Artikel
2017-01-06
Nader bekeken:  Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk door Miranda Renkema

Liefde voor de kerk, besef van eerbied voor de kerk, die van Christus is, katholiciteit van de kerk; het zijn thema’s waarmee ik opgegroeid ben, en die in mijn hart een plek gekregen hebben, door jarenlange prediking heen, door een eigen kerkelijke geschiedenis heen ook. En ik merk dat ik er de laatste tijd weer wat meer op ‘terugval’, de dingen die ik vroeger leerde, en die ik in mijn hart opsloeg.

Misschien omdat het in snel tempo onoverzichtelijker wordt, de kerkelijke verhoudingen. Het onderwerp van dit eerste nummer van De Wekker van 2017, het jaar van de herdenking van 500 jaar Reformatie, is ‘oecumenische ontwikkelingen’. We kozen dat thema omdat er in het licht van die herdenking blijkt dat er wel wat in beweging is.

Vlak voor de internationale opening van het reformatiejaar in het Zweedse Lund, publiceerde een Italiaans tijdschrift een interview met paus Franciscus, waarin hij nadrukkelijk protestanten zijn broeders en zusters noemde en de hoop uitsprak dat de gezamenlijke herdenking tot nabijheid zou leiden. In ons eigen land werd enkele weken eerder een mini-symposium gehouden onder de titel: ‘alle protestanten katholiek?’, ter gelegenheid van het boek dat Andries Knevel schreef over paus Franciscus. Naast kardinaal Simonis, die het boek in ontvangst nam, spraken o.a. bisschop De Korte en dr. R. de Reuver, en onder de aanwezigen bleek een sterk verlangen naar en ervaring van onderlinge verbinding.

Ook tussen protestanten onderling is er beweging. In 2016 werd de laatste gebedsavond gehouden door het Gereformeerd Appèl. 25 jaar lang hield deze beweging het gebed om eenheid tussen kerken van de ‘kleine oecumene’ gaande. Eén van de redenen om te stoppen was de toegenomen mogelijkheid tot onderlinge ontmoeting en gebed, zoals via de Nationale Synode. In Kampen werd eind oktober 2016 een congres gehouden n.a.v. 50 jaar Open Brief, waarbij te proeven was hoezeer de GKv en NGK graag oude breuken zouden helen om weer samen op te trekken. En ik denk ook aan de studie van ds. Golverdingen over de scheuring in de Gereformeerde Gemeenten die wellicht tot wederzijdse toenadering zou kunnen leiden.

Zomaar wat momenten uit de laatste maanden waar iets van verlangen naar oecumene zichtbaar werd. Tegelijk zie je ook tegengestelde bewegingen, voor een deel uit zorg over deze ontwikkelingen. Een neiging om de lijnen strakker te trekken, preciezer af te bakenen wat ‘kan’ in de kerk, en wat niet, dreiging van verdergaande scheuring van de kerk, en van een vastklampen aan en zoeken van veiligheid in eigen identiteit. Al deze bewegingen spelen ook de CGK parten. En hoe moet je dit alles nu taxeren? Gaat het in de kerk om eenheid? Of om waarheid? En als het beiden is, waar moet dan het zwaartepunt liggen?

Dilemma  
Deze vragen zijn niet nieuw. In de bundel die het Gereformeerd Appèl bij het afscheid uitgaf, vormt een artikel van prof.dr. A. Th. Van Deursen over scheuring en hereniging in de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken de proloog. Hij schrijft: "Opdat zij allen één zijn gelijk Wij’, zegt Jezus in het evangelie van Johannes. ‘Beproeft de geesten of zij uit God zijn’, houdt diezelfde Johannes ons voor in zijn eerste zendbrief. Dat dilemma speelt op haast elke bladzijde van de kerkgeschiedenis. Telkens lijkt het alsof ons een keus wordt opgedrongen, die ons in ernstige verlegenheid brengt. Waarheid of eenheid? Vrijheid of trouw? En wat we ook kiezen, de gevolgen zijn altijd anders dan we hoopten en wensten. Het is dan ook zelden gelukt die twee tot een harmonisch geheel samen te smeden. Een besliste keus voor de vrijheid ter wille van de eenheid heeft meestal fatale gevolgen. Kerken versmelten dan in vrijzinnigheid. Maar waar alleen aandacht is voor confessionele trouw tot handhaving van de waarheid, verkillen kerken tot controlebureaus van rechtzinnigheid. Bestaat er een geneesmiddel dat voor beide kwalen helpt?"

Belijden
Van Deursen wijst vervolgens op de ene grondslag als kenmerk van zowel de afgescheiden kerken als de herenigingen (1854, 1869, 1892) én de vereniging van 1907 waarbij de Gereformeerde Gemeenten ontstonden, namelijk: Gods Woord, de Formulieren van Eenheid en de Dordtse kerkorde. Hij wijst erop hoe in de Gereformeerde Kerken geregeld géén beslissingen zijn genomen op netelige punten, om de eenheid niet in gevaar te brengen, en op momenten waarop de meerderheid zich bij de minderheid besloot neer te leggen, en zegt dan: "Een verstandige omgang met verschillen zal van tijd tot tijd dergelijke terughoudendheid vragen. Dat geldt voor de liturgie (als in 1907), de opleiding (als in 1902) en het geldt misschien wel het meest voor theologische vragen”. Zijn conclusie luidt: "Vrijheid kan niet zonder trouw. Niettemin is ook het omgekeerde waar. Binnen de grenzen van de trouw is vrijheid niet alleen mogelijk, maar zelfs geboden. Gelukkig die kerken, die in hun belijdenis zo’n vaste grondslag bezitten.”*

Dat is ook de toon die ik herken van vroeger. Ik vond laatst een boekje van ds. Mooiweer, de predikant onder wiens prediking ik opgroeide, en las daarin o.a. deze passage: "Als de Kerk waarachtig katholiek is, zal zij, zonder een scheut water in de klare wijn van de ware leer te doen, tonen, dat ze handen heeft, die ze uitstrekt naar de ander. Men zal het vlak van het breed gevarieerde kerkelijke leven aftasten of er ook andere kerkgemeenschappen en particuliere christgelovigen gevonden worden, die serieus hetzelfde belijden en op hetzelfde confessioneel fundament staan. Deze katholiciteit vraagt niet onvoorwaardelijke instemming met allerlei uitgebalanceerde menselijke beschouwingen. Die zijn overigens zo veranderlijk als het weer”.  

Katholiciteit
Waarschuwend volgt er: "Het is in strijd met de ware katholiciteit van de kerk, als men de Schrift aanrandt, omdat het Woord van onze God boven alle kritiek van mensen verheven is. Het is in strijd met de ware katholiciteit van de kerk, als men de belijdenis van de kerk als een museumstuk beschouwt, omdat het van hoogmoed en ondankbaarheid getuigt, als men veronachtzaamt wat de Geest Gods de eeuwen door in Zijn kerk gewerkt en aan Zijn kerk geschonken heeft. Het is in strijd met de ware katholiciteit van de kerk, als men een bepaalde interpretatie van de belijdenis aan de ander bindend oplegt en hem, als hij zich niet gewonnen geeft, verdacht maakt en de kerk uit werkt."**

En zo blijft het balanceren, tussen eenheid en waarheid. Maar eigenlijk zeg ik het dan verkeerd: gaat het om een sámengaan van eenheid en waarheid. Wat mij trof in het artikel van ds. Mensink, verderop in dit blad, was zijn constatering dat de afgescheiden kerken de neiging hebben om over te schakelen van de vraag naar de wáre kerk (de kerk van Christus, waarvan onze belijdenis zegt dat ieder verplicht is zich daarbij te voegen, en waarvan je je niet mag afzonderen (NGB art. 28)!), naar de vraag naar de zúiverheid van de kerk. En als je daarop gaat focussen, dan kan het altijd zuiverder. In de katholiciteit van de kerk gaat het echter om de wáre kerk. Dat te blijven zien helpt, daadwerkelijk.

Geloof
In het interview met paus Franciscus voorafgaand aan de reformatieherdenking zei hij iets dat tot nadenken stemt. In het kader van de vervolging van christenen die wereldwijd toeneemt (en misschien ook hier ooit onze kerkelijke vragen in ander licht zal zetten) zei hij:  "In de oecumene maakt alleen de duivel nooit een fout. Wanneer christenen vervolgd en vermoord worden, is dat omdat ze christenen zijn en niet omdat ze luthers, calvinistisch, anglicaans, katholiek of orthodox zijn”.***

De duivel weet precies wie er bij Christus’ kerk horen. Gelukkig weet Christus het ook. Mensen kunnen elkaar uitsluiten van de kerk, maar door geloof mag ik weten dat ik Hem toebehoor. Ik houd me daarom vast aan woorden die ik ooit uit mijn hoofd leerde - juist ook vandaag, te midden van allerlei kerkelijke ontwikkelingen en synodale vragen:

Ik geloof dat de Zoon van God zich uit het gehele menselijke geslacht een gemeente, die tot het eeuwige leven uitverkoren is, van het begin van de wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt. Hij doet dit door zijn Geest en Woord in de eenheid van het ware geloof. En ik geloof dat ik van deze gemeente een levend lid ben en eeuwig zal blijven.****


Miranda Renkema is theologe en lid van de redactie.

   

     

 
* Prof. Dr. A. Th. van Deursen, Scheuring en hereniging in de geschiedenis van de Gereformeerde kerken, in: Om Christus’ wil, jubileumbundel t.g.v. 25 jaar Gereformeerd Appèl, blz. 15-19
** Ds. O. Mooiweer, Verkondiging en verwachting, blz. 60, 61
*** Geciteerd uit RD, 31 oktober 2016
**** Zondag 21, De Heidelbergse Catechismus verzorgd door Dr. R.H. Bremmer

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker