Artikel
2017-01-06
Interview: Verlangen naar en angst voor eenheid Door Ar Sikking

Mooi is dat toch: een classisvergadering. Daar zijn afgevaardigden uit diverse plaatselijke christelijke-gereformeerde kerken bijeen. Vaak uit kerken met enorme verschillen van kerk-zijn, traditie en beleving. Ze ontmoeten elkaar, bevragen en steunen elkaar en scherpen elkaar op als broeders. Dat zou toch binnen dat brede spectrum ook met afgevaardigden uit andere gereformeerde kerken moeten kunnen. Een gezamenlijke classisvergadering dus, oftewel een classisconvent.


En ja, dan kom je vanzelf bij het deputaatschap ‘Eenheid van gereformeerde belijders’ terecht. De voorzitter daarvan is ds. W. van ’t Spijker uit Hilversum. Hij vertelt dat we als Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) sinds de jaren zestig contact hebben met de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK). Dat heeft geleid tot samenwerking met een aantal gemeenten.

"Maar je ziet tegelijk - en dat gebeurde in de jaren tachtig vooral - dat er vanuit een deel van onze kerken allerlei vragen en bedenkingen naar voren kwamen tegen ontwikkelingen in de NGK. Die vragen kwamen misschien uit een zekere onbekendheid, maar ook uit wantrouwen. Met de NGK liep het stroef en in 1998 stagneerde het.
In datzelfde jaar ontstonden er contacten met de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) en in 2010 met de Hersteld Hervormd Kerk (HHK). De contacten met de vrijgemaakten resulteerden in een groot aantal samenwerkingsgemeenten.
Tussen de generale synodes van 2004 en 2007 was er in onze kerken een groep predikanten die onderzoek hadden gedaan naar de preken van de vrijgemaakten en daar toch hun bedenkingen bij hadden. Dat kwam op de synode van 2007 naar voren. Aan de ene kant is er verlangen naar eenheid, aan de andere kant is er iets van terughoudendheid, van angst.”

Onze kerken kenmerken zich door grote verscheidenheid. Ondertussen belijden we dat we de eenheid moeten zoeken met andere kerken van gereformeerd belijden.
Ds. Van ’t Spijker: "Met die opdracht werd in 1947 door de generale synode het deputaatschap ‘Eenheid van gereformeerde belijders in Nederland’ in het leven geroepen. Maar sindsdien trekken we nog grotendeels gescheiden op.
Het is niet goed dat de kerk verdeeld is. Christus is niet gedeeld. Dat zijn woorden uit de Schrift. Maar het is lastig om die eenheid echt concreet te maken. Het gaat ons als deputaten erom dat we elkaar als gereformeerde kerken vasthouden, ondanks alle verschillen en verscheidenheid. En om elkaar te blijven aanspreken en elkaar te vinden op basis van Schrift en belijdenis."

Classes
Deputaat ds. P.L.D. Visser kwam op het idee om in de classes een plek te creëren voor ontmoeting met afgevaardigden uit andere kerken. Als die broederlijke ontmoeting binnen de CGK mogelijk is, kan het ook breder, moet hij gedacht hebben. Zoals dat in 1568 was in het convent van Wezel, waar men elkaar herkende op basis van Schrift en belijdenis, zonder met elkaar in een kerkverband te stappen. Deputaten eenheid stelden een rapport op voor de generale synode 2016 en de synode gaf groen licht voor een proef in vier classes, in elke particuliere synode één.

Ds. Van ’t Spijker: "Binnen de CGK komen we elkaar tegen op de classisvergadering, ontmoeten we elkaar, spreken we elkaar aan. Dat zou je ook in het hele gereformeerde volksdeel moeten kunnen beleven. Eén van de dingen die het COGG (Contact Orgaan Gereformeerde Gezindte, red.) duidelijk gemaakt heeft, is dat we elkaar heel veel te zeggen hebben als het gaat om breed maatschappelijke vragen, over bijvoorbeeld zondagsheiliging, diaconaat en evangelisatie.

Classes zouden plekken moeten worden waar afgevaardigde ambtsdragers uit verschillende kerken elkaar ontmoeten. Voor bijeenkomsten rond maatschappelijke thema's gaan we in ieder geval afgevaardigden uitnodigen van de kerken die vertegenwoordigd zijn in het COGG, namelijk GKv, NGK, HHK, PKN, Gereformeerde Gemeenten en de Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland. Dan hoop je dat dat gaat functioneren als een oefenplaats voor eenheid op regionaal niveau, zodat mensen in contact komen met ambtsdragers uit andere kerken, ze leren kennen en waarderen en waardoor we werken aan het verlagen van drempels naar elkaar toe.

Er is nog geen concreet plan. Een goede voorbereiding is heel belangrijk. Het is een uitdaging hoe je de kerken uit andere denominaties gaat benaderen. En dan zo breed mogelijk. Deputaten gaan zelf de vier classes benaderen.”

Maar welke status hebben die afgevaardigden dan in zo’n classisvergadering van de CGK?
"Zo’n classisconvent is geen reguliere voor- of najaarsclassis, maar een speciale, extra classisbijeenkomst. Wat we als deputaten hopen, is dat wanneer je de zaak verbreedt, zonder dat het consequenties heeft voor je eigen kerkverband, je daardoor een oefenplaats kunt creëren voor katholiciteit. Net zoals je die vindt in de CGK, waar wij elkaar op de classisvergaderingen ontmoeten, aanvaarden en respecteren.”

Is het dan niet beter als we eerst maar eens plaatselijk samenwerken op het gebied van bijvoorbeeld diaconale projecten, evangelisatie en kanselruil?
"Daar zal in eerste instantie ook alle aandacht naar uitgaan. Dat zullen de eerste thema’s moeten zijn in zo’n classisconvent. Je moet niet beginnen met de vraag hoe we de kerkmuren kunnen afbreken. Dat is niet de inzet. Ons deputaatschap is evenmin bedoeld tot uitbreiding en meerdere glorie van de CGK. Dat was ook in 1947 niet de intentie. Tegelijk zeggen we dat we als CGK zoveel in huis hebben en zoveel te bieden hebben, dat je dat graag met anderen wilt delen. Niet om te zeggen: word nu allemaal maar christelijk-gereformeerd, maar om daarmee de ander te dienen en gediend te worden met wat die ander van de Heere ontvangen heeft. Het gaat niet zozeer om de CGK, maar om het Woord van God, hoe dat verkondigd wordt.”

De grootste gemene deler zoeken?
"Niet alleen de grootste gemene deler. In de basis van ons kerk-zijn gaat het er niet om hoe wij gewend zijn om de dingen te doen, maar om het Woord van onze Heiland Die we lief hebben gekregen omdat Hij ons liefheeft. En hoe we dat in de geschiedenis van de gereformeerde kerken hebben leren verstaan en hoe dat door de gereformeerde belijdenis is nagezegd.”

Identiteit
In 2001 heeft het deputaatschap een nota op de tafel van de synode gelegd over onze identiteit. Is dat hierbij ook relevant?
"Onze identiteit kun je op twee manieren benaderen. De diepste identiteit is de normatieve identiteit, dat is de Christus van de Schriften en het staan op basis van Schrift en belijdenis. Daaraan ondergeschikt heb je de niet-normatieve identiteit. Dat is je nestgeur, je geschiedenis, je cultuur, liturgische gebruiken, vormgeving. Die vormgeving krijgt soms de lading van een diepe overtuiging. In Romeinen 14 heeft Paulus het over het wel of niet eten van vlees, het houden of vieren van dagen. Paulus zegt dan dat we elkaar daarover niet mogen beoordelen.
Daarvoor heb je dat classicale convent nodig om oog te houden voor de katholieke breedte van het gereformeerde spectrum en om te voorkomen dat je vastloopt in een bepaalde kleur.”


Ds. W. van ’t Spijker is voorzitter van het deputaatschap ‘Eenheid van gereformeerde belijders in Nederland’ en predikant van de CGKV te Hilversum.




 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker