Artikel
2016-09-02
Woordwerk: Wat betekenen die stenen voor u? Door M. de Vries

De christelijke gemeente is uniek en heeft een goddelijke oorsprong. Welke betekenis en verantwoordelijkheid heeft dat voor haar leden? Hoe functioneert de gemeente als een gezond lichaam, een liefdevol gezin en een lerende verbondsgemeenschap? In dit artikel denken we na over de vraag hoe de hele gemeente van elkaar kan en moet leren.

‘Ik haat het als kinderen naar de kindernevendienst gaan.’ Toen dr. C. van der Kooi deze uitspraak deed op een symposium van Youth for Christ, eind 2014, werd hem dat niet door een ieder in dank afgenomen. Bij nader doorvragen, bleek hij echter niet zozeer een tegenstander van de kindernevendienst te zijn. Hij wilde een ander punt duidelijk maken: Verbond betekent intergenerationaliteit. Dat is het sleutelwoord: de generaties moeten wat met elkaar doen, ze zijn met elkaar verbonden. Dat zit in het begrip verbond. Maar als wij de gemeente opsplitsen in leeftijdslagen en die van elkaar gescheiden houden, nemen wij de verbondsgedachte in ons kerkelijk leven niet serieus. Als je vasthoudt aan de gedachte dat zuigelingen gedoopt mogen worden, dan moet je er in het kerkelijk leven creatief over nadenken hoe je de actieve uitwisseling tussen de generaties bevordert’ (HGJB Generator 19 – Intergeneratief jeugdwerk). Van der Kooi benoemt in hetzelfde artikel dat als je generaties van elkaar scheidt, je dan zelfs zondigt tegen de gedachte van het verbond.

Intergeneratief leren
In deze Woordwerk denken we verder door over het belang van verbondenheid binnen de gemeente. Een gemeente waarin de héle gemeente omziet naar, en leert van elkaar. Op het punt hoe verschillende generaties van elkaar kunnen leren, zoomen we in het bijzonder in. Om het belang hiervan duidelijk te maken, kijken we eerst naar het unieke karakter van de christelijke gemeente. De Bijbel spreekt daar in meerdere metaforen over. In dit artikel passeren beelden van de gemeente als lichaam, gezin en verbondsgemeenschap de revue. Vervolgens wordt gekeken naar voorbeelden uit het Oude en Nieuwe Testament waarin (opgeroepen wordt tot) het leren van ouderen van jongeren en andersom. Ten slotte worden een aantal lijnen getrokken die betrekking hebben op de praktijk van het gemeenteleven.

De christelijke gemeente als lichaam

Volgens Lauren F. Winner is het unieke van de christelijke gemeente dat alle demografische lagen van de samenleving vertegenwoordigd zijn: peuters en bejaarden, getrouwden en singles, ouders en kinderen, etc. Dat zie je bij geen enkele niet-kerkelijk organisatie of vereniging op die manier terug. De christelijke gemeente is uniek. Ze heeft een goddelijke oorsprong. Het is de Zoon van God die Zich een gemeente vergadert, en die beschermt en onderhoudt (HC zondag 21). Van de gemeenschap der heiligen wordt in diezelfde zondag beleden dat elke gelovige zich als een lidmaat schuldig moet weten, zijn gaven tot nut en zaligheid van de andere lidmaten aan te wenden. In zijn brief aan de Efeziërs heeft Paulus dezelfde boodschap. Hij roept op ‘dat wij, door ons in liefde aan de waarheid te houden, in alles toe zouden groeien naar Hem die het Hoofd is, namelijk Christus. Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft, overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de liefde’ (Ef. 4: 15-16). De andere lidmaten kies je niet zelf uit. Als je door Gods genade een levend lidmaat werd, behoor je tot één lichaam, onder één Hoofd, Jezus Christus (1 Kor. 12).

De christelijke gemeente als gezin

Behalve het beeld van een lichaam wordt voor de gemeente ook het beeld van een gezin gebruikt. In verschillende brieven worden de gelovigen ‘broeders’ genoemd. Johannes spreekt zijn lezers aan met ‘lieve kinderen’ (1 Joh. 2: 1). Jezus leerde: ‘Wie de wil van God doet, die is Mijn broeder en Mijn zuster en Mijn moeder’ (Marc. 3: 35). Door het geloof in de Heere Jezus, de oudste Broeder, kunnen zondaren weer kinderen van de Vader worden. Binnen dat hemelse gezin hebben de gezinsleden de heilige plicht elkaar lief te hebben, ongeacht leeftijd, achtergrond en cultuur. Petrus schrijft in zijn rondzendbrief aan gelovigen uit Joden en heidenen die verstrooid door Klein-Azië wonen: ‘Nu u dan uw zielen gereinigd hebt in de gehoorzaamheid aan de waarheid, door de Geest, tot ongeveinsde broederliefde, heb elkaar dan vurig lief uit een rein hart’ (1 Petr. 1: 22). Het luistert hierin heel nauw. Als je de ander niet liefhebt, kun je niet uit God geboren zijn (1 Joh. 4: 20).

De christelijke gemeente als verbondsgemeenschap

Een derde Bijbels beeld voor de gemeente is dat van een verbondsgemeenschap. In het formulier dat gebruikt wordt om de heilige doop aan kinderen te bedienen, wordt teruggegrepen op Gods belofte aan Abraham: ‘Ik zal Mijn verbond maken tussen Mij, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door, tot een eeuwig verbond, om voor u tot een God te zijn, en voor uw nageslacht na u’ (Gen. 17: 7). Petrus sluit hier in zijn pinksterpreek bij aan: ‘Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Heere, onze God, ertoe roepen zal’ (Hand. 2: 39). Kinderen van de gemeente worden als erfgenamen van het rijk van God en van Zijn verbond gedoopt. De hele gemeente is er getuige van als ouders beloven hun kinderen bij het opgroeien in de Bijbelse leer te (laten) onderwijzen. De hele gemeente heeft hierin een verantwoordelijkheid.

Als  het volk Israël de Jordaan oversteekt om het beloofde land binnen te trekken, geeft de HEERE de opdracht dat twaalf mannen, uit elke stam één, een steen uit de rivier mee moeten nemen en die neerleggen in het kamp waar ze overnachten. Wat is de reden? ‘Wanneer uw kinderen morgen vragen zullen: Wat betekenen deze stenen voor u?, dan moet u tegen hen zeggen dat het water van de Jordaan werd afgesneden voor de ark van het verbond van de HEERE. Toen hij door de Jordaan ging, werd het water van de Jordaan afgesneden. Daarom zullen deze stenen voor de Israëlieten tot een gedenkteken zijn tot in eeuwigheid’ (Joz. 4: 6-7). Het gedrag van volwassenen moet vragen oproepen bij kinderen met als doel dat ze over Gods grote daden horen vertellen.

Kinderen en jongeren leren van volwassenen
In Psalm 78 wordt volwassenen opgedragen om Gods daden en wonderen bekend te maken aan de volgende generatie met als doel dat zij het weer doorvertellen aan hún kinderen en allen hun hoop op God zouden stellen (vers 4-7). Als de dichter van Psalm 22 in grote nood is, zegt hij tegen God: ‘Op U hebben onze vaderen vertrouwd, zij hebben vertrouwd en U hebt hen bevrijd’ (vers 5). Deze dichter kende een heel andere ervaring dan die kritische dertiger in het boek Als kinderen andere wegen gaan: ‘Ik heb het gevoel dat al generaties lang een mooi pakje met een grote strik werd doorgegeven in onze familie. Iedereen zei dat wat er in dat pakje zat erg belangrijk was, maar het is nooit door iemand uitgepakt. Toen ik dat ging doen door mijn vragen erop los te laten, bleek niemand nagedacht te hebben over wat hij nou echt met de inhoud van dat pakje kon. Ik ben dus opgehouden om het aan te pakken, laat staan dat ik het ga doorgeven en opleggen aan mijn kinderen.’

In het Spreukenboek wordt de jeugd herhaaldelijk opgeroepen naar het onderwijs van hun ouders te luisteren. ‘Mijn zoon, luister naar de vermaning van je vader en veronachtzaam het onderricht van je moeder niet’ (Spr. 1: 8). In de brief aan Titus schrijft Paulus dat de oudere vrouwen in de gemeente leraressen van het goede moeten zijn. Dit wordt heel praktisch gemaakt: ‘Opdat zij de jongere vrouwen leren verstandig te zijn, hun man lief te hebben, hun kinderen lief te hebben, bezonnen te zijn en kuis, te zorgen voor hun huishouden, goed te zijn, hun eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord van God niet gelasterd wordt’ (Tit. 2: 4-5). Titus wordt gevraagd de jonge mannen aan te sporen bezonnen te zijn en daarin zelf een voorbeeld te zijn (vers 6-7). Kortom, volwassenen in de gemeente moeten enerzijds Gods grote daden verkondigen en anderzijds praktisch levensonderwijs geven. Wat zijn die grote daden? Bij de Israëlieten kwamen dan altijd de bevrijding uit Egypte, en later uit de Babylonische ballingschap ter sprake. Als Nieuwtestamentische gemeente mogen we delen in een nog veel rijkere openbaring: God gaf Zijn Zoon Jezus Christus, Die stierf en opstond uit de dood, om ons te bevrijden van zonde, dood, duivel en het eeuwige oordeel.

De vraag is niet alleen, horen onze jongeren die boodschap maar ook: hoe?! Krijgen ze die overgeleverd als een mooi maar onuitgepakt pakje, of horen ze het van volwassenen die diep verwonderd zijn dat een genadige God in Christus naar hen als zondaar omkeek? Uit mijn eigen leven weet ik dat dat laatste nu precies het grote verschil maakt. Ik kan ze zo voor me halen, die mannen en vrouwen in mijn familie, in mijn gemeente, die léven van het Evangelie en mij zo jaloers maakten en tot voorbeeld zijn.

Volwassenen leren van kinderen en jongeren
Helaas is het niet altijd zo dat de oudere generatie tot voorbeeld is van de jongeren. Als kinderen in de tempel Jezus prijzen als de Messias, nemen de overpriesters en schriftgeleerden hen dat zeer kwalijk. Jezus citeert dan Psalm 8 en zegt: ‘Uit de mond van jonge kinderen en van zuigelingen hebt U voor Uzelf lof tot stand gebracht’ (Mat. 21: 16). Ook op andere momenten stelt Jezus kinderen tot voorbeeld van volwassenen (Mat. 18: 2-4). In de geschiedenis van Eli en Samuël komt God met Zijn woord niet tot de oudere priester, maar tot de jonge Samuël. Samuel moet Eli het oordeel aanzeggen omdat hij de zonden van zijn zonen niet bestraft heeft zoals hij had moeten doen (1 Sam. 3). De dichter van Psalm 119 noemt zichzelf verstandiger dan zijn leraren omdat hij Gods Woord gehoorzaamd heeft (vers 99-100).

Intergeneratief leren in de gemeente
Aan het begin van dit artikel lazen we hoe Van der Kooi stelde dat je er in het kerkelijk leven creatief over moet nadenken hoe je de actieve uitwisseling tussen verschillende generaties bevordert. Hoe? In het slot van dit artikel geef ik een paar ‘denkduwtjes’. De voorbeelden kunnen met legio anderen aangevuld worden, maar dienen als richtingwijzer.

Verschillende gemeenten doorbreken met succes de grenzen tussen generaties in wijkkringen. Richt binnen de gemeente Bijbelstudiekringen op die niet gebaseerd zijn op leeftijd, maar op de gemeentewijken. Ga bovendien als jongeren en ouderen daadwerkelijk met elkaar de Bijbel lezen. Het eerder genoemde artikel over intergeneratief jeugdwerk geeft het volgende voorbeeld: De Amerikaanse hoogleraar Andrew Root vertelt over een gemeente die het niet lukte de jongeren vast te houden. De voorganger kwam erachter dat ze hard werkten om jongeren aan het Bijbellezen te krijgen maar geen enkele oudere in de gemeente deed dat mét de jongeren. Daarop besloot hij leesgroepen te vormen van jongeren en ouderen, tot tachtigers toe. Wekelijks bespraken ze een Bijbelgedeelte aan de hand van vragen als: Wat vind jij interessant, wat vind je verwarrend en waar zit jij in deze tekst? Op deze manier leerden oud en jong elkaar op een intieme wijze kennen én tot hand en voet te zijn.

Ik ken een gemeente binnen de CGK die soms ouderen uitnodigt op de JV. Bijbelse kernwoorden als zonde en genade worden niet alleen aan de hand van een Bijbelstudieboekje besproken. Aan oudere gemeenteleden wordt gevraagd: wat betekenen deze zaken in uw leven? Op dezelfde manier kunnen (groot-)ouders uitgenodigd worden op een catechisatieavond. Andersom kunnen jongeren van grote betekenis zijn voor ouderen. Door bij eenzamen op bezoek te gaan, voor iemand die slecht ter been is boodschappen te doen of door bij een druk gezin oppasdiensten aan te bieden. Binnen het kader van een JV kan dit op eenvoudige wijze georganiseerd worden. Nodig jongvolwassenen uit op seniorenmiddagen om iets over hun werk en staan in de maatschappij te vertellen. Heel wat gemeenten kennen het fenomeen van een moederkring waarbij oudere en jongere moeders van elkaar leren bij de opvoeding van hun kinderen. Tussen twee haakjes, denk als kerk na hoe je voorkomt dat singles zich buitengesloten voelen. Lana Trent, medeauteur van Single and Content, benadrukt dat kerken zich niet realiseren hoeveel mensen kerkelijke samenkomsten vermijden omdat ze zo gefocust zijn op gezinnen. Singles – en elke groep die niet past in het plaatje van een ‘happy family’ – kunnen zich daardoor buitengesloten voelen. Tenslotte, durven we het als ambtsdragers aan om gemeenteleden van verschillende generaties te vragen of ze zich aangesproken weten door de prediking, door dat wat er in het gemeentewerk gebeurt? Juist in een tijd van enorme secularisatie is het broodnodig om open en kwetsbaar te zijn naar elkaar. Om als ambtsdrager en ‘gewoon gemeentelid’ in het ambt aller gelovigen kritisch in de spiegel te durven kijken.

Denk als gemeente na hoe je kan functioneren op de manier zoals de Heere God dat bedoeld heeft: een gezond lichaam, een liefdevol gezin, een lerende verbondsgemeenschap waarin jong en oud een plek hebben. Opdat Gods grote daden met verwondering over Zijn genade verteld en gedeeld worden en ook de volgende generatie haar vertrouwen op de Drie-enige Verbondsgod stelt.

Marieke de Vries is senior jeugdwerkadviseur bij het LCJ (Landelijk Contact Jeugdwerk).

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker