Skip to main content

Tot U HEERE,
hef ik mijn ziel op,
mijn God, op U vertrouw ik;
laat mij niet beschaamd worden,
laat mijn vijanden niet van vreugde over mij opspringen.
Ja, allen die U verwachten, worden niet beschaamd;
beschaamd worden zij die zonder reden trouweloos handelen.
HEERE, maak mij Uw wegen bekend,
leer mij Uw paden. (Psalm 25:1-4)

Deze woorden – onlosmakelijk verbonden met wat er verder in de Psalm volgt – klinken zonder enig bravoure vanuit een nederige gebedsgestalte. Over zichzelf en de omstandigheden heeft de dichter niet zo veel moois te vertellen. Jawel, er zijn vijanden. Maar er zijn ook de eigen zonden en overtredingen. De enige weg om uit de ellende te komen loopt via de barmhartigheid en de goedertierenheid van God. Die weg ligt open voor wie ook maar de toevlucht neemt tot God.

Er zal de komende weken in al onze kerken weer met veel verwachting gezongen worden over God en Zijn redding uit de ellende van deze wereld. Hopelijk lukt het ook ons om alle bravoure over onszelf af te leggen en alles van onze God te verwachten. Wanneer wij de weg niet meer weten, heeft Hij het pad allang gebaand. Onze weg gaat daarbij soms door de diepte en door ‘modderig slijk’. Maar wie de toevlucht neemt tot de HEERE, wordt niet beschaamd.

Laten wij ons in de komende adventstijd oefenen in het met verwachting onze ziel opheffen tot God.

Weergaven: 0