Artikel
2017-11-10
Woordwerk: Onze harten richten op het doel… Door G. van Roekel

Volgens het formulier is dít de betekenis van de voorbereiding op het avondmaal: ‘onze harten richten op het doel, waartoe de Heere Christus het heeft ingesteld, namelijk tot Zijn gedachtenis.’ De voorbereiding wil dus focus aanbrengen. De focus van de concentratie van onze harten op het grote doel van het avondmaal: de dood van Christus gedenken. Maar hoe doe je dat: voorbereiding houden op het avondmaal? Waar komt die instelling eigenlijk vandaan? Is het Bijbelse opdracht?  Hoe geef je concreet invulling aan de week van voorbereiding? Daarom een paar opmerkingen over achtergrond, betekenis en invulling van de voorbereiding op het avondmaal.

De voorbereiding op het avondmaal is een gewoonte die berust op een oude traditie in de kerken van de Reformatie. De weerslag daarvan vinden we in onze kerkorde die in artikel 63 zegt ‘dat het avondmaal des Heren na gehouden voorbereiding gevierd zal worden’. Voorbereiding op en viering van het avondmaal horen dus in kerken van de Reformatie bij elkaar. Daarbij ging het in de voorbereiding in hoofdzaak om twee aspecten: om toelating en toerusting.

Toelating
Allereerst iets over de toelating. Van meet af hebben de kerken op Bijbelse gronden de wacht betrokken bij de viering van het avondmaal. Het avondmaal is immers geen maaltijd die voor iedereen open staat. Het gaat bij het sacrament om de gemeenschap met Christus en daarom vraagt de gemeente om een belijdenis, die de toegang tot de maaltijd van de Heere opent. Zoals de gemeente die toegang ook weer kan ontnemen. Voor allen die geloven wordt de deur tot het avondmaal geopend. Zij wordt gesloten voor eenieder die zich niet van harte tot de Heere bekeert.

Deze toelating tot het avondmaal kreeg in de begintijd van de Reformatie met name gestalte in de voorbereiding op het avondmaal, die één of twee weken voor de bediening begon. Dan werd niet alleen onderwijs gegeven over het sacrament – daarover zo dadelijk meer – maar was er ook gelegenheid om belijdenis van het geloof af te leggen. En daarmee werd het recht om bij de tekenen van brood en wijn de dood van Christus te gedenken, verleend.
De voorbereiding op het avondmaal heeft dus allereerst een functie gehad met het oog op de toelating tot de tafel van de Heere. En dat niet om de toegang tot het avondmaal te beperken tot enkele ‘ingewijden’. Integendeel, vanaf het begin hebben de kerken van de Reformatie benadrukt dat het avondmaal bediend wordt in het midden van de gemeente, die het lichaam van Christus is. Wij breken het brood niet in een kleine kring van vromen die boven anderen uitsteken. We breken dat éne brood in de éne gemeente, die als geheel leeft van het offer van de Heere Jezus. Maar juist daarom betrekt de kerk de wacht bij de maaltijd van de genade. Vanwege de eer van onze God en de heiligheid van de gemeente.
In de loop van de tijd is dit aspect van de toelating op een andere manier ingevuld. De relatie tussen belijdenis afleggen en avondmaal vieren is losser geworden. Belijdenis afleggen is niet meer gekoppeld aan de voorbereiding op het avondmaal, maar aan een traject van belijdeniscatechese en aan een speciale belijdenisdienst. En daarmee is een oorspronkelijk aspect van de voorbereiding op het avondmaal naar de achtergrond verdwenen.

Toerusting
Wat gebleven is, is het aspect van de toerusting. In de voorbereiding stond en staat het onderwijs centraal. In het begin van de Reformatie gebeurde dat op verschillende manieren. Maar al snel vond dat onderwijs zijn concentratiepunt in de dienst van voorbereiding, die aan de eigenlijke avondmaalsdienst voorafging. De synode van Dordrecht uit 1578 bepaalde daarover: ‘Met zal vóór de bediening van het avondmaal een predikatie doen, waarin over de bekering, de zelfbeproeving van de mens en zijn verzoening met God en de naaste en dergelijke zaken gehandeld zal worden’. Anders gezegd: in de voorbereidingspreek wordt de hoofdsom van de christelijke leer aan de orde gesteld om de gemeente innerlijk toe te rusten. De zelfbeproeving hoort daarbij, maar is zeker niet het enige. Het gaat om de kern van het evangelie, zoals ook het avondmaalsformulier laat zien door te spreken over de waarachtige troost van het geloof, bestaande uit de bekende trits ellende, verlossing en dankbaarheid. Kortom, de kern van de voorbereiding op het avondmaal bestaat vanouds uit onderwijs. De hoofdzaken van onze evangelische belijdenis worden samengevat en herhaald om zo de harten te richten op het doel van het avondmaal: de maaltijd gebruiken tot Christus gedachtenis.

Bijbels?

Gaat deze voorbereiding terug op een Bijbels gebod? Het antwoord daarop is ontkennend. In de Bijbel lezen we niet van een voorbereiding op deze manier. In het boek Handelingen wordt het avondmaal – om zo te zeggen – zonder voorbereiding gevierd. Het houden van een voorbereidingsdienst is wel onderlinge afspraak, waar we ons broederlijk aan houden. Maar geen Bijbels principe.
Ondertussen is de gedachte van een voorbereiding op het avondmaal wel degelijk Bijbels te funderen. Op allerlei plaatsen in Gods Woord lezen we dat het volk van God opgeroepen wordt zich voor te bereiden op te ontmoeting met haar Heere. In dat licht is het niet vreemd als ook de ontmoeting tussen de Heere Jezus en de Zijnen, zoals die aan de avondmaalstafel gestalte krijgt, van een voorbereiding wordt voorzien. Trouwens, doen we hetzelfde niet met viering van Kerst en Goede Vrijdag en Pasen? De Schrift zegt niets over ‘adventsweken’ en ‘lijdenstijd’. Toch benutten we deze weken heel bewust om ons voor te bereiden op de viering van Christus geboorte en de herdenking van Zijn lijden en sterven. Dus de voorbereiding op het avondmaal is geen Bijbelse opdracht, wel Bijbels verworteld.

Zelfbeproeving
De Bijbel spreekt wel over de zelfbeproeving met het oog op het avondmaal. Dat is niet het enige aspect van de voorbereiding, zoals we eerder zagen en mag daar dan ook niet toe beperkt blijven. Maar het is er wel een wezenlijk onderdeel van. Als – en dat is dan de kanttekening die we moeten maken – de zelfbeproeving maar Bijbels opgevat wordt.
We lezen over de zelfbeproeving in 1 Kor. 11: 28: ‘Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker’. Uit het verband waarin deze woorden staan is duidelijk met het oog waarop Paulus deze zelfbeproeving voorschrijft. Namelijk in het kader van zijn vermaan om toch niet op onwaardige wijze het avondmaal te vieren. Daarin hebben we ons dus te ‘testen’. Hoe, op welke manier vieren wij avondmaal? Toch niet op een onwaardige wijze? Zo niet!, wil Paulus zeggen. Wil de apostel dan dat we ons maar terugtrekken? Dat juist niet. De zelfbeproeving wil broeders en zusters ertoe leiden om het avondmaal te gebruiken, maar dan op een waardige wijze.

Avondmaalsformulier
De uitwerking van deze zelfbeproeving vinden we in de avondmaalsformulieren. Die formulieren zijn didactisch bedoeld, dus om de gemeente te onderwijzen. Opnieuw zien we dan de relatie tussen voorbereiding en toerusting. Het is eigenlijk heel eenvoudig: voorbereiding op het avondmaal is in wezen ‘onderwijs’. Het avondmaalsformulier doet dat door de betekenis van het avondmaal beknopt samen te vatten en door de gemeente voor te houden wat de ware zelfbeproeving is. En dan blijkt dat zelfonderzoek niet negatief gericht, maar juist positief. Het leidt niet af, maar juist heen naar het eigenlijke doel: op een waardige wijze aangaan aan de tafel van de Heere.

Omdat het formulier de zelfbeproeving, als onderdeel van de voorbereiding, in drie aspecten onderverdeelt, wil ik kort iets over drie thema’s – ook wel aangeduid als ellende, verlossing en dankbaarheid – zeggen.
De ware zelfbeproeving is allereerst dat wij onze zonden en vervloeking overdenken. Die zonden zijn er en roepen Gods vloek op. Het gaat er dan om dat we deze zonden voor Gods aangezicht overdenken. Dat we – om zo te zeggen – hart en geweten voor Gods rechterstoel brengen. Met als doel dat we ons voor de Heere verootmoedigen. En de reden daarvoor? Dat is de toorn van God, die groot is, maar Zijn uitwerking vond in de bittere en smadelijke dood van Christus. Als we ons op het avondmaal voorbereiden en ons voor God willen verootmoedigen zullen en willen we niet aan de bittere kruisdood van Jezus voorbijgaan.

Vervolgens betekent de ware zelfbeproeving dat we ons de vaste belofte van God voor ogen stellen en die geloven. Let wel, er staat niet dat ons geloof vast is. Het vaste heeft betrekking op de belofte. Die is in Christus ‘ja en amen’. Die is gewis. En alle zekerheid van geloof gaat terug op en rust in de zekerheid van Gods belofte. En de kern van die belofte is de verzoening door Christus. Het formulier spreekt daarover krachtige taal. De zonden zijn vergeven! De gerechtigheid is geschonken! En door het geloof mag ik weten, ja, zal ik weten dat ik met God verzoend ben en dat mijn zonden vergeven zijn.

Ten slotte wijst het formulier op de gezindheid van de ware dankbaarheid. Zonder die gezindheid wordt de gang naar het avondmaal een schijnvertoning. Om dat te voorkomen vragen we ons voor Gods aangezicht af hoe wij staan tegenover God en de naaste? Ja, ook dat laatste: de naaste. Want we zitten aan de avondmaalstafel niet alleen. We zijn allereerst in de tegenwoordigheid van onze Heiland en Meester, die zegt: Ik ben in uw midden als één die dient (Luk. 22: 27). Maar we zitten ook samen aan tafel met andere broeders en zusters. Als een bijzondere gestalte van de gemeenschap der heiligen. Die gemeenschap is geen ideaal en nog minder een idee, ze is werkelijkheid. En daarom zoeken we de gestalte van de dankbaarheid en de liefde.

Invulling
Ziedaar de hoofdlijn van wat de voorbereiding op het avondmaal is en beoogt. De essentie is het onderwijs over de kernzaken van het evangelie, die tegelijk de kernzaken van de avondmaalsbediening zijn. En het doel is de weg te banen naar een vruchtbare en zegenrijke deelname aan de viering.

Hoe doe je dat in de praktijk? Een paar gedachten daarover. De kern zal zijn dat we het onderwijs van de Schriften zoeken in de eredienst van de gemeente en in persoonlijke Bijbellezing. In die zin is een week van voorbereiding – als het goed is – niet anders dan andere weken. Alleen richt de focus zich nu op wat komt: de ontmoeting met onze Heere, Jezus Christus, aan Zijn tafel.
En voor de rest? Kerkorde en formulier zeggen daar niets over. Het is dus een zaak van persoonlijke vrijheid. Ik zou het zelf het liefst met twee typeringen omschrijven: ‘niet te gemakzuchtig’ en ‘niet te verkrampt’.

Allereerst: niet te gemakzuchtig. Zeker, de Heere kan ook zonder voorbereiding een gezegende avondmaalsbediening schenken. Onze God is immers een God van verrassingen! Maar als het avondmaal een hoogtepunt is in het leven van de christelijke gemeente – en dat is het! – dan zullen we ons daarop zoeken voor te bereiden, uiteraard binnen de mogelijkheden die er zijn. En die mogelijkheden zijn er. Door bijvoorbeeld in persoonlijke Bijbellezing en gebed de komende bediening van het avondmaal te betrekken. Door de bezinningsavond of de bidstond voor het avondmaal te bezoeken, die in heel wat gemeenten in de week van voorbereiding worden belegd. Of door het lezen van meditatieve lectuur over het avondmaal.
Dan: niet te verkrampt. Voor sommige mensen lijkt de voorbereiding op het avondmaal te bestaan in het zoeken van een speciaal gevoel, een soort avondmaalstemming. Dat lijkt me echt te verkrampt. Het gaat bij het avondmaal om hetzelfde geloof als waar het leven met de Heere elke dag om vraagt, ook als het geen avondmaal is. In die zin is de week van voorbereiding ook weer net als andere weken.

Tot slot: volgens het avondmaalsformulier moeten we ter voorbereiding van het avondmaal onze harten richten op het doel van het sacrament. Dat kan alleen als we het biddend zoeken: Heere, geef het mij en werk het in mij. Om Jezus’ wil. Dan mogen we aan de tafel van de genade weten dat Christus ons heil is.

Ds. G. van Roekel is predikant van de gemeente Bennekom-Oosterbeek






 


Abonneer u nu op de RSS-feed van De Wekker