Artikel
2017-03-31
Nader bekeken: Radicaal door A.T. Peet-Vreman

Toewijding heeft altijd iets radicaals. Het woord ‘radicaal’ is afkomstig van een woord dat ‘wortel’ betekent. Een toegewijd christen is dus iemand die vanuit zijn wortels hart heeft voor de zaak van de Here. Toewijding gaat dan ook veel verder dan bijvoorbeeld vasten in de lijdenstijd.

Vasten
Veel christenen zoeken in de lijdenstijd naar manieren om toegewijd te leven. Zo heeft bijvoorbeeld het vasten steeds meer voet aan de grond gekregen in protestantse kring. De christelijke boekhandels liggen weer vol met boekjes over vasten en leesroosters voor de 40-dagentijd. Acties als IkPas* kunnen op veel belangstelling rekenen. In steeds meer gemeenten, ook binnen onze kerken, zijn er in de stille week dagelijks bijeenkomsten waarin gemediteerd wordt over het lijden van onze Here Jezus. Wat betekent dit allemaal? We dikken ons geloof een paar weken in, we zien af van bepaald voedsel of mediagebruik. We hebben daardoor meer tijd en aandacht voor stille tijd. En na Pasen? Dan zijn we wat kilo’s kwijt (mooi meegenomen), en wat we hebben gemist op de digitale snelweg kunnen we op een of andere manier wel weer achterhalen. Daarna gaan we weer verder in ons oude patroon. Het is maar de vraag of je dat ‘toegewijd’ kunt noemen.

Toewijding?
Een tijdje geleden stond er in het Reformatorisch Dagblad** een interview met een jongeman dat mij aan het denken zette. Hij had als mission kid lang in het buitenland gewoond en was nu weer terug in Nederland. Wat hem opviel, was, dat het geloof van christenen in Nederland zo weinig geïntegreerd is in hun hele bestaan. Het heeft geen betekenis in hun dagelijks leven. In dezelfde krant*** stond een poosje later een bijdrage van een bestuurder van een school die op schoolbezoek was geweest. Hij vertelde dat hij een goed, geestelijk gesprek met een aantal leerlingen had. Tot het ging over hun muziekkeuze. Tot zijn verbijstering stond die haaks op de inhoud van het gesprek dat ze tot dan gevoerd hadden. Wat is toewijding? Heeft toewijding niet te maken met compleet, radicaal christen zijn?

Radicaal?
U denkt misschien, net als ik, bij ‘radicaal’ aan ‘radicale moslims’. Die zijn echt radicaal in hun geloof. Sommigen van hen zijn zo radicaal, dat ze hun leven voor hun godsdienst over hebben. Ze zijn bereid vijanden van hun godsdienst door middel van zelfopoffering het leven te benemen. Zo rigoureus zijn wij, westerse christenen, doorgaans niet. Religie heeft in onze samenleving meer te maken met een ‘feel-good-gevoel’ dan met offeren. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dat niet alleen in onze samenleving aan de hand is, maar ook binnen de kerken.

Nu vraagt de Here natuurlijk niet van ons dat wij Zijn vijanden ombrengen. Integendeel, wij worden geroepen hen lief te hebben (Matth. 5: 43). De Here vraagt wel strijd, maar dan tegen de vijand die ‘zonde‘ heet. Volledige toewijding, maar dan door het strijden tegen de geestelijke machten van het kwaad (Ef. 6: 12) en door het doden van de zonden in ons eigen leven. Geen anderen ombrengen, wel je eigen hand afhakken als die je tot zonde verleidt (Matth. 5: 29 - 30). Volledige en rigoreuze overgave aan de Here. Niet alleen in de lijdenstijd, maar alle dagen van je leven. En daarin kun je niet ver genoeg gaan. Zegt de briefschrijver het niet tegen de Hebreeën: ‘U hebt nog niet tot bloedens toe weerstand geboden in uw strijd tegen de zonde’ (Hebr. 12: 4)?

Maar dan nog. Ook al strijden we tegen het halfbakken geloof in ons leven - en het is te hopen dat we dat doen - en al doen we ons best volkomen toegewijd aan de Here te leven, wie eerlijk tegen zichzelf is, moet wel tot de conclusie komen dat het ons steeds weer bij de handen afbreekt. Zoals Luther al zei: een mens leeft in opperste vruchteloosheid. Hoe komen we zo ver dat we onszelf in volledige toewijding aan de Here geven? Vasten misschien?

Sola gratia

Het is in onze tijd en in ons vaak gezapige of maar gedeeltelijk christelijke leven noodzakelijk om weer echt gereformeerd te worden. Om niet mee te gaan in de trend dat in de lijdenstijd het accent komt te liggen op de vraag hoe je als gelovige bewuster kunt leven in de periode naar Pasen. Om jezelf niet wijs te maken dat je een toegewijd christen bent als je maar genoeg weet of als je maar voldoet aan bepaalde eisen. Het is noodzakelijk dat we maar niet gereformeerd heten, maar dat we gereformeerd zijn, en steeds weer worden. Om dat, wat Luther en Calvijn ontdekten, weer toe te passen in ons dagelijkse leven. En wat is dat dan? Gereformeerd zijn is: Ophouden met je leven in stukjes knippen en gedeelten van je leven voor jezelf te bewaren. Dat is: erkennen dat je een arme zondaar bent die niet toegewijd aan de Here weet te leven. Erkennen en belijden dat je lege handen hebt. En daarmee naar de Here Jezus gaan.

Juist in de lijdenstijd worden we er indringend bij bepaald dat er maar Eén is die volkomen toegewijd is.Toegewijd aan Zijn Vader in de hemel. Die niets liever wilde dan de wil van Zijn Vader volbrengen. Eén die Zijn vijanden - ons, zondaren - volkomen en tot het einde liefhad en in volledige toewijding tot het uiterste ging. Tot het uiterste van de Godverlatenheid, de dood, de hel. Hij offerde Zichzelf. Hij gaf Zijn bloed als een volkomen verzoening. Niet om Zijn vijanden uit te roeien. Maar juist om hen het leven te geven. Om óns het leven te geven. Zo radicaal, zo volkomen toegewijd was Hij. Laten we in de lijdenstijd niet bezig zijn met hoe we zelf bewust toegewijd kunnen leven in de tijd naar Pasen, maar mediteren over het lijden van Christus.

Als ik in gedachten sta …
Als je dan in gedachten staat bij het kruis van Golgotha, dan kun je niet anders dan zwijgen. Dan zijn er geen grote woorden meer. Dan heb je niets meer te vertellen. Als je ziet hoe radicaal lief deze Heiland jou heeft, dan kun je niet anders dan de hand voor de mond slaan. Wat een lijden wilde Hij dragen, ter wille van mij …Wat een wonder van genade!

Wie zo bepaald wordt bij de grondeloze liefde van de Heiland, kan niet anders dan de binnenkamer ingaan en onder vier ogen met de Heiland zachtjes stamelen: ‘Neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan Uw eer’. Dan gaat het niet meer over :’Ik geef mijn leven aan Jezus’, en hoe toegewijd ik wel niet bent. Dan gaat het over je Heiland, Die in volledige toewijding aan jou radicaal verzoening deed voor al jouw onwil, onvermogen, en ongehoorzaamheid. Dan krijg je steeds weer, en steeds meer, honger naar die Heiland. En ja, misschien kan vasten je wel helpen om die honger weer aan te wakkeren. Misschien is het voor jou tot zegen als je een leesrooster gebruikt. En misschien helpen de bijeenkomsten in de stille week je wel om weer extra bepaald te worden bij het lijden van de Here Jezus.

Radicaal toegewijd
Wie zo in stille verwondering leeft, zal het ook ervaren wat de Heidelberger Catechismus ons in zondag 32 leert: Zelfs de toewijding in ons leven heeft Christus als Initiatiefnemer. Hij wil ons, door Zijn Heilige Geest, mensen maken die op Hem lijken! Mensen die niet anders meer kunnen dan toegewijd zijn. In woord én in daad. Mensen die God liefhebben boven alles en hun naaste als zichzelf. Voor wie toewijding geen extraatje is in de lijdenstijd, maar die per definitie, uit genade, toegewijd leven. Omdat Christus hen zo maakt. Mensen die radicaal, tot in hun wortels, toegewijd zijn aan Hem. In de lijdenstijd, zeker, ook dan. Maar niet alleen dan. Altijd en overal. Omdat ze geworteld zijn in Christus (Kol. 2: 7).

Atie Peet is lid van de redactie.

* www.ikpas.nl
** Reformatorisch Dagblad, 19 januari 2017, Puntkomma blz. 4, 5
*** Reformatorisch Dagblad, 11 februari 2017, Accent blz. 10

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker