Skip to main content

Het christendom verliest steeds meer terrein in Nederland. Volgens het laatste God in Nederland-onderzoek (2025) is nog slechts een vijfde van de Nederlandse bevolking op enigerlei wijze betrokken bij een christelijke kerk. Voor de kerken is dit uiteraard een alarmerende situatie. Tegelijkertijd haalt een ander bericht uit dit onderzoek vooral het nieuws.

Onderzoeken
Het onderzoek laat zien dat het proces van ontkerkelijking in Nederland onverminderd doorgaat, maar brengt daarnaast twee zeer opmerkelijke trendbreuken aan het licht. De jongste generatie Nederlanders die in het onderzoek is betrokken, Generatie Z (Gen Z, in 2024 17-23 jaar oud), staat meer open voor religie dan de voorafgaande Generatie Y (24-38 jaar). Dit werd gemeten aan zaken als geloof in een God of een hogere macht en aan de vraag of religie belangrijk is voor de Nederlandse identiteit. Dit worden trendbreuken genoemd, omdat ze ingaan tegen de gangbare ontwikkelingen in de afgelopen decennia, waarbij in ons land oudere, meer (vooral christelijk-) religieuze en conservatieve generaties geleidelijk zijn vervangen door jongere generaties die telkens iets minder religieus en minder conservatief zijn. Maar Gen Z lijkt deze trend te doorbreken. Ik zeg: lijkt. Op grond van dit onderzoek kun je namelijk niet spreken over een trend en revitalisering. Daarvoor zijn de cijfers te klein. Je zult meer langlopend onderzoek moeten doen onder een grotere groep.

Tegelijkertijd zijn er ook breder in Europa onderzoeken die erop wijzen dat er verschuivingen plaatsvinden als het gaat om religieuze en ethische overtuigingen en praktijken. De verklaringen zijn vooralsnog vooral aannames. Uitkomsten uit onderzoeken vragen steeds om een kritische toets, zoals in Engeland is gebleken. Tegelijkertijd geven andere onderzoeken aan dat er een einde komt aan ‘alleen maar minder’. Zo deed het Centraal Bureau voor Statistiek (2025) onderzoek naar religie in 2024. De conclusie was dat het aantal mensen dat bij een kerkelijke stroming of een levensbeschouwelijke groep hoort niet verder is gedaald ten opzichte van het jaar ervoor. Dat geldt ook voor het bezoek aan kerkdiensten. Het is geen sinecure om dergelijke ontwikkelingen goed in beeld te krijgen. Hoe je religie meet, is aan verandering onderhevig. Alle voorbehouden daargelaten kunnen we echter zeggen dat er wat betreft religieuze openheid iets wezenlijk is veranderd ten opzichte van het einde van de vorige eeuw. Maar dat het om een geloofsrevival gaat, is nog onvoldoende aangetoond.

"Grotere religieuze gevoeligheid betekent niet noodzakelijk meer kerkgang"

Duiding
Ik ben ervan onder de indruk hoe het narratief van secularisatie en verval van kerken ons zo heeft beïnvloed, dat we zo geraakt worden door de (voorzichtige) trendbreuken in de statistieken. De pijn is dieper onder onze huid gaan zitten dan we toegeven, als we zeggen dat ‘een grijze kerk theologisch gezien net zo goed vitaal is als een kerk met jonge mensen’. Tegelijkertijd blijf ik realistisch. We weten meer niet dan wel. In de argumentaties zitten allerlei aannames. Woorden als ‘tendens’, die we in de media horen, sluiten niet altijd aan bij de statistieken. Grotere religieuze gevoeligheid betekent bovendien niet noodzakelijk meer kerkgang, hoewel dat soms wel gelijk wordt gesteld, en grotere religieuze gevoeligheid is niet hetzelfde als christelijk geloof (dat is een punt dat de theoloog Karl Barth terecht maakt).

Maar ik wil natuurlijk niet het verwijt van een ‘klein geloof’ krijgen. Dat ik de tekenen niet of onvoldoende heb opgemerkt. Ik ben natuurlijk blij met ieder mens die de weg tot geloof en kerk vindt, met de toenemende aantallen studenten theologie, met religie die weer meer zichtbaar mag worden in het publieke domein en met positieve trendbreuken in statistieken.

Jonge mensen zijn in de pluriforme en complexe wereld waarin ze opgroeien op zoek naar oriëntatie en inspiratie. Algoritmes sturen hen hierbij. Diversiteit stelt hen voor vragen. Deze situatie betekent voor kerken werk aan de winkel. Ik noem enkele belangrijke uitgangspunten.

"Het blijft belangrijk dat kerken investeren in goed onderwijs"

Kerken
Ervaringen en relaties zijn voor jonge mensen belangrijk, veel belangrijker dan de traditionele indeling naar geloofsopvatting en denominatie. Dat zegt jonge mensen vaak niets. Het internet is een niet meer weg te denken bron waar zij, bewust of onbewust, informatie en inspiratie vandaan halen. En dat verschilt van Amerikaanse predikers tot iconische voetballers tot een Bijbelapp. Naast deze persoonlijke zoektocht op internet of via andere bronnen, verbinden de jongeren zich ook met groepen waarin van elkaar wordt geleerd. Voorgangers, priesters en jeugdwerkers spelen hierin een cruciale rol, naast natuurlijk vrienden en ouders. In het onderwijs moet de kerk zich er goed rekenschap van geven dat kennis voor Gen Z betekent dat het om kennis moet gaan die raakt aan hun levensvragen en die ‘toepasbaar’ is. Vaak gaat het voor Gen Z om gefragmentariseerde kennis, samengesteld uit een diversiteit aan bronnen. Hun doel is niet het bezit van parate kennis, maar de vraag wat je met die kennis kunt, wat ze voor jou betekent. Het is belangrijk om Gen Z in haar zoektocht kennis te laten maken met de rijkdommen aan bronnen van de christelijke traditie.

Thom Geurts, vakdidacticus religie en levensbeschouwing, benadrukt het belang van waardenonderwijs: het ontdekken van persoonlijke waarden en waarden in gemeenschappen en bronnen. Het leren om het handelen af te stemmen op waarden, ethiek, geloof. Voor christelijk onderwijs is die nadruk op existentiële kennis een zinnige invalshoek, zeker voor de wat oudere tieners en jongvolwassenen. Leren denken betekent dat Gen Z toegang krijgt tot de fundamentele kennis, praktijken en vaardigheden uit de christelijke traditie, zodat het bijdraagt aan de persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling. Dit goed doen is een vak. Daarom blijft het belangrijk dat kerken investeren in goed onderwijs.

Weergaven: 0