Artikel
2017-11-10
Aanzet: Avondmaal Als je echt op je in laat werken dat het heilig avondmaal door de Heere Zelf werd ingesteld, dan mag het wel tot je doordringen dat het gebruiken van dit sacrament van grote betekenis moet en kan zijn. De Heere beveelt dan ook: Doe dit tot Mijn gedachtenis! De prediking en het pastoraat mogen er m.i. dan ook nooit op gericht zijn om mensen van het Avondmaal af te houden. Nee, het dient er juist op gericht te zijn om mensen aan de tafel te krijgen. Maar dan wel op een goede wijze. Men moet niet onwaardig, d.w.z. op onwaardige wijze, aankomen (1 Kor. 11: 27 en 29).

Nu heeft het woord ‘onwaardig’ menigeen van het avondmaal afgehouden, vermoed ik. Zeker ook het woord ‘onwaardiglijk’ uit de Statenvertaling. Vaak is (mogelijk: wordt) gedacht: zie je wel, ik kan geen avondmaal vieren, want ik ben onwaardig. Maar, hoe zou je als mens ooit anders avondmaal willen vieren, dan als een onwaardige? ‘Onze enige waardigheid om avondmaal te vieren is juist onze onwaardigheid’ (Calvijn). ’t Is maar dat de avondmaalsganger zich dat gelovig bewust is!

Vroeger was er onder ons meer avondmaalsmijding dan tegenwoordig. Moeten we dat positief duiden, of juist niet? Eerlijk gezegd denk ik dat er met betrekking tot deze zaak in beide gevallen sprake van automatisme kan zijn. Mensen kunnen uit automatisme – al naar gelang het ‘de gewoonte’ is in een gemeente – afblijven of aangaan. In beide gevallen is er dan naar mijn idee iets scheefgegroeid.

Automatisch afblijven is niet goed, automatisch aangaan is ook niet goed. Het waarnemen van beide werkelijkheden kan je soms met zorg vervullen.  Vanwege deze waarneming en andere onduidelijkheden is het goed om stil te staan bij het sacrament van het avondmaal. Veel leesgenoegen gewenst.

H.K. Sok

 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker