Artikel
2016-07-22
Woordwerk: Nog één keer vlammen? door G. de Jong

Ja, ze waren gelukkig getrouwd. Maar soms dacht hij wel: is dit het nou? Er was geen spanning meer. Een advertentie van overspelsite ‘Second Love’ prikkelde zijn fantasie. Hij wilde ‘nog één keer vlammen’. "Nou, dat heeft hij gedaan. Het was een steekvlam. En ik zit nu op de rokende puinhopen.”

Dat schreef ene Sophie in een open brief aan Erik Drost, oprichter van Second Love. Haar man had zeker niet de bedoeling om alles wat hij met zijn gezin had opgebouwd te verliezen. Ze waren al 35 jaar samen, hadden een fijn leven. Maar wel met de dagelijkse routine, met mooie en minder mooie momenten …
Hij geloofde in Second Love als ‘nieuwe impuls’, als iets ‘waar beiden in de relatie beter van worden’. Maar het liep toch wat anders. Het was voor Sophie een ongelijke strijd. "Ik kon niet op tegen een vrouw die mijn man adoreerde, die hem in bed verwende, die tegen hem opkeek.” Sophie is trouwens geen SGP-vrouw. "Ik stem D66 en ben lid van de VPRO. Ik woon in een grote stad en ben een moderne, ruimdenkende vrouw. Maar voor mij is trouw belangrijk.”
En dat geldt niet alleen voor deze Sophie. Spreuken 3: 3 drukt het ons op het hart: "Dat de goedertierenheid en de trouw u niet verlaten; bind ze aan uw hals, schrijf ze op de tafel uws harten.” Liefde, trouw en toewijding vormen de bouwstenen van een gezonde samenleving. Deze bouwstenen zijn fundamenteel in het huwelijk, maar evengoed op de werkvloer en in vriendschapsrelaties.

Trouw op internet

Trouw zijn is nooit een gemakkelijke opgave geweest, maar met internet is het wel een hele grote uitdaging geworden. Zeker, internet biedt genoeg mooie en positieve mogelijkheden. Maar het kan ook een middel worden om jezelf te verdoven, om weg te vluchten naar een andere werkelijkheid. En dat gaat al snel ten koste van trouw, liefde en vriendschap in het echte leven.

"Internet kan je meevoeren naar een andere wereld”, zo waarschuwde filosoof Ad Verbrugge in een interview met dagblad Trouw. "Die wereld kunnen we niet aanraken, maar we zijn er zintuiglijk wel heel sterk op betrokken. Het weekt ons los van de lijfwereld.” *
En daarin schuilt volgens Verbrugge ook het risico dat we worden losgeweekt van elkaar. "Als we een gesprek of vriendschap ‘niet leuk’ vinden, klikken we het weg, terwijl we hier, aan deze tafel, veel meer met elkaar opgescheept zitten. Virtuele contacten gaan vaak meer om mijn beleving en wat het mij oplevert, dan om het welzijn van de ander en om het vormen van een gemeenschap. Maar dat leidt wel tot verwarring in onze verhouding. Mensen willen vrij zijn, maar ze willen ook aandacht en liefde.”
En door dat verlangen naar liefde, verlangen mensen weer naar een vollere ervaring waarin het lichaam centraal staat. Verbrugge: "Porno maakt het makkelijk om op afstand opgewonden te worden. Maar dat kan niet zonder het lichaam, dat wezenlijk is voor onze genotservaring en identiteit. Aristoteles wist al dat genot wordt bepaald door de aanwezigheid van wat je liefhebt. Als die aanwezigheid ont-lijfd raakt en virtueel wordt, vervlakt ook het genot. (…) Porno is van alle tijden, maar wordt nu haast alomtegenwoordig. Ik zag pas in de trein twee jongens die op hun mobiel porno zaten te kijken. Porno moet steeds meer, groter en heftiger. Je ziet een enorme verveling ontstaan, ook op seksueel gebied.”

Summer of sex
Hoe is die seksuele ontaarding ontstaan? Vaak wordt de culturele revolutie in de jaren zestig als omslagpunt gezien. In popliedjes werd openlijk de ‘vrije liefde’ bezongen. "Let’s spend the night together, now I need you more than ever”, zong Mick Jagger van The Rolling Stones. Was die vrije liefde echt zo vrij en mooi? Als je de boeken en artikelen erover mag geloven, liep het meer en meer uit de hand. Naar aanleiding van een boek over de zomer van 1970 in de VS, ‘the summer of sex’, schreef een recensent in De Volkskrant: "De summer of sex was nadrukkelijk geen summer of love. Het was integendeel de zomer die markeerde hoe de twee los van elkaar kwamen te staan, met alle verwarrende en soms uitgesproken verwoestende gevolgen van dien.”

Die gevolgen zijn nog volop voelbaar. Zonder liefde en trouw raakt een samenleving misvormd. Met als uitvloeisel: verwarring, verwoesting en heel veel vragen. Wie kan kinderen en jongeren nog vertellen en voorleven wat liefde is? Cabaretier Freek de Jonge verzuchtte pas: "Een begrip als liefde is in handen gevallen van de kaste die ons kooplustig moet houden. Wie durft er zijn vingers nog aan te branden, wie kan het woord opnieuw bezielen?” Ook rapper Typhoon verwoordt de verwarring over liefde en trouw raak in zijn liedje ‘Surfen’: "Als we dan toch voor de vorm bij elkaar zijn, kan ik dan ook nog voor de vorm aan je zitten? Hoe zit dat?” Goeie vraag.

God van trouw
De Bijbel maakt duidelijk dat trouw een fundamentele eigenschap is van God. In Exodus 34 staat beschreven hoe de HEERE in Zijn majesteit voorbijgaat aan Mozes op de berg Sinaï en zichzelf openbaart als ‘HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw’.
Hij is geen God van wispelturigheid, maar van trouw. Met Abraham en Zijn nakomelingen sloot Hij een eeuwig verbond (Gen. 17: 7). Aan dat verbond blijft Hij trouw tot in duizend generaties (Deut. 7: 9).

Als weinig andere volken is het volk Israël door de eeuwen heen vervolgd, verstoten en voortgejaagd. En toch, ondanks al die verdrukking, is dat volk van Abraham, Izak en Jakob er nog steeds. Een teken van Gods trouw!
En het is niet zo dat Hij alleen dat ene volk heeft uitverkoren en de andere volken aan hun lot overlaat. In Abraham worden alle volkeren van de aarde gezegend (Gen. 12: 3). Het heil is uit de Joden (Joh. 4: 22); de Heere God heeft Abrahams volk tot een groot volk gemaakt; Hij riep tientallen profeten uit dat volk en liet er uiteindelijk de Messias uit geboren worden. "Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon” (Hebr. 1: 1).
Trouw raakt Gods diepste wezen. Hij kan ons laten stikken in ons eigen braaksel van leugen en ontrouw, maar dat doet Hij niet. Want Hij is trouw; Hij heeft voorzien in een Redder, een Verlosser: Jezus Christus.
Geroepen tot trouw
Omdat christenen beelddragers zijn van die God van trouw, zijn zij ook geroepen in trouw te leven. Al bij de vroege christenen was hun (echtelijke) trouw opvallend, het was iets waarin ze anders waren dan de rest. In zijn boek ‘Eenvoudig christelijk’ schrijft de Britse theoloog N.T. Wright: "Gedurende de eerste eeuwen van het christendom, toen elke vorm van seksueel gedrag die ooit bekend was in de mensheid breeduit werd gepraktiseerd, hielden de christenen net als de Joden vol dat seksuele activiteit beperkt diende te blijven tot het huwelijk van één man en één vrouw. De rest van de wereld dacht, net als nu, dat ze gek waren.”
Maar volgens Wright waren ze dat zeker niet: "Echtelijke trouw vormt een echo van en een vooruitgrijpen op Gods trouw aan de hele schepping. Andere soorten van seksuele activiteit symboliseren en belichamen de misvorming en het bederf van de huidige wereld.”

In een studie over het Bijbelboek Leviticus wees dichter Willem Barnard erop hoe belangrijk trouw en toewijding zijn in Gods wet, de Thora. "Wat wij in de Thora vinden”, zo schrijft hij, "is een manier van denken die weet van het geheim, van voorbehoud, van bedekking en versluiering, van heilige grond en heilige tijd ...” Dit besef van heiligheid moest het volk Israël telkens weer worden voorgehouden, om niet meegesleurd te worden in de afgodenpoel van de volkeren rondom. Barnard: "Die volkeren meenden dat de krachten van het naakte bestaan aanbeden en gestimuleerd moesten worden, door zich er in onder te dompelen, keuzeloos.”
Barnard zag dat ook in onze cultuur ongebreideldheid hoger staat aangeschreven dan discipline. Hij waarschuwde: "Als discipline ontbreekt, wordt het vacuüm maar al te vaak gevuld door verslaving. Ongebreideldheid slaat om in dienst aan idolen, in wat de profeten noemden de ‘niets-goden’ (…). Dat kan iedereen overkomen, het kan ook een hele generatie ontregelen.”

Geen blinde trouw
In de Bijbel is trouw niet iets dat volledig op zichzelf staat. De grote vraag is: aan wie ben je trouw? Bij wie ligt je diepste loyaliteit? Het is God of de afgoden. Je kiest voor het leven of je kiest voor de dood. Het eerste en grote gebod is de Heere God liefhebben, "met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand”. Als trouw zijn aan anderen, bijvoorbeeld je familieleden, de gehoorzaamheid aan dat eerste gebod in de weg staat, vraagt dat een keuze van ons. Aan wie ben je diep in je hart trouw en loyaal? De Heere Jezus is duidelijk: "Als iemand tot Mij komt en niet haat zijn eigen vader en moeder (…) die kan Mijn discipel niet zijn.”

Trouw zijn aan je familie, je ouders, je vrienden, je huwelijkspartner, je werkgever, de overheid: Het is allemaal van grote waarde. Zonder deze vormen van trouw en loyaliteit brokkelt de samenleving uiteen. En toch. Als we deze vormen van trouw gaan isoleren en loskoppelen van het grote gebod, kan het heel tricky en gevaarlijk worden. Voor een verslaafde die wil afkicken is het bijvoorbeeld fundamenteel om juist niet trouw te zijn aan zijn verslaafde vrienden. En tot welke prijs moet je trouw en loyaal zijn aan een partner die je lichamelijk en/of geestelijk misbruikt?
Ook de geschiedenis van nazi-Duitsland laat zien hoe gevaarlijk blinde trouw en gehoorzaamheid kan zijn. Door de blinde gehoorzaamheid van de SS-kampbeulen en velen binnen de Duitse bevolking aan het naziregime, kon Hitler het grootste deel van de Europese Joden, zigeuners en andere ‘inferieure’ bevolkingsgroepen uitmoorden. De Duitse theoloog Bonhoeffer was in zijn dagen een lichtend licht omdat hij ontrouw was aan de overheid en trouw wilde zijn aan de Allerhoogste. Luther voelde zich gedrongen om de kerkleiding ontrouw te zijn, omdat trouw aan God en Zijn Woord voor hem het zwaarste woog. De grote vraag is dus: aan wie ben je trouw?

Hoe kun je als klein mensje zo’n diepe vorm van trouw en toewijding ooit opbrengen? Da’s eigenlijk geen doen. En zelfs al hou je het een hele tijd vol, zelfs na 35 jaar huwelijk kun je vallen voor de verleiding om nog ‘één keer te vlammen’. Het menselijk reservoir van trouw raakt vroeg of laat leeg. Is er hoop? Alleen als je een andere bron weet aan te boren. Als je hulp van de God van trouw vraagt. Of zoals een Afrikaans spreekwoord zegt: "Wie water geeft, moet zelf naar de bron gaan.”

Gertjan de Jong is medewerker communicatie bij het LCJ (Landelijk Contact Jeugdwerk)

* Trouw, 11-8-2013

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker