Artikel
2017-02-03
Nader bekeken: Alternatieve feiten door C.C. den Hertog

Het was bijna surrealistisch: terwijl de foto’s vrij duidelijke taal spraken over de omvang van het publiek bij de inauguratie van president Trump gaf diens woordvoerder aan de pers te verstaan dat er nog nooit eerder zo'n grote opkomst was geweest bij de inauguratie van een nieuwe president. Toen daarop werd doorgevraagd, gaf hij aan te spreken op grond van alternatieve feiten. De vergelijking met Mohammed al-Sahaf die in de jaren '90 ten tijde van de geallieerde aanval op Bagdad voor de camera stug volhield dat de strijd voor het Irakese leger voorspoedig verliep terwijl op de achtergrond zichtbaar was hoe Amerikaanse tanks de stad binnen reden, werd al snel gemaakt.

Het valt me de laatste tijd steeds mee op hoe openlijk en onbeschaamd hooggeplaatsten durven te liegen en hoe het zich als een olievlek uitbreidt. Tot voor enige tijd kon je - misschien wel naïef, maar toch - er van uit gaan dat regeringsleiders de waarheid spraken. En wanneer ze dat niet deden, was er altijd de pers die hen terug floot. Leugens van presidenten kwamen zo vooral uit die landen waar een vrije pers structureel om zeep was geholpen. Volgens mij is er bijvoorbeeld geen wel nadenkend mens die nog serieus de vraag stelt wie achter de aanval op MH-17 heeft gezeten. Maar Rusland gaat stug verder met het zaaien van twijfel. Hetzelfde kun je zeggen over de Russische aanwezigheid in Oekraïne - ik denk dat iedereen zich wel realiseert dat Rusland zich zeer actief bemoeit met het conflict in dit buurland. De controle van de overheid strekt zich daar uit tot de redacties van kranten en tijdschriften. Kritische geluiden worden in de kiem gesmoord.

Maar vandaag horen we de persvoorlichter van de president van de V.S. rustig liegen. En de aankondiging vanuit het Witte huis van een onderzoek naar fraude rond de verkiezingen doet de vraag opkomen of men in de gaten heeft dat de campagnetijd voorbij is en het inmiddels tijd is om leiding te geven aan een wereldmacht in een tijd van internationale desoriëntatie.

Nepnieuws
Het is niet een op zichzelf staand incident. Inmiddels is wel duidelijk dat nepnieuws een belangrijke rol heeft gespeeld in de beeldvorming van veel stemgerechtigden in de aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen. Berichten die letterlijk gewoon bedacht zijn hebben mensen in een richting geduwd. De Paus zou nadrukkelijk zich achter één van de kandidaten gesteld hebben, terwijl de andere kandidaat vanuit een Pizza-zaak dubieuze handel dreef. Ineens wordt op een ontstellende manier duidelijk wat voor duistere mogelijkheden het internet biedt. Want het gevaar van het nepnieuws wordt nog versterkt door de vergaande invloed die internetbedrijven hebben op wat de surfer te zien krijgt. Wie het internet opgaat, krijgt een wereld te zien die al voor mij gefilterd is, zonder dat ik dat weet. Van zo ongeveer iedereen die geregeld het internet bezoekt is bekend waar de voorkeuren naar uitgaan, wat de politieke oriëntatie is, welke muziek men mooi vindt – zodat reclame op maat kan worden aangeboden.

Maar ook het nieuws dat we te zien krijgen wordt gefilterd. En zo kom je gemakkelijk in een zogenaamde bubbel terecht waarin je alleen nog dat nieuws binnen krijgt dat aansluit bij jouw voorkeuren en idealen. Binnen zo’n omgeving kan nepnieuws welig tieren want het bevestigt je in wat je toch al vond.

Het is een beklemmende gedachte in een jaar waarin Nederland naar de stembus mag. Hoeveel burgers nemen nog de moeite om verschillende aspecten van een zaak te onderzoeken? En hoe moet iemand die dat van plan is zijn informatie op betrouwbare wijze vergaren?

Echte werken van de duivel
Bij heel deze kwestie moet ik denken aan de uitleg die de Catechismus geeft van het negende gebod. Als het gaat om het geven van een vals getuigenis wijst Ursinus ineens met nadruk naar Gods tegenstander: alle soorten leugen en bedrog zijn echte werken van de duivel, zo wordt gezegd (vr.&antw.112). Bij géén van de andere geboden wordt met zoveel nadruk deze koppeling gemaakt en dat mag wel te denken geven. Het is begrijpelijk dat de Catechismus deze lijn trekt, want het is immers met een halve waarheid en een hele leugen dat de boze in de hof de mens ertoe verleid heeft te eten van de vrucht. Door de woorden die God gesproken heeft net even anders te rangschikken en zijn vriendelijk aangezicht te vertekenen tot dat van een wrede tiran die over de rug van de mens God wil zijn krijgt hij de mens waar hij ‘m hebben wil. Alle reden dus om in de kerk nog veel meer te gruwen van de halve waarheden en halve leugens waar de media vandaag zo vol van zijn.

Gebed als toets
Maar doen we dat? Kan de wereld een voorbeeld nemen aan de kerk? Als ik alleen maar naar mezelf kijk, merk ik hoe snel het je gebeurt dat je een halve waarheid verder vertelt. Hoe gemakkelijk is het niet om in het spreken over een kwestie of over een persoon de feiten net even zo te rangschikken dat ze wijzen in de richting die ik wil? Of door net niet alles te vertellen kun je feiten een heel andere kant uit laten wijzen. Hoeveel roddel en achterklap bestaat er ook niet in de gemeente van Christus? Het zware geschut dat de Catechismus inzet bij dit negende gebod heeft kennelijk niet de, bijna onuitroeibare behoefte om over anderen te spreken en mezelf ten koste van een ander goed neer te zetten, kunnen uitwissen. Verwijdering, wantrouwen en onderlinge veroordeling tussen christenen vindt in zulke aarde vruchtbare grond. Geen van die drie woorden vind ik in het rijtje vruchten van de Geest. Dan hoef ik er verder niet veel over te zeggen, lijkt me.

Maar hoe dan te handelen? Is er een remedie? Volgens mij is er een relatief eenvoudige manier om tucht over ons spreken te leggen. Door mezelf telkens, voor ik spreek, de vraag te stellen: Kan ik dat wat ik nu over een ander mens wil gaan zeggen op dezelfde manier, met dezelfde woorden en met dezelfde intonatie in mijn gebed uitspreken? Als het antwoord op die vraag bevestigend is, kun je rustig spreken. Als het antwoord ontkennend is, lijkt het  me verstandiger er het zwijgen toe te doen. Wat wij in de kerk over elkaar durven te zeggen en te schrijven … durven we dat net zo hard met gevouwen handen uit te spreken?

Het is niet zo dat er dan niets meer gezegd kan worden. Integendeel. Juist waar ik met mijn woorden en gedachten eerst op de plek heb gestaan waar ik hoor: namelijk voor de genadige en heilige Here, daar kan ik ook leren zo mijn woorden te kiezen dat ik niet afbreek, verteken en lieg, maar werkelijk de waarheid zoek en dien. In onze wereld die steeds openlijker liegt en bedriegt en daar zelfs prat op gaat, heeft de gemeente van de Here Jezus Christus de roeping om eerlijk en ter zake te spreken. Dat licht en dat zout is vandaag hard nodig.


 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker