Artikel
2017-05-12
Nader bekeken: Getuigenis en gesprek Door A. Th. van Olst

De Evangelische Omroep bestaat 50 jaar. Vanuit een verlangen het Evangelie te communiceren werd de EO opgericht. Ter gelegenheid van dit jubileum biedt de EO op haar website een overzicht over 50 jaar EO. Allerlei programma’s en presentatoren passeren de revue. Duidelijk is wel dat er bij de EO door de jaren heen heel wat veranderd is.

Het jubileum was aanleiding voor het praatprogramma van Jeroen Pauw om EO-coryfeeën uit te nodigen voor een tafelgesprek. Het werd een gemoedelijk gesprek. Fragmenten uit de oude doos werden getoond en er werd gevraagd: zouden jullie dat bij de EO nog steeds zo doen: zo’n programma maken, het onderwerp op deze manier aan de orde stellen? Het antwoord was steeds: nee, dat zouden we nu op die manier niet meer doen. Alleen Bert Dorenbos viel wat uit de toon aan tafel. Hij had moeite met de ‘koerswijzigingen’ van de EO.

Veranderingen
Dat er bij de EO door de jaren heen het nodige veranderd is, hoeft niemand te verbazen. Ik ben nog geen tien jaar predikant maar zou me ook wat ongemakkelijk voelen als ik mijn eerste preken terug zou zien. Ga maar eens kijken en luisteren naar uitzendingen van 50 jaar geleden: zelfs seculiere nieuwslezers klinken als gereformeerde dominees. Alles verandert door de tijd heen: de intonatie, de wijze waarop onderwerpen aan de orde gesteld worden.
Toch veranderde niet alleen de vorm, de methode, maar ook de inhoud. In de begintijd nam de EO vaak duidelijk stelling tegen heersende gedachten in maatschappij en cultuur over schepping en evolutie, over ethische thema’s als abortus en euthanasie. De EO verlangde de normen en waarden van de Bijbel te communiceren en het Evangelie te delen en verdroeg het als daardoor de aansluiting bij de seculiere wereld gemist werd. Tegenwoordig kun je je afvragen of de aansluiting niet belangrijker is geworden dan de boodschap.
Vooral de laatste tijd klinken er zeer bezorgde geluiden over het beleid van de EO. Heeft de EO nog wel bestaansrecht als de programmering zo weinig getuigend meer is? Heeft de creativiteit om Bijbelse thema’s aan de orde te stellen op een manier die aansluit bij niet-gelovige mensen van deze tijd niet de overhand gekregen op een duidelijk christelijk getuigenis?
Directeur Arjan Lock onderstreepte het met klem: het Evangelie is zeker drijfveer voor alles wat er bij de EO gebeurt. In alle programma’s die gemaakt worden, wordt echter vooral het gesprek gezocht. Christelijke thema’s worden ter sprake gebracht op een voor onze seculiere medelanders aansprekende, herkenbare manier. Het lijdensevangelie in de Passion, verzoening bij het Familiediner.

Aansluiting
Persoonlijk kan ik veel van de moeite met de huidige koers van de EO, ondanks alle uitleg vanuit de EO zelf, goed begrijpen. Toch wil ik niet te gemakkelijk kritiek uiten. We zeggen weleens: de beste stuurlui staan aan wal. Maar het is bij dit onderwerp niet best als we aan de wal staan en bekijken hoe een christelijke omroep het ervan afbrengt. Staan we zelf niet voor dezelfde opgave als de EO, namelijk om het Evangelie te communiceren naar de wereld om ons heen?
Wij kunnen ook aan onszelf de vraag stellen hoe we omgaan met de verhouding van getuigenis en gesprek. Na de uitzending van Pauw bleef bij mij vooral deze vraag over: Hoe duidelijk, confronterend en direct ben ik als ik het Evangelie ter sprake breng in mijn omgeving? Moet je geduldig openingen afwachten om iets van het Evangelie te delen, of kun je maar beter creatief en moedig ‘doorpakken’ en ook zonder dat erom gevraagd wordt getuigen van de hoop die in je is?

Gesprek
Voor Paulus was het erg belangrijk aansluiting te zoeken bij de mensen tegen en met wie hij sprak. ‘Ik ben voor de Joden geworden als een Jood, om Joden te winnen. (…) Ik ben voor de zwakken geworden als een zwakke, om de zwakken te winnen. Voor allen ben ik alles geworden, om in ieder geval enigen te behouden.’ (1 Kor. 9: 19-22)
Het zoeken van gesprek en ontmoeting is een kwestie van liefde voor de naaste. Wie echt oog heeft voor de ander kan in een ontmoeting het gesprek niet naar zichzelf toetrekken door de inhoud eenzijdig te bepalen. Een echt gesprek bestaat voor een groot deel uit luisteren en doorvragen. De Heere Jezus ging in gesprek met de Samaritaanse vrouw. Uiteindelijk komt het zeker tot een confrontatie, als Hij de problemen van haar leven blootlegt en zo de noodzaak van het levende water aanwijst. Maar deze confrontatie vindt plaats in het kader van gesprek en ontmoeting. Er is eerst een relatie gelegd. Blijkbaar bijten getuigenis en gesprek elkaar niet.  

Je kunt door onhandig of bot te opereren gemakkelijk over grenzen van mensen heengaan en toekomstige openingen verspelen. Als we dat doen mogen we ons niet beroepen op de weerstand die het christelijk getuigenis nu eenmaal oproept. Laat spot en verachting echt gaan over het Evangelie zelf en niet over de onbeholpen manier waarop wij het Evangelie aan mensen opdringen. Zeker als je een langdurig contact hebt, zoals bij buren, vrienden en collega’s, kun je beter geduldig openingen afwachten, je leven delen en in alles laten blijken dat je van Christus bent.
Als de kerk voor veel mensen zo onbekend is en het geloof absurd, dan is de ontmoeting met een authentieke, levende christen op zichzelf al een geweldig krachtig getuigenis. Laten wij getuigen, zei iemand eens, desnoods met woorden. ‘Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.’ (Mat. 5: 16)
In langdurige contacten zijn onze daden, levenswandel en levensopvatting (2 Tim. 3: 10) belangrijker dan onze woorden. Getuigen zonder werkelijk het gesprek aan te gaan, zonder de aansluiting te zoeken, kan gemiste kansen opleveren. Het is het leven van een christen dat zijn of haar woorden geloofwaardig maakt.
Bovendien moeten we de vragen en weerstanden van mensen tegen geloof en kerk serieus nemen. De ontdekking dat christenen zelf ook worstelen met grote vragen over bijvoorbeeld Gods macht en het lijden in deze wereld, kan een hele ontdekking zijn en de weg openen voor een dieper gesprek.

Getuigenis
Ondertussen blijft de vraag staan hoe we voorkomen dat we kleurloos worden in het zoeken naar aansluiting. In de Bijbel is het woord ‘getuige’ nauw verwant aan het woord ‘martelaar’. Hoe vaak lezen we niet over de weerstand die de belijdenis dat Jezus de Heere is opriep? Als we het Nieuwe Testament lezen dan lijkt het er toch op dat hoon en vervolging het nieuwtestamentische keurmerk van het christelijke getuigenis is.
De Heere Jezus Zelf stuitte vaak op weerstand. Er zat iets provocerends in Zijn woorden en daden. Hij zocht de aansluiting in die zin dat Hij de woorden van God dichtbij de mensen en hun leefwereld bracht. Maar Hij wachtte niet op hun interesse, net zomin als de profeten en apostelen dat deden. Het hoge woord moest eruit. Dat woord ging over bekering en vergeving van zonden (Luk. 24: 47). De apostelen verkondigden het Evangelie. Dat was voor hen in ieder geval meer dan het gesprek zoeken en gelegenheden afwachten. Paulus roept Timotheüs op om zich te laten leiden door de urgentie van het Evangelie en niet door de interesse van de mensen: ’Ik bezweer u, ten overstaan van God en de Heere Jezus Christus, Die levenden en doden zal oordelen bij Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk: predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderricht.’ (2 Tim. 4: 1-2) Dat betekent ook dat je verdrukkingen te lijden zult krijgen, omdat de mensen de ‘gezonde leer niet zullen verdragen’. (2 Tim. 4: 3)

De beste manier om zowel het gesprek als het getuigenis een goede plaats te geven is vervuld zijn van de liefde van Christus. Deze liefde geeft echt oog voor de mensen om ons heen, maakt ons met hen bewogen, maar voorkomt dat we kleurloos zijn of Hem Zelf in woord of daad verloochenen door de waardering voor onszelf liever veilig te stellen dan Zijn Evangelie en eer te dienen.

Ds. A. Th. van Olst is lid van de redactie en predikant te Antwerpen-Deurne

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker