Artikel
2016-11-25
Woordwerk: Mijn God: een strenge rechter of een zachte vader? Door M. Bot

Ik ben in de war. Want met wat voor God heb ik in de Bijbel nu eigenlijk te maken? Soms lees ik van die gedeelten die me doen huiveren: God lijkt niemand anders te zijn dan een strenge rechter die me bang maakt. Later lees ik dan weer van Gods liefde, van God als een vader met een eindeloos geduld… en ik raak er van in de war. Want: hoe houd ik die twee beelden nu bij elkaar? Of moet ik kiezen? En als ik dan kijk naar christelijk Nederland, wordt ik niet echt veel verder geholpen. Want er zijn stromingen die juist de strengheid en heiligheid van God benadrukken, en stromingen die juist Gods nabijheid en liefde onderstrepen. Wie heeft er gelijk?

Paulus: Romeinen
Ik besluit bij Paulus te rade te gaan. Want wat merk ik steeds weer dat hij het geloof diep doordacht heeft! En ik kom uit bij zijn brief aan de christenen in Rome. Want daar ontdek ik tot mijn verbazing dat Paulus zowel het beeld van God als rechter als dat van God als vader gebruikt. In de eerste vier hoofdstukken van zijn brief ligt de nadruk vooral op God als rechter: het gaat daar over de wet, en over de mogelijkheid om toch door God rechtvaardig verklaard te worden, ook al klaagt de wet ons aan. We staan daar als schuldige in een rechtszaal, op zoek naar vrijspraak. Maar dan volgen daarop aansluitend tot aan hoofdstuk negen, verschillende gedeelten die het geloof veel meer benaderen vanuit een relatie. In het bijzonder hoofdstuk acht: daar spreekt Paulus van de adoptie tot kinderen van God, waardoor wij zeggen: ‘papa, vader!’.
    
Blijkbaar ervaart Paulus niet als een probleem wat ik wel als een probleem ervaar: dat God getekend wordt als rechter en tegelijk ook als vader. Hoe houdt hij deze twee beelden bij elkaar?
God als rechter

Om dit te begrijpen kijk ik eerst eens wat nauwkeuriger naar dat beeld van God als rechter, in de eerste vier hoofdstukken van Romeinen. En tot mijn verrassing ontdek ik: God wordt daar geen één keer rechter genoemd. Wel staat er de ‘gerechtigheid van God’ centraal, maar daar blijkt het beeld van een kille, afstandelijke rechter niet bij te passen. Die uitdrukking ‘gerechtigheid van God’ heeft Paulus namelijk overgenomen uit het Oude Testament, en is daar juist een uitdrukking van hoop. Het Oude Testament ziet God namelijk wel als een rechter, maar dan als een rechter die uiteindelijk barmhartig en dichtbij is, bewogen met zijn volk Israël. God kan inderdaad woedend worden als Israël zondigt, en stuurt hen daarom ook voor straf in de ballingschap naar Babel. Maar juist daar in die ballingschap gaat Israël toch ook weer hoop krijgen omdat zij weet: Gods gerechtigheid is uiteindelijk altijd reddende gerechtigheid en is uit op ons behoud. En dus gaat Daniel in Babel juist pleiten op die gerechtigheid van God: ‘Heere, laten toch Uw toorn en Uw grimmigheid zich afwenden (…), op grond van al Uw gerechtigheden’ (Daniël 9:16; zie bijv. ook Jes. 46:12-13). Dat is opmerkelijk: Gods gerechtigheid is dus geen reden tot angst, maar juist tot hoop. God wordt niet als een kille, afstandelijke rechter gezien, maar juist als een barmhartige rechter die zelf voor een oplossing zal zorgen. Over deze rechter kan je zingen: ‘Even maar voel je zijn woede, eeuwig omringt je zijn liefde en trouw’ (Psalm 30, Psalmen voor Nu).
    
Zo ziet Paulus God nu ook: wel als een rechter, maar niet een afstandelijke. Het is een rechter die in ons schuldig-zijn zelf uitredding regelt. Dat helpt me al enorm. Ik ontdek namelijk bij mijzelf vaak het beeld van een boze God die mij wil veroordelen, maar dat dan toch niet doet omdat Jezus er tussenin komt staan. In dat beeld blijft God dan een boze rechter, die haast met tegenzin wel moet vrijspreken. Maar dan speel ik God de Vader tegen de Zoon uit, alsof deze tegenover elkaar staan. Maar het is juist helemaal Gods initiatief geweest om zijn eigen Zoon naar deze wereld te sturen. Het is de liefde van God zelf geweest dat Jezus voor ons stierf! En dus spreekt God de Vader mij nu omwille van zijn Zoon van harte vrij.
    
Zo ben ik al een stap verder gekomen: ik hoef niet te kiezen voor een God als afstandelijke rechter, want die god bestaat niet. God is een bewogen rechter, die door zijn Zoon voor mij door de knieën is gegaan, zelf mens is geworden, er zich er niet voor schaamde om zo op gelijke hoogte met ons te komen staan.

God als vader
Nu is de stap naar Romeinen 5 en verder niet zo moeilijk meer. In deze hoofdstukken benadrukt Paulus dat geloven in het bijzonder betekent dat je een relatie met God hebt. Een relatie beleven met een kille, afstandelijke rechter klinkt me niet als evangelie, ‘goede boodschap’ in de oren, maar een band hebben met een bewogen rechter wordt al begrijpelijker. Paulus brengt dan de Heilige Geest ter sprake. Als ik tot geloof kom krijg ik niet alleen vrijspraak van het eeuwige oordeel maar ontvang ik ook de Heilige Geest. En door die Geest ervaar ik intimiteit met de rechter, waardoor ik verwonderd uitroep: ‘papa!’. Dat zegt hoofdstuk 8: ‘Dan is er nu geen veroordeling voor hen die in Jezus Christus zijn (…), want u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!’ (vers 1a en 15b). Bij Paulus loopt het beeld van de rechter vloeiend over in het beeld van de vader, om zo ook iets uit te drukken van de intieme relatie die er is tussen God en de gelovige.
    
Ook dit beeld komt uit het Oude Testament. Mozes roept Israël op om God te dienen, want: ‘Is Hij niet uw Vader, Die u verworven heeft, Die u gemaakt heeft en u stand heeft doen houden?’ (Deut. 32:6). En denk ook aan Jeremia, die verlossing uit de ballingschap aankondigt, ‘want’, zegt God, ‘Ik ben Israël tot een Vader, en Efraïm – Mijn eerstgeborene is hij’ (31:9b). Door zijn verbond heeft God zich heel nauw aan ons verbonden, en het beeld van vader komt dan naar voren. Zo een kind van God zijn is nieuwtestamentisch alleen maar rijker geworden omdat de Heilige Geest nu is uitgestort. Door Hem ervaar ik dat nu tot in het diepst van mijn binnenste, intens, vanuit mijn eigen geest: ‘De Geest zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn’ (Rom. 8:16).

Niet ‘soft’
Mijn verwarring rond het beeld van God als vader begint nu te verdwijnen. Het wordt me namelijk duidelijk dat dit beeld van God als vader helemaal niet ‘soft’ is. Om me heen hoor ik het beeld van God als vader nog al eens gebruikt worden om daarmee uit te drukken dat God als een therapeut is. Wij mensen zijn slachtoffers van kwaad door anderen aangedaan, en God komt ons nu vaderlijk troosten. We zijn onzeker over ons uiterlijk en onze eigenwaarde, maar God is er om die onzekerheid weg te strelen. Maar in Romeinen blijkt dat niet de kern van Gods vaderschap te zijn. Het komt er wel dichtbij, maar heeft nog net niet diep genoeg gepeild. Laat ik een tweetal punten noemen vanuit Romeinen 8 om dat aan te tonen.
    
Ten eerste: volgens Paulus zijn wij voor God de Vader geen slachtoffer van het kwaad, maar juist dader. Dat zit in het woord ‘adoptie’ van vers 15: ‘de Geest van adoptie ontvangen’. Eerst was ik namelijk helemaal geen kind van God, maar een slaaf voor God. Ik was namelijk dader van het kwaad, en mij wachtte het oordeel, hoe slaafs ik ook werkte om dat te voorkomen. Dat zegt het eerste deel van vers 15: ‘Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt’. Pas door de bekering heen, door het geloof, ben ik kind van de Vader geworden. Ik was oorspronkelijk geen kind van Hem, maar ben nu toch door Hem als kind geadopteerd (HSV: ‘tot kinderen aangenomen’). Dat is dus geen soft beeld van een vader die alles maar oké vindt, en altijd al van mij genoten heeft zoals ik was. Nee, ik heb een duister verleden, en pas door het ontvangen van de Heilige Geest kan ik voor het eerst vertrouwelijk ‘papa’ tegen God zeggen. Ook als slaaf houdt God al wel van mij, maar om zijn kind te worden dat vertrouwelijk ‘papa’ zegt is er bekering nodig.
    
Ten tweede: dat God nu als een vader voor mij zorgt betekent dat mij lijden te wachten staat. Want nu ik zijn kind ben, deel ik in het lot van Gods eerste Kind: Jezus. En Hij kwam door lijden heen tot heerlijkheid. Zo werkt deze Vader. Want aansluitend op de woorden over de Geest van adoptie volgt: ‘En nu we Zijn kinderen zijn, zijn we ook Zijn erfgenamen, erfgenamen van God. Samen met Christus zijn wij erfgenamen: wij moeten delen in Zijn lijden om met hem te kunnen delen in Gods luister.’ (vers 17). Dat is bepaald niet soft. God als vader hebben betekent niet dat mij lijden bespaard wordt, maar dat ik juist in het lijden gevormd wordt in het kindschap.

Lucas: de verloren zoon
Is God een strenge rechter of juist een zachte vader? Deze vraag blijkt verkeerd gesteld. Wie God is, blijkt zoveel dieper te gaan dan mijn oppervlakkige eerste gedachten. God is geest, God staat boven de tijd en boven de ruimte. Als ik ga nadenken over wie God is, gaat het duizelen, ga je hoogstens stamelen, en ga je jezelf zelfs afvragen: kan ik over God wel spreken, mag ik over God wel spreken? In deze verwarring komt God mij tegemoet en zegt: ‘Noem Mij maar rechter. Noem Mij maar vader. Met deze beelden is iets te vangen van mijn reddende gerechtigheid en mijn open armen die je thuis willen halen’. Door mijn eigen schuld ben ik van God vervreemd en ben ik in de war. Maar God komt mij tegemoet door mij het beeld van rechter en vader aan te reiken.
    
Om het met de woorden van Henri Nouwen te zeggen, de auteur van het boek ‘Eindelijk Thuis’, over de thuiskomst van de verloren zoon uit Lukas 15: ‘Het grootste gedeelte van mijn leven heb ik geworsteld om God te vinden, God te kennen, God lief te hebben. Ik heb intensief geprobeerd de richtlijnen van het geestelijk leven in acht te nemen: altijd bidden, werken voor anderen, de Schrift lezen en de vele bekoringen om me aan uitspattingen over te geven, vermijden. Nu vraag ik me af of ik wel genoeg heb beseft dat God al die tijd voortdurend heeft geprobeerd mij te vinden, mij te kennen en mij lief te hebben. De vraag is niet ‘Hoe moet ik God vinden?’, maar ‘Hoe moet ik mij door Hem laten vinden’. God kijkt vanuit de verte naar mij, wacht mij op, probeert mij te vinden en verlangt er vurig naar mij in zijn huis te verwelkomen.’

Ds. M. Bot is predikant te Maassluis

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker