Artikel
2017-09-29
Interview: 'Onze kerk is haast een huiskamer' Johan Gallast en Marlotte Geenen over CGK Den Bosch

door Joanne Bos

Het witte, vierkante gebouw in Den Bosch lijkt eerder een woonhuis dan een kerk, maar eenmaal binnen proef je er de historie van kerk-zijn. In de kerkzaal staan enkele banken en stoelen, op het achterbalkon staat een orgel en op het podium de spreektafel. De vraag is: hoe blijft deze kleine gemeente vitaal?

Door John Gallast (71) word ik opgehaald van het station. Als we bij de CGK van Den Bosch arriveren, stapt Marlotte Geenen (25) net uit haar auto. John en Marlotte vertellen, als vertegenwoordigers van verschillende generaties, meer over de vitaliteit van hun kleine gemeente.

We spreken over een kleine gemeente, maar hoe groot zijn jullie eigenlijk?
"Op dit moment hebben we ruim 100 leden,” vertelt John. "We kunnen rustig spreken van een groei en verjonging. In het afgelopen jaar maakten we het wonder mee dat er vier dopen waren! We zien echt Gods hand in de groei van de gemeente, want we hebben ook een lange periode op maar 85 leden gezeten. Onze leden wonen in een gebied van ongeveer 60 bij 60 kilometer, we zijn dus een echte streekgemeente. Slechts twee gezinnen wonen in de wijk waar de kerk staat.”

Als je samen een kleine gemeente vormt, brengt dat vast een aantal dilemma’s met zich mee. Jullie hebben bijvoorbeeld geen eigen predikant en ik kan me voorstellen dat het lastig is om de taken onderling eerlijk te verdelen.
Marlotte: "Je hebt elkaar echt nodig, iedereen heeft een taak. Je moet er ook wel wat voor doen om gemeente te zijn. Toen mijn man en ik hier twee jaar geleden als pasgetrouwd stel kwamen, ervoeren we in eerste instantie een terughoudendheid om lid te worden. Er was hier zo weinig jeugd en je komt toch om je bestaan op te bouwen. Maar, realiseerden wij ons, als iedereen er zo over denkt dan is de kerk snel uitgestorven. Deze kerk is ook een heel warm nest en dat heeft ons toen over de streep getrokken.”

John: "We hebben nooit problemen gehad met het vervullen van taken. Iedereen ziet de noodzaak ervan in. Als kerkenraad, waar ikzelf een aantal periodes in heb gezeten, waren we daar altijd heel dankbaar voor. Soms hadden mensen een gevoel van: die heeft al zoveel op zijn nek, dan neem ik de taak wel op mij zodat de ander niet overbelast wordt. Niet iedereen is goed in ‘nee’ zeggen en daar zijn we ons onderling wel bewust van.”

Ook blijkt dat er in deze gemeente vrijwel nooit preekgelezen wordt. Hiervoor geeft John alle credits aan wijlen broeder Overwater. "Hij was zo’n beetje de stichter van onze gemeente en kende veel predikanten persoonlijk, die hij dan vroeg om bij ons te komen preken. En daarnaast hebben we heel veel hulp van dominee Quant. Toen hij in Eindhoven stond, was hij onze consulent en kwam hij eens in de twee weken voor pastoraat en catechisatie. Bij zijn afscheid heeft hij beloofd voor onze gemeente te blijven zorgen. Nu doet hij nog steeds pastoraal werk en hij gaat minstens één keer per maand voor. Dat is voor ons een enorme verlichting. Zeg maar gerust dat we aan hem een parttimepredikant hebben. Andere predikanten die komen, bemerken de grote aandacht in onze gemeente en komen hier graag preken. Onze kerk is haast een huiskamer. Je kunt hier niet onderuit gezakt zitten, zonder te worden opgemerkt.”

Werken jullie veel samen met andere protestantse kerken in Den Bosch?
John vertelt dat er eens maar één tiener in de gemeente was. "Die hebben we toen ondergebracht bij de jeugd van de Parousiagemeente en van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt. Verder zijn we al heel lang in gesprek met de GKv om meer samen te doen. Nu hebben we driemaal per jaar een gezamenlijke dienst en we hebben elkaar op de classis erkend als gemeente van Jezus Christus. Maar in de gesprekken zijn we ook wat voorzichtiger geworden. Er is enige reserve om op te gaan in een groter geheel. De Gereformeerde Kerk vrijgemaakt bestaat hier uit driehonderd leden, dat is dus drie keer zo groot als we nu gewend zijn!”

De CGK bevindt zich in een heel andere wijk dan bijvoorbeeld de GKv en dat brengt ook met zich mee dat de focus soms wat anders ligt. "De GKv is heel missionair bezig, in hun wijk is er ook meer diaconie nodig. Daarbij vergeleken zitten wij in een heel chique wijk van Den Bosch. Met Kerst doen wij wel wat met de buurt, maar daar komen weinig mensen op af. De buurtgenoten staan wat onverschillig tegenover het geloof en dat maakt evangeliseren erg lastig.”

Wat is volgens jullie de focus of de missie van jullie gemeente?
John: "Een lastige vraag. Wij zijn natuurlijk, zoals alle andere gemeenten, in eerste instantie gemeente om de individuele christen op te bouwen zodat hijzelf het evangelie gaat delen.”
Marlotte vult aan: "Daarmee samenhangend is het belangrijk om de tieners en kinderen toe te rusten. Onze jeugd groeit op in een onkerkelijke omgeving. We willen in hen investeren zodat ze zichzelf staande kunnen houden. In september zijn we, sinds vier jaar, weer gestart met een tienerclub. Samen met mijn man en nog een stel, mag ik leiding geven aan deze club die bestaat uit drie tieners. Eens in de twee weken komen we op zondagavond samen om te eten, Bijbelstudie te doen en voor ontspanning. Ik zie er erg naar uit om hier vorm aan te geven.”

Hoe blijven jullie als gemeente vitaal? En wat kunnen anderen van jullie leren?
Zowel Marlotte als John benadrukt het respect voor elkaar ondanks de onderlinge verschillen. "De diversiteit tussen gemeenteleden is bij ons erg groot,” vertelt John. "Slechts één derde is van oorsprong christelijk-gereformeerd. We weten van elkaar dat we over bepaalde zaken anders denken, maar het is nog nooit aanleiding geweest voor conflicten. Hier in het zuiden ben je op elkaar aangewezen. De keuze is maar beperkt en daardoor is er een grote verdraagzaamheid.”

Als oud-kerkenraadslid wil John andere kerkenraden de vraag meegeven: "Hoe kan je mensen écht opnemen in de gemeente? De samenleving en de kerk veranderen, maar het gegeven dat mensen meer individualistisch zijn geworden, is niet alleen maar negatief. Mensen vragen ook meer ruimte voor zichzelf en hun inbreng, wat juist positief kan uitwerken in de gemeente. Als klein clubje zijn we heel kwetsbaar. Er hoeft maar een conflict te ontstaan en alles valt uit elkaar. Daarom is onderlinge betrokkenheid zo belangrijk."

De onderlinge betrokkenheid is een groot goed binnen jullie gemeente.
Marlotte vertelt over haar ervaring toen ze voor het eerst hier in de kerk kwam. "Iedereen kwam gelijk op ons af. Toch ervoeren we geen druk om lid te worden en hebben we het warme gevoel als iets positiefs ervaren. Er komt hier geen gast binnen die niet aangesproken wordt. Zelf spreek je hierdoor ook sneller mensen aan. In deze gemeente kent iedereen elkaar en ontstaan er weinig groepjes. Jong en oud gaat bij elkaar op de koffie en er is een grote vertrouwelijkheid.”


 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker