Artikel
2017-08-18
Woordwerk: Weids en Wijs - Oud zijn in Bijbels licht Door D. Quant

Op een maandagavond mailde een redacteur van De Wekker met een verzoek voor dit artikel. De dag erna wandelde ik volgens plan 17 km in het Limburgse heuvelland. Een dagje uit; je bent emeritus of je bent het niet. Met grote lussen rond Slenaken, nog een stukje België – waar die redacteur van De Wekker woont. Je geniet met volle teugen en  niet het minst van de weidse uitzichten. De natuur, Gods schepping, straalt. En ik dacht: zouden weids en wijs iets met elkaar te maken hebben, en zou oud worden daaraan te verbinden zijn? Volgens mij wel.

De situatie in onze tijd

Het is bekend: de oudere – generaal genomen – heeft het vandaag de dag niet gemakkelijk als het gaat om zijn (voor het gemak schrijf ik alleen in de mannelijke vorm) plek in de samenleving. Zolang ouderen nog hun kleinkinderen kunnen opvangen en met hen kunnen optrekken, gaat het nog. Maar als ze geld gaan kosten, als ze zorg nodig hebben die de mantelzorg van hun naaste familieleden te boven gaan, als de ‘kwade dagen’ (Pred. 12) komen, en als er dan steeds meer discussie komt over vrijwillige beëindiging van het leven… ja, dan moet je sterk in de schoenen staan om je niet overbodig te gaan voelen. En er zijn dan ook ouderen die zich een blok aan het been voelen van een samenleving die steeds sneller gaat, en steeds ingewikkelder wordt (want het is realiteit dat ouderen dat niet meer allemaal kunnen bijbenen). En die ouderen gaan zich bijna schuldig voelen dat ze leven…

De Bijbel open

Al lezend in de Bijbel wordt duidelijk dat oud worden in Gods ogen een eervolle zaak is. Enkele voorbeelden:
* Lev. 19:32 – U moet opstaan voor iemand met grijze haren en eer bewijzen aan een oudere; Uw God moet u eren. Ik ben de HEERE,
* Ps. 92:15 – In de ouderdom zullen zij nog vruchten dragen, zij zullen fris en groen zijn;
* Spr. 16:31 – Grijsheid is een sierlijke kroon, ze wordt gevonden op de weg van de gerechtigheid;
* Spr. 20:29 – het sieraad van de jonge mannen is hun kracht, en de glorie van de ouderen is de grijsheid;
We mogen daarbij niet uit het oog verliezen dat wijs en oud zijn niet per automatísme aan elkaar gekoppeld zijn. Dat blijkt bijv. wel uit Job 12:12. Daar beklaagt Job zich over de onwijze gedachten van zijn vrienden, en hij roept uit: ‘is bij de oudsten wijsheid, en bij de lengte van dagen het inzicht?’ Veel helpt het allemaal niet, want drie hoofdstukken later horen we een van die vrienden, Elifaz, zeggen (Job 15:10): ‘onder ons is ook een grijsaard en een stokoude, ouder van dagen dan jouw vader.’

Wanneer oud zijn verbonden wordt met wijsheid, dan is dat niets anders dan een genadegave van God. Dat blijkt ook uit Spr. 16:31, waar wijsheid aan Bijbelse gerechtigheid wordt gekoppeld. En is het vinden en bewandelen van de weg van Gods gerechtigheid niet altijd een zaak van genade?

Al lezend in de Schriften valt het ook op dat jong en oud meermalen aan elkaar gekoppeld worden:
* Pred. 11 verbindt het genieten van het jong zijn aan het zoeken van de Here God, met verwijzing naar ouderen die in de ‘kwade dagen’ komen;
* Zach. 8 :4 en 5 – Er zullen weer oude mannen en vrouwen zitten op de pleinen van Jeruzalem (…). De pleinen van de stad zullen vol worden met jongens en meisjes die spelen op haar pleinen.
* Mal. 4:6 – Hij zal van de vaders tot de kinderen terugbrengen en het hart van de kinderen tot hun vaders (door de engel Gabriël in Luk. 1:17 aangehaald en betrokken op de komst van Jezus);
* Hand. 2:17 bij de uitstorting van de Geest (ja, juist dán!) – uw zonen en dochters zullen profeteren (…) en uw ouderen zullen dromen dromen;
* 1 Tim. 5:1 (wijs advies van de oudere Paulus aan de jonge Timotheüs bij zijn pastoraat aan ouderen) – Vaar niet uit tegen een oude man, maar spoor hem aan als een vader.   

Een aparte vermelding verdient het begrip ‘oudsten’. Dat waren vanouds in Israël al de geslachts- en familiehoofden, die de stam vertegenwoordigden en in voorkomende gevallen leiding gaven; Ex. 3:16, 24:9, 2 Kron. 5:5, Joël 1:2 – het is maar een kleine greep uit een overstelpend aantal teksten. Zij vormden per definitie een groep op leeftijd gekomen mensen. In voorkomende gevallen spraken zij als groep recht; men zie de geschiedenis van Boaz en Ruth, Ruth 4:2,11. Van hen uit is een lijn te trekken naar het Nieuwe Testament. Bedaagde mannen werden gekozen tot oudsten in staat en kerk, en geleidelijk aan tekent zich een ontwikkeling af naar het ouderlingschap. Dat ziet u al in de hierboven genoemde tekst, 1 Tim. 5:1, maar ook in Hand. 14:23, of Jak. 5:14.

Bij oudere mensen viel in het bijzonder wijsheid te ontdekken, en daarom werden belangrijke functies ook door hen bekleed. In die zin kon men hen ook als de spil van de samenleving beschouwen, en kreeg een aantal van hen in de gemeenten van het Nieuwe Testament kerkelijk gezag. Ouderlingen waren vaak oud – de naam zegt het al!

Uitwerking
Het is duidelijk: er is geen enkele reden waarom ouderen niet – voor zover het hen mogelijk is – nog volop zouden mogen meedoen in het gemeentelijk leven, en hun stem daarin zouden mogen hebben. Het is zelfs gevaarlijk en in ieder geval tegen Gods bedoeling in wanneer ze genegeerd worden. Hun goede raad is van waarde. Sommigen van de lezers zullen zich het lied ‘Ik heb eerbied voor jouw grijze haren’ nog herinneren. Het klonk ooit in een seculiere omgeving. Maar Lev. 19:32 (zie boven) leert ons dat het een Goddelijk gebod is.

Hoe komt het toch dat we dat langzamerhand aan het kwijtraken zijn? We moeten alle zeilen bijzetten om geen kloof tussen oud en jong te laten ontstaan, of de al bestaande kloof zoveel mogelijk te dempen. Sluipenderwijs zijn ouderen vervreemd aan het raken van wat er om hen heen gebeurt. De ontwikkelingen in de digitale wereld gaan met een razend tempo verder, en ze kunnen dat niet meer echt bijbenen – enkele uitzonderingen daargelaten. Ik had ooit heel veel respect voor een oude zuster van 90 jaar, die nog leerde mailen, om het contact met haar klein- en achterkleinkinderen (die over de hele wereld verspreid leefden) niet te verliezen. Knap! Maar tegelijk: voordat je het weet zit je weer in de achterhoede en op een gegeven moment haak je af.
Let u eens op de kerkelijke pers, inclusief regionale kerkbladen en het eigen gemeenteblad. Daar staan vaak Engelse uitdrukkingen in (ook aanduidingen van bijzondere diensten) waarbij ouderen geen flauwe notie hebben van de betekenis ervan. En het is geen wonder: voor jongeren is de beheersing van het Engels vanzelfsprekend geworden (vanaf de peutertijd: de boekjes van Dora). Maar oude mensen zijn van vóór die tijd, en kunnen het echt niet bijbenen. En zo… voelen ze zich aan de kant geschoven. Net als in de samenleving bij de bank waar ze hun geld hebben staan en bij de radio waar complete teksten in vooral het Engels over hen heen worden gestort.

Zo zal het dus in de christelijke gemeente niet zijn! Want ouderen hebben iets waardevols te zeggen, in Gods naam en door Gods genade. Zeker, dát is voorwaarde: door Gods genade. Maar dan en zo zijn ze echt van waarde. Uitzonderingen daargelaten (die zijn er, zie de vrienden van Job) is er bij hen bezonken wijsheid te vinden.

Hoe komt dat? Dat zou weleens te maken kunnen hebben met mijn wandeling over de Limburgse heuvels. Wie oud is heeft veel meegemaakt. En de kinderen van God onder hen hebben een levensgeschiedenis waar jongeren nog goeddeels voor staan. Die levenservaring maakt wijs, en als zij gecombineerd mag worden met de vreze des Heren geeft het een diepe wijsheid. En daarin mogen ouderen in de gemeente stralen. Hun glorie is de grijsheid (Spr. 20:29). Op hoge heuveltoppen heb je een weids uitzicht over het land. Je overziet een compleet landschap, ziet hoe het verloop van het land en de slingerende paden is, je combineert en krijgt doorzicht. Tegelijk voel je je klein bij zoveel weidsheid. Dat is in geestelijk opzicht niet anders: door veel ervaring wijs geworden krijg je doorzicht in geestelijke ontwikkelingen, je ziet risico’s waar anderen blind voor zijn, je ziet openingen waar anderen ze niet zien. Je krijgt een ‘weidse blik’. En je blijft er klein bij, want het is en blijft genadegave.

Een uitstapje

Ik maak een toespitsing: het beroepingswerk. In de samenleving zien we dat het voor werklozen van boven de 50 jaar heel moeilijk is om ‘aan de bak te komen’. Ze zijn te duur, bij- of omscholing kost te veel; dan is de keuze voor de wendbare jongere snel gemaakt. In de kerken is het niet veel anders – uitzonderingen daargelaten. De dominee van 50 jaar die nog eens graag een beroep in overweging zou willen nemen (zeker bij het doorschuiven van de AOW-leeftijd) merkt dat kerkenraden zelden naar hem op zoek zijn. Ooit zei iemand al: ‘Een predikant van 55 jaar loopt niet meer zo hard (kán dat ook niet meer zo goed), maar hij brengt wel een berg werkervaring en levenswijsheid met zich mee.’ En dat is waardevoller dan men soms beseft. Het gemeentelijk leven wordt steeds ingewikkelder, en dan is bedachtzaamheid, inzicht van geestelijke of psychische problematiek, kansen en bedreigingen bij veranderingsprocessen niet onbelangrijk. Zijn blik is weidser, door toenemende wijsheid. Jongeren kunnen daar best profijt bij hebben. Dus misschien toch nog eens naar onze ‘wensenlijstjes’ kijken…!

Samen optrekken

Uit het tweede blokje Bijbelteksten dat ik hierboven opschreef blijkt dat de Here God ouderen én jongeren aan elkaar wil verbinden. Die ouderen en kinderen samen op dat stadsplein (Zach. 5:4 en 5), dat ontvangen van de Heilige Geest door beide groepen (Hand. 2:17), waarbij beiden door die Geest doorzicht en inzicht ontvangen over de gang van het persoonlijk geestelijk leven én van het gemeentelijk leven… het laat zien dat in een geestelijke gemeente geen plaats is voor generatiekloven. Integendeel, men trekt samen op en voedt elkaar. De jeugd is groen en fris – van nature. Maar ouderen die lichamelijk strammer en qua ontwikkelingen minder flexibel worden, zijn, door de Geest geleerd, óók groen en fris: Ps. 92:15. Als dat jonge springerige en dat oude bezonkene bij elkaar komen, kunnen beiden daarmee gediend zijn. Jongeren zijn enthousiast en scherp, maar… ze kijken nog niet overal doorheen, hun blik is beperkt. Dat is geen schande, het is hun levensfase. Als ze de ontmoeting met ouderen aangaan (met grootouders bijvoorbeeld of via een georganiseerd contact tussen jeugdclub en ouderengroep), dan hebben ze daar echt baat bij. Andersom bewaart dat ouderen voor vereenzaming, versombering of gemopper over de zogenaamde goeie ouwe tijd – en onkunde over de iPad, mooi meegenomen. Beiden worden voor verstarring en blinde vlekken bewaard. En als dat dan met een open Bijbel, in onderlinge ontvankelijkheid gebeurt…    

Een weids uitzicht op de toekomst
Er is nog een punt. Als weinig anderen weten ouderen dat het leven hier op aarde tijdelijk is. En als weinig anderen merken ze dat aan hun lijf, dat hen meer en meer gaat hinderen en waarvan bepaalde functies gaan uitvallen: Pred. 12. Natuurlijk geeft dat heel veel vragen, en soms geeft het ook ‘verzuring’.  Maar er is ook een andere kant: wijze ouderen, dat is door God onderwezen ouderen, weten van de toekomst die wacht. In de Schriften wordt ons dat meer dan eens onder ogen gebracht en op het hart gebonden: 2 Kor. 4:16-5:8 bijv. Een weids uitzicht op de grote toekomst van het komende Koninkrijk. Wijsheid maakt ook in dat opzicht klein door dat weidse uitzicht. Zo dragen ze vrucht. Als dan de rouwklager door de straten gaat, is die mens naar zijn eeuwig huis (Pred. 12:5), en als Jezus terugkomt nog één stap verder: in het nieuw – ongekend weidse - Jeruzalem. En als dat bij hen straalt, heeft de hele gemeente daar geestelijk baat bij.    
 
D. Quant is emerituspredikant en woont in Houten

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker