Artikel
2016-08-05
Nader bekeken: Discipel in een bezeten wereld door C.C. den Hertog

Onlangs was ik voor een kort bezoek in Berlijn. Ik bezocht daar onder andere het vrij toegankelijke museum Topographie des Terrors (www.topographie.de). Zeer uitvoerig vertelt men daar het verhaal van de gruwelen van het Derde rijk. Daar hing de poster die bij dit stuk is afgedrukt. De tekst luidt in vertaling: deze zieke man kost de volksgemeenschap gedurende zijn leven 60.000 Reichsmark – volksgenoot, dat is ook úw geld!

Een beklemmende poster met een verschrikkelijke impliciete suggestie: de verzorging van deze man kost de gemeenschap veel geld en hij levert niets op. De zorg voor de zwakke wordt ter discussie gesteld. Zo’n poster heeft de weg helpen banen naar het euthanasieprogramma dat de nazi’s al in de jaren dertig uitvoerden: Aktion T4. Vermoed wordt dat zo’n 200.000 verstandelijk of lichamelijk gehandicapten en psychisch zieken zijn omgebracht om zo het Germaanse ras zuiver te houden. De openlijkheid waarmee op zo’n plaat gekozen wordt voor het economisch criterium is schokkend. Maar tegelijk: het is niet nieuw. En: het is ook niet verdwenen. Niet nieuw – je zou zelfs kunnen zeggen dat het niets anders is dan een variatie op de vraag van Kaïn: ben ik mijns broeders hoeder? We zien het ook gebeuren in de geschiedenis van de bezetene in het land van de Gerasenen. Markus vertelt hoe deze man leefde bij de graven en door niemand gebonden kon worden. Bezeten. Al jarenlang, zo krijg je de indruk. Ik stel me voor hoe moeders hun kinderen waarschuwden om niet te dicht in de buurt van de graven te komen. En dan komt Jezus – en Hij geeft de kwelgeesten de opdracht om in de zwijnen te varen, die vervolgens de helling af denderen hun dood tegemoet. De man is daarna een ander mens.
Dan komen zijn stadsgenoten. Je zou verwachten dat het een blijde, uitgelaten begroeting zou worden. Deze man die in eenzaamheid zijn dagen sleet vanwege zijn ziekte, kan weer zijn plaats in de gemeenschap innemen. Familie, buren, vrienden – wat zullen ze blij zijn. Maar dat horen we helemaal niet. Wat we horen is het verzoek aan Jezus om maar snel te gaan. Zijn bezoek aan de streek viel wel wat erg duur uit. Het eerste dat de genezen man hoort van zijn naasten, is dat zijn genezing teveel gekost heeft. Het kan toch niet anders dan een enorme teleurstelling geweest zijn – iedereen had zich kennelijk neergelegd bij zijn bezetenheid. En gesteld voor de keuze tussen zijn genezing of de locale economie kiest men zonder een spoor van schaamte voor het laatste. Jezus gaat.

Discipel
Het verbaast mij dan ook niet dat de man aan Jezus vraagt of hij met Hem mee mag. Je zult maar moeten re-integreren in een omgeving die zo ongegeneerd gezegd heeft dat je wat hen betreft wel ziek had mogen blijven. Maar Jezus staat het hem niet toe. Terwijl later in het evangelie iemand als Bartimeüs zijn ogen uitkijkt op de weg achter Jezus aan. Waarom dat verschil? Dat weet ik natuurlijk niet, maar ik weet wel wat Jezus de man opdraagt. Hij moet heengaan naar zijn verwanten en hun verkondigen wat de Here in zijn ontferming aan hem gedaan heeft. Waarop Markus de episode besluit met de mededeling dat hij rondtrok door Dekapolis en overal verkondigde wat Jezus hem gedaan had. Zijn discipelschap bestaat daarin dat hij in de omgeving, die Jezus gevraagd had te vertrekken, achterblijft als een soort bruggenhoofd om te verkondigen dat er grotere, belangrijkere zaken zijn dan de locale economie. Ja – dat je door die gerichtheid op bezit en welvaart zomaar je naaste uit het oog kunt verliezen. En dat de dienst aan de Here God en het leven van zijn ontferming in Jezus Christus een mens vrijmaakt op een veel reëlere, diepere manier dan geld.
Was dat een eenvoudige roeping voor deze broeder? Ik denk van niet – maar vrijmoedig gaat hij zijn gang en stelt vragen bij de vanzelfsprekendheden waar de mensen om hen heen uit leven.

Vandaag
Deze geschiedenis uit het Nieuwe Testament haalde ik naar voren om te laten zien dat de boodschap van die poster in dat Berlijnse museum niet nieuw is. Maar ik schreef ook dat deze manier van kijken niet verdwenen is. Het valt mij op hoe ons spreken steeds openlijker gestempeld wordt door economische termen. Als er een actie gevoerd wordt, als er ergens een file staat – meteen weet het journaal te becijferen wat het kost. En dus ook als het over de zorg in ons land gaat horen we steeds vaker spreken in financiële termen. Zorg is een product geworden dat door klanten wordt afgenomen. Het is bekend hoeveel mensen, die betrokken zijn bij de verpleging, zuchten onder de verzakelijking, die steeds meer ten koste gaat van bijvoorbeeld het eenvoudige praatje over de kleinkinderen of een aanstaand ziekenhuisbezoek. Vanuit economisch gezichtspunt inderdaad waardeloos – maar voor de betrokkene misschien wel honderd keer belangrijker dan de hulp bij het aantrekken van een kous.
Op het moment dat er grotere morele thema’s op het spel staan, klinkt dat argument ineens niet meer. Ik denk aan de discussie rond prenatale screening in verband met de onderkenning van het Downsyndroom en het debat omtrent embryoselectie. Gelukkig klinkt in die discussies niet het argument van de kosten. Dit gesprek wordt vaak gevoerd over de band van menswaardig leven en voorkoming van ernstig lijden. Maar ik vraag me wel af: is dat argument dat we in àl onze discussies leidend laten zijn echt ineens van tafel? Hoe reageren verzekeraars over enkele jaren als ouders hun kind met Down geboren hebben laten worden, hoewel ze van tevoren wisten dat hun kind deze aandoening zou hebben? En wat als een IVF-kind later zware en dure behandelingen nodig heeft die terug te voeren zijn op een afwijking in het genetisch materiaal die met embryo-selectie uitgesloten hadden kunnen worden? Het zou mij niet verbazen als de polisvoorwaarden aangepast gaan worden en dit soort ziekten waarvan men zegt dat ze voorkombaar zijn uitgesloten worden van vergoeding. En via de achterdeur is dan het economisch argument weer doorslaggevend. Dat is dus minder rechtstreeks dan op zo’n poster in Berlijn. Maar de zaak is uiteindelijk dezelfde.

Getuigen
Als dit nummer van De Wekker gewijd is aan het thema discipelschap, lijkt het me van belang om terug te denken aan de ene discipel van Markus 5 die werd achtergelaten in een wereld die zijn genezing te duur had gevonden – en die juist dáár het evangelie moest verkondigen. Om te beginnen lijkt het me goed onszelf in alle eerlijkheid de vraag te stellen: heeft de geest die het publieke debat nagenoeg volledig beheerst ook mij in zijn greep? Ben ik eigenlijk vrij van de ongebreidelde bezitsdrang en geldzucht?
Vervolgens: discipelschap in onze samenleving betekent in ieder geval ook: vragen stellen bij wat iedereen vanzelfsprekend vindt. In die wereld van ons die bezeten (!) is van de gedachte dat geld gelukkig maakt en dat de beste manier om discussies te voeren daarin bestaat dat we alles in financiële termen uitdrukken, heeft de discipel de roeping om te blijven en te verkondigen wat de Here in zijn ontferming gedaan heeft. Dat is geen gemakkelijke roeping. We hebben onszelf niet mee en de grote meerderheid tegen. Maar er is geen boodschap zo bevrijdend om te horen, want we leren te kijken met de barmhartige ogen van onze Here die onze waarde niet afmeet aan onze bijdrage aan de economie, maar die zoekt wat zwak, verloren en naar wereldse maat waardeloos is en dat een plaats geeft in zijn Koninkrijk.

ds. C.C. den Hertog is predikant in Nijmegen

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker