Artikel
2016-07-08
Woordwerk: Samen geloven door W.N. van Middelkoop

Iedere zondag belijden we als gemeente onze verbondenheid met andere gelovigen in de wereld. In de apostolische geloofsbelijdenis belijden we immers ons geloof in een heilige algemene (katholieke) kerk en de gemeenschap van de heiligen.

De beleving van die verbondenheid met andere gelovigen spreekt vandaag de dag niet vanzelf. In onze individualistische en belevingsgerichte tijd is een gevaar alleen gericht te zijn op de eigen gemeente en je eigen persoonlijke geloof. Een kerkverband waar je toe behoort, blijft dan op afstand, laat staan gelovigen in andere landen en werelddelen. De Bijbel laat ons zien hoe noodzakelijk het is om je verbonden te weten met gelovigen op andere plaatsen in de wereld. Een dergelijk gedeelte is Efeze 3.

Efeze en Paulus
Paulus schrijft een brief aan de kerk van Efeze. Die gemeente is hem bepaald niet onbekend. Op doorreis naar Jeruzalem kwam Paulus in Efeze (Hand. 18) en toen hij weer uit Jeruzalem doorreisde, kwam hij opnieuw in Efeze (Hand. 19 en 20) en bleef hij daar zelfs drie jaar (Hand. 20: 31) Er zal, met alles wat in die tijd gebeurd is, een sterke band zijn gegroeid tussen Efeze en Paulus. Deze brief is daar een bewijs van.
De situatie waarin Paulus verkeert, is allesbehalve comfortabel. Hij zit namelijk op dit moment in de gevangenis. (Ef. 3: 1; 41: 1; 6: 20) Je zou denken dat een mens dan genoeg aan zichzelf heeft en druk is met zijn eigen situatie. Maar dat is bij Paulus bepaald niet het geval. Hij blijkt ook in de gevangenis een echte dienaar van Christus te zijn die de eer van God en het heil van de gemeente op het oog heeft. Uiteraard kan dat alleen als je vervuld bent van de liefde van Christus en de kracht van de Heilige Geest.

Een biddende Paulus

In de gevangenis zit Paulus bepaalt niet met de handen over elkaar. Hij zit daar juist met gevouwen handen, zo blijkt uit vers. Paulus bidt voor de kerk van Efeze (3: 14). Als wij aan het werk van een dienaar in het koninkrijk van God denken, komt vaak de verkondiging als eerste naar boven. Maar Paulus schrijft zeer vaak in zijn brieven dat hij dankt en bidt voor hen. Dienaren in het Koninkrijk moeten allereerst biddende mensen zijn. Vanwege hun afhankelijkheid van en de gerichtheid op God.

Wat is de inhoud van zijn gebed in Efeze 3? Paulus bidt om drie dingen.

Allereerst bidt Paulus dat de gelovigen in de havenstad Efeze bekrachtigd worden met de Heilige Geest. De gelovigen hebben de kracht van God nodig, de kracht van Gods Geest. Gelovige zijn in eigen kracht loopt op niets uit. Alleen verbonden aan de Heere en in Zijn kracht kunnen we Hem volgen en getuigenis afleggen naar buiten en naar boven van Gods liefde in Christus (vers 10).

Het tweede waarom Paulus vraagt, is dat Christus zal wonen in de gelovigen. Dat betekent niet dat Paulus van gedachte is dat men nog niet gelooft in Christus, maar dat Christus zo voortdurend hun leven vervult dat ze in hun hele leven zich door Christus laten leiden en doen wat Hij wil. Het gaat hier om groeien in het leven met en uit Christus. In hoofdstuk 4 noemt Paulus concreet voorbeelden hoe het leven met Christus zichtbaar wordt in veranderingen in je levenswijze. Dat gaat blijkbaar niet vanzelf als je Christus gaat volgen. Dat vraagt om gebed. Paulus bidt dat Christus woont in hun leven: thuis is bij hen.

Het derde waar Paulus om bidt, vinden we in vers 18. Het is niet meteen duidelijk wat Paulus hier bedoelt. Helder is dat Paulus bidt dat de gelovigen iets volledig kunnen begrijpen. Nadruk ligt daarbij op het ‘volledig’. Het gaat niet om iets waar ze nog helemaal niets van begrijpen, maar dat begrijpen is nog beperkt. Hij verlangt ernaar dat ze ‘volledig’ kunnen begrijpen. Er is meer te krijgen dan ze al hebben.
Maar wat moeten zij dan begrijpen? Aan het einde van vers 18 lijkt de zin af te breken en in vers 19 een nieuw onderwerp benoemt te worden. Dat idee ontstaat omdat vers 19 begint met ‘en’. Maar in vers 19 wordt juist uitgewerkt wat Paulus wil dat de gelovigen ten volle zullen begrijpen: de liefde van Christus. Het eerst gebedspunt was gericht op de Geest, het tweede op Christus en het derde is gericht op de liefde van God de Vader zoals die zichtbaar geworden is in het verlossingswerk van Christus. Een trinitarisch gebed dus.

Paulus verlangt ernaar dat de gelovigen in Efeze meer begrip krijgen van de liefde van God. Hij doet dat met de beeldspraak van het meten van de lengte, diepte en hoogte. Niet dat Paulus daarmee bedoelt dat de liefde van God te meten is door ons mensen. Veeleer zullen we als we de liefde van God in Christus proberen te meten tot de ontdekking komen dat die liefde niet te bevatten is. Evenzo moeten we het begrijpen, waar Paulus in vers 18 over spreekt niet opvatten als er grip op krijgen. Paulus zegt namelijk in vers 19 dat de liefde van God de kennis te boven gaat. Dat zal een gelovige nooit echt kunnen begrijpen. Maar je komt er wel van onder de indruk met hoofd en hart, in bedenken en beleven. Je raakt er vol van. Je verdrinkt er als het ware in. Wat zijn dat heerlijk momenten in je leven als je overweldigd mag zijn door de liefde van Christus.

Dat gaat niet zomaar

Wat is nodig om vol te worden van deze liefde van God? Dat wordt zichtbaar in Paulus gebed. Eerst bidt hij om de krachtige werking Gods Geest. De Geest die niets liever doet dan Christus verheerlijken, is onontbeerlijk. Allereerst moet de Heilige Geest dus de ruimte krijgen in ons leven. Op meerdere plaatsen in zijn brieven waarschuwt Paulus dan ook om de Geest niet tegen te staan, door bijvoorbeeld aan (bepaalde) zonden vast te houden. Geef de Geest de ruimte.

Het tweede waar Paulus voor bidt, is evenzeer van belang: dat Christus in je woont. Dat Hij bij je thuis is. Dat Christus niet af en toe even mag langskomen als het jou uitkomt, maar voortdurend thuis is bij je. Dat je kind bij Hem aan huis bent. Alleen in gelovige verbondenheid aan God kun je onder de indruk komen van Zijn liefde; bevinden hoe liefdevol God in Christus is.
Daarbij bidt Paulus in vers 18 ‘opdat u ten volle zou kunnen begrijpen met alle heiligen’. Om ten volle Gods liefde te beleven heb je alle heiligen nodig. Dat kun je niet alleen. Die heiligen zijn andere volgelingen van Christus, die heiligen worden genoemd omdat ze door God geheiligd zijn, apart zijn gezet. Zo schrijft Paulus in Efeze 2: 20 dat de gelovigen in Efeze na hun bekering geen vreemdelingen meer zijn, maar medeburgers van de heiligen. Zicht krijgen op de volle liefde van God kan alleen in verbondenheid met alle andere gelovigen. In de situatie van Efeze is het aannemelijk dat Paulus allereerst denkt aan de verbondenheid tussen de gelovigen uit de heidenen en de gelovigen uit de joden. In hoofdstuk 2 van deze brief schrijft hij immers dat Christus de muur die er tussen jood en heiden was, heeft afgebroken. Nieuwtestamentische gelovigen kunnen alleen iets van de liefde van God begrijpen in verbondenheid met Israel. Zijn liefde openbaarde zich immers allereerst aan hen en die liefde van God is nog niet opgedroogd.

Maar als tweede moeten we hier denken aan andere gelovigen buiten de gemeente van Efeze. De gemeente van Efeze staat niet op zichzelf maar mag zich verbonden weten met de moedergemeente van Jeruzalem en de andere christelijke gemeenten. Paulus maakt in zijn gebed duidelijk dat gelovigen niet zonder andere gelovigen kunnen, maar de andere heiligen nodig hebben om de liefde van God in Christus te kunnen begrijpen. Verbondenheid met andere gelovigen is dus hoogst noodzakelijk. Daarbij kun je in onze tijd denken aan de gelovigen die op dit moment in de wereld zijn (in vrijheid en verdrukking). Dat begint bij je plaatselijke gemeente, het kerkverband waartoe we behoren, andere kerkverbanden in ons land, maar ook kerken in het buitenland. Daarnaast mag je ook denken aan gelovigen die vroeger hebben geleefd en met hun geschriften vandaag voor ons tot zegen kunnen zijn. God geeft ze ons opdat we ten volle gelovig zouden kunnen begrijpen hoe groot Gods liefde is. Opdat we vol worden van God (vers 19).
De vraag is dan wel: waarom heb je die andere gelovigen nodig? Wat heb je er aan?
Ik wil ten slotte drie aspecten concreet benoemen: verrijking, bemoediging en correctie.

Verrijking
Wat kun je veel leren van gelovigen in de wereld die vaak in heel andere omstandigheden verkeren. Zo denk ik aan een filmpje gemaakt in Nigeria waarin ds. A. Th. van Olst en drs. P.J. Vergunst (secretaris van de Gereformeerde Bond) bij een massagraf stonden en dat daar gelovigen, die geliefden hadden verloren door moord, baden om vergeving voor de daders. Wat is het leerzaam en verrijkend om te zien hoe zij in zulke momenten zich niet afzetten tegen God maar zich juist vastklampen aan God. Dan voel ik me als gelovige in Nederland maar een kleine jongen. Wat een liefde …
Verrijkend was het toen in mei op de European Conference of Reformed Churches  werd nagedacht over de sacramenten en daarbij ook over kinderen aan het avondmaal werd nagedacht. Terwijl dat Bijbels onderbouwd werd afgewezen, bleek in de bespreking dat in gereformeerde kerken in het buitenland soms jongeren (vanaf 12 jaar) van hun geloof getuigenis afleggen en deelnemen aan het avondmaal. Ze getuigen al zo jong oprecht van Gods liefde in Christus. Dat stemt tot nadenken.

Bemoediging
In het buitenland zijn Bijbelgetrouwe gemeenten en kerkverbanden vaak klein en kwetsbaar. Als zij contact hebben met een gemeente in Nederland, is dat voor hen een hele bemoediging. Ze weten zich niet eenzaam omdat er aan hen in Nederland wordt gedacht en voor hen wordt gebeden. Zo had ds. D. Pfeiffer, die een missionaire gemeente van de EPCEW in Cheltenham dient, in mei een bemoedigende ervaring. Hij heeft slechts 25 leden en geen jongeren in de kerk. Hij maakte diensten mee in de kerk van Sint Jansklooster en de Ichthuskerk op Urk. Hij deed in de dienst op Urk een oproep aan jongeren om volgend jaar te komen om te helpen met het evangelisatiewerk. Verschillende jongeren hebben gereageerd en gaan dit jaar al naar Cheltenham. Dat is voor de kerk daar een geweldige bemoediging: we staan er niet alleen voor. Bij het verkondingen van de liefde van God krijgen ze hulp van medegelovigen in Nederland die daar zelf ook weer door verrijkt worden. Samen met al de heiligen.

Correctie
Als kerken dien je in liefde elkaar te waarschuwen als je ziet dat er bij de ander ontwikkelingen zijn die de liefde van God in Christus schade toebrengen en op gespannen voet staan met de Bijbel. Liefde kan het niet laten om te waarschuwen als je ziet dat een ander een verkeerde kant op dreigt te gaan. Dat valt in onze tijd niet gemakkelijk, omdat sterk de gedachte leeft dat ik zelf wel uitmaak wat ik vind en daarom kritiek al snel als autoritaire bemoeizucht wordt ervaren. Maar vanuit echte geestelijke liefde naar God en elkaar mag je niet zwijgen. Al zal dan wel het geleid worden door de Geest van God en het verbonden zijn aan Christus de toon en wijze bepalen waarop dit gebeurt. Je wilt de ander bewaren bij Gods liefde in Christus.

Ds. W.N. Middelkoop is predikant op Urk (Ichthuskerk)



 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker