Artikel
2017-09-29
Kleine kerken in het buitenland door R. Bikker

Ik denk dat de gemiddelde gereformeerde dominee waar dan ook op de wereld raar zou opkijken als wij hem zouden vragen: "Hoe gaat het nu in uw kleine kerk in het buitenland?” Hij zou antwoorden: "Wij zijn helemaal geen kleine kerk, onze gemeente heeft 80 leden.”

Niet verheerlijken
Het is maar net hoe je het bekijkt. Natuurlijk moeten we de situatie van kleine gemeentes in het buitenland niet verheerlijken. Ook in het buitenland kom je verdriet tegen over wat er verloren is in de afgelopen decennia. Denk aan de broeders en zusters op de Schotse Hebriden. Zij denken met verlangen terug aan de jaren waarin een opwekking over hun eilanden ging, en velen tot bekering kwamen. En natuurlijk is het een worsteling voor een klein kerkverband om staande te blijven. Predikanten die veel van huis zijn, omdat ze veel taken voor het kerkverband oppakken, kleine gemeentes waar al het werk steeds weer op dezelfde schouders rust. En natuurlijk is geld een probleem als je gemeente klein is. Zo weet ik van een predikant in Basel, die tegelijk werkt als verpleegkundige in een verzorgingstehuis. Het gaat allemaal niet vanzelf.

Niet beklagen
Maar kleine kerkverbanden zijn ook: verbanden waar je elkaar kent. Denk bijvoorbeeld aan de Evangelical Presbyterian Churches in Noord – Ierland. (http://www.epcni.org.uk/index.html). Dat kerkverbandje kent 10 ‘kleine’ gemeentes, die samen verschillende missionaire werkers uitzenden en direct op hen betrokken zijn.  
Wat mij zeer aansprak bij mijn bezoek aan dat kerkgenootschap, is de warme betrokkenheid van mensen. Zo komen regelmatig alle ambtsdragers van het kerkverband bij elkaar om samen te bidden voor de gemeenten, de prediking, de zieken, de zendingswerkers, de jongeren, en zo meer. Wat zou er een kracht vanuit gaan als wij als ambtsdragers van alle CGK’s samen zouden komen om samen en eenparig te bidden?

Anders rekenen
In mijn contacten met ‘kleine’ gemeenten in het buitenland, heb ik een andere benadering van cijfers gezien dan ik hier weleens waarneem. Denk aan de manier waarop men denkt over het onderhouden van een predikant. Wij vragen ons serieus af hoe je als gemeente van 150 leden een voltijdpredikantsplaats kunt betalen. In Noord-Ierland heb ik gemeenteleden ontmoet die dat eenvoudig zo voorrekenen: Als iedereen een tiende geeft van zijn inkomen, dan kun je met tien gezinnen een predikant onderhouden (of negen, als de pastor zelf ook zijn tiende meerekent).

Maar er is nog een ander rekenen dat ik tegenkom bij ‘kleine buitenlandse kerken’, en die rekenmethode vind ik indrukwekkend en leerzaam. Ik heb regelmatig gesproken met mensen die verheugd vertelden over die ene bekering van die en die, en die zich daar in verheugden. In nieuwsbrieven van broeders uit het buitenland krijg ik vragen om te bidden voor die enkelingen, die de weg naar de gemeente vinden of met wie contact is gelegd. Die ene tiener, die sinds kort meedoet met de tienerclub, die ene moeder die soms thee komt drinken bij de ‘Mums and tods’ (‘moeders en peuters’). Kleine dingen, die wij misschien niet indrukwekkend vinden, maar die worden gerekend tot dingen van grote waarde. Als ik me daar aan spiegel, schaam ik me diep als dominee van een grote gemeente. Want in deze dingen is mijn ‘grote’ gemeente helemaal niet groot, heb ik soms de indruk. Is er bij ons een groot verlangen om de Here te dienen met heel ons hart? Is er een grote offervaardigheid? Is er een grote betrokkenheid op de gemeente en op elkaar? Is er aandacht voor enkelingen? Misschien dat grote kerken in dat opzicht soms kleine kerken blijken te zijn, en kleine kerken groot.

Wat we kunnen leren van kleine kerken in het buitenland is: anders rekenen, en de moed en de hoop niet opgeven. Juist als onze grote kerken steeds kleiner worden, en we toegaan naar een heel nieuwe situatie in ons post-christelijke Nederland.

Rik Bikker is predikant te Groningen en was deputaat buitenlandse kerken.




 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker