Artikel
2017-07-21
Bijbelstudie: Prediker (1) – de cynicus door W. de Bruin

"Jij bent zo naïef en idealistisch, dat hoort bij je leeftijd, als je ouder wordt krijg je wel wat meer realisme”, vertrouwde een wat ouder gemeentelid me toe tijdens een discussie over politiek. Mijn hoop op een betere behandeling van vluchtelingen, op een beter milieu, een betere wereld werden door de grijzende man verklaard door mijn jeugdige naïviteit. Ik vond hem een cynische oude man.

De Prediker kunnen we voor ons zien als zo’n cynische oude man. Verzuurd door wat hij in het leven gezien heeft. Minzaam glimlachend om de naïviteit van jonge mensen die vol vuur aan het leven beginnen: "ik heb alles van het leven gezien en mijn conclusie is: het is allemaal vrij zinloos”. Het is alsof ik de nationale mopperpot Maarten van Rossem hoor praten.

Ondertussen kunnen wij ons afvragen wat zo’n stem in de Bijbel doet. De Bijbel biedt een verhaal van hoop, zingeving, leven, vervulling in God. En als we Prediker lezen dan klinkt het zo zuur, zo anti, zo vervelend.
Het is goed om je te realiseren dat Prediker inderdaad wat aan de rand van de Bijbel staat. Lange tijd was er discussie onder de Joden of dit boekje nu wel of niet in de Bijbel thuishoorde. Maar uiteindelijk is het wel als gezaghebbend erkend. Een waardevolle stem binnen het geheel van de Bijbel. Of beter gezegd: een waardevolle tegenstem.

Binnen de Bijbel hoort Prediker tot de wijsheidsliteratuur. De drie centrale wijsheidsboeken zijn Spreuken, Prediker en Job. En die boeken verhouden zich op een bepaalde manier tot elkaar. Spreuken kunnen we het best vergelijken met een jonge idealist. Voor de Spreukendichter staat vast dat het rechtvaardige mensen goed gaat en zondaren slecht. God is rechtvaardig en wijs, en wanneer je als mens je leven inricht volgens die Wijsheid, dan zal je leven goed verlopen. Als je eerlijk bent, hard werkt, de HEER vreest, open staat voor kritiek, dan zal het je goed gaan. En als je lui, oneerlijk, goddeloos en eigenwijs in het leven staat dan krijg je ellende op je weg. Lees Spreuken 10 maar eens.

De boeken Job en Prediker kun je zien als een reactie op het Spreukenboek. Het boek Job is geschreven vanuit de aanvechting van de lijdende rechtvaardige. Prediker is geschreven vanuit het perspectief van de cynicus op leeftijd. Hij heeft drie zeer verontrustende dingen ontdekt. Het eerste vinden we in Prediker 1, waar we geconfronteerd worden met de vluchtigheid van ons bestaan:
Generaties gaan, generaties komen, maar de aarde blijft altijd bestaan. De vroegere generaties zijn vergeten, en ook de komende zullen weer worden vergeten (Prediker 1: 4,12).
De tijd gaat door en door. En wij mensen betekenen in het licht van de tijd heel weinig, we zijn er maar even (6: 12). Mensen uit het verleden zijn al lang vergeten, zo zullen de mensen die nu leven ook weer vergeten worden (9: 3-6).

Prediker verbindt dit met een tweede observatie:
Mensen zijn niet meer dan dieren. Want mensen en dieren treft hetzelfde lot. Zoals een dier sterft, zo sterft ook een mens; ze delen in dezelfde adem. Dat is hun beider lot. Een mens is niet beter af dan een dier, want alles is leegte. Alles gaat naar dezelfde plaats, alles is uit stof ontstaan en alles keert terug tot stof. Wie zal ooit weten of de adem van een mens naar boven opstijgt en die van een dier afdaalt naar de aarde (Prediker 3: 17-21)?
We moeten allemaal sterven. Zowel de wijze als de dwaas (2: 16), de zondaar als de rechtvaardige (8: 10), mens als dier. In de dood zijn we allemaal gelijk. En de dood maakt al onze huidige inspanningen zinloos.

Het derde wat hij heeft ontdekt is mogelijk nog verontrustender:
De race wordt niet altijd gewonnen door de snelste, noch de oorlog door de sterkste, het voedsel komt niet altijd naar de wijze toe, noch de rijkdom naar degene met inzicht, en evenmin het respect naar de bekwame, tijd en toeval overkomt hen allemaal (Prediker 9: 11).

De hele ordelijke wereld van Spreuken wordt voor Prediker op veel punten aangevallen door het toeval. In hoofdstuk 8 brengt hij dat in alle scherpte als volgt onder woorden:
Natuurlijk, ik weet het wel: Het zal een mens die ontzag voor God heeft goed vergaan. Een zondaar daarentegen zal het slecht vergaan (Prediker 8: 13).
Dit is zoals het zou moeten werken. Maar … vervolgt hij:
Is het hier op aarde niet een grote leegte dat rechtvaardigen ten deel valt wat zondaars verdienen, en zondaars wat rechtvaardigen verdienen? (Prediker 8: 14).
Recht, onrecht, het loopt allemaal door elkaar. Het leven is dubbelzinnig. Er is geen vat op te krijgen. Als je meent het vast te pakken, dan glipt het je tussen de vingers door. Het leven is prachtig als een ochtendnevel, maar als je het probeert vast te houden dan is het weg.

En daarmee komen we bij een centrale opmerking van Prediker.
Ook dat, zeg ik, is hevel (Prediker 8: 14).
Hij begint zijn boek ermee in hoofdstuk 1: 2. Hij sluit zijn boek er mee af in hoofdstuk 12: 8. En in de tussentijd klinkt het tientallen keren in het Hebreeuws: hevel. Om het woord te begrijpen moet je het een paar keer uitspreken en dan de v zo min mogelijk beklemtonen. Hevel, lucht, een briesje, een wolkje rook, een ochtendnevel, dat is alles. Het leven is futiel, verwarrend. Vaak wordt dit woord vertaald met ijdelheid, leegte of zinloosheid. Maar dat is niet precies wat Prediker wil zeggen. Hij verklaart het leven niet zomaar zinloos. Maar hij noemt het leven verwarrend, dubbelzinnig.

Opvallend is dat Prediker nergens de conclusie trekt dat je er in het leven dan maar met je pet naar moet gooien. "Wijsheid is nuttiger dan dwaasheid” (2: 13), "beter jong en wijs, dan oud en dwaas”  (4: 13). Ook in tal van praktische levensadviezen leunt hij dicht aan tegen de Spreukenwijsheid: "je kunt beter iets afmaken dan ergens aan beginnen, beter geduld dan ongeduld” (7: 8). Wijs leven levert wellicht niet het beste resultaat op, maar het is wel het goede leven.

Wat Prediker wel doet is relativeren: sla je harde werken niet te hoog aan, wellicht komt het resultaat in handen van een nietsnut (2: 21). Focus je niet teveel op je rijkdom, daar lig je alleen maar wakker van (5: 11). Het kwaad treft ook wijzen en rechtvaardigen, wees daarom niet al te rechtvaardig en niet al te wijs (7: 16). Probeer de wereld niet krampachtig te verbeteren, want onrecht was er altijd en zal er altijd zijn (5: 7).
De Prediker is de hoofdstem in dit boek. Het boek wordt ingeleid (1: 1) en uitgeleid (12: 9-14) door een naamloze redacteur. Hij heeft de spreuken van de Prediker verzameld en wil de lezer niet in verwarring achterlaten. Op een dag, zegt hij, zal de mist opklaren, en dan zal God oordelen over elke daad, zelfs de verborgene. Daarom, samengevat, gaat het in dit leven om ontzag voor God en het houden van zijn geboden. Dat geeft het leven werkelijk zin. Ook als wij alleen maar mist zien.

- - -

Gespreksvragen
1. Vind je de drie observaties van Prediker (de tijd vliegt en wij zijn er maar even, de dood maakt onze inspanningen zinloos en in de wereld is vaak onrechtvaardig) ook op andere plaatsen in de bijbel?
2. Bespreek met elkaar verschillende vertalingen van het woord hevel. Herken je de dubbelzinnigheid van het leven?  
3. Wat zou je aan wijsheid kunnen hebben als het je niks concreets oplevert?
4. Op welk punt zou jouw levensinstelling wel wat relativering kunnen gebruiken?
Ds. Wim de Bruin is predikant te Zutphen

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker