Artikel
2017-10-27
Een droom die vervloog… We slapen er nog een nachtje over… Zo vindt besluitvorming in onze kerken vaak plaats, en over het algemeen is dat verstandig. Zeker als het ingrijpende zaken betreft. Dat dat het geval was bij de eventuele deelname in een Gereformeerde Theologische Universiteit (GTU), daarover was ieder het eens: het zou – al zouden we wel een eigen predikantsopleiding houden - het offer betekenen van de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA) in de huidige vorm. Dus sliepen we er zeven jaren over.

Door J.G. Schenau

Vijf voor twaalf
In de afgelopen jaren is in toenemende mate zorg geuit over de toekomst van de TUA. Vanaf 2010 hebben opeenvolgende synoden die zorg onder ogen gezien. Met grote dankbaarheid voor de zegen op het werk aan de TUA, en de TUA als samenbindende factor in onze kerken.

Religie gedijt volop, maar het christelijke geloof wordt meer en meer naar de rand van de samenleving gedrongen. Dat raakt ook de gereformeerde theologiebeoefening. De overheid ondersteunt instellingen als de TUA nu nog ruimhartig, maar hanteert daarbij wel de eisen die voor het hele wetenschappelijke onderwijs gelden. Bij met name hoogleraren van kleine instellingen geeft dat een hoge werkdruk. Het nieuwe stelsel van studiefinanciering drukt op de toestroom van nieuwe studenten.

De betrokkenheid van en offervaardigheid in de kerken stemmen nog altijd dankbaar, maar met een teruglopend ledental komen de grenzen ook daarvan in zicht. Het zijn met name college van bestuur en raad van toezicht van de TUA geweest, die erop wezen dat de tijd dringt.

Droom

Tussen de synoden van 2010 en 2013 is gaan leven wat in Apeldoornse dreven ‘de droom’ is gaan heten. Daarin werd het probleem waarover het hiervoor ging, omgebogen tot een perspectief: een breed-gereformeerde theologische universiteit. Zou het niet mogelijk zijn door middel van een samenwerking tussen bestaande universiteiten en (hoge)scholen de krachten van de gereformeerde theologiebeoefening in ons land te bundelen? Om samen des te meer dienstbaar te zijn aan kerk en samenleving, en zo aan het Koninkrijk van God.

Vanuit de TUA werd het initiatief genomen tot verkennende gesprekken met een groot aantal partners. ‘De droom’ vond weerklank, het sterkst bij de Theologische Universiteit Kampen (TUK) van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Predikantenopleiding van de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGP). Maar ook in de kring van de Gereformeerde Bond (GB) en het Hersteld Hervormd Seminarie (HHS) was er bereidheid om constructief mee te denken. De synode van 2013 stemde royaal in met het streven om te komen tot een breder theologisch instituut, zij het dat de gereformeerde identiteit geborgd moest zijn én we als kerken aan dit instituut een eigen, nieuw te vormen predikantsopleiding zouden houden.

Op twee zittingsdagen van de voortgezette synode, maart 2015, bleek dat, ondanks de noeste arbeid van een zogenaamde regiegroep, de droom toch niet zomaar werkelijkheid kon worden. Reëel uitzicht op volwaardig partnerschap was er alleen met de TUK en de NGP. Desondanks besloot de synode door te werken aan de totstandkoming van een GTU. Dat zou dan moeten op de wijze van een coöperatie (‘samenwerken waar mogelijk, zelfstandig blijven waar nodig’). Ook zou er, met inachtneming van hun mogelijkheden, sprake moeten zijn van een substantiële bijdrage van GB en/of HHS. Én, uiteraard, moest er volop ruimte blijven voor de eigen predikantsmaster van elke van de samenwerkende kerken.   

Nevels
De synode van 2016 kreeg een rapport te behandelen, waarin de verwerkelijking van de droom enerzijds leek te dagen, maar volgens anderen juist dieper dan ooit in nevels gehuld leek. Er zou namelijk wel een GTU kunnen komen, maar niet als een coöperatie. Het zou alleen kunnen in de vorm van een vereniging. Het nadeel daarvan is dat er geen sprake meer kan zijn van een direct-kerkelijke invloed op de hele theologische studie. Het hoogste gezag van een vereniging rust namelijk bij een ledenraad. De CGK was een royaal aantal leden toebedacht, maar de kerken (en hun synoden) zelf zouden op grote afstand komen te staan.

Onze kerken hebben sinds 1894 een eigen theologische opleiding en al die tijd is de band tussen kerk en school van grote betekenis geweest. In de kerken werd gebeden en werden offers gebracht. In Den Haag en later Apeldoorn werd getheologiseerd met het oog op de praktijk van het werk in kerk en Koninkrijk, en vooral in een samengaan van wetenschap en vroomheid.

Sommigen meenden nu dat een GTU paste in een verbrede dienstbaarheid, die de TUA juist mét haar eigenheid al langer aan de dag legt. In het uiteindelijke besluit om niet langer mee te doen, bleek evenwel de vrees dat dit waardevolle eigene zou vervagen, sterker. Dat zou deels mogelijk ondervangen kunnen worden in statuten, maar de houtskoollijnen die daarvan intussen waren geschetst, lieten teveel vragen open om die vrees weg te nemen.

Een ander punt was de voorwaarde van een substantiële bijdrage van GB en/of HHS. Het HHS is vooralsnog tevreden met zijn plaats aan de VU. Wat de GB betreft heeft de synode met grote waardering geconstateerd, dat deze steeds constructief is blijven meewerken, maar vanwege zijn loyaliteit aan de PKN (met haar Protestantse Theologische Universiteit) én het verenigingsmodel bleef het de vraag in hoeverre het van een duidelijk zichtbare bijdrage aan de GTU zou komen.

Spookbeeld

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat onze interne eenheid temeer onder spanning kwam te staan toen als partners alleen GKv en NGK overbleven. Met name qua verstaan en vertolking van de Schrift komt bij deze kerken soms een benadering openbaar, die bij een deel van onze kerken herkenning vindt, maar bij een ander deel bezwaar. In elk geval wijkt deze af van verstaan en vertolking van de Schrift in besluiten van onze synode. Het recente besluit van de GKv-synode om de ambten open te stellen voor zusters werd genoemd. En al ging het dan niet om een fusie van kerken, ook dit feit heeft een rol gespeeld. In het besluit ging het niet om het vertrouwen in de genoemde kerken zelf, en al helemaal niet in broeders en zusters uit die kerken persoonlijk. Wel is ook dit een factor geweest in het tekort aan vertrouwen dat het zo tot een gezamenlijk gedragen instituut kan komen, waaraan onze theologiestudenten op verantwoorde en vruchtbare wijze kunnen worden opgeleid.  

Laten we maar eerlijk zijn: voor een deel van onze kerken dreigde de droom zo te verworden tot een spookbeeld. Even eerlijk is, dat een ander deel een ander spookbeeld ziet: een toenemend isolement van onze kerken, waarin we vooral bezig zijn met onszelf. Hoe dan ook, in meerderheid leefde er bij de synode uiteindelijk te weinig vertrouwen en vrijmoedigheid om nog verder mee te gaan, richting een GTU.

Waken en bidden

Wat staat ons als kerken nu te doen? Waken en bidden. Waken over het goede dat ons is toevertrouwd, ook in de TUA en de theologie. Zeker, maar niet om dat voor onszelf te houden. Dat is nooit Gods bedoeling met wat Hij Zijn kerk toevertrouwt. Waken over de eenheid, ook de interne eenheid. Zeker, laten we elkaar vasthouden, maar niet in een wurggreep. Elkaar vasthouden door samen vast te houden aan de Schrift en de belijdenis, ook in wat die leren over de katholiciteit van de kerk. Dan zal met dit besluit niemand echt blij zijn – in de synode toonde ook niemand zich zo –, en dan zal het bewaren van de onderlinge eenheid het zoeken van de eenheid met anderen niet belemmeren.

Vooral bidden. Heel ootmoedig. We hebben met óns initiatief bij zusters en broeders verwachtingen gewekt, die nu door óns besluit niet waargemaakt worden. Bidden daarom voor hen die teleurgesteld zijn. Buiten onze kerken, maar ook bijvoorbeeld in plaatselijke gemeenten, waar samenwerking wordt beleefd als een vreugdevol en vruchtbaar gebeuren. Bidden voor hen die zich – ook biddend! - zó voor dit project hebben ingezet. Bidden om bewaard te worden voor bitterheid aan de ene en zelfgenoegzaamheid aan de andere kant. Bidden voor de TUA en voor die andere instellingen. Voor kerk en theologiebeoefening in ons land en de wereld.

Aan het werk
En dan toch ook weer aan het werk. Zoveel is duidelijk, dat de TUA niet op de oude voet verder kan. De eerder gesignaleerde problemen liggen er. De vraag of de TUA op den duur zelfstandig zal kunnen voortbestaan, kan op dit moment niemand met zekerheid beantwoorden, maar hij klemt wel. In het besluit van de synode wordt de noodzaak van aanpassingen onderkend. En ook van samenwerking met anderen. Wat dat laatste betreft past ons bescheidenheid, zeker nu. We beseffen dat wij als samenwerkingspartner vertrouwen moeten herwinnen. Zo zij het, onder Gods zegen, die altijd genade is.

Namens het oud-moderamen,
J.G. Schenau, assessor    


 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker