Artikel
2017-09-01
Interview: 'Gooi de deuren open en zie de kracht van het Evangelie' door Henriëtte Bal-Dieleman

Gert-Jan Roest (51) heeft ervaren hoe verschillend christenen wereldwijd hun geloof beleven. Nadat hij woonde en werkte in Rusland, Amerika en Zwitserland trof hem, terug in Nederland, de omslag naar een beeld- en beleveniscultuur. Hoe verwoorden en belichamen we het Evangelie in deze postmoderne tijd?


Ik ontmoet hem in Amsterdam, terwijl hij in zomerse outfit bezig is forse stapels boeken klaar te maken voor verhuizing. Deze enorme verzameling toont hoezeer de eigenaar een liefhebber is van het woord. "Allemaal gelezen", bevestigt hij op mijn vraag. Dit in tegenstelling tot een columnist die onlangs in dit blad bekende heel wat ongelezen boeken te verhuizen.

Roest is één van de kerkplanters in de Christelijke Gereformeerde Kerken. Samen met Siebrand Wierda stichtte hij 15 jaar geleden Via Nova, de zendingsgemeente waarvan hij in juli afscheid nam. "Tijd voor een sabattical."

Gehoord én gezien

Zijn hart ligt bij twintigers en geloofszoekers. "De uitdaging in onze cultuur is enerzijds gigantisch, maar anderzijds ook weer niet dramatisch, want de weerstand om tot geloof te komen en de moeite om het geloof te behouden, is iets van alle tijden. Maar we maken het wel ingewikkeld als we de cultuur van 50 jaar geleden verabsoluteren."

Hoe doen we dat?

"Er is een verschuiving gaande van een woordcultuur naar een beeld- en beleveniscultuur. Sommigen denken dat een woordcultuur goed is en een beeldcultuur slecht. Ik denk dat het veel genuanceerder ligt.
Allereerst vinden we in de Bijbel verschillende waarschuwingen tegen een veelheid aan woorden. Hoe groot is het gevaar niet, speciaal voor verbaal sterke mensen, om met woorden een situatie naar je hand te zetten? Is er nog ruimte voor stilte, echt luisteren, gebed, meditatie? Zonder dit is het gevaar - en Socrates zag dat al - dat we veel spreken of lezen, maar het ons niet eigen maken. De woordcultuur in haar eindeloze stroom hoeven we niet te idealiseren.
Ten tweede zijn beelden en iets zien niet altijd verkeerd. Natuurlijk, met Calvijn delen we de zorg dat we een beeld van God maken, het tweede gebod overtreden. Maar laten we niet vergeten dat juist de ménswording van Jezus een principiële basis van ons geloof is. Denk aan Johannes 1: het Woord is vlees geworden. Dus God presenteert zichzelf niet slechts in gedachten en woorden, de mensen konden Jezus zien en aanraken. Jezus is het beeld van de onzichtbare God, lezen we in Colossenzen 1. En Paulus, toch een echte redenaar, zegt in Filippenzen 4:9: wat gij van mij gehoord én gezien hebt, brengt dat in toepassing... Het goede nieuws wordt niet alleen gehoord maar ook belichaamd, en daarom gezien. Beide zijn belangrijk."
 
Hoe kijk je aan tegen teksten als 'de Joden een Jood en de Grieken een Griek', 'het geloof is uit het gehoor' en 'gij geheel anders'?
"Het vers van ‘de Joden een Jood en de Grieken een Griek' laat een echt missionaire houding zien. Het goede nieuws brengen betekent dat je je afvraagt: hoe kunnen wij worden zoals mensen in deze cultuur om hen te winnen? Natuurlijk kan het niet zonder woorden. ‘Het geloof is uit het gehoor.’ Niemand wordt christen als hem niet eerst verteld wordt wie Christus is. Maar verder is er veel vrijheid, zolang we die vrijheid tenminste niet verkeerd gebruiken, bijvoorbeeld door te capituleren voor de afgoden in onze cultuur. Dat is het punt van ‘gij geheel anders.’ We belichamen het goede nieuws op zo’n manier dat we op Jezus lijken. We gebruiken onze vrijheid dan vanuit trouw aan God en liefde voor mensen. Onze vraag dient dus te zijn: hoe kunnen wij in deze tijd, met grote cultuurveranderingen, het evangelie zo verwoorden en belichamen dat het weerklank vindt?"

Beoordelen
Wat bedoelen we eigenlijk met 'beeldcultuur'?
"Ik onderscheid verschillende niveaus. Het diepste is dat ons mensbeeld is veranderd. Vanaf de Verlichting, de eeuw van de rede (18de eeuw), zagen we de mens vooral als de 'denkende mens'. Maar nu ontdekken we hoe wezenlijk beelden en metaforen zijn in ons functioneren. Van de Amerikaanse christelijke filosoof James Smith heb ik geleerd dat Augustinus de mens vooral zag als ‘verlangende mens’. Onze diepe verlangens worden aangestuurd òf door beelden van Jezus en Gods koninkrijk òf door andere beelden. Reclamemakers weten dat. Zij proberen ons niet met toespraken te overtuigen, maar prikkelen onze verlangens met beelden.
In het spoor van het Verlichtingsdenken hebben we ons ook in de kerk geconcentreerd op de rede, en minder gelet op eigenschappen die in de rechterhersenhelft worden ondersteund: onze intuïtie, of de gevoelens die via de hersenstam in ons lichaam zijn geworteld. Hernieuwde aandacht voor verlangens, intuïties, beelden en gelijkenissen is belangrijk bij evangelisatie en verkondiging. Daarom gebruiken we bij Via Nova beeldmateriaal tijdens gespreksavonden met zoekers. En praten we over onze verlangens naar schoonheid, waarheid, goedheid en liefde, met steeds de vraag: hoe vervult het Evangelie die verlangens in het Koninkrijk?

Het tweede niveau is de kunst: beeldende kunst, schilderijen, theater, film. Ze spelen een steeds grotere rol in onze cultuur. Neem Henri Nouwen. Vijf jaar bestudeerde hij het schilderij 'De verloren zoon' van Rembrandt en hij beschrijft zijn geestelijke reis in het boek 'Eindelijk thuis'. Komt zijn inzicht alleen door de woorden van het verhaal, of ook door de verbeelding van Rembrandt? Ik denk het laatste. Soms begrijp je iets pas echt als je het verbeeld of belichaamd ziet. Dat kan ook met films.
Mensen voelen bijvoorbeeld beter aan wat genade is (Les Miserables), proeven het dilemma van vergeving (The Mission) en beseffen hoe klein en wonderbaar de mens is (The Powers of Ten, 1977).

Het derde niveau is de technologische revolutie waardoor beeldmateriaal ons bereikt. Korte filmpjes op internet, snel verspreid via sociale media, kunnen miljoenen mensen bereiken.”

Kun je zeggen dat beeldcultuur samenvalt met een goddeloze cultuur?
"Dat lijkt mij een uitspraak vanuit angst. Laten we vertrouwen houden in de Boodschap. Cultuur gebeurt niet buiten ons om, we leven erin, het is de lucht die we allemaal inademen. Gooi daarom de deuren open en zie de kracht van het Evangelie, ook nu. Ik denk dat Jezus niet bang zou zijn om in onze tijd te functioneren. Ook wij hoeven geen vrees te hebben. We mogen leren opnieuw het evangelie te verwoorden en te belichamen in deze postmoderne tijd."

Verwoorden en belichamen
Je hebt het veel over verwoorden en belichamen ...
"Die begrippen horen bij elkaar. Een goede prediking maakt de boodschap beeldend en concreet, want dat nemen mensen mee. Theorie alleen kan niet op tegen andere krachten van de cultuur. Als de voorganger laat zien wat hij zegt, dus als zeggen en belichamen gelijk op lopen, is hij authentiek. Authenticiteit is van grote waarde voor jonge mensen.
Verwacht van mij geen Donald Duck, met plaatjes en tekstballonnen. Ik pleit niet voor een devaluatie van het Woord, maar laten we niet vergeten dat de boodschap beeldend en concreet gebracht wordt. En ook beeld gebruiken om deze verkondiging te ondersteunen. Met beelden bereik en raak je mensen, soms zelfs voorbij hun verdedigingslinies.”

Positief gedacht: hoe kunnen we de beeldcultuur gebruiken voor de Evangelieboodschap?
"Voer debatten in de kerk vanuit grote bewogenheid met jongeren en niet-christenen. Ga serieus met hen in gesprek, zij voelen de tijd beter aan dan mensen van mijn leeftijd, die gevormd zijn door veel leren en studeren. Werp niet te snel blokkades op. En betrek de beleveniskant bij de spiritualiteit. Een mens moet aangesproken worden in hoofd, hart en lichaam."


 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker