Artikel
2017-04-14
Nader bekeken: Onvoltooid leven door J.A. Voorthuijzen

In de recente verkiezingen voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal werd door een politieke partij, die zegt op te komen voor de rechten van het individu, zwaar ingezet op het  ‘voltooide leven’. Vooralsnog voor mensen van 75 jaar of ouder. Maar al snel diende zich een burger aan van 57 jaar, met ook een stervenwens.

Een nog in te dienen wetsvoorstel moet het mogelijk maken dat mensen die vinden dat hun leven voltooid is, zelf kunnen bepalen hoe en wanneer zij zullen sterven. Onder strikte voorwaarden van zorgvuldigheid en toetsbaarheid moet het mogelijk worden een ‘laatstewilpil’ te verstrekken. Door mensen, die zeggen dit verlangen te hebben, een podium te geven krijgt de discussie al snel een emotionele lading. Wie zich tegen deze ontwikkelingen verzet wordt verweten onbarmhartig en meedogenloos te zijn en zich onvoldoende in te leven in de nood van de ander. Toch wil ik tegen die maatschappelijke stroom van het ‘redelijke denken’ inzwemmen en een aantal andere lijnen trekken.

Onvoltooid leven

Het eerste is dat naar mijn mening het spreken over ‘voltooid leven’ niet echt mogelijk is. Ik heb in mijn leven nog geen situatie meegemaakt dat er zó over het leven en de dood gesproken werd. Zelfs waar er sprake was van ondraaglijke pijn én een geloofsvol vertrouwen, door het sterven heen voorgoed bij de Here te komen, bleef het leven op aarde trekken. En in de kring van de achterblijvers hoor ik vaak een ander geluid. "Het is goed dat de Here hem of haar uit lijden verlost heeft, maar we hadden het ook fijn gevonden als we nog een tijd samen verder hadden mogen leven.” Deze grondhouding ben ik niet alleen bij het overlijden van 75-jarigen, maar ook rond het sterven van broeders en zusters ver in de 90 tegen gekomen. Ons leven is in die zin nooit voltooid, wat de politiek daar verder ook over zegt en welke burgers daar ook mee voor microfoon of camera mogen komen!

Dood als verlossing

In Bijbels licht is de dood geen verlossing of eindpunt van een voltooid leven. Met de Schrift in de hand belijden wij dat "de dood het loon op de zonde is” (Rom 6: 23) en "de laatste vijand die tenietgedaan wordt” (1 Kor. 15: 26). Met de Heidelbergse Catechismus weten we dat voor wie in Christus geborgen zijn, de dood geen betaling voor de zonde meer is maar een afsterven van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven (HC 16, vr. en antw. 42). Wie het evangelie aandachtig leest ontdekt daarin een Heiland die letterlijk tot in de dood bewogen is met én betrokken op het lijden van de medemens. Wonderlijk genoeg zien wij nergens dat Hij inzet op de dood van de medemens als middel om een einde aan het lijden te maken. Zijn handelen is steeds gericht op het leven en het redden daarvan. Jezus gaat zelf overigens wel een heel andere weg, waarin Hij zichzelf geeft tot in de dood. Uit grenzeloze liefde verlost Hij mensen uit de macht van de zonde en het lijden dat daarmee samenhangt. Is een ‘laatstewilpil’ daar ooit mee op één lijn te krijgen?

Goede Vrijdag
Als ik deze woorden schrijf naderen we het einde van de lijdenstijd: de 40 dagen waarin we het lijden van onze Here en Heiland overdenken. De Zoon van God, die niet ouder dan 33 jaar mocht worden en als de ‘Man van Smarten’ door de hele samenleving (kerk en wereld) tot de kruisdood werd veroordeeld, lijdt tot het einde toe. Wie Jesaja 53 vanuit de lijdensweken leest kan niet anders dan onderschrijven dat hier een leven als veel te vroeg en onvoltooid wordt afgebroken: "Als een lam werd Hij ter slachting geleid; als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open. Hij is uit de angst en uit het gericht weggenomen, en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land van de levenden”. Wie anders dan alleen Hij zelf heeft Zijn lijden op de juiste wijze weten te peilen? Wie kon met Hem waken en bidden? Wie kon de beker met Hem drinken? Wie kon de toorn van God dragen zoals Hij heeft gedaan? Wie is in zo grote verlatenheid als Hij geweest? Toen het einde van Zijn leven naderde was er niemand die Hem troostte. Zelfs Zijn hemelse Vader niet. Er bleef voor Hem niets over dan de totale verlatenheid. Hoe wonderlijk is het dan uit Zijn mond te horen dat de lijdensweg en de strijd tegen het kwaad is volbracht! Geen onvoltooid leven, maar juist een leven waarin de grote Hemelse opdracht om de wereld te redden werd volbracht (Joh. 19: 30).

Lijden en strijden

Het kan dan ook niet uitblijven dat de apostelen later de gelovigen keer op keer aanmoedigen om in het lijden te volharden. Alleen al in de nieuwtestamentische brieven wordt tientallen keren over het lijden gesproken. Bijna even zo vaak wordt opgeroepen om in de strijd te volharden. Ik had met meer ruimte tot mijn beschikking graag meer plaatsen geciteerd, maar volsta nu met een enkele: "Geliefden, laat de hitte van de verdrukking onder u, die tot uw beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwam. Maar verblijd u naar de mate waarin u gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, opdat u zich ook in de openbaring van Zijn heerlijkheid mag verblijden en verheugen. Als u smaad wordt aangedaan om de Naam van Christus, dan bent u zalig, want de Geest van de heerlijkheid en van God rust op u. Wat hen betreft wordt Hij wel gelasterd, maar wat u betreft wordt Hij verheerlijkt … Daarom, laten ook zij die lijden naar de wil van God, hun zielen aan Hem, als de getrouwe Schepper, toevertrouwen in het doen van het goede” (1 Petr. 4: 12-19).

Samen volhouden

Wie door het Woord veranderd is en door de Here vastgehouden daarbij leven blijft, is het meewerken aan ontwikkelingen rond de ‘laatstewilpil’ een onbegaanbare weg. Ook het politieke compromis kan - in mijn ogen - die blokkade niet opheffen. Waar het lijden ondraaglijk dreigt te worden is de zelfgekozen dood geen optie. Onze Heiland is die weg niet gegaan. Zouden wij dan beter weten? Alleen al de huiver voor het oordeel, dat na het sterven wacht, moet een dieprood stoplicht zijn. Is het aan ons om de ‘genadetijd’ van onze medemens actief in te korten? Ik weet dat we daarmee in situaties kunnen terechtkomen dat wij de ander geen hulp kunnen bieden. Ik realiseer mij dat de kloof tussen geloof en ongeloof zo groot kan zijn dat het evangelie geen effect sorteert en de rijkdom ervan niet gedeeld kan worden. Ik besef dat dit het christen-politieke handelen onder zware druk kan zetten. Maar ook dan is het beter de ‘laatstewilpil’ niet uit te delen. Beter dan dat is het om onszelf de woorden van Paulus in te prenten: "Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden. Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God. Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe. En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam.” (Rom. 8: 18-23). Waar zo gezucht en gestreden wordt, komen de vragen van voltooid en onvoltooid leven in een heel ander licht te staan (2 Kor. 4: 16 -18). Voor wie als een goed discipel zijn Here en Heiland volgt, breekt uiteindelijk het zicht op het eeuwige leven door. Na de lijdenstijd en Goede Vrijdag wordt het Pasen!

J.A. Voorthuijzen maakt deel uit van de redactie.

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker