Artikel
2016-09-16
Nader bekeken: Wandelen met God door Miranda Renkema

Toen we als redactie nadachten over het thema van dit blad, spraken we over ontwikkelingen rond het Bijbellezen. Aan de ene kant de steeds sneller elkaar opvolgende uitgaven van Bijbelvertalingen (doelgroepenvertalingen o.a.), en aan de andere kant de manier waarop lezen in het algemeen veranderd is.


"Een boek van pakweg 1.500 pagina’s lezen - en dan ook nog zonder plaatjes - staat volledig haaks op de manier waarop we tegenwoordig informatie tot ons nemen en overdragen. Aandachtig lezen gebeurt steeds minder en Bijbellezen is daardoor veranderd.” Aldus het redactionele voorwoord van het blad Onderweg, dat begin 2016 ook een nummer over Bijbellezen uitgaf. Daarop inhakend zei een redactielid: ‘soms denk ik: ben ik als predikant niet wel eens te onbarmhartig geweest naar jongeren toe, zeker naar echte ‘doeners’, door zo sterk te hameren op de noodzaak van dagelijks persoonlijk Bijbellezen? Is het voor hen eigenlijk wel te doen?’

En die vraag is nog wel breder te stellen misschien, want het geldt niet alleen de jongeren. Veel gemeenteleden hebben moeite, geven ze zelf aan, om het ritme van persoonlijk Bijbellezen vol te houden, en om door wat ze lezen ook echt aangesproken te worden. Omdat ze de woorden moeilijk vinden, niet echt begrijpen wat er staat, of omdat het niet lukt de concentratie te vinden om te lezen. Soms kiezen ze voor een wat andere vorm: via een korte dagtekst op de telefoon bijvoorbeeld, maar bijna altijd is er een gevoel van tekortschieten.

Wat misschien (een beetje) kan helpen – als je het gevoel herkent van te ‘moeten’ Bijbellezen, terwijl je daarbij tegelijk ook een schuldgevoel hebt omdat je faalt, of als je de vraag herkent of het eigenlijk wel haalbaar is – is om bewust stil te staan bij de manier waaróp je Bijbelleest.

Doel
Ik dacht er aan toen ik deze zinnen las uit het artikel van Ds. Peet, iets verderop in dit blad: "God wil door ons gekend en bemind worden. Door middel van Zijn Woord zoekt Hij de relatie. En dan gaat het maar niet om zomaar een relatie. Hij wil onze Vader zijn en wij mogen uit genade Zijn kinderen zijn. Zo bezien heeft de Schrift veel weg van een liefdesbrief van God aan mijn adres.” Een liefdesbrief ... dat brengt een heel eigen manier van lezen mee.     

In Joh. 20 vertelt Johannes iets over het doel waarmee hij de geschiedenissen van de Here Jezus opschreef. Hij zegt in vers 30: 31: "deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende het leven hebt in zijn naam.” Het gaat er om in het evangelie, dat God ons wil laten weten dat Hij in Zijn Zoon naar ons toegekomen is met genade en bevrijding, opdat wij zullen geloven dat Jezus de Christus is, en wij door het geloof verbonden aan Hem, weer zullen leven met God.  

Dat wij weer met God zullen leven, dat is waarom God laat weten wat Hij deed in Zijn Zoon. Dat is het doel van het lezen over wat God heeft gedaan in de geschiedenis van de wereld, hoe Hij heeft ingegrepen in het leven van ons mensen, en hoe dat ingrijpen ons leven beslissend verandert. Het gaat erom dat we diep onder de indruk komen van Gods liefde en genade, en dat we ons met schuldbelijdenis en bekering toevertrouwen aan Christus, zodat we verzoening ontvangen en vernieuwd met God mogen leven. Dat is waartoe God ons schiep, dat is ook waar Hij op uit is, als Hij ons aanspreekt in Zijn Woord.

In Gods nabijheid

God wilde ons weer tot de zijnen maken om met Hem te leven. En door Christus mag het weer, leven in verbondenheid met God, leven in Zijn nabijheid. Als je dat laat doordringen, raak je meer en meer onder de indruk van hoe groot Gods liefde is, en hoe je alleen daarvan kunt leven. Hoe hard je het nodig hebt om dicht bij Hem te zijn, en de vrede en vriendschap die Hij aanbiedt te ontvangen.  

Vriendschap, eerbiedig gesproken, maar toch wel echt. Omdat God ons Zijn genadige vriendschap aanbiedt, en Zelf laat merken zó met mensen om te willen gaan. Ik denk aan Mozes, van wie er staat dat de Here met hem sprak ‘van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend’ (Ex. 33: 11). En aan Henoch, die ‘wandelde met God’ (Gen. 5: 22), totdat hij er niet meer was, omdat de Here hem had weggenomen. Wandelen met God ... dat is een prachtige uitdrukking, die verwijst naar het paradijs, naar hoe goed het was tussen God en mensen.

En kennelijk mag het, opnieuw. Wij zijn Mozes niet, en Henoch niet, en je kunt er bijna jaloers op zijn, dat dat zo mocht, voor hen. Maar tegelijk, zij waren ook maar kwetsbare, zondige mensen als wij. En dat bijzondere dat zij mochten hebben, vriendschap met de Here, is dat in de kern niet wat Christus mogelijk heeft gemaakt voor ieder die bij Hem hoort? Hij zei: ‘Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet, wat zijn heer doet; maar u heb ik vrienden genoemd, omdat Ik alles wat Ik van mijn Vader gehoord heb, u heb bekendgemaakt’(Joh. 15: 15).

Dagelijks
Wandelen met God, dat is een dagelijks met Hem omgaan, een in Zijn nabijheid zijn. Zoals je met een vriend doet ... rustig aan lopen, elkaar ondertussen van alles vertellend ... bij elkaar zijn, zonder haast, en het fijn vinden tijd met elkaar door te brengen. Maar dat wandelen gáát ook alleen maar door tijd met elkaar door te brengen.

Als je wilt wandelen met God, dan betekent dat, dat je in je dagelijks leven tijd moet nemen om naar Hem te luisteren, om Zijn Woord te lezen, en Hem te antwoorden. Het betekent dicht bij Hem blijven en stil zijn, zodat de Heilige Geest tot je kan spreken, door Zijn Woord. Het betekent dat je gespitst bent op wat Hij tegen je wil zeggen, en waar Hij de weg wijst om te gaan.

Moet je daarvoor persé dagelijks Bijbellezen? Vrienden zien elkaar ook wel eens een tijdje niet, dat is toch juist kenmerk van vriendschap, dat dat kan? Dat is waar, maar niet de hele waarheid. Ik moet denken aan een liedje van Acda en De Munnik, over drie vrienden die elkaar niet iedere dag hoeven te zien om te weten dat ze vrienden zijn. Maar de tussenpozen dat ze elkaar spreken worden langer, en op een gegeven moment wil één van hen de ander bellen, en legt uiteindelijk de telefoon weer neer:

ik dacht: wanneer ben je twee vrienden
die elkaar niet elke dag hoeven te zien
en wanneer ben je geen vrienden meer
je hebt het eigenlijk niet door maar zo snel als dingen gaan
eerst ben je twee vrienden
en dan vrienden van weleer
maar dan ben je in de nieuwste theorie eigenlijk al geen vrienden meer


Vriendschap heeft het nodig om regelmatig elkaars stem te horen.

Rust
Bovendien kunnen we ook niet zonder die stem van de Here. We hebben het ontzettend hard nodig in alle kwetsbaarheid van ons leven, dat God ons troost en moed geeft door ons te binnen te brengen dat Hij voor ons zorgt, en dat Hij machtig is, en trouw, en dat Hij het werk van Zijn handen nooit loslaat. Wandelen met God, luisteren naar Gods stem die tot je spreekt in Zijn Woord, dat laat je steeds opnieuw ontdekken Wie God is, en wat je aan Hem hebt. En dat brengt je tot rust.

De Here wil met ons omgaan, dagelijks, en ons zijn zorg en liefde geven. Hij belooft bij ons te zijn in onze nood, en vraagt ons om het met Hem te wagen. Hij wil door Zijn Woord ons  herinneren aan Zijn barmhartigheid, genade, geduld en trouw. En als Hij zo duidelijk in Zijn Woord zegt Wie Hij is, dan is dat om ons uit te nodigen om het ook zelf te zeggen: Here, U bent goed, dus ik vertrouw op U. En ik vlucht naar U, met heel mijn leven, met mijn angst,  mijn schuld en mijn verdriet.

Zo omgaan met Gods Woord, maakt ‘moeten’ lezen anders, en maakt ook minder belangrijk of je alles snapt. Een liefdesbrief brengt je bij het hart van de Schrijver, en er is geen betere plek dan bij Hem te zijn.


Drs. Miranda Renkema-Hoffman is theologe



 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker