Artikel
2016-05-13
Vijf protestantse kerken op weg naar bijzondere band Door W. van ‘t Spijker

Met bovenstaande titel kopte het Nederlands Dagblad op 1 april. Het was geen aprilgrap. Het ging om een voorstel dat tijdens de vergadering van de synode van de Protestantse Kerk Nederland (21 -23 april) besproken werd – en dat tot stand is gekomen in een reeks van gesprekken waaraan ook vertegenwoordigers uit de CGK hebben deelgenomen. Inmiddels weten we dat de synode van de PKN dit voorstel unaniem heeft aanvaard. Eerder was dat al gebeurd op de synode van de Voortgezette Gereformeerde Kerk in Nederland. In dit artikel ga ik in op de achtergrond en de inhoud van het voorstel, dat door deputaten eenheid van de CGK ook aan de synode van onze kerken zal worden voorgelegd.

Contacten met de Gereformeerde Bond

Al jarenlang wordt gesproken door deputaten eenheid met het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. De contacten met de Bond waren altijd zeer hartelijk. Er was en is het besef dat er niet alleen sprake is van een willen staan op hetzelfde fundament (de Bijbel en de gereformeerde belijdenisgeschriften), maar er is ook een grote mate van overeenstemming in de spiritualiteit. We verstaan elkaar geestelijk, laat ik het maar zo zeggen.

In de contacten met de Bond ging en gaat het om het zoeken naar wegen waarin we elkaar tot steun kunnen zijn in het bewaren en doorgeven van het gereformeerde erfgoed. Daarnaast gaat het ook om het stimuleren van contacten tussen plaatselijke gemeentes uit de CGK en uit de PKN die van harte willen staan op diezelfde basis. Dat leidde in 2004 al tot een regeling waarmee plaatselijke kerken tot een soort relatie met een (gereformeerde) gemeente uit de PKN konden komen. In 2013 ging onze synode in dat stimuleren nog een stap verder: christelijk-gereformeerde kerkenraden konden vanaf dat moment ook predikanten van de Protestantse Kerk in Nederland uitnodigen, op voorwaarde dat die kerkenraden zich ervan hebben vergewist dat deze predikanten in de uitoefening van hun ambt zich verbonden hebben aan de gereformeerde belijdenissen.

Vreugde en verlegenheid
Toen dat bericht bekend werd binnen de PKN was er vreugde en verlegenheid. Vreugde, omdat er een opening werd gezien in de contacten tussen de PKN en één van de afgescheiden kerken.  Verlegenheid, omdat er geen kerkordelijke regel was binnen de PKN die dit omgekeerd ook mogelijk maakt. De gangbare regel is, dat "in een kerkdienst van een tot de Protestantse Kerk in Nederland behorende gemeente bevoegd (zijn) voor te gaan: 1. de predikanten van de kerk; en 2. voorgangers die behoren tot een kerkgemeenschap waarmee de PKN bijzondere betrekkingen onderhoudt”. De CGK zijn dat niet. Er was dus wel een openheid vanuit de CGK, maar er was geen kader binnen de kerkorde van de PKN. Er bestaat wel een mogelijkheid om via Ordinantie 5 artikel 2 lid 3 en 4 een "oecumenische kerkdienst met andere kerkelijke gemeenschappen ter plaatse” of een "bijzondere kerkdienst” te beleggen, waarin van de gangbare regel afgeweken kan worden. Maar, dat was niet de bedoeling van het besluit van 2013 van onze synode. Vreugde dus aan de ene kant, maar ook verlegenheid.
Op de synode van de PKN werd in april 2014 daarom een voorstel gedaan om als PKN te besluiten, dat met de CGK bijzondere betrekkingen worden onderhouden. Dat voorstel werd niet meteen aanvaard. Het synodebestuur was op dat moment al in gesprek met de CGK, maar ook met  de GKv, de NGK en de VGKiN. Het voorstel werd gedaan om te kijken of een besluit zoals de CGK had genomen ten opzichte van de PKN kon worden voorbereid zodat het niet alleen de CGK zou raken, maar ook de andere drie kerken met wie het synodebestuur in gesprek was.

Vijf Kerken Overleg
Zoals gezegd: het synodebestuur van de PKN was in gesprek met vier gereformeerde kerken. In zekere zin was dat gesprek het gevolg van de contacten tussen de CGK en de Gereformeerde Bond. In die contacten werd steeds gezegd: jullie spreken met ons, maar kerkelijk heeft dat niet zoveel waarde, want wij zijn een vereniging. Daarom was er eind 2012 een ontmoeting van deputaten eenheid met het synodebestuur van de PKN, waarbij ook de algemeen secretaris van de GB eenmalig aanwezig was. In maart 2013 kreeg dat gesprek een vervolg en een verbreding: niet alleen deputaten van de CGK werden uitgenodigd, maar ook die van de GKv, de NGK en de VGKiN. Het waren openhartige ontmoetingen. In het begin werden die ontmoetingen vooral door het synodebestuur bijeengeroepen. Naarmate de gesprekken vorderden besloten de deelnemers dat de naam van de ontmoetingen zou moeten veranderen: het werd het Vijf Kerken Overleg.

Dat overleg werd de bedding waar gesproken kon worden over hoe je om zou moeten gaan met tucht over leerkwesties. We spraken dus over het dossier "Hendrikse”, de naam van de predikant die het boek "Geloven in een God die niet bestaat” schreef.  De synode van de PKN weerlegde zijn opvattingen in het boekje "Spreken over God”. Maar het gesprek ging breder. Het bleek, dat niet alleen in de PKN predikanten waren met een eigenzinnige opvatting. Hoe je daar dan concreet mee omgaat als kerk, dat is een spannende kwestie. In de ene kerk leidt dat tot een leertucht-maatregel, in de andere kerk tot een synodale uitgave.

Dat overleg werd ook de bedding waar gesproken werd over de vraag: nu de CGK een besluit hebben genomen waardoor predikanten over en weer uitgenodigd kunnen worden (terwijl dat dus in de PKN helemaal niet zomaar kan!), kun je dan komen tot een regeling waarbij dat ook echt over en weer kan – en kun je dan zo’n regeling ook zo ontwerpen, dat hij geldt voor alle kerken die elkaar ontmoeten in dat overleg?

Bijzondere betrekkingen

In de gesprekken werd daarom eerst afgetast hoe in de verschillende kerkgemeenschappen omgegaan werd met vragen als: wie mogen waar preken, wat is een attestatie, hoe werkt gastlidmaatschap?

Wanneer iemand van Apeldoorn naar Zwolle verhuist en lid is van de CGK, dan geeft de kerkenraad van Apeldoorn een attestatie mee, die ingeleverd wordt bij de CGK van Zwolle. Tenminste, dat is het principe. Geeft zo iemand aan: maar ik ga in Zwolle naar de PKN, dan zou hij in principe geen attestatie meekrijgen, maar een verklaring waarin staat dat hij is gedoopt en mogelijk ook ooit belijdenis heeft afgelegd. Tussen de CGK en de GKv bijvoorbeeld is het inmiddels wel zo dat een attestatie afgegeven wordt. Maar: als kerken "bijzondere betrekkingen” onderhouden, dan zou het zo moeten zijn, dat leden van die kerken die van de ene kerk naar de andere "verhuizen”, ook gewoon een attestatie meekrijgen en dus meteen volledig "toegang” hebben in die andere kerk. Dat is één van de zaken die in het voorstel van het Vijf Kerken Overleg geregeld wordt.
Maar wat nu als iemand verhuist van Apeldoorn naar Ballum op Ameland, bijvoorbeeld omdat hij daar een baan als boswachter krijgt voor een aantal jaar, dan wordt het wat lastig om mee te blijven leven met een andere CGK. Je kunt dan zeggen: word maar gewoon lid van de PKN, maar als iemand dat nou niet wil – omdat hij na zijn contractperiode weer terug wil naar Apeldoorn, dan zou je ook "gastlid” moeten kunnen worden van die kerk in Ballum. Ook dat is geregeld in het voorstel van het Vijf Kerken Overleg.

Het laatste punt is de mogelijkheid waarbij kerkenraden predikanten kunnen uitnodigen uit de kerken die met elkaar bijzondere betrekkingen onderhouden. Uiteraard is dan het uitnodigen een verantwoordelijkheid van de kerkenraad, en net zoals het nu in de CGK zo is, dat niet elke CGK-predikant wordt uitgenodigd op elke CGK-kansel (en binnen de PKN is dat al net zo …) zal het ook zo zijn in de situatie die in het voorstel van het Vijf Kerken Overleg is geregeld.

Gaat dat voorstel dan heersen over de kerkorde van de CGK, of van de PKN, of van de NGK? Nee, want een belangrijke bepaling in het voorstel is, dat alles geschiedt "overeenkomstig de ruimte die elk van de onderscheiden kerkordes biedt en in gebondenheid aan de in die kerk aanvaarde belijdenisgeschriften”. In de ene kerk zal meer ruimte zijn, dan in de andere. Maar zoals al gezegd: binnen de kerkgemeenschappen is het nu ook al zo, dat niet elke predikant wordt uitgenodigd op elke kansel.

Onze synode nam in 2004 en in 2013 besluiten ten aanzien van de Protestantse Kerk, met het oog op contacten met de Gereformeerde Bond. In de voorstellen van het Vijf Kerken Overleg wordt voor die besluiten een kerkordelijk kader gelegd, waardoor de regeling ook binnen de PKN met vreugde kan worden ontvangen.

Ds. Willem van ’t Spijker is predikant te Hilversum

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker