewikkeld. De reeks kleine lettertjes, regelingen en bijlagen versterken de indruk dat het om een instrument gaat dat de kerk eerder remt dan stimuleert.
Dit probleem lijkt mij goed oplosbaar te zijn, bijvoorbeeld door alle formuleringen goed onder de loep te nemen en vooral een heldere samenvatting – inclusief de Bijbelse achtergrond van een kerkorde – te maken die op de website van elke gemeente te vinden is met daarbij een link naar het geheel van de kerkorde. Het deputaatschap dat zich met de kerkorde en met kerkrechtelijke adviezen bezighoudt heeft een aantal jaren geleden al eens zo´n gang door de kerkorde gemaakt en al heel wat opgeruimd en verbeterd, maar qua taal en stijl zou dat nog weleens mogen gebeuren. Onkunde over het doel en de inhoud van de kerkorde is een andere oorzaak van de gedachte dat het rap anders moet met de kerkorde of zelfs dat een kerkorde vooral lastig is. Mijn ervaring is dat als je mensen de achtergrond en de bedoeling van een kerkelijke regel uitlegt, er vaak wel degelijk begrip ontstaat en het nut ingezien wordt. Het zou best dienstbaar aan het kerkelijke leven kunnen zijn als de kerkorde op catechisatie maar ook in de leerdienst eens wat vaker ter sprake kwam.

Flexibel
De vraag blijft of er geen bepalingen zijn die te remmend werken en of de structuur van de kerk nog wel slagvaardig genoeg is. Nu nam de kerk van de Reformatie radicaal afscheid van het kerkrecht van Rome dat niet alleen gekenmerkt werd door hiërarchie maar ook door een berg onoverzichtelijke wetten en regels die het kerk-zijn meer in de weg stonden dan dienden. Nadat Luther in 1520 gewoon die hele kerkorde letterlijk in brand stak, was het voor onze traditie vooral Calvijn die zei dat je in de kerk toch wel iets geregeld moet hebben om complete chaos te voorkomen. De reformatorische kerk in Nederland pakte dit op en maakte een nieuwe en zeer beknopte kerkorde die zich tussen 1571 (Emden) en Dordrecht (1618/19) ontwikkelde tot een helder en goedwerkend middel. Beginsel was wel steeds dat wat we als kerken met elkaar afspreken wat voor ieder van ons geldt, maar ook dat elk onderdeel van de kerkorde veranderd kan worden als we erachter komen dat het beter kan als het anders gaat. Onze kerkorde is dus in principe flexibel en veranderbaar en elk kerklid en elke kerkenraad heeft de mogelijkheid, het recht en zelfs de plicht voorstellen voor verbetering te doen. Onze afspraak was en is, dat als ik een regel tegenkom waar ik moeite mee heb, ik die regel niet laat voor wat die is maar dat ik mijn moeite aan de orde stel. Zo doen we dat met verkeersregels tussen weggebruikers (?), hoeveel te meer als het gaat om regels die het verkeer tussen broeders en zusters, tussen kerken en vooral het verkeer tussen God en mensen moeten regelen. Ons beginsel was en is trouwens ook steeds geweest dat ik mij openstel voor voorstellen van broeders en zusters. Voorstellen die weliswaar zorgen voor verandering, maar die wel een verbetering zijn. Dat immers is reformatorisch: steeds hervormen om de kerk levend en bij het Woord te houden.

Nu klinkt dat allemaal mooi en het is ook mooi, maar we zijn hier wel in een vicieuze cirkel aangekomen. Want als ik een voorstel heb, moet dat via kerkenraad, classis, particuliere synode naar de generale synode en dat kan dus jaren duren. Kan dat niet sneller? Zeker wel, maar dan moet je de procedure veranderen. En dat kan via een voorstel via kerkenraad, classis, particuliere synode en generale synode … Als we onze principiële flexibiliteit en veranderbaarheid serieus nemen, zouden we als kerken ook een structuur moeten hebben waardoor we alerter en effectiever kunnen handelen. En zo´n structuur is best te bedenken. Tegelijk heeft het ook voordelen als dingen niet te snel veranderd kunnen worden. Het geeft tijd van bezinning en voorkomt dat de kerk zich door de tijd laat opjagen.

Oplossingen
De kerkorde kan veranderd worden en moet ook steeds veranderd worden. De Bijbelse beginselen veranderen niet, maar de wijze waarop deze in de kerk vorm krijgen kunnen en mogen wel veranderen. Dat is noodzakelijk omdat de kerk midden in de samenleving staat en te maken krijgt met alles wat daar gebeurt. Daarmee ben ik ook bij één van de redenen waarom de kerkorde in sommige opzichten niet lichter maar zwaarder moet worden. De regels die we in de kerk hanteren mogen niet illegaal zijn want het kan niet zo zijn dat de kerk zich niet aan de wet houdt, ook al zijn er situaties geweest – en kunnen die er komen – waarin dat noodzakelijk was.

In de huidige situatie in Nederland houdt de kerk zich aan de wet en als de wet regels maakt voor bijvoorbeeld privacy, heeft de kerk zich daaraan te houden. Dat betekent dat we als kerk extra regels moeten opstellen voor de omgang met adresgegevens, het noemen van namen in kerkelijke stukken, het noemen van namen bij afkondigingen in kerkdiensten die via internet worden uitgezonden. Nieuwe wetgeving op gebied van huwelijk en echtscheiding kan de kerk bijvoorbeeld noodzaken uitvoeriger te beschrijven wat zij onder een huwelijk verstaat en hoe om te gaan met gemeenteleden die met een echtscheiding te maken krijgen. Belastingwetgeving en ontwikkelingen op gebied van arbeidsrecht zijn andere terreinen waar de kerk mee te maken heeft en als er daar iets verandert moeten we als kerken misschien wel onze kerkorde aanpassen en uitbreiden. Kortom, je kunt wel een lichtere kerkorde willen maar het kan ook zijn dat een kerk die in de wereld geloofwaardig wil overkomen juist een steeds zwaardere kerkorde nodig heeft.

Het verlangen naar een lichtere kerkorde heeft – zo vermoed ik – echter meer te maken met andere thema´s. Afspraken over liturgie, kanselruil, plaats, omvang en functie van de kerkenraad, bediening van de sacramenten, en vragen over de tucht zijn meer de thema´s die volgens sommigen aan herziening toe zijn. En daarachter de vraag of wij gezamenlijk niet teveel hebben afgesproken, dat wil zeggen of we elkaar niet teveel gebonden hebben. Nu hoor ik die vraag nog wel eens maar als ik vraag naar concrete voorbeelden wordt het nogal eens stil. Ook de vraag of je je als gemeente echt zo strak aan de regels moet houden is wat vreemd omdat het gaat om regels waar je zelf mee ingestemd hebt. Bovendien snapt ieder wel dat het in elke organisatie misgaat als mensen binnen die organisatie zich naar eigen believen wel of niet aan de regels houden.

Update?

Nu lopen wij als Christelijke Gereformeerde Kerken meestal een beetje achter bij anderen en dat mag wat mij betreft ook wel zo blijven. Onze gemoedelijkheid zorgt er ook voor dat de vlam niet zo snel in de pan slaat. Voordeel is ook dat je kunt leren van buren die wat voortvarender zijn of zich althans zo gedragen. Zo heeft de Protestantse Kerk in Nederland een massale enquête onder haar leden gehouden en daarin kon ieder zeggen hoe zij of hij de kerk van de toekomst zag. De resultaten heeft de PKN verwerkt in haar rapport 2025. Onze andere buren – de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt – hebben een compleet nieuwe kerkorde geformuleerd en deze wordt nu in de gemeenten toegelicht en uitgevoerd. PKN en GKV hebben daarmee getoond oog te hebben voor de snel gewijzigde positie van de kerk in de wereld en van de impact die de veranderende wereld op de kerk heeft.

Zo´n enquête op gebied van de kerkorde zou voor ons ook wel iets zijn en als dat zou leiden tot een nieuwe en nog betere kerkorde, zou dat een zegen zijn voor heel het kerkelijk leven. En het zou ook een zegen zijn voor het leven daarbuiten, want onze samenleving verandert snel, biedt vele gevaren voor de kerk maar ook veel mogelijkheden. Dat betekent dat er zorg is over hoe het in de gemeenten gaat, hoe het met onze trouw en toewijding gesteld is. En dat er zorg is over hen die nog buiten zijn, hoe we die bereiken met het Woord van Gods genade. Die situatie noodzaakt tot goede afspraken, tot elkaar als kerken helpen waakzaam te zijn, elkaar aan te sporen op het fundament van Schrift en belijdenis te blijven en om op die vaste basis het ook aan te durven soms anders kerk te zijn dan vijftig of vijfhonderd jaar geleden. Op die basis durfde Luther dat immers ook en volgens ons was hij toch wel echt reformatorisch. Hij liet staan wat goed was en veranderde wat nodig was. Zo hebben we dat als kerk de eeuwen door gedaan en zo moet dat vandaag nog steeds.

Prof. dr. H.J. Selderhuis is hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht aan de TUA

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker