Artikel
2017-02-17
Woordwerk: Seksualiteit en verlangen naar verbondenheid door D.J. Steensma

'Verblijd je over de vrouw van je jeugd, dool rond in haar liefde.' Het Oude Testament spreekt doorgaans nogal onbekommerd over de omgang tussen de geslachten. Van een andere orde is een nieuwtestamentische zaligspreking over diegenen die zich niet met vrouwen hebben bevlekt. Hoe moet de kerk dan spreken over seksualiteit? Onbekommerd en met waardering voor deze vreugdevolle scheppingsgave? Of juist waarschuwend?

Het woord 'seksualiteit' duidt allereerst eenvoudig op wie we zijn: man of vrouw. Dit man- of vrouw-zijn heeft betrekking op ons doen en laten, onze blik op de wereld, en ook op de vraag hoe anderen ons zien en hoe onze houding ten opzichte van anderen is. Man- of vrouw-zijn (lees: seksualiteit) is verweven met heel ons bestaan.

Herschepping

God heeft deze scheppingsgave gehandhaafd in het werk van de herschepping. Christus was ook na zijn opstanding een man. Zo blijven ook de zijnen na hun opstanding wie ze waren: man of vrouw, terwijl ze toch ook worden wie ze niet waren: mensen die niet kunnen zondigen. Ze zijn dan volledig tot hun bestemming gekomen. En wie gelooft, heeft nu al in beginsel deel aan dat nieuwe leven. Het lichaam van de gelovige is toch een tempel van de Heilige Geest?
Met dit man- of vrouw-zijn heeft God elk van beide seksen een eigen verlangen gegeven, een seksueel verlangen dus: een verlangen naar verbondenheid, geborgenheid, aanvulling, zelfovergave aan een ander, en naar het genieten van het vertrouwen dat de ander geeft. Ieder mens draagt dat verlangen schepselmatig in zich.
Het hart van Adam was onrustig tot het rust vond bij zijn levensgezel. Zij vonden toen – naast het werk dat ze deden – vreugde in elkaar, en werden aangetrokken tot elkaar. Hun lichamen hadden een eigen dynamiek. Er was iets spontaans en een beweging naar elkaar toe. Ze waren geborgen bij elkaar, vertrouwden elkaar en omhelsden elkaar. Er was rust door het samenzijn, totdat er opnieuw onrust kwam, maar dan van een andere categorie: rusteloosheid en verwardheid vanwege de zonde.

Verbondenheid
Bij dit seksuele verlangen paste een intiem samenzijn. In het oude Israël groeide de huwelijkse verbondenheid uit naar familie- en stamverbanden, en ook naar de volksgemeenschap als geheel. De Schrift getuigt ervan dat de verbondsgemeenschap tussen man en vrouw de door God gegeven weg naar gezinsvorming is. Zo bood Hij zijn beeld gelegenheid tot deelname aan het beheer van zijn schepping, en tot deelname aan de heilsgeschiedenis. God werkt in de lijn van de geslachten. Zo deed Hij ook bij de komst van de Messias.
De orde die Hij vaststelde met betrekking tot de intieme seksuele omgang veranderde na de komst van Christus niet. Alles wat God geschapen heeft, is goed. Niets daarvan is verwerpelijk, als het met dankzegging wordt aanvaard (1Tim.4:4).
De uiteindelijke bestemming van deze omgang ligt in de verhouding tussen Christus en de zijnen. Dat stond God al voor ogen toen Hij de mens schiep: de band tussen Christus en zijn gemeente (Ef.5:32). Deze band zal in het nieuwe Jeruzalem volmaakt zijn. Op die manier komt seksuele verbondenheid tot zijn doel, overigens zonder een geslachtelijke vereniging, want daar zal dan geen huwelijk meer zijn (Mat.22:30). Christus heeft van die uiteindelijke bestemming al iets bekendgemaakt tijdens zijn omwandeling op aarde. Hij onderstreepte dat het ongehuwd-zijn binnen zijn koninkrijk in de aardse bedeling geen geringere waarde heeft dan het gehuwd-zijn.

Wil en verstand
Het woord 'seksualiteit' duidt dus niet alleen op het man- of vrouw-zijn, maar ook op seksueel verlangen en de aantrekking tussen de geslachten, een scheppingsgave die grote vreugde geeft in het menselijk bestaan. Daarover kunnen we in het Oude Testament lezen, bijvoorbeeld in het boek Hooglied, terwijl het Nieuwe Testament daarover iets minder spreekt; daar overheerst de waarschuwing voor het vuur van de seksuele begeerte.
De geest van onze eeuw daarentegen proclameert vooral dat geslachtelijke omgang een garantie is voor geluk. Ondertussen wordt de context waarin God die omgang heeft geplaatst, totaal ontkend: aantrekkelijk-zijn is de sleutel tot succes, het seksueel-zich-kunnen-uiten de norm voor vrijheid.
Mensen hebben vandaag de dag de leiding van hun leven in handen gegeven van hun eigen wil. Die rol was er al sinds de zondeval, maar heeft zich in de laatste eeuwen sterk gemanifesteerd op het terrein van de seksuele omgang.
Er was een tijd dat vooral het verstand de leiding had in de moraal. Het merkte in de aardse werkelijkheid goede structuren op, onder meer de structuur van een levenslange, exclusieve band tussen man en vrouw, tot bescherming van intieme seksuele omgang. Het verstand erkende ook het huwelijksverbond als basis van het gezinsverband, waarbinnen kinderen veilig kunnen opgroeien. Daarin zag het aanvankelijk duidelijk de hand van God, terwijl dat inzicht later wat minder werd.

Bevrijding
Maar die tijd ligt achter ons. Mensen vonden dat het verstand hen te veel op scheppingsstructuren vastpinde en hun vrijheid belemmerde. De gewetensfunctie werkte benauwend. Daarop nam de wil de leiding definitief over, met de belofte van vrijheid van elke vorm van dwang.
De huidige moraal draagt dan ook het stempel van de menselijke wil, die zich los van God heeft geprofileerd. Het verstand dat toch nog goede structuren zou kunnen herkennen, is daaraan onderworpen. De hoogste wijsheid lijkt te zijn: 'Ik weet wat ik doe.'
Maar weten mensen echt wat ze doen? Echt 'weten' kun je pas als je het geheel in ogenschouw neemt, en let op de Maker en diens wil ten aanzien van zijn creatie. Ja, ook dan blijven er nog vragen, maar dat is wat anders dan dat je je eigen wil vooropstelt.
Bovendien gaat de mens van de eenentwintigste eeuw ervan uit dat de werkelijkheid waarin hij leeft, een product van toeval is: alles wat hij tegenkomt, is ruw materiaal waaruit hij iets kan fabriceren. Zo wil hij zijn eigen toekomst creëren, en 'weet' hij waar hij naartoe wil. Het materiaal dat hij aantreft, is bijvoorbeeld de mogelijkheid een relatie aan te gaan. Maakbaarheid is een motiefwoord in dit streven. Als God niet bestaat, is alles geoorloofd.
In dit patroon wordt de geschiedenis gezien als een proces van bevrijding. Knellende banden moeten worden afgeworpen. Hoewel de mens van deze eeuw uitgaat van evolutie, wacht hij niet rustig af hoe bijvoorbeeld primaire leefvormen zich ontwikkelen. Hij wil zelf een actieve rol spelen in dit proces, desnoods door middel van revolutie. Overal waar bestaande structuren ter discussie staan, boekt de tijdgeest succes. Hij ziet daarin een mogelijkheid tot verandering: waarom zou seksualiteit alleen in een huwelijk van man en vrouw moeten plaatsvinden? Waarom in een verband van één man en één vrouw? Waarom in een levenslange relatie? Als zelfstandig manager van zijn relaties verwacht hij geluk voor zichzelf en heel de mensheid.

Aardverschuiving
Met seksueel verlangen is iets anders bedoeld dan wat mensen ervan hebben gemaakt, namelijk een verlangen naar aanvulling door de ander, waaraan God een bijzondere zegen heeft verbonden, en waarvan de ultieme vervulling wacht tot de eeuw van de opstanding. Hoewel daar geen huwelijk meer zal zijn, en evenmin lichamelijke gemeenschap, zal het verlangen naar verbondenheid tot zijn doel zijn gekomen.
In Christus is dit verlangen in beginsel al vervuld, en het zal eens in heerlijkheid door de Geest worden vernieuwd. God zal alles en in allen zijn.
Ondertussen is sinds de zondeval het schepselmatige seksuele verlangen ernstig aangetast, en veelal verworden tot een verlangen naar seks. Onze cultuur is doortrokken van ernstig aangetaste en verdorven seksualiteit. Kerken treffen in haar midden daarvan sporen aan. Wie zonder zonde is, moet de eerste steen maar werpen.
Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw heeft zich op dit terrein een aardverschuiving voorgedaan. Eerdere generaties verkenden behoedzaam het terrein van de ontmoeting met de andere sekse. Geslachtelijke omgang die niet plaatsvond binnen een levenslang verbond tussen man en vrouw, was een schande. Ondertussen is praktisch elke belemmering voor ongeordende seksualiteit weggenomen. Het seksuele klimaat is radicaal omgeslagen.

Eigendom
De kerk is in dit klimaat een gemeenschap die leeft uit de kracht en de troost van het evangelie. Dit evangelie spreekt niet alleen over eeuwig behoud, maar over heel het mens-zijn. Wie gelooft zowel met ziel als met lichaam het eigendom van Hem die de macht van de boze heeft gebroken, en de schepping van God heeft gehandhaafd en hersteld, en door zijn Geest blijft handhaven en herstellen.
Deze kerkelijke gemeenschap erkent dat seksueel verlangen een goede gave van God is. Ze spreekt in navolging van de Schrift positief over de waarde daarvan: seksueel verlangen bevat zonder meer een belofte van geluk en vreugde. God heeft dit verlangen in zijn herscheppend werk niet weggedaan. Seksuele gemeenschap is nog steeds een teken en zegel van de huwelijksgemeenschap. Het is een belofte en tegelijkertijd een aanwijzing: alleen daar komt deze kostbare gave tot zijn recht. De kerk zal dan ook niet anders wensen dan vast te houden aan het werk van de Schepper, en diens doel met seksueel verlangen, waarvan Hij de vervulling in het aardse bestaan heeft toegewezen aan de verbondsgemeenschap tussen een man en een vrouw.
Tegelijkertijd onderstreept zij dat het huwelijk niet het hoogste goed is. Ook daarzonder is gaaf mens-zijn mogelijk. Ook daarzonder kunnen mensen beantwoorden aan hun door God gegeven bestemming zijn, namelijk een leven van dienstbaar-zijn aan anderen. Mens-zijn is naast samenzijn ook er-voor-elkaar-zijn. Daardoor kunnen ook diegenen die leven in de ongehuwde staat, al iets laten zien van de volkomen vervulling van Gods belofte van verbondenheid in het nieuwe Jeruzalem.  
Bij dit alles zal de kerk blijven waarschuwen tegen ongeordend seksueel verlangen. Een rondhangen in verdorven seksuele fantasieën is niet alleen een schending van de goede orde van God, maar ook bijzonder schadelijk voor relaties naar anderen toe, en schadelijk voor het eigen mens-zijn. Zij zal daarom pal staan voor seksuele reinheid, in overeenstemming met het getuigenis van de Schrift.

Voorbeelden
Bij haar verdediging van seksuele reinheid kan de kerk gebruikmaken van een krachtig wapen, namelijk de waarde van het huwelijk. Zeker, er zijn omstandigheden waarin ongehuwd-zijn de voorkeur verdient, en waarbij getrouwd-zijn geen optie is. Maar in onze cultuur is dit alleen-gaan niet gemakkelijk. Die weg is – gezien het seksuele klimaat – moeilijker dan in vroegere tijden. Juist in zo'n situatie kan het huwelijk ontucht tegengaan. De apostel Paulus wees daar niet zonder reden op. Daarom ook is er geen beter middel in haar pleidooi voor seksuele reinheid dan het hooghouden van dit levensverband.
De kerk verkondigt deze boodschap onder meer via voorbeelden in haar midden van mensen die hun leven lang samen zijn geweest met hun eerste en enige liefde: huwelijken die geleefd worden in liefde en trouw, met vreugde en in vrede, spreken boekdelen.
De huidige samenleving daarentegen biedt geen enkele morele steun aan die jongeren en alleen-gaanden die in onthouding willen leven tot hun huwelijk. Ze stimuleert juist de seksuele omgang binnen of buiten welk verband dan ook. Zij die in seksuele onthouding willen leven, missen daarom de steun van de samenleving als geheel. Zij voelen zich soms behoorlijk alleen, en ook wel eens wat in de steek gelaten. Zij moeten voor hun levensstijl die zij in overeenstemming met het evangelie vormgeven, een hogere prijs betalen dan vorige generaties.
En voor ouderen en jongeren die vastzitten in het moeras van een ongeordend verlangen naar seks, van verslaafdheid aan pornografie, en van een duister dubbelleven: de enige remedie is het werk van de Here Jezus. Alleen Hij geeft bevrijding. Niemand anders. Dat evangelie moet de kerk dan ook blijven verkondigen, en ook de blijde tijding over de Heilige Geest die mensen vernieuwt.
De gemeente van Christus is de plaats waar eerbied voor geordende seksualiteit normaal is, en ook onthouding van seksuele intimiteit buiten het huwelijk. Zij zal eraan vasthouden dat juist in een huwelijksverbond de seksuele omgang tot zijn recht komt, en dat dit verband is gegeven tot bescherming, welzijn en zegen voor mensen, en als weerspiegeling en teken van de verhouding tussen Christus en zijn gemeente.

Dr. D.J. Steensma is universitair docent ethiek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, predikant in Feanwâlden en hoofdredacteur van het Kerkblad voor het Noorden


 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker