Artikel
2016-05-13
Meditatie: Och, ware… Door A.C. van der Wekken

Och, ware het gehele volk des HEREN profeten, doordat de HERE Zijn Geest op hen gave, Numeri 11: 29

Het volk Israël is op weg naar het beloofde land. Voor de zoveelste keer begint het te mopperen. Het eten deugt niet. Het volk komt in opstand. Zo langzamerhand is Mozes heel wat gewend, maar dit keer wordt het hem teveel. Het hoeft niet meer voor hem.

De Here laat hem niet vallen, maar zorgt ervoor dat Mozes een raad van bijstand krijgt. Zeventig helpers zullen hem voortaan bijstaan. Zij worden aangewezen en uitgenodigd om naar de tabernakel te komen.  Daar worden ze toegerust voor hun taak.

Zij zullen niet slechts de last van Mozes meetorsen; zij zullen ook delen in de Geest die Mozes ontvangen had. God neemt een deel van de Geest die op Mozes rust en schenkt die aan de zeventig mannen, waardoor ze zijn toegerust voor hun taak.

Deze mannen raken ze zo door de Geest in vervoering, dat ze het niet kunnen laten om te profeteren. Wat je daar nu precies onder moet verstaan is niet helemaal duidelijk, maar in ieder geval is hun spreken een teken van de macht van de Geest, die hun geschonken is en hen helemaal in beslag heeft genomen.

En het volk kijkt toe, terwijl de Here afdaalt in een wolk voor de tent der samenkomst. Ze zijn er getuige van, dat deze zeventig mannen worden aangesteld en God beginnen te verheerlijken.

Vernauwing
Maar het zijn er geen zeventig, maar achtenzestig. Twee ontbreken er. Het blijken Eldad en Medad te zijn en zij profeteren ook, maar wel op een andere plaats. Al waren ze niet bij de anderen, toch doen ze even hard mee met profeteren.
‘Klopt dat wel’, vraagt Jozua aan Mozes. Eldad en Medad horen hier, in de tabernakel. Hier wordt geprofeteerd, maar niet in het legerkamp.  Laat ze er toch mee ophouden.

Ondanks alle goede bedoelingen laat Jozua de Here niet vrij. Hij wil Hem verbieden om Zijn Geest te geven aan wie Hij wil. Jozua wil de Geest aan banden leggen. Maar de Geest van God is door niemand te binden. De Geest van God waait waarheen Hij wil.

We mogen de Geest van God niet opsluiten in eigen kerk of kring. Het is lastig voor ons als er geprofeteerd wordt buiten onze kaders om. We worden wantrouwend wanneer jongeren van hun geloof getuigen op een wijze of op een plaats die niet de onze is.
Maar als we niet oppassen, jagen we met onze krampachtigheid de Heilige Geest de kerk uit. Wat we overhouden is een lege huls.

Verwarring
Intussen lopen we ook het risico naar de andere kant door te slaan. De eigenmachtigheid, de verwarring. Dan beroepen we ons alleen nog maar op de vrijheid van de Geest. Al het andere is ballast. Iedere vorm, elke orde, ieder instituut is volstrekt overbodig. Hoe ik het beleef en hoe ik het zie, dat geeft de doorslag. En zo word je zelf tot norm. Zoals ik het beleef, zo is het. En al het andere is minder. En zo schrijf je de ander af. Verstarring of verwarring. Het zijn de twee fuiken die constant open staan. In beide fuiken zit het eigen ‘ik’ er achter.

En Mozes ziet dat. Vandaar dat hij zo scherp reageert op de opmerking van Jozua. Verbieden? Geen sprake van. Je moet de Geest van God niet in de weg staan.
Vandaar zijn gebed "Och, ware het gehele volk des HEREN profeten, doordat de HERE zijn Geest op hen gave!”

Jozua wil het kringetje graag zo klein mogelijk houden. Liever te weinig dan teveel mensen erbij. Maar voor Mozes kan het aantal helpers in het koninkrijk van God niet groot genoeg zijn. Niemand wordt door deze knecht van God uitgesloten. Heel dat mopperende volk gunt hij de Geest. Hij wil niets liever dan dat hun protesteren zal worden omgezet in profeteren.

Vervulling
Mozes zelf heeft de verhoring van zijn gebed niet meer meegemaakt. Eeuwen later klinken zijn woorden als een echo terug in de profetie van Joel. God heeft de sluizen van de hemel wijd open gezet. Hij heeft zijn Geest uitgestort. Niet mondjesmaat, maar met stromen van zegen. Inderdaad, dat is Pinksteren.

Zo verrassend, zo overvloedig antwoordt God op de verzuchting van Mozes. De Geest wordt uitgestort op alle vlees. Ouderen en jongeren gaan openlijk getuigen, naspreken wat God in Zijn Woord heeft voorgezegd. Dat is profeteren. Hoog opgeven over de grote daden van God. De Geest maakt dat mogelijk. De Here heeft het gebed van Mozes verhoord. Maar dat wil niet zeggen dat het gebed van Mozes overbodig is geworden. Na Pinksteren is dit gebed nog even noodzakelijk.

Laten we als broeders en zusters pal naast Mozes gaan staan. Laat ook ons gebed zijn dat de Here Zijn Geest vaardig laat worden over jongeren en ouderen. Bidden om de doorwerking van de Heilige Geest, steeds weer en telkens meer. Opdat mensen tot hun bestemming komen. God vinden en leren leven uit de genade van God. En gaan profeteren. Niet maar een paar, maar heel het volk des HEREN. Heel Israël. Heel de kerk, die bij Israël is ingelijfd.  Laat dat ons gebed zijn.

Alleen en samen.
Om de doorwerking van de Heilige Geest.
In ons eigen leven.
En in onze kerken.
U bidt toch mee!

A.C. van der Wekken is predikant te Dokkum

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker